Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeente Oostvoorne stelt niet daar het misdrijf van art. 15, laatste al., der jagtwet. Kant. Brielle. 3461. 3.

Jagt. Het zoeken van eijeren van kievitten en waterwild op gronden /an derden, zonder de schriftelijke vergunning van den eigenaar of regthebbende op de eerste vordering aan den bevoegden ambtenaar te hebben vertoond. — Dagvaarding.

Is de omstandigheid van het niet vergezeld zijn van den eigenaar of regthebbende, als een element van het bij art. 22 der wet van 13 Junij 1857 (Stbl. n». 87) bedoelde misdrijf, in dien zin aan U', merken , dat het bedreven feit buiten of zonder die omstandigheid dat misdrijf niet zou opleveren en niet strafbaar zou zijn, zoodat de dagvaarding van het niet-bestaan daarvan moet melding lïiaken? — Neen. H. R. 3520. 2.

— Zie Dagvaarding. 313 7. 1.

— Zie voorts Visscherij.

Ja.'(G. A. N, J.). Aan —■ vergund het aannemen en dragen der versierselen van officier der orde van Nichan Iftihar van Tunis. 3431. 4.

Javasen Stoffels (H.) ca. de stearine-kaarsenfabriek //Gouda." Bott. 3499. 3.

Jelïer (P. J.). Berigt der zaak van — tegen den Staat in revisie. 3461. 4.

— Verslag dier zaak. 3478. 2.

Jese (J.) in cass. 3525. 3.

— Zie Verzet. 3478. 4.

Jolles (Mr. J. A.). Aan den heer — op verzoek eervol ontslag verleend als minister van Justitie. 3472. 4.

— Aan hem pensioen verleend. 3490. 4.

— gekozen tot lid van ae Tweede Kamer der Staten-Generaal. 3515. 4.

Jong (-T. C. M, de), huisvrouw van A. J. Ph. Lindt, ca. G. de

Jong. 's Hage. 3486. 3.

Jdeïsten-congres. Eerste Italiaanseh — te Rome. 3534. 4. JuEfSDiCTio yoluntaria. Verhandelde in de Nederlandsche Juristenvereeniging over de —. 3490. 1.

— Zie Kantong er eg ten. 3471. 4.

Jurïstendao (Duitsche). De — vindt meer en meer navolging. 3431. 4.

— De tiende — te Frankfort. 3464. 4.

— De Duitsche —. Meng. 3507. 4. (Verbetering. 3509. 4.) Jcrjsten-vereeniging (Nederlandsche). Punten ter behandeling in

1872. 3415. 4; 3461. 4.

— Inhoud van het eerste gedeelte van den derden jaargang der Handelingen (1872). 3469. 4.

•— Over het aan de orde gestelde vraagpunt wegens de wenschelijkhfci.l van de opdragt der geheele jurisdictio voluntaria, voor zoover d e thans nog behoort bij de regtbanken, aan de kantonregters. 3471. 4.

— Circulaire van den secretaris. 3487. 4.

-Notulen der derde algemeene vergadering. 3490. 1.

~~ Over hare afschaffing der procureurs. 34 90. 4.

JtEr. Over de — en het Vaderland. 3414. 4.

«Ji. sfiTiE (Departement van). Aanneming door de Eerste Kamer van hoofdstuk IV der staatsbegrooting voor 1872. 3404. 4.

Alleen de huizen van bewaring aan te wijzen ter opname van minderjarigen of wegens verkwisting onder curatele gestelde of te stellen personen, geen krankzinnigengestichten. Circ. deswege. 3417. 4.

Aan den heer Mr. J. A. Jolles op verzoek eervol ontslag verleend als minister. -3472. 4.

— l>e heer Mr. G. de Vries Azn. in zijne plaats benoemd. 3471. 4.

— lierigt wegens den audientiedag, 3473. 4.

Het diamantsverstelders-fonds te Amsterdam geene voorafgaande erkenning van het Staatsgezag benoodigd, om zijne regten op de bij zijne statuten of reglementen bepaalde wijze uit te oefenen. 3473. 4.

