Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Donderdag, 30 Maart 1871.

N°. 5305.

WEEKBLAD YAM HET REGT

REGTSKUNDIG NIEUWS- EN ADVERTENTIE-BLAD.

BRIE-EN- DERTIGSTE JAARGANG.

JUS ET VËRITA8.

Bit blad verschijnt des Maandags en Donderdags, en om de veertien dagen ook des Dingsdags. - Prijs per jaargana f 20 • voor de buitensta f

post met f 1.00 verhooging. — Prijs der advertentiën, 20 cents »er regel. — Bvidrane* n fTa»eo P«

* " </ * -— •> , &/»*., / f unuu uun u,e uiogevers.

HOOGE RAAD DES NEDERLANDEN.

Hnmer vuil Strafzaken.

Zitting van den 31 Januarij 1871.

Voorzitter, Jhr. Mr. B. van den Veldek.

VxasoHEBur. — Vrijsfkaak. — Verbeurdvebklabino. — Aalstekken. — Geoorloofd vischtüio.

Zijn aalstekken oeoorLon ftl uisrhiuia 2 — .Ia.

Is bij vrijspraak ten onregte de verbeurdverklaring van in beslag

genomen aalstekken uitgesproken / — Ja.

, De officier van justitie bij de Arrond.-Regtbank te Leiden heeft zich in cassatie voorzien tegen een vonnis van gemelde Regtbank van den 11 Nov. 1870, alleen voor zoover bij dat vonnis, bij hetwelk de

geicq. ü. van der Aleer, oud veertig jaren, van beroep visscher, geboren te Oudewater, wonende te Woerden , met vernietiging van een vomns van den kantonregter te Woerden dd. 4 Oct. bevorens, was vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten , — evenwel de in beslag genomen aalstekken ten bate van 's Rijks schatkist zijn verbeurd verklaard; de kosten van het geding te dragen door den Staat.

Nadat te dezer zake door den raadsheer Gertsen het verslag was uitgebragt, heeft de adv.-gen. Smits de volgende conclusie genomen:

Edel Hoog Achtbare Ueeren, President en Raden! Hoewei de gereq. bij het beklaagde vonnis is vrijgesproken, is echter m. i. de heer req in zijne voorziening ontwijfelbaar ontvankelijk. Blijkens de acte van cassatie toch, betreft die voorziening niet de vrijspraak, maar is beperkt tot de verbeurdverklaring der aalstekken, bij gemeld vonnis uitgesproken , en deze verbeurdverklaring is voorzeker als eene straf aan te merken.

De heer req. acht door de verbeurdverklaring geschonden art. 1 otrafvord. en verkeerd toegepast art. 456 der jagtwet.

De Regtbank grondt de verbeurdverklaring op art. 45 voormeld Is de uitspraak juist, dan had, geloof ik, dat artikel, naar aanleiding van art. 156 der Grondwet en art. 211 Strafvord., textueel in het vonnis moeten zijn opgenomen , hetgeen niet is geschied; men vergelijke het arrest van den Hoogeu Kaad van 19 Dec. 1860 (v d Honert, Jagt en Visscherij, d. VI, bi. 174, Ned. Reqtspr., d. 66 ' bi. 315).

Er is hier geen sprake van ongeoorloofd vischtuig. Ware dat hier gevestigd, dan zou de verbeurdverklaring, ook bij vrijspraak, niet alleen op de wet zijn gegrond, maar had ook de vernieling, ingevolge art. 47 der jagtwet, moeten bevolen worden. Nog niet lang geleden werd dit door dezen Raad beslist, en wel bij arrest van den 17 Mei ls 70 {Ned. Regtspr., d. 95, bl. 67).

Ofschoon daaromtrent niets in het beklaagde vonnis wordt aangetroffen , veronderstel ik , dat de algemeenheid der bewoordingen van art. 4 5b der jagtwet de Regtbank heeft geleid tot de verbeurdverklaring van het geoorloofde vischtuig. Bij dat artikel wordt bepaald, dat ten behoeve van 's Rijks schatkist is verbeurd b. o. a. het vischtuig, in het bezit van iemand, visschende in gesloten vischtijd.

