Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dien koop, in het laatste gedeelte van dien — vermeld, al

moge judiau op zich zelf zijn bewezen het feit, dat werkelijk 10 balen bloem, afkomstig van hem, die den beklaagde dien — had opgedragen, in Mei 1871 ten huize van den beklaagde zijn bezorgd. Rott. 3516. 3.

Eed. Zie Arbitrale uitspraak. 3447. 1; — Bewijs. 3462. 1 ; 3478. 4; — C'onsignatiën. 3473. 3; — Getuigenverhoor. 3431. 1; — Huur en verhuur. 3503. 3; 3509. 4; — Koop en verkoop. 3462. 2; 3476. 3; 3492. 1; — Overeenkomst. 3517. i; — Rekeningcourant. 3474. 3; 3478. 2; — Scheidsmannen. 3476. 1.

Eeghen (C. P. van) ca. A. Prins. Noordh. 3444. 2.

Eenzam». opsluiting. Zie Gevangenis-straf. 3519. 4; — Straffen. 3477. 2.

Eerbaarheid. Aanranding der —.

Is oiet elke handeling, tegen iemands wil jegens zijn ligchaam ondernomen, die uit haren aard het gevoel der natuurlijke schaamte moet kwetsen, eene aanranding der —? Ja. H. R. 3420. 2.

— Feitedjkheid tegen de — van een persoon van het vrouwelijk geslacht, met gewelddadigheid uitgevoerd, onder Lijstand van een persoon.

Moeten de feitelijkheden, waarvan ten (leze sprake is, als met gewelddadigheid uitgevoerd, worden gequalificeerd als gewelddadige aanranding der —, en niet als openbare schennis der —, zelfs al mogten de vereischten van dit laatste misdrijf hier aanwezig zijn? — Ja.

Is de medepligtige door het verleenen van bijstand volgens art. 333 Strafrcgt evenzeer als de hoofddader schuldig aan de misdaad van gewelddadige aanranding der —, met zijn bijstand volvoerd of ondernomen? — Ja. H. R. 3520. 1.

Effecten. Zie Terugvordering. 3471. 2.

Egendam (J. M.) in cass. 3418. 2.

Egly (J.) of Egli in cass. 3415. 1.

Egypte. Goedkeuring door den Sultan van Turkije van het ontwerp betredende de consulaire regtsmagt, door den Onderkoning van — aangeboden. 347/. 4.

— De voorgenomen hervorming der regtsbedeeliug in —. 3485. 4.

Eigendom. In zake van eenvoudige vrijwaring wordt voor den waarborg, die zich wenscht te voegen en met den gewaarborgde den oorspr ,nkelijken eisch gemeenschappelijk te bestrijden, geen vonnis vereiseht om dien stand in het geding te verkrijgen.

In <;ene verordening van Gedeputeerde Staten kan geene aantasting van den — zeiven met regtsgeldig gevolg geschieden of nader geboden of geoorloofd.

Het zich begeven op eens anders grond en het aanslaan van een peiltees;en in eens anders gebouw tegen den wil des eigenaars is geene beperking van dezen in het gebruik, door hem van zijn — te Ui..ken, maar eene aantasting van dien — zeiven. Geld. 3466. 1.

— Verjaring. — Dertigjarig bezit. — Opvolgend bezit. — Terzake dienei.de en afdoende der gestelde daadzaken. Winseh. 3505. 2.

— Heer.jjkheid Dinther. — Uitgifte van woeste gronden. — liegt van ï.aakteu of blooten —. Gebruik. —- Sententia declaratoria. — Ontzegging der vruchten. — Compensatie van kosten.

Waren oudtijds de eigeuaren van de grondheerlijkheid Dinther °°k 'agenaren der noeste gronden? — Ja.

Zijrj de tegenwoordige eiscbers hun in dat regt van naakten of blooten der woeste gronden en ook van het perceel in quaestie opgevolgd ? _ ja_

Heelt de gemeente Dinther dus ten onregte over het — des eischers beschikt ? — Ja.

