Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d meest ™'OVOi .tre^J£eri i van des vermeenden lijders toestand geeft. Veelal otOipp?" 0 e.^noPtiiei« wordt daarbij in hot 005 gehouden. dictisehe uitspr^k"1011*661^' behelst het nists anders dan eene aP°'

afcevenn?eL"11tijd ?aattu»<ligen, die deze ?e»e«ifcundige verklaringen de insnectin , het ant,W00rd »P ™ag over aan de 162, Aoov verslag 'S 8' ®estlobten vermeld in liun hiervoren aangehaald

attesteiTohip6? ^ee" enke' vo°rschrift, om aan deze geneeskundige

waa«le «» » ^nnen. ^ ™r-

Waarin men , ' r',8fgeVen daarvan onbevoegd den aan het gesticht, waarin men den lnder wil , b ,

Ieder ander is bevoegd H, f f■T °Pnenien ' verbonden geneesheer.

wordt tot het geven v»n r, dlPloma , en mets meer dan het diploma,

ment gevorderd Of „ ? ' °m Z1Jne f?evoI8en 200 gewigtig, docu-

over den vermeenden T'i g66" vemand van psychiatrie heeft, of men

nimmer gepracti^orH i r'' WIens tijdelijke verbanning men adviseert,

dat alles is dpr - heeft, ja, of men hem nimmer heeft gezien,

tentijds verbomen^ onver8cbli%> «n, laat ik het er bijvoegen, mees-

vriiheid v»n • vool\ de autoriteit, aan wie de beneming der

Ziedaa H f • raedeburger wordt gevraagd.

justitie rlip6 ei?0 ^enbronnen der waarheid voor den officier van

President ,r 'et re1uest tot plaatsing zal concluderen , voor den

nrsrm°ir:beschikkenjEn het z«nin<ien ^ e™ige;

onderzoek Li ? tegenover het request geene magt tot nader pet om hii j middel Van cont''ainte om getuigen op te roe-

te doen onder-7n u n* *nclere deskundigen den vermeenden patiënt

weg niet ver ^ ° ln te w'nnen informaties reiken langs dezen

Alles is^ovpiwlntpn'1''6"^6']' om laet dezen toestand vrede te hebben.

autoriteit; en hoe vaal schieten deze^te"kon'w ^ ^

in het spel is , en alles er „n k , , ' aar sluwe misleiding

leiden; hoe vaak verflaauwt de ewSTbukTzii ^ ""f™8", H- *

der rust aanbrengende routine a 1 ' J voor de verleiding

te geleidelijke metamorphose van sommi!!' " ni°' Zelde" ^

eene magtiging tot voori™ • sommige geneeskundige attesten m

Zal men nu met den K 0pnB*?e t0 W«,en"

dat het is in weerwil der hCHNB«voooT kunnen meenen .

welke de wet aanbiedt i WaarborSe» voor de personele vrijheid, %pen, dTe met treew *'J ?°g Wel eens ee"' enkele door laat

Het is mii veeleer i -ln !let «esticht te huis behoort?

niet fréquenter lm e.sn-iP • dat de opneming in gestichten

Ik meen zonder T9'?"9- biiJkt te hebbe" P^ gehad.

het op de wet stp veri rlJvlng de leemten te hebben aangetoond van

tük vL lieverlede zTch he°:derZOe,k T van de dePrak"

ten aanzien der ■ ■ °gen ' ■ zoodat ten slotte de geneesheer

Het is nu dL ' ® gIng Zich als dü !)e^ ex Machina vertoont, tegen de waarborgfn^dTè ' SOdert vviJlen Mr- Betman getuigde

tegen aanranding ril ontwerp dezer wet heette op te leveren

tegen illusie omtrent deP?IT"i-i!" vr'jbeid ' dat hiJ waarschuwde wet wordt vereischt (1) eSterlijke magtiging, zoo als die bij deze

van den schorrv i.'.!,- ^worden; de ervaring heeft de voorspelling erp-mnigen regtsgeleerde niet beschaamd.