— liet Departement van Justitie. Opstel. 3474. 1.

— Over de valsche en andere dan wettelijke maten, gewigten, meeten weeg-werktuigen, welker vernietiging of verbeurdverklaring bij regteriijk vonnis is bevolen. Circ. deswege. 3474. 4.

— Over de vraag, of, ingeval een exploit gedaan moet worden aan meer dan ée'n belanghebbende, voor die verrigting, ingevolge art. 1 der wet van 28 Aug. 1843 {Stbl. n°. 39), zooveel maal / 0.50 of f 0.75 in rekening mag worden gebragt als er belanghebbenden zijn, aan wie de beteekening geschiedt, onverminderd

kosten van elk afschrift en van afstand, volgens de berekening van art. 4, zoo daartoe, bij het doen van hetzelfde exploit aan meer dan ée'n persoon, termen zijn. 3480. 4.

— Benoemingen bij het —. 3499. 3; 3514. 4.

— Staatsbegrooting voor 1873, lYde hoofdstuk. 3500. 1.

— -Memorie van toelichting. 3500. 2.

— Uitgewerkte staat wegens uitgaven voor algemeene justitiekosten in strafzaken over 1870. 3500. 3.

— Verslag ter Tweede Kamer. 3508. 1.

— Beraadslaging; aangenomen. 3527. 1.

— Zeventien ministers in vier-en-twintig jaren. 3503. 4.

— Het Kon. besluit van 30 Aug. 1872, no. 71, ook toe te passen op de straffen van meer dan één jaar, ten uitvoer gelegd vóór 1 Oct. 1872. Circulaire deswege. 3504. 4.

Omtrent maatregelen, ten einde ontslagen gevangenen buiten b<-zwaar hunner uitgaanskas naar hunne laatste woonplaats te doen terngkeeren. Circ. deswege. 3505. 4.

— 1 adere circulaire. 3505. 4.

;:aar aanleiding van de begrootings-discussie. Opstel. 3524. 1. (Verbetering. 3526. 4.)

I ittreksel uit de memorie van toelichting voor de begrooting van Ked. Indië voor 1873, wat betreft het —. 3498. 4.

Id. uit het verslag der Tweede Kamer deswege. 3510. 1. I)e^ oprigting van een afzonderlijk — in Engeland wenschelijk; motie van den heer Fawcett daartoe verworpen. 3468. 4.

E.

Kaan Cz. (J.) en M. de Haas Jz. in cass. 3463. 2.

Kakebeeke (G. H.) qq. ca. Mr. M. P. Biaaubeen qq. H. R. 3477. 1. Kamper-papierfabriek:. De curators in het faillissement van de —

c». L. de Jong. Zwolle, Overijss. 3517. 1.

Kas4Al. Zie Negotiatie. 3424. 1.

Ka;,aal-maatschappij |Amsterdamsche) c. s. De commissaris des Konings in de provincie Noordhoiland ca. —. Haarl. 3496. 2; 3497. 2.

— I)e — ca. den commissaris des Konings in de provincie Noordholland en Ca. M. C. Beukman , echtgenoot van J. J. Stembert, en J. J. Stembert c. s. H. R. 3503. I.

Kakdidaat-voordragten. Zie Benoemingen.

' (A.) ca. E. F. Boer. Regtb. Gron. 3429. 3.

Ka2,j-0NGEKegt. Eene zitting van het — te Woerden. Brief van Mr. G. J. A. Faber. 3436. 4. — Brieven van Mrs. Pareau en B. J. H. Van Blaricum. 3440. 4.

a-'Iongeregten. De aanstaande wet op de regterlijke organisatie en de griffiers bij de —. Meng. 3411. 3.

Kantongeregten. Gegradueerd of niet? Meng. 3 418. 3.

Over de wenschelijkheid om de jurisdictio voluntaria over te brengen bij de —. 3419. 4.