Behoort aan de ingezetenen van de gemeente Dinther het onbeperkt regt van gebruik der woeste gronden, en moet mitsdien dat gedeeite van den eisch, waarbij de eischer de vruchten dier gronden vordert, worden ontzegd? — Ja. 's Bosch. 3509. 1.

— Actio negatoria. — Onsplitsbaar aveu. — Art. 671, al. 2, B. W.

Moet hij, die de actio negatoria instelt, bewijzen eigenaar te zijn? — Ja.

Is dat eigendomsregt bewezen door een authentiek uittreksel der koop-arte, "wanneer partijen, noch bij het opmaken van dat uittreksel voor den notaris en getuigen , noch bij eene onderhandsche verklaring, op dat uittreksel gesteld, hare toestemming hebben gegeven, dat de overschrijving der acte overeenkomstig dat uittreksel zou geschieden? — Neen. Zutph. 3532. 2.

— Zie Afscheiding. 3475. 3; — Heining. 3527. 2; — Houthak. 3461. 1; — .7agt. 3412. 1: •— Koop en verkoop. 3501. 2; — Lernstersluis. 3442. 1; — Muur. 3443. 2 ; — Onteigening. 3451. 1; — Feilteekenen. 3511. 2; — Registratie. 3476. I; 3487. 3; 3516. I; — Sloot. 3408. 2; 3512. 1; — Verkoop. 3405. 1; — Vrijwaring. 3457. 3; — Waterleiding. 3528. 3; — Waterleidingen. 3430. 1 ; — Wegen. 3436. 4.

Eindhoven en Zoon. De firma — ca. J. YV. de Groot. Zwolle, Overijjs. 3514. 2.

Eisch (Verandering van). Zie Aanneming. 3530. 1 ; — Erfdienstbaarheid. 3439. 3.

Eitje e.m Comp. ca. de Ilollandsche ijzeren spoorweg-maatschappij. Amst. 3502. 4.

Eibers (E.) ca. de firma J. en N. Verburgt. H. E. 3414. 2.

Ellinckiiuysen (P. M. H.) c. s. ca. G. W. H. G. Houtman qq. Zuidh. 3514. 1.

Eltzbacher en Comp. ca. de Tweede Associatie ter zee-assurantie. Amst. 3455. 3.

Elzen (A. van den) in cass. 3437. 2.

Emans (VV.) c. s. ca. J. de Winter c. s. en M. Emans c. s. Geld. 3457. 3.

Embreciits (Mr. F. E.) ca. de weeskamer te Batavia qq. H. Ger. Ned. indic. 3483. 2.

Emmenk (p.) ia cass. 3422. 3.

— Het Openb. Min. ca. —. Drenthe. 3508. 1.

Emolumenten. Zie Griffiers. 3444. 3; 3446. 3.

Emond 'E. A.) in cass. 3434. 2.

Endossement. Zie Koop en verkoop. 3420. 2.

— Zie voorts Wisselregt.

Engel (T.) ea. de wed. Th. D. Engel c. s. Amst. 3503. 3.

Engelasd. Zie Bnttannië (Groot-)

Enquête Zie Huur en verhuur. 3456. 2.

Enquête valetudinAIRE. Zie Scheepsverklaring. 3486. 2.

Enschuï (F. P. G. d'Achard van) in cass. 3506. 1.

Enters (L. H. H.) in cass. 3433. 3.

Entrée-'jeld. Zie Schadevergoeding. 3522. 4.

Esp (Ei^en). Begrip van —. Zie Plaatselijke verordeningen. 3452. 2.

Erfdeel Zie Boedelscheiding. 3516. 3.

Zie voorts Nalatenschap, Testament.

Erfdienstbaarheid. Tot het instellen der actio negatoria is rioodig aanmatiging van — door handelingen der wederpartij.

In de ten deze gepleegde handelingen niet gelegen aanmatiging van van weg, rijpad, dreef of voetpad.

Voor de actio negatoria is in deze te minder grond aanwezig, omdat bedoelde erfdienstbaarheden niet kunnen worden verkregen door verjaring. Zuidh. 3428. I.