Het lacht mii toe to 1 zich in formaliteiten onlosswwfe? "' .]a"ffs welken weg het thans nen worden herschapen ^taatstoezigt in eeu afdoend zou kun-

Ik geloof, dat de we» hiert™

gens de wet bii nir.nnHo.- aangewezen is. Hetgeen thans volHet procureurs-reuue t 'i'"" °es(!biedt, worde verheven tot regel, officier van justitie ° 6 vervani5en door het requisitoir van den

wille; men'bedenke' dat inhete1kbeeld o rUSt' °'n der lieve vrijheids

Wet van 5 Februarij 1838, de TiluL^ant ^' ''/jdfiar i,lgevoer'1e noodzakelijkheid der plaatsing controleert maa^o\'T a"ee" ^

ssh °5rs sr'hT'i:i?tinf ^

justitie de bevoegdheid toe tó kennen fi'^Genève dt n^T' tT

echter S6Ven' ZÜ' ,die Zich Mert0ge" aankan'rTu'nnen6

door den offip'^Tj 'iedenkingen inbrengen tegen het requireren reeds hii d beginsel zijner bevoegdheid hiertoe is immers

de uitbreid!? ^ Van 29 Me' 1841 aangenomen; het geldt dus slechts Er is toepassing daarvan.

den ambtona >Ce' 1-°°r 'e dat den officier van justitie, d. i.

waken, het to'/v'6"- ^ gezet, voor het statutum personale te krankzinnigen .oP»edrag0n °P de opneming van vermeende

delen in zich sluit* °Pdragc tevens de noodige magt tot han-

ten, dat inmeng de, behandeling der wet van 1841 breed uitgemeder lijders is n~mj* 1 „ autor|teit zal afschrikken van de plaatsing meer. Zij zü,, ',?U °S , gesticliten behoeven geene oratio pro domo

Men ka, 1 ' mis'ichie" 'e vol.

vinS. met' naULthr het juridiek gedeelte der krankzinnigen-wetgezondering van verm' Van bet toezigt op de preventieve af-

°ogen zien, jan k;; e®nc e 'Jders, met meer onbevangenheid ouder de

,De ^siderale ,! ^ Van 1841 heeit Plaats S^ad.

ziening in hare vnlJ i tc»enY°ord|ge wet behooren, bij eene her-

IJe waarborg' °'g0rde "'"gekeerd te worden.

aan den anderen kant "i p®.rson,ele vrÖheid eenerzijds , en bovendien krankzinnigen ter «Vi atzonde,'lng ult de maatschappij van wezenlijk staatszorg aangeduid en " ,publl0ke Vöd'gheid, zullen daarbij als Eerst daarna kornJ rl. °P> voorgrond gesteld moeten worden, voor het herstel des Ll ' wetenschaP van het individueel belang,

Plaatst men Mrh J v' ovei-weg"'gdefinitie van art. 1 t^'-r-r,1' standPunt' dan zal men zich haasten de of met juridieke schern>p laPPen: en haai' °f geheel achterwege laten, op elke beneveling van wTV dat ?'ij "iet> gel"k tha"^ andere oorzaken dan ziekte b v vermo^en' oolc ten gevolge van narcotica , slaap als anderz'ins kenschap, gebruik van

aangeeft het criterium van krankzinnigheid ^' C" dU8 inderdaad "iet

'l)it zal al dadelijk gunstig werken T.i, u. -i'

®eer ernst in twijfelachtige gevallen zich zal rekenJh 6 metwat Otttrent den overgang van het normale der ireestp ap./TiUin g6"6" abnormale. geestes-mtmg in het

heidezullV,f n"r;an Vergis6!.ng 0mtrCnt, het befaa» der krankzinnig. Ja«n zulL , natuurlijk verminderen; de eerstvolgende twintig neminn. 1 an wel beter statistieke uitkomst ten aanzien der on

Ik k en ' da" d'e over de jaren 1841 —1861.