— Dun heer Haffmans vergund aan den minister van Justitie eene interpellatie te rigten over het ontslag van den kantonreerter van Venlo. 3423. 4.

— Emolumenten van de griffiers bij de —. Meng. 3444. 3.

Is afschaffing der emolumenten van de griffiers bij de — wenschelijk? Meng. 3446. 3.

Over het bij de Ned. juristen-vereeniging aan de orde gestelde vraagpunt wegens de wenschelijkheid van de opdragt der geheele jurisdictio voluntaria, voor zoover die thans nog behoort bij de regtbanken, aan de —. 3471. 4.

Kantonregters. Bezoldiging van — en griffiers ten platten lande Meng. 3447. 4. r

ea hunne bijzitters. De olijke zetter. Corr. 3474. 4.

Zie Huur en verhuur. 3451. 3; — Overqanq. 3518. 2:— Vooqdij. 3460. 4. n u > n J

Kakdürch (A. E.), huisvrouw van H. P. Selder, in cass. 3506. 2.

Karseboom (Mr. F. F.). Verslag der installatie van — als proc.-gen. bij den Hoogen Raad. 3409. 1.

Karsten (H. J.) ca. S. L. Wolff enz. Assen. 3532. 3.

Keessel (van der). Eenige handschriften van den geleerden — door jÏ'l!- i Ij0renz, advokaat te Colombo (Ceylon) vermaakt aan ^ de bibliotheek der hoogeschool te Utrecht. 3426. 4.

Kekule (Ch.) ca. Eitzbacher en Comp. Noordh. 3501. 2.

Kempenaer (Jhr. W. van Andringa de) ca. Jhr. Mr. C. L. van Beyma tot Kingma. H. R. 3442. 1.

Kemper (H.J. De gep. schout-bij-nacht — benoemd tot lid van het Hoog Militair Geregtshof. 3498. 4.

Kerkelijke goederen. Tractement van den koster-voorzanger. — Art. 18 van het algemeen reglement op het beheer der — en fond>en van de Hervormde gemeenten in Nederland, en art. 18 van het synodaal reglement voor de kerkeraden van de gemeenten der Nederlandsche Hervormde Kerk. Kant. Doetinchem. 3489. 4.

Nederlandsch-Hervormde gemeente te Nieuw-Appelscha. — Algemeen reglement op het beheer der — en fondsen van de Hervormde gemeenten in Nederland. — Art. 5 der wet van 22 April 1855.

Is de Nederlandsch-Hervormde gemeente van Nieuw-Appelscha door de Grondwet of eenige andere wet ingesteld of na 22 April 1855 door eene wet of door een Koninklijk besluit erkend? — Neen.

Bevat het Koninklijk besluit van 26 Jan. 1869, inhoudende een subsidie aan de gemeente Nieuw-Appelscha, zoodanige officiële erkenning des Konings? — Neen. Kant. Oldeberkoop. 3515. 3.

Kerkelijke omslag. Aan het voorschrift van art. 5, n°. 2, al. 2, B. R. wordt voldaan, indien de naam van de corporatie in de dagvaarding is uitgedrukt, al geschiedt ook de dagvaarding ten verzoeke van de bestuurders van de corporatie en niet ten verzoeke van die corporatie zelve.

Kerkvoogden, benoemd volgens de voorschriften van de voorloopige organisatie der Nederlandsche Hervormde Kerk, vastgesteld den 12 Oct. 1868, zijn wettig gekozen.

Art. 1696 B. W. is in casu niet toepasselijk, omdat bij de reglementen van de Nederlandsche Hervormde Kerk uitdrukkelijk bepalingen omtrent het stemregt zijn gemaakt.

De Nederlandsche Hervormde Kerk, ofschoon uit verschillende gemeenten zamengesteld, moet worden geacht één geheel uit te maken; en hij, die als lidmaat tot die kerk is toegetreden, onverschillig in welke kerkelijke gemeente dat is geschied, moet geacht worden deel uit te maken van de algemeene corporatie de Nederlandsche Hervormde Kerk.