Servituut. — Sententia declaratoria. — Vermeerdering van eisch.

Heeft de eischer door zijne nader genomen conclusie den eisch verminderd of veranderd? — Ja Regtbank. Neen Hof.

Hei.it de eischer eene nuda sententia declaratoria van den regter gevra&^i, toen hij vroeg, dat hij zoude worden geregtigd verklaard om door een riool water en vuilnis te doen uitloopen,

en dat de gedaagde veroordeeld zou worden om dat gebruik te gchengen en te gedoogen, alsmede om, binnen drie dagen na de beteekening van het vonnis, de in het bewuste riool gemaakte belemmeringen weg te nemen, en zulks al neemt men aan, dat de gedaagde het servituut van den eischer in de dingtalen erkend, doch ontkend heeft eenige belemmeringen te hebben aangebragt? — Ja Regtbank. Neen Hof. Zier., Zeel. 3439. 3.

Erfdienstbaarheid. — Heerschend erf. — Verandering van de gesteldheid der plaats. — Benadeeling. — Bewijs. — Art. 739, tweede lid, B. W.

Heeft de eigenaar van een heerschend erf, bij verandering van de gesteldheid der plaats, geschied door dien van het dienstbaar erf, herstel in den vorigen toestand vragende, niet alleen te bewijzen de verandering, maar ook de benadeeling ten gevolge dier verandering? — Ja. H. E. 3444. 1.

Erfenis. Zie Registratie. 3476. 1.

Erfregt. — Wettiging. — Tweede huwelijk. — Voorkinderen.

Behooren per rescriptum principis gewettigde kinderen, naar analogie van artt. 332 en 333 B. W., in de erfopvolging van hunnen vader dezelfde regten te genieten, alsof zij uit een huwelijk waren geboren ? — Neen.

Strekt de beperking van art. 949 B. W. tot bescherming van de regten der voorkinderen? — Neen. Amst. 3503. 3.

Erfregten. Verkoop van — in eene nalatenschap, waartoe onroerende goederen behooren. —Vordering tot geregtelijke waardering. Almelo. 3484. 1.

— Zie Hypotheek. 3505. 1 ; — Schadevergoeding. 3454. 1.

Erfscheiding. — Eisch tot bepaling van tusschenruimte tusschen twee

erven. — Sententia mere declaratoria. — Onbevoegdheid des regters.

Moet de bloote vordering tot bepaling van eene tusschenruimte tusschen des eischers erf en het op dat des gedaagden op te rigten gebouw, bestemd voor een stoommolen, op grond, dat de bestaande tusschenruimte niet groot genoeg is om eventuële hindernissen uit den weg te ruimen, als een eisch tot het verkrijgen eener sententia mere declaratoria worden beschouwd, waarvan de kennisneming de bevoegdheid des regters overschrijdt? — Ja. Hof van just. Cur. 3479. 3.

— Zie Afscheiding. 3475. 3.

Erkentenis. Zie Echtscheiding. 3463. 3; — Koopmansboeken. 3452. 1; — Onteigening. 3451. 1.

— Zie voorts Bekentenis.

Ermerins (Mr. B.) benoemd tot subst.-griffier bij het Proy. Geregtshof in Zuidholland. 3440. 4.

— Verslag zijner installatie. 3456. 1.

Es en Comp. (P. A. van) ca. W. A. Fuchs en Comp. H. E. 3453. 1.

Evertsen (J.) ca. j. J. van Es en J. Swagers. Eegtb. Utr. 3517. 2.

Exceptie. Art. 1954 B. W., artt. 160, 161 B. E.

Het feit, dat aan de nienwe vordering ten grondslag wordt gelegd, moet bereids bij regterlijk gewijsde beslist zijn, om het tweede vereischte voor de — van gewijsde zaak («dezelfde oorzaak») aanwezig te doen zijn.

