Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Justitie (Departement van) in Ned. Indië. Begrooting van Ned. Indië voor 1S72. Memorie van toelichting. 3365. I.

— Over het bevei tot overbrenging naar een huis van verbetering en opvoeding, na vrijspraak, van jeugdige beschuldigden van diefstal. 3365. 4. „ „ h

— Over de wet van 24 Julij 1871 (Stbl. nl}. 34). Circ. deswege. 3303. 4.

— Zoowel de staten, opgemaakt ter begrooting der kosten bij het vonnis of arrest, als de staten van liquidatie van de kosten, die 1' niet bij het vonnis of arrest zijn begroot, en welke later worden opgemaakt, aan een naauwkeurig onderzoek te onderwerpen en zorgvuldig toe te zien, dat daarop worden uitgetrokken al dejustitie-kosten , welke op de veroordeelden moeten worden verhaald.

3363. 4. lr

— Staatsbegrooting voor 1872. Ontwerp van wet tot vaststelling van

hoofdst. XV. 3570. !.

— Memorie van toelichtiug. 3370. 2.

— Voorloopig verslag ter Tweede Kamer. 3376. •

— Over dat verslag. 3379. 4.

— Memorie van beantwoording. 3384. 1.

— Beraadslaging; aangenomen. 3391. 1.

Naar aanleiding van de begrootings-discussie. Opstel. 3394. 1.

Circ naar aanleiding van het Kon. besluit, bepalende, dat, te

rekenen van den 1 Nov. 1871 , de mannelijke correctionneel veroordeelden tot eene gevangenis-straf van één jaar en daarboven in het huis van correctie te Hoorn, en de vrouwelijke veroordeelden van die categorie in de strafgevangenis te Woerden hunne straf zuilen ondergaan. 3385. 4.

— Uitnoodio-ing aan de besturen der cellulaire gevangenissen om voortaan bij "de inzending hunner verslagen aan het — zoodanig 1 beredeneerd overzigt te willen voegen en daarin op te nemen al zulke bevindingen en opmerkingen, als welke in hun oog ter zake dienstig zullen "blijken te zijn. 3395. 4. _

— Nadere voorschriften betrekkelijk de beteekemng van dagvaardingen aan en ten-uitvoer legging van regterlijke bevelen tegen militairen. 3400. 4.

Jvstitiekosten. Zie Gijzeling. 3275. 4.

ft.

K i rn Sypestein (B. W.) ca. P. E. van Parijs enz. Noordh. 3311. 2.

ca. ae tweede Koninklijke zee- en brand-assurantie-maatschappij

te Batavia. Zuidh. 3353. 2.

Kabinet des Konxngs. Uittreksel uit het regerings-antwoord op het verslag der Tweede Kamer over hoofdst. II der staatsbegrooting voor 1S71 , voor zooveel betreft het —. 3308. 1.

Kadaster en hypotheken. Meng. 3331. 3.

Zie Onteigening. 3297. 3; 3299. 2.

Kalff (Mr. J.) benoemd tot raadsheer in den Hoogen Raad. 3325. 4.

— Door de aanneming dier benoeming opgehouden lid der Tweede Kamer te zijn. 3329. 4.

— Beëedigü. 3331. 4.

"Verslag zijner installatie. 3335. 1.

Kanaal. Zie Aftapping. 3321. 1; — Negotiatie. 3274. 4. Kandidaat-voordragten. Zie Benoemingen.

Kans-overeenkomsten. Prijsverhandeling over de —. Schrijver dier

bekroonde verhandeling, de heer T. J. Noyon Jr. 3297.4. Kantonregter. De bestrijding door den heer A. F. de Savornm Lohman van het advies van den heer Pijnappel over de alleenregtspraak. 3274. 4.

Kantonregters. Bezoldiging van —. Meng. 330/. 4.

— Zie Beooeqdheid. 3344. 4; 3389. 3; — Faillissement. 3373. 2; — Gemeenschap. 3285. 3; — Muur en verhuur. 3367. 4 - — Levering. 331,1. 3; — Onbevoegdheid. 3376. 4; — schadevergoeding. 3304. 1; 3305.' 3; 3329. 3; 3347. 2; — Tiendregt. 3362. 2.