Van jusUti'e teiUg t0t 'let re1uireren dei' opneming door den officier /al (jjj ,

dient <3e abspluut ten aanzien van alle krankzinnigen geschieden ? B. w.> |.j'riar'ier van procederen, volgens de artt. 509, 510 , 518 zin) onder ' ' za'iG van krankzinnigheid : ii 1 den engsten en ruimsten blijven ? curatele gestelden en minderjarigen niet behouden te Waarom ten hi

treft hunne 00 .nen aanzien eene uitzondering, voor zooveel bedaarin te zien "ng' verklaar geen nut, maar wel bezwaar queste volgens' 1 ezwaar' omdat de manier van procederen bij re1 eze artikelen van het Burgerlijk Wetboek in praxi

(t) Wetyeving op de krankzinnigen, II, bl. 31»*.

veel omslagtiger en niet meer doeltreffend is dan die volgens de wet , van 1841, en bovendien, omdat zij, als niet bij het Wetboek van j Burgerlijke Regtsvordering geregeld, schier bij elke Kegtbank ver) schilt, waardoor de eenheid in de wijze van onderzoeken lijdt. | Maakt men zich nu eenmaal — door den officier het requireren i der opnemiug van krankzinnigen op te dragen — los van het bij j de wet van 184! gehuldigd systeem, dat de vrijheid-beneming aan ; krankzinnigen een civiel-regtelijk belang is, en nadert men tot het | m. i. juister inziet, dat het veel meer een publiek belang moet | heeten, zoo zal men erkennen, dat het persequeren daarvan niet | afhankelijk moet zijn van den eivielen staat der lijders.

Alleen uit een staatsregtelijk oogpunt is de dwang, deu krankzinnige aangedaan, om tot een gesticht in te gaan en zijne vrijheid op te offeren, als regt te definiëren. Die dwang motiveert zich door het publiek belang, waarmede strijdt de vrijheid des geestes-kranken, zoodra het toezigt zijner omgeving ontoereikend blijft.

De opneming der krankzinnigen raakt vooral den Staat, omdat ze alleen voor hem bestaat als pligt en als regt, dat hij moet doen gelden.

Als nu dit zoo is, dan behoort teil aanzien van alle krankzinnigen, zonder onderscheid van hun eivielen staat, het requireren der opneming regel te worden.

Het ligt voor de hand, dat het requireren der opneming, op zich zelf, geen waarborgen tegen de afzondering van mei-krankzinnicen op zou leveren.

Die waarborg, ik zeide het reeds hiervoren, is alleen te verkrijgen door het onderzoek, tot het requisitoir leidende, zoo naauwkeurig mogelijk te maken. Daarmede moet, het behoeft geen betoog, voor hen, die kennis namen van de beraadslagingen over de tegenwoordige wet, spoed gepaard gaan. Eenvoud en naauwgezetheid zijn derhalve te betrachten.

Hoe dit nu te bereiken? Met het oog op hetgeen de ervaring leert in andere zaken, waarbij dezelfde eischen gelden, geloof ik, dat het onderzoek naar het bestaan van krankzinnigheid bij vermeende lijders in den regel het best en spoedigst ingesteld kan worden door den commissaris van politie in de gemeente, waar de vooronderstelde patiënt zich bevindt, en, waar zoodanig ambtenaar niet fungeert, door den burgemeester dier gemeente. Zij zijn het best in staat om de verhoudingen en omstandigheden van verzoeker en vermeenden patiënt te kennen, of, waar het pas geeft, die na te gaan.

Dit onderzoek zou hun natuurlijk, als bijzonder hiertoe gecommitteerde ambtenaren, moeten worden opgedragen , met anderewoorden. het zou geheel afgescheiden moeten worden van hunne betrekking tot 1 e politie. Den officier van justitie zij de bevoegdheid gegeven om zelf het onderzoek in te stellen, waar hem zulks goeddunkt.

e eenvoudigste wijze tot het aanhangig maken van het onderzoek ware m.i., (at zij, die, volgens art. lo der vigerende wet, geregtigd zijn tot het verzoeken der opneming, voortaan zich regtstreeks wendden tot den commissaris van politie, of, bij diens ontstentenis, tot ulgemees e.r er gemeente, waarin de vermeende lijder zich bevindt en aangifte deden van de feiten en omstandigheden, welke, naar hun oordeel e opneming wenschelijk of noodzakelijk maken, met opgave van het hiertoe gekozen gesticht. iVat betref» minderjarige of onder cura ele staande vermeende krankzinnigen, zou die aangifte in den regel behooren te geschieden voor de eerste door den vader of den voogd, voor de laatste door den curator; en zou bovendien bepaald kunnen worden, dat zij zouden moeten worden gehoord , ingeval de aangifte niet door hen, maar door een ander gedaan ware.