Iemand, die zich zeiven brengt in zoodanigen toestand, waarin hij niet genot kan hebben van al de regten, is daardoor niet ontheven van de verpligtingen, aan het lidmaatschap van de Nederlandsche Hervormde Kerk verbonden.

Ieder lid van de Nederlandsche Hervormde Kerk is verpligt tot betaling van den hoofdelijken omslag , die in de bijzondere gemeente van zijne woonplaats wordt geheven, onverschillig de plaats, waar hij als iid tot de Nederlandsche Hervormde Kerk is toegetreden , en de omstandigheid, dat hij zijne attestatie niet bij de gemeente van zijne woonplaats heeft ingeleverd. Kant. Heerenv. 3450. 3.

— Nederduitsch-Hervormde gemeente te Hoogeveen. Kerkvoogden. — Disqualificatoire exceptie. — Algemeen collegie van toezigt. — Zedelijk ligchaam.

Moet de Nederduitsch-Hervormde gemeente te Hoogeveen, hoezeer slechts een onderdeel der kerk, als eigenares harer goederen aangemerkt worden als een afzonderlijk zedelijk ligchaam, en wordt zij als zoodanig beheerscht door de voorschriften omtrent zedelijke ligehamen, voorkomende in het Burgerlijk Wetboek? Ja.

Kan hoofdelijke omslag worden geheven van een lidmaat van een zedelijk ligchaam krachtens een reglement, tot welks vaststelling niet alle lidmaten zijn opgeroepen? — Neen. Kant. Hoogeveen. 3461. 3.

Kerkfabrieken. Wanneer in 1457, onder den last eener Vrijdagsehe H. mis, bij wege van fundatie of beneficium simplex, aan een bepaald altaar eener parochiekerk zijn geschonken 10 bunders land, met bepaling, dat de geheele opbrengst van die fundatiegoederen zal worden genoten door den rector altaris , zijn dan de goederen dier fundatie, meer bepaald in het departement der Roer, onder de Fransche wetgeving met het Staatsdomein vereenigd geworden ?

— Ja.

Zijn die goederen nader bij arrêtés van 7 Therm. XI en 28 Frim. XII aan de — teruggegeven, onder den last, volgens het decreet van 22 Fruct. XIII, om aan de pastoors, desservanten en vicarissen, volgens het reglement van het diocees, te betalen de missen, lijkdiensten en andere kerkelijke diensten, waartoe de fundatiën volgens haren titel aanleiding gaven? — Ja.

Is in dien toestand eenige verandering gebragt door het decreet op de kerkfabrieken van 30 Dec. 1809? — Neen.

Is de geestelijke, die de aan zoodanige fundatiën verbonden kerkelijke diensten volbrengt, ingevolge die wetgeving geregtigd tot de inkomsten van de aan de fundatiën verbonden goederen, of wordt daartoe een diocesaan reglement vereischt ook overeenkomstig het advies van den Franschen Staatsraad van 2/21 Frim. XIV ?

— In laatstgemelden zin beslist.

Bestaat zoodanig reglement voor het bisdom Roermond en wel in cap. XX der »Acta et Statuta Synodi Dioecesanae Ruraemundensis» van den 19 Sept. 1867, en is daarbij het volle bedrag der fundatiën aan den pastoor toegekend? — Ja. Maastr. 3534. 1. (Verbetering. 3536. 4.)

Keur. Zie Heining. 3527. 2; — Sloot. 3408. 2; Slooten. 3491.

1; — Waterschappen. 3404. 2; 3529. I ,• — Wegruiming. 3436. 1.

Keverberg de Kessel (Mr. T. H. C. E. Baron de) ca. L. J. M. de Villers de Pité. H. E. 3522. 3.

Kieswet. Wets-ontwerp tot wijziging van de — van 4 Julij 1850 (Stbl. nQ. 37). 3514. 4.

— Uittreksel uit de memorie van toelichting. 3514. 4.

Kinderen. Zie Erfregt. 3503. 3; — Scheiding van tafel en bed. 3524. 2.