Kantoor. Zie Vennootschappen. 3279. 3.

Kappeyne van de Cofpello (Mr. .J.). De heer — gekozen tot lid

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 3341. 4. Kar (Doorrijden met eene). Zie Rijden. 3399. 3.

Karseboom (Mr. F. F.) benoemd tot proc.-gen. bij den Hoogen Raad. 3397. 4.

Kassier. Zie Schadevergoeding. 3358. 1.

Kat (Kwetsen van eene). Zie Schade. 3387. 4.

Kaupmann (C. A.) in cass. 3302. 1.

Keet. Zie Schadevergoeding. 3368. 2.

Kellek (J E). Vraag om uitlevering van gereedschappen aan — en om kwijtschelding van boete en kosten wegens laster. Correspondentie deswege tusschen den heer E. Woudrichem van Vliet en den minister van Justitie. 3290. 4; 3^9>. 4.

Kennelijk onvermogen. Zie Nalatenschap. 8292.. . .

Kerbert en Dekker c". Tip en Zoon. Noordh. 3367. 1. Kerkbanken. Zijn — zaken buiten den handel?

Zijn zoodanige banken uit hoofde harer beperkte bestemming

vatbaar voor bijzonder eigendom?

Kan die eigendom door verjaring verkregen worden ƒ Is het gebruik maken van eene kerkbank de manifestatie van een bezit animo domini? Breda. 329. 2.

Kerkbesturen. — Admissie pro deo. Meng. 3322. 4. . IeSbestuür in den zin van art. 874 B R. - Collep® ».n^^zoogenaamd vrij beheer. - Verzoeken tot kostelooze procedure. Kant. Wag. 3*279. 3.

— Jur. 3282. 4. (Aanvulling. 3283. i.)

— in den zin van art. 874 B. R. Meng. 3290. 3; 3300. 4; 3303. 3, 3310. 4.

— Hoofdelijke omsla». — Zedelijk ligchaam. — Art. 1697 B. W. _ Kon. besluit van 12 Nov. 1819 (Stbl. n°. 65). — Kon. besluit van 9 Febr. 1866 (Stbl. n«. 10) en Kon. besluit van 3 1 ebr. 18b9 (Stbl. n°. 20).

Mag de Hervormde kerk belasting heffen ? — Niet beslist.

Zijn art. 29 en volg. van het reglement op de administratie der kerkelijke fondsenen de kosten van de eeredienst bij de Hervormde gemeenten in Zuidholland, vastgesteld bij Kon. besluit van 12 Nov. 1819 (Stbl. n". 65;, eerst met den ingang van 1 Oct. 1869 afgeschaft bij het Kon. besluit van 9 Febr. 1866 (Stbl. n°. 10) en 3 Febr. 1869 (Stbl. n". 20)? — Ja. _ u

Kan een erkend lidmaat der Hervormde kerk zich aan de betaling van den hoofdelijken omslag onttrekken, op grond, dat hij niet is toegetreden tot de gemeente der kerk, alwaar hij woonachtig is? — Neen. Kant. Woerden. 3346. 4.

Kerkelijk beheer. Hervormde gemeente te Ophensden. — Vrij beheer der goederen en fondsen. — Reglement op dat beheer. — Benoeming van kerkvoogden en notabelen. — Exceptie van inqualificatie.

Is in casu de commissie, door de gemeente, zonder eenigen nader omschreven last, benoemd tot het ontwerpen van een reglement omtrent het kerkelijk beheer, bevoegd tot bet in stemming brengen van dat reglement bij de gemeente, en zijn dus de volgens dat reglement gekozene kerkvoogden en notabelen wettige beheerders; of" is daartoe de tusschenkomst van het bestaande Bestuur van kerkvoogden noodig? — In eerstgemelden zin beslist.

De stemming ter verkiezing van kerkvoogden en notabelen moet echter geschied zijn voigens ie voorschriften van het op die wijze

aangenomen reglement.

Bepaalt dat reglement, dat die stemming van tien tot vier uur j zal gehouden worden, en is deze desniettegenstaande van drie tot j zeven ure geschied, dan missen de bij die stemming gekozene perermpn de hflvoficrdhfiid van kerkvooerden. Geld. 3334. 2.