Hoewel nu niet bewezen is, zoo kan Ha Hecrth.nlc irer«deneerd

hebben, dat de gereq. de persoon is, die heeft gevischt, en deze dus moet vrijgesproken worden, is het vischtuig toch in het bezit geweest van iemand, die in gesloten vischtijd heeft gevischt; en welke die persoon is doet niets ter zake, daar geene acte of vergunning het visschen in gesloten vischtijd kan geoorloofd maken. De verbeurdverklaring is dus in overeenstemming met de woorden van het artikel, n dat geval zoude echter iets uitgemaakt hebben moeten zijn, wat ^ ,Ul beklaagde vonnis niet is geschied, namelijk, dat de verbeurd verklaarde aalstekken in het bezit zijn geweest van iemand, wie dan ook, die in gesloten vischtijd heeft gevischt.

„ ^ twÜfel er echter aan, of bovenbedoelde redenering wel juist is. reirel^air6'^?""*' t0C'1 '8 eetle stra^> en za' als zoodanig, in den misdriif tTH* -"nnen worden uitgesproken bij veroordeeling wegens de jagtwet van daaromtrent a"ders heeft bepaald. Onder

verklaring van iae-t . &e®ne quaestie uitmaken, dat verbeurd-

Art. 44 toch dier wetenthrsuhtuig alleen TrÜstond biJ veroordeeling. dige jagtwet, luidde: ^ Boven IÜTT?" d°or "rt- 45 der tegenwoorvischtuig enz., ten behoeve van • h l e"

dier wet van 1852, handelende oTefJverhnl \Ve t.' 10 "'"j® de veroordeeling beveelt de regter de vernid'inf N TrÏTt i uit de geschiedenis van het teger

het ongeoorloofd jagt- en vischtuig lê^and^T"'^ TT vei-Vi„«: • 1- .1 . j ren. en de verbeurd¬

verklaring en vernieling daarvan te doen gelasten, ook bij vrijspraak

en ontslag van regtsvervolging (men vergelijke daaromtrent het reeds

ermelde arrest van 17 Mei 1870 en de daarbij afgedrukte conclusie);

er is geen spoor voorhanden, dat men ook omtrent het geoor'

°Dl e iagt- en vischtuig die wijziging heeft willen invoeren.

Wooa?ren'J0ven voorzien zoowel de jagtwet van 1852 als de tegen-

het omtl'ent de geoorloofde jagt- en vischtuigen in gevallen als

onderhavige.

metestfdtoch, dat uitgemaaktware.dat er door iemand was gevischt eenom" slelcken in besloten vischtijd, en dat de aalstekken in beslag soon die waren' 'erwijl, zoo als in casu, niet bewezen is, dat de perovertrpdprW>?"ejS dit misdrijf vervolgd wordt, de dader is, dan is de teeenwnr,,-,!; 'J . re8ter onbekend. Maar nu schrijft art. 46 van de voor It r^afWet,-geheel gelijkluidend met art. 45 der vorige, gelaten „.ur en v'sc''tuigen, door onbekende overtreders achterspraak!' 's RÜks «ehatkist (dus zonder regterlijke uitpraak), lngeval Z1J met binnen den ^ ^ drie jareQgdJnll zijn

teruggevorderd door a:~ i_ .

„ u , .. » U4° oewiist, aat zij nem ontstolen of

^Lw» J-el en ?jn- Dit artikel «gelde dus de toekomst van het te nas EvenminT '"'t ' e" daarom kwam verbeurdverklaring niet IrtTfi' ,1 k8° lk met de memorie, met het oog op gezegd d8t de teru8Ka'e van het tuig aan den eigenaar

laSSrtL-ïlSïsrs?.»« '"«">»

isSii

schriften van da^" "X f® W?rd' bePaald' dat' in st"Jd de voorregters worden « J* " eslaS genomen voorwerpen op bevel des hebbende maar gfeSeTen> nl« aan den eigenaar of anderen regtthans niet ™eriteeren. " Vr°egeren in Welk g6Val

verILSnJ\eae„r'hetmbëklaaeëdehver ?r0C-8eD- te co.nclude'«

, ? ë . V oesiaagde vonnis, voor zoover daartegen het

er geene termen6 gerigt;.en dat de Ho°^ R"ad za' verstaan, dat besfag nenomen Z'JD °m de verbeurdverklaring van het in

den Staat? 8 "" 'C 8preken ' de kosteD te d"gen door

De Hooge Raad enz.,

memor'e,' door den req. ingediend, houdende één ^ssinTvaTa8n. V5f ' S'rafvord.,^en verkeerd

n o*\ « a ^ L-. .. — yan aen iö üunij 1007 izstol.