Meerderjarigen, die zich uit hoofde van geestes-krankheid in een gesticht geplaatst mogten wenschen te zien, zouden hiervan eveneens aangifte kunnen doen bij den zoo even aangeduiden ambtenaar.

Wenschelijk komt mij de bepaling voor, dat van de aangifte ter-

S'T\Z r ambts"eed Proces-verbaal worde opgemaakt, en dat dit ook dooi den aangever onderteekend worde

doe^kennet beh°eft<! 8a" COntröle der aangifte heeft

doen kennen, veidient het hooren van getuigen aanbeveling

Men neme er minstens twee, meerdetjarigen , mannen of° vrouwen liefst uit de naaste omgeving of uit de buren des vermeenden patients' Als voorbehoedmiddel tegen misleiding of onwaarheid, konden zij beeedigd worden Hunne verklaringen zouden geverbaliseerd en door hen onderteekend moeten worden.

"ff6 'iet Setu'genVRrhoor meen ik vooral te moeten aanbevelen tpnrl nmt°I * f mede onder eede, des geneesheers, en dat wel uitsluiheeft of r" '8 7' a°en ' °^i_e" wanneer hij den lijder behandeld nomen L™f" ^ ^"'"■nnigheid bij hem heeft waargenoodzakelijk acht ' ° ^ Waarom hij z«ne Plaatsing in een gesticht

zii^Pr In Vferï,°0r-Zal d® ]wetenschaP de rekenschap geven, welke vriiheid tT tPi? ïe''n Uidigd iS' terwiJ' °™' d« individuele waarmpiip ,^'u D°°r dit VerW d* nauwgezetheid,

snrok? v wetenschappelijk oordeel behoort te worden uitge' b®vorderd ■ en last not least zal het bevel tot afzondering omk 1p r*5' Tr f- welenschaP 8ew'ld, ook door haar met redenen w !,? n en' ,?0rS0m• dU verhoor zal aanvullen de leemten van o ns\ei geldend attest. Welligt verheffen zich stemmen tegen dit door mij gewild beeedigd verhoor, en zal men willen beweren , dat het de waardigheid des geneesheers geweld aandoet. Ik antwoord, dat de geneesheer hier èn als getuige èn als deskundige optreedt, en in deze dubbele qualiteit verantwoording zijner bevinding en waarneming heeft te geven, terwijl er geen reden bestaat om, juist in z.00 gewigtig een geval als dit, den gewonen waarborg voor het spreken der waarheid met te vorderen.

Uit naam der 162 bepleit ik het geven van dien waarborg.

net spreekt wel van zelf, dat het verhoor des geneeskundigen geen examen moet wezen , derhalve niet tot eene analyse zijner wetenschappelijke waarnemingen mag doordringen. Zoo blijft, ondanks O" verhoor, het door hem afgeven van een attest noodzakelijk. Ter rlp t der eenvormigheid, dus ter wering van onregelmatigheden in ^c' zou' even g°ed als dit thans is opgegeven voor het nviwA™? 1 equest en het requisitoir, bij de wet kunnen worden awgeduid, wat het attest behelzen moet.

Naar mijne beschouwing, zou het niet meer behooren te bevatten dan de namen des vermeenden lijders, den bij hem waargenomen r,°™ ,Va" krankzinnigheid, de plaats en den datum der afgifte, en de onderteekenmg. Tevens diende bepaald te worden, dat het attest by liet verhoor in tegenwoordigheid van den verbalisant opgemaakt , 'r1 ?rrhandlgd ZaI "'orden, en dat arm den voet daarvan door aatstgemelden op den ambts eed van die afgifte, en den datum,

h'arP Z1iJ P'aatS had' melding zal worden gemaakt. De reden dezer Depaling komt aanstonds ter sprake.

v„n er«7,0rmij'di,n^ Va" het kwaad' nu door het stilzwijgen der wet stelrf'n ! m°gelljk' zou> b'J hare herziening, moeten worden vastge™' : ^ * bet attest niet kan worden afgegeven dan door den dor „f vf' " vermeenden lijder uiterlijk twee dagen vóór dien

ratgnte gezien en geobserveerd heeft; 2'. de afgifte gevorderd zal voorkeur van den geneesheer, die den vermeenden lijder hpf" 1 n -f ^enandelen : bij diens ontstentenis van hem, die den patiënt aa st ehandelde en bij ontstentenis ook van dezen door den niertoe door den betrokken ambtenaar benoemden geneeskundige.