Kerkelijke administratie. Vordering tot overgifte dei—.Exceptie

van r.on-qualihcïtie der eischers. — iMiei-onivaim.eiys.-vci u.iuiuig. Tiel. 3284. 2.

Kerkelijke gemeente. — Lidmaat eener —, Hoofdelijke omslag. —

Verandering van woonplaats. — Keglement vari t uec. iöio, n°. s3, op de administratie der kerkelijke goederen ia Friesland.

Wordt door Kerkvoogden en Notabelen van Dockum ten onregte hoofdelijke omslag van den gedaagde geheven, wannea- die omslag op niets anders steunt dan hierop, dat de gedaagde elders (en niet te Dockum) is gedoopt, en zonder bekende afscheiding tot de kerk in het algemeen behoort? — Ja.

Is feitelijke inwoning in eene gemeente voldoende , om daaruit het lidmaatschap eener kerkelijke vereeniging, in dè gemeente gevestigd, af te leiden? — Neen. Kant. Dockum. 339(. 3. - Kerkvoogden der Hervormde gemeente te Ellewoitsdijk. Qualiteit. — Stembevoegde leden. — Manslidmaten. — Algemeen reglement der Hervormde kerk, bekrachtigd bij Kon. besluit van 23 Maart 1852, n°. 3.

Is hot algemeen reglement der Hervormde Kerk, lekrachtigd bij Kon. besluit van 23 Maart 1852, n". 3, van toepaising, waar het de stoffelijke belangen der Hervormde Kerk geldt?— Neen.

Maar, al ware dat reglement van toepassing, vogt daaruit alleen, dat mans-lidmaten als stembevoegde leden zijn t> beschouo' r„ rinoa 3403. 9.

wen . — •' w. — - --

Kerkelijke gemeenten. Bij de Tweede Kamer ingekomei een wets¬

ontwerp tot intrekking van nei aavies van aen Diaaisiau vnu Nov. 1808 sur le mode du remboursement des rentes e créances des communes et fabriques, goedgekeurd bij Keiz. decriet van 21 Dec. 1808 (Buil. des lois n°. 221), en van het Keiz. dicreet van 16 Julij 1810, qui règle le mode d'autorisation pour Trnploi du produit des remboursements faits aux communes, aux tospices et aux fabriques (Buil. des lois n». 302), voor zooveel di< nog van lrvunht v.iin. 3308. 4.

Zie Schuldvordering. 3336. 2 ; 3318. 2.

Kerkelijke goederen. — Zedelijk ligchaam. — Beheer de—bij de

Hervormden. — Leden aer nervormae Kers. — v ciwucumg in de proceskosten.

Zijn kerkelijke gemeenten bij de Grondwet en de witten des Rijks erkend, zoodat zij geene nadere erkenning behotten, om als zedelijk ligchaam in regten te kunnen optreden? — *a.

Was het Bestuur van de Hervormde gemeente van Venendaal geregtifd en geroepen om te zorgen voor de vestiging en regeling van een nieuw Bestuur, nadat, ten gevolge van de Kainklijke besluiten van 13 Febr. 1866 en 5 Febr. 1869, het bestainde beheer der — en fondsen op 1 Oct. 1869 was vervallen ?- Ja.

Is door het vervallen der provinciale reglementen op de kerkelijke administratie, niet alleen het geheele bestaande Bestun, maar tevens de wijze, waarop dit en het stemregt werd gerejeld, te

niet gegaan ? —- Ja. .

Kan het Bestuur , slechts gekozen ten gevolge van beslaten en een reglement, genomen en vastgesteld door een deel d<r leden van de°gemeente Veenendaal, geacht worden die gemeent» wettig te vertegenwoordigen? — Neen. Kant. Wag. 3321. 3.

- Aanneming door de Tweede Kamer van het wets-ontverp tot intrekking van het besluit betreffende de —. 3340. 1.

- Beraadslaging ter Eerste Kamer over, en aanneming an het wets-ontwerp tot intrekking van het advies van den Statsraad van 22 Nov. 1808 en van het Keiz. decreet van 26 Julij LslO. 3i46. 4.