" h w' "p 4 ] 1Jf vriJ"Pyaalc geene verbeurdverklaring van het aangehaalde geoorloofd vschtnin- , ^ .

ken. maar de tarn».™ """ WOrUen "'Wo-

had moeten ziin bellen - uen elgenaar ot «gtnebbende

eene stnl-'' ' ^' gens art' 11 Strafregt, verbeurdverklaring is

0., dat een vonnis, waarbij straf wordt uitgesproken, in zooverre

O., dat bii ffevolff de ffftwnnn wAn : ; • _ i <•

' •» ° o - »wurziieuiijg in cassatie, zoo ais aie

ten deze door het Openb. Min., beperkt tot dat gedeelte van het

vonniH is ïrxrAfit.Alrl is nntvonlrxiui. .

O. ten aanzien van het, vnnrtfPctoM^ .

^ — —.8vB,v,uo uuuuci van uassaue:

dat de 2erea. in eersten nanlno- — u«

0 a roi aaiwe, unt uij

op den 15 April 1870, onder de gemeente Woerden, in eens anders vischwafcer heeft. o-Avisp.ht. mot n«lct( j. • _

, Awuuer valt ue vereiscnie

acte of vergunning van den eigenaar of reothehhenHo « H.t

water voorzien t« v.iin t.«ti * j ... . . ,

- V— > uw met vciwuuu te iieDDen, aaar hu, op de nadering van ri«n x _• 1 •• . .

heeft eenomen • ^ cu vissuuery, ae viugc

dat het veroordeelend vonnis van den kantonregter te Woerden is vernietigd bii het beklaAmiff vnnnïc «mr.„i.:: ,j„

ken op grond, dat noch' wett^noch bewe^"^ hn de nersonn was rravionkf k.j i_.. i '

_ — , —w 6v..0vuv iijju cii ueiseura was :

dat echter bii het beklaAcrria vnn nio rla im kan1nra . ï , < i

» -—o— — «w ^öiaj; gciiuiuöu aaisceKKen

zijn verbeurd verklaard;

V., dat, blijkens het in dat vonnis aangehaalde art. 45 der wet van

dpn lS.riinii Is'*? *»o otv i ,

, , * v -■ u •""" otvecvjo wiucci uic vei ueuru

VOrt lürinr» havnn 1 „ 1 i . . . . ...

■ «■•kiiutuL UOICU HiUUUSlUir znildft Vinrton .Tl r»omal,l .

- « o ' »u guiueiu ai UA.C1,

U" dat ten deze geene sprake is van ongeoorloofd vischtuig, zoodat alleen bedoeld kan zijn litt. b van gemeld artikel;

0., dat bij die litt. b de verbeurdverklaring van geoorloofd vischtuig alleen wordt voorgeschreven, ingeval het in bezit is gevonden van iemand, visschende bevonden in gesloten vischtijd, of zonder de vereischte visch-acte;

0. dat noch het eene, noch het andere van deze vereischten bij het beklaagde vonnis als bewezen is aangenomen, daar het vonnis zich omtrent de feiten niet uitlaat;

0., dat reeds om die reden geene verbeurdverklaring te pas kwam •

O. daarenboven , dat art. 45, litt. 4, moet geacht worden te veronderstellen, dat het geoorloofd vischtuig in het bezit zij gevonden

vnn ïpmund rlla t j • •" .

"cgciis vis&cuerij'UTci iireuing, waarop verbeurdver-

klaring mede bedreigd is, wordt schuldig verklaard, en te dier zake

wordt VPrnnrrloalrl I—.

. «wiu nut gwuuuoic i

0. toch, dat zulks moet worden afgeleid uit de plaatsing van art. 45, onmiddellijk na de artt. 40 tot en met 44, allen handelende van veroordeeling tot boete, zoodat het dan, volgens art. 45, waarin geene melding wordt gemaakt van vrijspraak of ontslag van regtsvervolging, geacht moet worden in dezelfde orde van denkbeelden te zijn opgesteld , en alzoo te handelen over verbeurdverklaring, als straf toe te voegen aan die van de opgelegde geldboete;

0., dat deze opvatting bevestigd wordt door de redactie van art. 45 zelf , in welks vijfde en zesde zinsneden wordt gelezen : »de veroordeeling* en *de veroordeelde»\

0., dat de speciale bevoegdheid, bij art. 47 den regter gegeven ten aanzien van verboden jagt- of vischtuig, ten deze, waar het geldt geoorloofd vischtuig , buiten aanmerking moet blijven , zoodat hier , na de vrijspraak van den gereq., het geval aanwezig is, bij art. 46 dier wet voorzien, wanneer namelijk vischtuig door onbekende overtreders is achtergelaten, hetwelk niet behoeft te worden verbeurd verklaard, miar aan 's Rijks schatkist verblijft;

().. dftt hil crfivnlfr hii h«t holrlaacrdf» vrinnic , •• .