Als aelictum sui generis zou valschheid in de voor den burgemeester 01 den commissaris van politie afgelegde beëedigde getuigenis (waaronder dan ook begrepen zou zijn die des geneesheers) strafbaar dienen

| te worden gesteld. Ten aanzien van de attesten, nl. indien deze slechts | het hiervoren opgegevene behelsden, zou dit niet kunnen vermits zij nimmer een feit, maar slechts eene subjectieve meening omtrent een toestand zouden vermelden.

Hot onderzoek op deze wijze kan niet veel tijd kosten. De wet steile er twee dagen voor, die der aangifte mede gerekend. Uiterlijk ten derden dage na de afgifte zullen dan de stukken in handen van den officier komen. Tenzij hij nader onderzoek mogt noodig achten, kon de wet hem een termijn van 24 uren stellen tot aanbieding der stuiken ^ aan den president der Regtbank met overlegging van zijn requisitoir, of tot opzending daarvan aan zijn ambtgenoot in het arrondissement, waarin de vermeende lijder woont, voor zooveel deze namelijk minder dan zes maanden binnen zijn arrondissement verolijf had gehouden en daar buiten, binnen 's lands, meer dan twaalf achtereenvolgende maanden bleek gewoond te hebben. Dit laatste voorschrift acht ik noodig, omdat het mij in het belang, zoo van den lijder als van diens betrekkingen, toeschijnt, dat de regter zijner woonplaats omtrent de opneming beslisse. Zoo zullen in den regel de stukken van het onderzoek uiterlijk ten vierden dage na de aangifte den president der Regtbank kunnen worden aangeboden. Vereenigt deze zich met het requisitoir, zoo zal gewoonlijk de beschikking nog wel denzelfden dag volgen. Dus zal de decisie in vier dagen tijds verkregeu worden. Zou zij zich onder de bestaande wet gewoonlijk niet langer laten wachten, vooral wanneer de verzoeker buiten de arrondissements-hoofdplaats woont en dus moet reizen tot den procureur, die het request zal indienen ?

Waar razernij of vrees voor verstoring der openbare orde de onmiddellijke opneming eens krankzinnigen vorderen, zou het bij art. 10,1. 3, der wet van 1841 bepaalde toepassing kunnen blijven vinden, maar zou niettemin het hiervoren omschreven verhoor moeten plaats hebben, li venzoo acht ik dit verhoor wenschelijk, waar een vermoedelijk krankzinnige onverzorgd bleek gelaten en geene aangifte van zijn toestand werd gedaan.

Maar hoe . wanneer de officier een nader onderzoek noodig oordeelt? In dit geval zou hem de bevoegdheid moeten worden toegekend, zoowel om zich in persoon van den vermeenden lijders toestand te vergewissen als om een nader onderzoek daaromtrent aan twee door hem te benoemen en te beëedigen deskundigen op te dragen.

Ik hoor mij al toeroepen: de wetensehap verzet zieh tegen het hooren des lijders.

Ik vraag als leek, met alle bescheidenheid, of de in Nederland vermeende krankzinnige kwetsbaarder is dan die in het kanton Genève, wiens verhoor regel is ?

Staan wij nog even stil bij de presidiale beschikking. Volgens de wet van 1841, heeft de president geene andere keus dan tot magtigen of tot *zwarigheid maken.» Ik geloof niet, dat dit goed is, en acht het rationeel, dat hem de bevoegdheid gegeven worde om een nader onderzoek, te weten het hooren van nieuwe deskundigen, door hem aangewezen, getuigen, of wel van den vermeenden lijder (indien deze nog niet gehoord is) te bevelen. Door een nader onderzoek toch is het mogelijk, dat aanvankelijk bestaande bezwaren worden opgelost en het requisitoir worde toegewezen. Hierdoor wordt meer spoed betracht dan bij een beroep op de Regtbank mogelijk is. Het nader onderzoek zou m. i. door den officier en niet bij delegatie moeten geschieden. Van het nader onderzoek zou moeten blijken bij op den ambts-eed opgemaakt proces-verbaal, mede onderteekend door de onder eede gehoorde personen, met uitzondering van hem, wiens opneming het geldt.