- Beheer der — en fondsen van de Nederduitsch-Hervorffiie gemeenten. — Eisch tot rekening en verantwoording. — Fich tot vergoeding van kosten, schaden en interessen. — Kon. besliit van 9 Febr. 1866 (Stbl. n°. 10), houdende bepalingen betreffenle het toezbt op het kerkelijk beheer bij de Hervormden.

In" o-emeenten, waar geen reglement op het beheer der - be. . ° «.Vrarni mp.t Hen last om kerkvooglen te

staat en uuwucici. — - -

verkiezen, is die last niet zoodanig beperkt, dat zij slecht, voor

eens kerkvoogden kunnen Kiezen; maar neDDen zij ubui.^u™ bij aftreding in de vacatures te voorzien.

Zoo geen reglement dit verbiedt, zijn (ie betrekkingen van mtabel

Ook al neemt men het tegendeel aan, dan nog heeft men cloor , tïïo* fo Tvrntp.stArp.ri. dit eroed^ekeurd. ereliik men ook.

aaariu^cu jr-— 7-0 o 0 „ -

door deel te nemen aan de stemming over een door kerkvoogden ontworpen reglement, hunne qualiteit erkent.

De regten en verpligtingen der leden van eene kerkelijke ge-tttcit KotyafY het: Kphp.p.r van hare —. worden nair de

bepalingen van den lOden titel, 3de boek, van het B. "W. geregeld. Art. 1695 B. W. moet niet in dien zin worden opgevat dat

• , i:,l rrr»n VlöKhpn OtTl O Tl den t.ïld fiTl WÜZÊ dlS hem

ïeaer nu "—-*• —> -r — -v™ — v-- ,

het meest gelegen komt, vergaderingen uit te schrijven en besmten mArl£>lo/lpn tAr stfimmincr vnor te dra<rf>n.

aan zync mvuviv«v.. 0 —»—

111 hoat-nnnWs van p.ftn 7,Rdftliik lityf.hn.am hebbel net

aiieeu wö -n--- v- o

reert de leden van het zedelijk iigcnaam ter vergadering to roepen en niet, zoo als in casu beweerd werd, ieder lid. Aaist.

• 3392. 2.

Kerkelijke omslag. Kerkvoogden der Hervormde gemeente van Dockum. — Opvordering van gelden eener kerkelijke gemeente — Wettige oproeping van stembevoegden. — Kon. besluit van 12 Dec. 1823, no. 82. — Heffing van omslag.

7iin de tegenwoordige eischers, als opvolgers der oude kerkvoog¬

den , bevoegd en verpligt de gelden, aan de Hervormde gemeente van'Dockum toebehoorende, in regten te eischen? — Ja.

Heeft het reglement, vastgesteld bij Kon. besluit van 12 lec. 1823 n». 83, betrekking hebbende tot de administratie der kerkelijke goederen in Friesland, met 1 Oct. 1869 opgehouden te

bestaan? — Ja.

Is mitsdien de volgens het reglement van 1828 geheven omsug, ofschoon over het geheele jaar 1869 uitgeschreven, slechts o^er drie vierden van dat jaar verschnldigd? — Ja. Kant. Dockum. 3383» 4.

Kerkelijke reglementen. De —. Meng. 3396. 4. Kerkfabkieken. Eene vraag. Meng. 3321. 4.

Kerkorgel. Zie Schuldvordering. 3336. 2; 3318. 2.

Kerkvoogdij. — Gratis procederen. Meng. 3285. 3.

Kers (C.) in cass. 3319. 1.

X r-y • fl 1 QQ11. 9.

KFTTR. Z/ie 1 eituruuj ~

£™rknaer en Comp. Het te 's Gravenhage gevestigd handelshuis

canterende onder de firma —, c„. den Staat der JNederlannen. ti. tt. 3395. 1. (Verbetering. 3396. 4.)

Keuromanie. Meng. 3309. 4; 3313. 4.

l\"pv7EU fïï» E») in cass. «j391. 2.

Kicken (W.) ca. J. Coninx qq. Maastr. 3372. 2.

Kieffer ca. Makelaar. Amst. 3338. 4.

Kien (Mr. N. F. J.). De heer — gekozen tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 3338. 4.

Kind Ontkenning van de wettigheid eens kinds.