Indien de verweerder van het regt om bij de door hem voorgestelde peremptoire — te persisteren, geen gebruik maakt, maar daaraan de verdediging ten principale heeft toegevoegd, kan zoowel over de — als over de hoofdzaak bij eene regterlijke uitspraak worden beslist. Noordh. 3433. 3.

— Eiceptio plurium litis consortium. — Bewijslast. — Principale verwering. — Splitsing van bekentenis.

Rust bij de exceptio plurium litis consortium de bewijslast op den gedaagde, die zich op het feit beroept, dat den grondslag dier

— uitmaakt? — Ja. H. E. 3477. 1.

— Gewijsde zaak. — Verjaring. — Stilzwijgende berusting. — Eekening.

Kan het vonnis, waarbij eene — is toegewezen, worden ingeroepen als grondslag eener — van gewijsde zaak tegen den eischer, die zijne oorspronkelijke actie op nieuw instelt? — Neen. Arnh. 3481. 1; 3482. 1.

ExcEPTiëN. Het Vaderland over de — en uitstellen in onze burgerlijke processen. 3473. 4.

— Onze regtspraak en de —. Meng. 3475. 3.

— Zie Aanbesteding. 3471. 3; — Berusting. 3413. 1; —Borg. 3523. 3; — Cassatie. 3487. 2 ; — Hooger beroep. 3449. 1; — Kerkelijke omslag. 3461. 3; — Koop en verkoop. 3514. 2; — Onteigening. 3450. 2; — Overeenkomst. 3195. 3; — Rekening en verantwoording. 3467. 1; — Schorsing. 3533. 1.

Executie. Zie Beslag. 3501. 2; — Hypotheek. 3414.2; 3502. 2;

Tenuitvoerlegging. 3508. 3.

Expediteur. Zie Schadevergoeding. 3418. 1; — Vervoer. 3411. 2.

Expertise. Zie Schadevergoeding. 3471. 4.

Exploit. Over de vraag, of, ingeval een — gedaan moet worden aan meer dan één belanghebbende, voor die verrigting, ingevolge art. 1 der wet van 28 Aug. 1843 (Stbl. no. 39), zooveel maal f 0.50 of f 0.75 in rekening mag worden gebragt als er belanghebbenden zijn, aan wie de beteekening geschiedt, onverminderd de kosten van elk afschrift en van afstand, volgens de berekening van art. 4, zoo daartoe, bij het doen van hetzelfde — aan meer dan één persoon, termen zijn. Circ. van den min. v. Just. 3480. 4.

— Zie Dagvaarding. 3485. 4; — Deurwaarder. 3517. 4.

F.

Factuur. Zie Consignatie. 3427. 2.

Faillissement. — Accoord. — Homologatie. — Verzet. — Preferente schuldeiscbers. — Borgtogt. — Hooger beroep.

Is hooger beroep toegelaten van een vonnis, waarbij ten nadeele van een failliet de homologatie van een accoord is geweigerd?

— Ja.

Kan de mogelijkheid van toekomstigen bloei eener zaak of de verwachting van erfenissen, welke den failliet ten deel kunnen vallen, als eene voldoende reden worden beschouwd om de homologatie van een door de concurrente schuldeisehers aangenomen accoord te weigeren? — Neen.

Bevat onze faillietwetgeving gebiedende voorschriften , dat bij het accoord voor de belangen van de preferente schuldeisehers moet worden gewaakt, of dat het accoord door borgtogt moet worden verzekerd? — Neen. Regtb., Hof Gron. 3405. 1.

— Het dwang-accoord. Meng. 3415. 3; 3428. 3 (brief van Mr. van Emden. 3430. 4); 3129. 3.

— Over de berekening van proceskosten ten laste van een —. Eott. 3416. 3. (Verbetering. 3418. 4.)

— Kan een schuldeischer in een —, wiens toelating als schuldeischer op eene verificatie-vergadering door zijne mede-schuldeisehers is betwist, dat geschil bij de Eegtbank aanhangig maken door eene dagvaarding, wanneer de opposanten daarin toestemmen?—Neen. Heerenv. 3445. 4.

— Eegter-commissaris. — Curator. — Ontslag. — Bekendmaking.