Bij verschil tusschen de presidiale beschikking en het requisitoir, geloof ik, dat het, in afwijking van hetgeen thans geschiedt, aan den officier moet zijn overgelaten, of hij de Regtbank van de zaak wil saisisseren. Een termijn van 24 uren beraad lijkt ;nij voldoende. Voor het geval de president geen nader onderzoek beval, en de Regtbank, na diens afwijzende beschikking, hiertoe termen vond, zou zij dit moeten verklaren, en zou het hiervoren daaromtrent aangevoerde ook hier moeten gelden. Een termijn van hoogstens twee dagen voor dit nader onderzoek zal in praxi wel voldoende blijken. In het belang der regtspraak ten deze, behoorden de afwijzende beschikkingen gemotiveerd te worden.

De magtiging tot opneming kon altijd op de minuut uitvoerbaar zijn. Vrijstelling van registratie, zoo van dit stuk als van alle de stukken des onderzoeks, mogt verleend worden, indien men toetreedt tot de meening, dat hier van geene civiele procedure sprake is. De "date certaine» van het geneeskundig attest is genoeg verzekerd door de verklaring des burgemeesters of van den commissaris van politie, hierboven aangeduid.

Opzending der magtiging tot opneming regtstreeks aan den directeur van het gesticht, voor de opneming aangewezen, komt mij regelmatig voor.

Een extract dier magtiging kon dan aan den betrokken burgemeester of commissaris van politie toegezonden worden ter uitreiking aan dengeen, door wien de aanvrage geschiedde, en, bij minderjarigen of onder curatele staanden , aan den vader, den voogd of den curator, of ter executie , waar de lijder onverzorgd bleek.

Behoud der bepaling, dat de magtiging vóór den vijftienden dag na hare dugteekening moet zijn ten uitvoer gelegd en anders als vervallen wordt beschouwd, acht ik wenschelijk.

De magtiging zou door den directeur van het gesticht aan den officier teruggezonden behooren te worden op den dag na hare tenuitvoerlegging, of bij non-executie op den vijftienden sedert hare dagteekening.

Het allergewigtigst bezwaar , dat zich thans niet zelden tegen de uitvoering der magtiging voordoet, namelijk, dat bestuurders der gestichten de opneming weigeren , zoolang niet voor de betaling der verplegingskosten is gecontracteerd, dient opgeheven te worden. Het is in strijd met het gezag, dat regterlijke bevelen hebben moeten. De Fransche wet bevat hieromtrent voorschriften. Dit oeconomiseh vraagstuk dient bij de herziening der wet te worden opgelost. Het gaat toch niet aan de wetenschap door de wet te doen verklaren, dat de opneming der lijders in de gestichten noodzakelijk is en spoedig behoort te geschieden , en haar te gelijkertijd hare hulp te laten afhankelijk stellen van hare verzilvering.

Weg ook, ja vooral hier, met het "virtus post nurnmos»!

De tegenwoordige wet houdt geen toezigt hoegenaamd op de executie der magtiging tot opneming. Dit is bedenkelijk. Het belang des lijders, zoowel als dat zijner omgeving, kan inroeping der autoriteit tot het nemen van gepaste maatregelen vorderen.

Thans is de executie geheel arbitrair, hetgeen wel eens tot expedienten, schadelijk voor den lijder, aanleiding gaf. Aan den anderen kant zou te sterke inmenging van het gezag soms nadeelig kunnen wezen. Ware het niet geraden, dat de wet bepaalde, dat het vervoer van lijders naar gestichten geregeld werd in overleg met den commissaris van politie of, waar deze niet fungeert, met den burgemeester der gemeente, waaruit het vervoer moet plaats hebben, en dezen de bevoegdheid gave daarop toezigt te houden , waar hem zulks noodig toeschijnt ?

Daarmede ware de weg aangewezen en tevens de uitvoering aan het beleid en doorzigt van den toezienden ambtenaar overgelaten.

in het tot dusver ontwikkeld stelsel zou het procureurs-request tot magtiging om den lijder gedurende een' proeftijd in het g.stieht te doen verblijven, niet passen.

De maatschappij heeft bij de verlenging van het verblijf hetzelfde belang als bij de opnemiug in gestichten.

Sluiten