De erkenning der moeder, dat zij gedurende een aantal jaren , i—„„ „^fiTonnot, o-eleefd. en dat de geboorte van

ajjescj: ^oor hem is verborgen gehouden, is voor den regter niet

voldoende tot toewijzing van de vordering tot de ontkenning der wettigheid, door den echtgenoot ingesteld. Amst. 32 75. 3.

Kind. Natuurlijk —. Levensonderhoud. — Natuurlijke verbindtenis. Kan de eischer, zijn eisch grondende op een schriftelijk bewijsmiddel , dat bewijsmiddel latende varen, zich vervolgens op een ander bewijsmiddel, in casu den beslissenden eed, beroepen? — Ja.

Is het verstrekken of verzekeren van levensonderhoud 8an een natuurlijk — geene bloote liberaliteit, maar de voldoening aan eene natuurlijke verbindtenis? — Ja. Hof Utr. 3338. 3.

Kinderen (Mr. T. H. der). Verslag der installatie van — als president der beide hoven in Ned. Indië. 3390. 4.

Kinderziekte. Zie Plaatselijke verordeningen. 3398. 2. Kleerenbleeker. Zie Dagvaarding. 33 70. 4.

Klemantaski (L.) c». de koloniale zee- en brandverzekering-maatschappij te Rotterdam. Rott. 3302. 2.

Kloekers (J.) ca. H. Buis. Kant. Assen. 3373. 3. (Verbetering. 3375. 4.)

Kloos en Zoonen (F.). De firma — ca. de firma A. van Stolk en

Zoonen. H. R. 3322. 1.

Kloosterveen en Hijkersmilde. De diaconie der Herv. gem. van

— c». A. Hoogeveen. Kant. Assen. 3368. 3. (Verbetering. 3370. 4.) Kloot (II.) ca. K. Anker A.Hz. Rott. 3329. 3.

Knechts. Art. 1403 B. W.

Is de verantwoordelijkheid der meesters voor de schade, veroorzaakt door hunne —, volgens art. 1403 B. W., eene subsidiaire , d. i. moeten eerst de — worden uitgewonnen, en kan alleen het te kort komende op den meester verhaald worden ? — Neen.

Al. 5 van art. 1403 B. W. is wel van toepassing bij werkmeesters (artisans), die teerknechts (apprentis) hebben, niet bij meesters of bazen, die — in dienst hebben. Amst. 3288. 2. — Art. 1638 Burg. Wetb.

Wanneer de meester van zijn stalknecht vordert een door dien meester van den knecht bedongen aandeel in de stalfooijen, wordt hij niet op zijn woord geloofd, omdat in casu geen sprake kan zijn van loon. Kegtb. Gron. 3288. 3.

Knevelarij. — Bewijs. — Aanwijzingen. — Getuigen bewijs. — Gissingen.

Is, vermits de beoordeeling der kracht van bewijs , welke aanwijzingen in elk bijzonder geval hebben , aan de bescheidenheid van den judex facti is overgelaten, de regter, na opgave van hetgeen door aanwijzingen is bewezen, verpligt verdere redenen aan te voeren, waarom hij die aanwijzingen als bewijs aanneemt? — Neen.

Vordert de wet, waar zij van den ambtenaar straft, dat het aan hem als ontvanger te veel betaalde te zamen opgeteld in 's regters uitspraak worde uitgedrukt; of volgt het gezamenlijk bedrag van dat te veel betaalde uit de in de voorhanden uitspraak bij ieder feit afzonderlijk opgegeven cijfers, zoodat de grondslag ter berekening der boete daarin aanwezig is? — In laatstgemelden zin beslist.

Is het vorderen eener som onder den bepaalden titel als regten eene daadzaak, die door de getuigen kan zijn gehoord en waaromtrent zij stellig konden verklaren? — Ja.

Kan de omstandigheid, dat de getuigen bij het betalen van het gevorderde telkens in dwaling waren gebragt door den besch., wel te weeg brengen, dat hunne latere verklaring, dat zij te veel hadden betaald onder een bepaalden titel, slechts zou zijn eene meening of gissing omtrent het feit zelf dier betalingen? — Neen.