Bij geene wetsbepaling is voorgeschreven, dat het ontslag van een curator en de benoeming van een anderen in zijne plaats moet worden bekend gemaakt, overeenkomstig art. 793 W. K.

De magtiging, door den regter-commissaris aan de curators verleend om in regten te ageren, behoeft niet in de dagvaarding te worden vermeld. Maastr. 3493. 3.

Faillissement. Ligt in de verwijzing van een geschil over de door den curator beweerde compensatie eener ter verificatie aangebodene vordering door eene hoogere tegenvordering het regt des curators opgesloten om bij den regter, naar wien het geschil is verwezen, eene reconventionnele vordering ter zake dier hoogere vordering in te stellen? — Neen.

Kan een curator door den regter-commissaris mondeling worden gemagtigd om eene regtsvordering aan te vangen? — Niet beslist.

Is in casu zoodanige mondelinge magtiging bewezen ? — Neen.

Kan de verklaring, door den regter-commissaris afgegeven, dat de curator die mondelinge magtiging had, het feit dier mondelinge magtiging bewijzen? — Neen. Overijss. 3507. 1.

— Kan, nadat in een geschil over de toelating van een schuldeischer partijen door den regter-commissaris zijn verwezen naar eene bepaalde teregtzitting, ten dienenden dage tegen den eischer, die de toelating vordert, verstek is verleend, met ontslag van de schuldeisehers en den curator van de instantie, de eischer den aanleg op nieuw beginnen na voorafgaande betaling der kosten van het verstek? — Ja.

Kan, bij het op nieuw aanleggen van eene procedure tot het doen plaatsen van eene vordering op de lijst der erkende schuldeisehers, dit worden gedaan met eene dagvaarding? — Neen.

Moeten dan daarbij worden in acht genomen de speciaie voorschriften van het faillieten-regt? — Ja. Heerenv. 3519. 3.

— Burgerlijke schulden. — Ophouden van betalen.

Kan een koopman in staat van — worden verklaard, wanneer hij ophoudt te betalen andere dan handelsschulden ? — Ja.

Is echter in casu bewezen, dat de opposant heeft opgehouden te betalen? — Neen.

Levert een vonnis, waarvan hooger beroep is ingesteld, bewijs, hetzij van schuld, hetzij van het ophouden met betalen? — Neen. Assen. 3532. 3.

— Is in een geschil over de toelating van een schuldeischer in een — hij, die de toelating vordert, eischer ? — Ja.

Is hij verpligt bij procureur te verschijnen, en moeten, bij gebreke van dien, de schuldeisehers en de curator, welke de toelating betwisten , van de instantie worden ontslagen ? — Ja. Heerenv. 3533. 4.

— Zie Aanneming. 3411. 1; 3414. 1; 3416. 1; 3419. 2; — Schadevergoeding. 3454. 3; — Schuldvordering. 3517. 1.

Feitelijke beslissing. Zie Beleedigende uitdrukkingen. 3513. 1.

Feitelijkheid. Zie Eerbaarheid. 3520. 1; — Overeenkomst. 3479. 2.

Fideicommis. Zie Registratie. 3526. 3; — Successie. 3404. 3; — Testament. 3514. 1.

Fijn (A.) ca. J. H. Smits. Eott. 3475. 3.

Finantiên (Ministerie van). Aan den heer Mr. P. Blussé van OudAlblas op verzoek eervol ontslag verleend als minister. 3472. 4.

— De heer Mr. A. van Delden in zijne plaats benoemd. 3471. 4.

— Over de hoedanigheid van het zegelpapier. Circ. deswege. 3488. 3.

Finium regundorum {Actio). Zie Ajscheiding. 3475. 3.

Firma. Zie Koopman. 3514. 3.

Floreenpligtigheid. Zie Lemstersluis. 3442. 1.

Florijn (D. J.) in cass. 3518. 1.

Fockema (E.) c. s. ca. S. Visscher, wed. S. J. Galama. H. E. 3467. 1.