' — -v o >-> "v uuuucuue vr ïjspraaK ,

ten onregte de verbeurdverklaring van de aalstekken is uitgesproken,

fiTI Al7.n0 hflf nonirounar in van naoaafin 1

^ AAAAIAVAW ' "*• VMBaatiC la gegrond ,

Vernietigt het hp.lcInncrdA vonnis doch nlloon .J Uii J.

o- üuuvonc uttaruij ue

m beslag genomen aalstekken ten bate van 's Rijks schatkist zijn ver-

beurd verklaard • d O lrnotan in n«...ll 1

den Staat ' *" govaxieii, ie aragen door

Zitting van den 14 Februarij 1871.

Nachtelijk en verstorend bubengerdcht.

Is het voor de strafbaarheid van nachtelijk en verstorend burenqerucht een vereischte, dat worde te last gelegd en bewezen dat werkelijk de rust verstoord is ? — Neen.

H' .®aben,' oud een-en-vijftig jaren, van beroep schuitenvoeraersknecht, geboren en wonende te Amsterdam, heeft zich in cassatie voorzien tegen een vonnis van de Arrond.-Regtbank te Amsterdam en ec. 1870, waarbij, met veroordeeling van den app. ha«r^ v '^ï" f w et ■ '1°°^er beroep gevallen, des noods invordervan hAf «P 18 ev,e8tigd het vonnis van den kantonregter

„ N ® e kanton van het arrondissement Amsterdam van den ü T°nSi WaarbJJ ' regt doende op verzet, de nu req. is waarH , aau ,het verwekken van nachtelijk burengerucht,

Trn« I 6. rU ,1 lngezetc"en gestoord werd , gepleegd onder wet Dirfh aanleiaing geven het maximum der bij de

wet gestelde geldboete en gevangenis-straf op den ged. toe te passen;

!rf ?«n f s q' "?et toePa881ng van art. 479 principio en n». 8, t. 480, n . 5, Strafregt, en art. 1 der wet van 22 April 1864 (Stbl. n0. 29) , is veroordeeld tot gevangenis-straf van vijf dagen en geldboete van f 7.50. met her,.!!™ ,i:„ V B en gela

, - . ,—r—•& . uio wcic , umnen iwee maan-

den na aanmaning niet betaald zijnde, zal worden vervangen door gevangenis-straf van drie dagen, en in de kosten, op het verzet biThet'"vo"16' 'nis'andhoudfDS der solidaire veroordeeling in de kosten, derbaar bij "lijfsdwang" g6wezen ' "«gesproken; de kosten invor-

Nadat was gehoord het verslag van den raadsheer Gebtsbn, heeft de adv.-gen. .Smits de volgende conclusie genomen:

Edel Hoog Achtbare Eeeren , President en Raden ! Het cassatie middel , tegen het beklaagde vonnis bij memorie aangevoerd heet • schending of verkeerde toepassing van art. 4 79, 8"., C. P in verband met artt 253, 223 en 234 j0. art. .1 Strafvord. op grond datln de introductieve dagvaarding den req. was ten laste geltdTldat zH tezamen enz. zoo luid hadden geschreeuwd, dat daardoor de rust der inwoners kon gestoord worden.*

Dit zoude volgens den req. geene overtreding zijn; de mogelijkheid van rustverstoring zou niet strafbaar wezen, maar de rust Zou

puteerd m°eteD ^ g6WeeSt' 60 dat feit ook biJ dagvaarding geini-

Tot oplossing van dit middel, meen ik te kunnen volstaan met te verwyzen naar uw arrest van den 16 Dec. .851, v. D fl ° Strafreqt van dat laar II M oü »?. / t. ' T. ' £RT >

waarbij, in overeen tem^T, ™ 1'Zl ^ 40, bl. 272,

Hof van cassatie, werd nagemaakt dat hrtZr, ^

479,.... K, 3K5EJÜ5

- feV/"WAVAOU.