Wordt den regter ontzegd de bevoegdheid om, onafhankelijk vaii en zelfs tegenover schriftelijk bescheid, het bestaan van bewijs door getuigen, bekentenis of aanwijzingen aan te nemen? — Neen. H.R. 3349. 1.

KniJFENGA (J. G.) ca. J. H. Jansen. Kant. Gron. 3387. 4. Knobbaert. Gedachte van den Vlaamschen regtsgeleerde — in 1677. 3295. 4.

I^jjqppers c. s. ca. Rebel c. s. Amst. 3392. 2.

Kok c. s. ca. van Sitteren c. s. Amst. 3344. 3.

Kolonie (Vertrek uit de). Zie Paspoort. 3315. 3.

KoLONiëN (Departement van). De heer L. G. Brocx ontheven van de opdra^t der tijdelijke waarneming van de zaken van het —; tot minister benoemd de heer Mr. F. P. van Bosse. 3275. 4.

Kom der gemeente. Zie Begraafplaats. 3388. 1.

Koop en verkoop. De kooper moet geacht worden met het geleverde te hebben genoegen genomen, indien door den schipper, door hem gezonden, "tegen" overgifte van een volgbriefje, door den kooper geteekend, luidende: «laat volgen aan de R... 10,000 koeken», het geleverde geladen en zonder aanmerkingen of reserves in ontvangst is genomen, ter plaatse, waar geleverd moest worden. Amst.

3278. 3. , .... ,

— De hypothecaire crediteur, die krachtens onherroepelijke volmagt verkoopt is niet verpligt tot feitelijke levering. Winsch. 3305. 2.

_ Gum damar zeilende verkocht zonder morele garantie. Art. 1428

B. W. Amst. 3307. 2.

Wanneer partijen ijzerdraad van verschillende almetingen moeten

geleverd worden en in het algemeen was bepaald, dat de vereischte dikte aan voorafgaande proefneming onderworpen was, kan het toezenden eener partij en het opslaan van dezelve in de werkplaats des koopers de voltrekking van den koop en de verpligting tot de betaling van den koopprijs niet ten gevolge hebben, wanneer de juiste dimensie ontkend wordt, wanneer ook van de afgekeurde partij een gedeelte was verbruikt, en de ged. zweert, dat het verbruikte in overleg met den eischer als proefneming is verwerkt, en hij dit verwerkte aanbiedt te betalen, art. 1499 c.1. 1978 B. W. Zwolle. 3307. 2.

_- Betaling. — Exceptie van onbevoegdheid. - lorum reu — Zaken ! van koophandel. — Art. 3 W. K. — Art. 314 B. R.

Wordt bij art. 3 W. K. het koopen van waren, met het doel om ze te verkoopen, verklaard te zijn eene daad van koophandel, ■ zonder dat daarbij in aanmerking wordt genomen de persoon, van

W1Is het'derhalve voldoende, dat de kooper eene daad van koophandel heeft verrigt, om de overeenkomst te doen zijn eene daad r van koophandel, en om het ter zake dier overeenkomst ontstane treschil te doen zijn eene zaak van koophandel in den zin der wet? — Ja. Leeuw. 3307. 3.

_ Verkoon. — Levering. — Titels. — Gemeenschap.

Volstaat de verkooper van onroerende goederen onacr het 1 ransche regt met de overgifte van de titels, die hij bezitf - -ia.

Is de verkoop van onroerende goederen, behoorende tot eene onverdeelde gemeenschap, door één der deelgenooten nietig ? — Neen.

, —^Incidentele' vordering. - Hoofdzaak. - Art. 249 l. Aanneming van werk. — Vrijwaring. Feitelykpbelssmg.

Ziin do artt 141, 199, 200, 203 en 2-.9 B. R. geschonden, wanneer eene incidentele vordering te gelijk met de zaak ten pnn-

ClPISlede vraag? of df feiten van het doen vervaardigen van eene uniform met bijlevering van laken en andere ^noodlSd^etde°493 le kenmerken opleveren van — en aan de bepiahn„

B W voldoen, dan wel die van aanneming van werk en dus a de vereisehten van art. 1640 B, W. beantwoorden , met der daad ■n afhankelijk van de bedoeling der partijen en uus eene zmve

: 'Ti SinkT wm«. * —"*« - «ao°r h™

bedo

Sluiten