Fonseca (J. d') ca. G. J. Eobles de Medina. Kant. Paramaribo. 3435. 4.

Fran^ois (Mr. W. F. G. L.). Verslag der installatie van — als president van het Prov. Geregtshof in Zuidholland. 3407. 2.

— op verzoek eervol ontheven van het lidmaatschap der staatscommissie voor de zamenstelling van een Wetboek van Strafregt. 3459. 4.

Frankenhuis (J.) in cass. 3473. 2.

Frankrijk. De beroemde Pascalis, honorair-presideut van het Hof van cassatie, overleden. 3447. 4.

— Vertoog van den heer Ch. Lucas bij gelegenheid van het internationaal penitentiair congres te Londen. 3470. 4.

— Opmerkelijk correctionneel proces; sterk contrast. 3470. 4.

— Mededeeling van het Bulletin der Société de la legislation comparêe van de optreding des heeren Wintgens in eene der vergaderingen van de maatschappij. 3473. 4.

— Geding over eene weddingschap, dat de Franschen vóór of op 15 Aug. te Berlijn zouden zijn. 3478. 4.

— Verslag omtrent de criminele justitie in — over 1870. 3482. 4.

— Ontzegging aan een veearts van zijne vordering tot vergoeding der kosten van onderhoud eener sedert gestorven en niet verantwoorde kat. 3486. 4.

— Badinguet een scheldnaam. 3488. 4.

— Overlijden van den heer Riviëre, uitstekend advokaat. 3488. 4.

— Verdicht verhaal van den Figaro wegens moord. 3488. 4.

— Circulaire uitgevaardigd tot het te keer gaan van de dronkenschap bij de marine 3 >23. 4.

Freymuth (A. M. E.), wed. P. Barghoorn, ca. J. Miliaret. Noordh. 3439. 2.

CJ.

Gas. Zie Diefstal. 3444. 2.

Gas-fabricatie. Zie Overeenkomst. 3469. 3.

Gasfabrieken. Meng. 3419. 4; 3429. 4.

Gasthuis te Nijmegen. — Oud burgerregt. Geld. 3470. 1; 3471. 2.

Geadresseerde. Zie Schadevergoeding. 3418. 1.

Gebouw. Zie Plaatselijke verordeningen. 3416. 2.

— (Slooping van een). Zie Schadevergoeding. 3477. 3.

Gebreke-stelling (In-). Zie Beslag. 3452. 1.

Gebruik. Zie Precario. 3490. 2.

Gedistilleerd. Zie Belastingen. 3440. 3; 3444. 3; 3518. 1-

Geers (A.) ca. de Geldersche credietvereeniging. H. R. 3410. 3.

Geertsema Czn. (Mr. J. H.). De heer — benoemd tot minister van Binnenlandsche Zaken. 3471. ■).

Geitz (M. A.) in cass. 3496. 1.

Geldboeten. Zie Geneeskunde. 3432. 1; — Mishandeling. 3438. 2; — Rijden. 3469. 2; — Straffen. 3434. 2; — Waterleidingen. 3435. 2.

Geldleening ten behoeve van het kanaal van Steenenhoek, goedgekeurd bij Kon. besluit van 2 Jan. 1826, n0. 78. Inhoud van een der aandeelen. 3446. 4.

Gelder (P. L. van) ca. T. Reijenga. Regtb. Gron. 3475. 3.

Gelms (A. J. Wijkman) ca. den ontvanger der registratie en domeinen te Winschoten. Winsch. 3451. 3.

Gemagtigde. Zie Cassatie. 3423. 1.

Gemeenschap. Art. 182 B. W.

Eene gecontinueerde — wordt door het maken van een inventaris niet ontbonden. Gor. (raadk.). 3444. 3.

— Art. 182 B. W.

Eene gecontinueerde — wordt door het maken van een inventaris ontbonden. Zuidh. (raadk.). 3487. 3.

— Voortdurende —. Art. 182 B. W.

Kinderen, krachtens de voortdurende — van art. 182 B. W., optredende in en medewerkende tot de scheiding en verdeeling

Sluiten