„eitdVwn aaQ beh0e,ft 00k niet meer b'j de dagvaarding ten laste gelegd te worden , en ik acht daarom het middel ongegrond.

8tr»f J? Is.fecl?ter biJ het vonnis veroordeeld tot eene gevangenisstraf van vijf dagen en geldboete van / 7.50. Deze cumulatieve °P*6geine van eevanpenia-strAf on ^

- . . " , öwvAuwctc is iu striju met uwe

aa^h-d

; ro~7' ^ x - > sud nü. daarop gegrond, dat in art. 480 niet voorkomen de woorden »de plus- of -outre 1'amende» welke wn wel vinden in de nrtt J Ti. ar. AtC. .1 1.

f" dat. > al m°ge dit verschil hetzij eene inconsequentie, hetzij een kennelnk verzu m des ' J

- . . . , , ue strairegter nogtans

niet bevoegd is om in het nadeel van beklaagden zoodanig gebrek

,1°°r aanVU"ing van het ziJn °°g daaraan ontbrekende

Op dezen crond hph ilr j. ,

. ■ , , —. — w j uauicus aen neer proc.-cen..

te concluderen tot vernietiging van het beklaagde vonnis, doch alleen

™°IA zooyee.1. de veroordeeling tot geldboete met de daarbij behoorende subsidiaire ffevanp-eniK-Kfrof ... • , ,

var. oi v,„4. ° «n met m-stana-nouamg

cassatie ^ev»Ilm" Veroord^-g van den req. in de kosten, in"

De Hooge Raad enz.,

Gelet op het middel van cassatie, door den ren. u:;

memorie: schendinc of verkAPrd» tnonoeoinr» < >»n

# -o - öiu nu. ö,

r- • "1 verband met de artt. 253, 2ï3 en 234 j". art. 1 Strafvord

rimAa*- linf » 1 1» 1 1 r> ■. . . .. '*

7ul" ucm LCU geiegae ieit, zoo als het bij de inleidende daevaardin? was omsehrpvAn m'ot Hoo-otnU

- . ^ - i > "*« * uc uvcrireuing , waar¬

aan hij is schuldig verklaard, daar de dagvaarding wel inhoudt ,

dat dorvr Vl of rroc/i^nnmif J_ » 1

uv, 6w^aaaCCUv» cuï. ue rust uer ingezetenen kon gestoord worden , maar niet, dat die rust werkelijk is gestoord, geworden; (Jverwe.np.nda tpn nonvion vo*. I.nt j . • i «^

— "cv 'wigcsieme mmaei van cassaue,

dat de leq., met nog een ander persoon , was gedagvaard voor het Kantoneereert van het eerstp kanfnn ,„irü

O O- L*/ AAAÖLC1 uaui , LCi

zij te zamen, in den nacht van 23 op '24 Julij 1870. ongeveer ten

AAn 11VU nn rlnn TT - . 1 ... , , i i

~w" vuuo/djus» v oorourgwal bij de lüaauwiaKensieeg,

zoo luid hebben getwist. n»u>hniii« •.Tird rlnf. dn*rdr»r»i.

de rust der ingezetenen kon worden verstoord;

u., aat die aizoo omschreven ten laste gelegde daadzaak daarstelt

dA. nolitiA.nvprf r#»dir>rr Trrr*« v.*^ : l:: » * nc\ nll o c . n

— r—»» nooncgcu ib vuurxicii uij ait> u . o, otrai-

regt, met name het verwekken van nachtelijk burengerucht »bruit ou

wii vciBiuriiJg vau ue rust uer uiwuiiers ^iroublant la trannnillitp dpa haKifonfc.\ . A„t- t™h Aa a~ j

- j——— "nuimiiuj f uab twu «ö uv ""o"1» iu uv uagvaar*

ding, dat het in den aangeduiden nacht, op de aangewezen plaats twisten , schelden en scheeuwen zoo luid was, dat daardoor de rust der

ingezetenen kon wordpn VArctnnrd unlHnonrlo onnurnnt

1 'A ,7- , t: , —w «v«AA.v1JOL ue maie van

luidruchtigheid, welke daaraan werd toegekend, door welke aangewezen hoedanigheid het nachtelijk burengerucht niet anders kon ziin dan rustverstorend voor de inwoners { dat het plegen van zoodanig

Sluiten