Kinderen (Mr. T. H. der). Aan den heer — vergund het aannemen

van het eereteeken Chula Sura Bhorn van den Eersten Koning van Siam. 3460. 4.

— benoemd tot lid in den Raad van Ned. Indië. 3517. 4.

Klagte. Zie Hoon. 3420. 2.

Klap (H.) c. s. in cass. 3418. 2.

Klaver (W.). Het Openb. Min. ca. —. Hoorn. 3531. 3.

Klein Tz. (E. L.) in cass. 3469. 2.

Kleyn (L.) ca. B. D. van Beest. H. R. 3434. 1.

— Zutph. 3435. 3.

Knegt. De burgemeester van Amsterdam ca. —. Amst. 3490. 2.

Koepokinenting. Zie Plaatselijke verordeninqen. 3530.4:—Vaccine. 3406. 4.

Koffijhuizen. Zie Plaatselijke verordeningen. 3456. 4.

Kolk (H.). Aan —■ kwijtschelding verleend van haren nog overigen straftijd. 34 24. 4.

— Nader hierover. 3425. 4.

K0L0NiëN (Ministerie van). Aan den heer Mr. P. P. van Bosse op verzoek eervol ontslag verleend als minister. 3472. 4.

— In zijne plaats benoemd de heer J. D. Fransen van de Putte. 3471. 4.

Kool (J.) in cass. 3491. 1.

Koop en verkoop. Artt. 667, 1511, 1756, 2014 Burg. Wetb.

Het zoogenaamd volgbriefje voor ansjovis is geen volgbriefje, maar bewijs van opslag of van bewaargeving (Lagerschein of Depositoschein).

Zoodanig bewijs van opslag kan gevolg zijn eener overeenkomst, medebrengende, dat de afgifte der goederen slechts zal plaats hebben aan den houder van dat bewijs en zulks op de aanwijzing van den persoon, die tot den ontvang zou geregtigd zijn. In dat geval moet des bewaarnemers verpligting niet uit de overeenkomst, maar uit de schriftuur worden afgeleid.

Zoodanig bewijs van opslag in blanco, door de bewaargevers afgeteekend, is een papier aan toonder, dat eene koopwaar vertegenwoordigt.

De overgang van den eenen endossant op den ander, ofschoon het papier niet aan order luidt en evenmin verbindtenis van toonder , maar slechts tegenover een bepaalden persoon uitdrukt, is alzoo desniettemin volkomen regtsgeldig, en geene feitelijke levering van de ansjovis wordt vereischt tot eigendomsverkrijging.

De regten van den primitieven verkooper, die het zoogenaamd volgbriefje opzond, doch onbetaald bleef, moeten dus wijken voor de regten van diegenen, welke van den kooper het bewijs, emtione venditione, vóór bet door den primitieven verkooper op de ansjovis gelegd arrest hebben bekomen. Amst. 3420. 2.

Verkoop van vee ten behoeve van een ander. — Achterhouden van een gedeelte der koopsom. — In casu geen misbruik van vertrouwen, omdat de beklaagde heeft gehandeld op eigen naam, niet op dien zijn lastgevers. Brielle. 3423. 4.

— Authentieke acte. — Enuntiatieve vermelding van betaling der kooppenningen. — Bewijs. — Art. 1553 B. W. — Reconventie.

— Art. 633 B. W. Amersf. 3428. 2.

— Telling, weging of meting. — Zin der slotwoorden van art. 1497 B. W.

Zijn de slotwoorden van art. 1497 B. W.: "totdat dezelve gewogen, geteld of gemeten zijn", in dien zin te verstaan, dat die weging, lelling of meting geschiede met goedkeuring van beide partijen? — Ja. H. R. 3433. 2.

— Na aflevering en toewijzing van op monster gekochte goederen, is de kooper, ofschoon hij niet terstond geprotesteerd heeft tegen onbehoorlijke levering, niettemin bevoegd om de betaling te weigeren, totdat de verkooper zal hebben bewezen, dat het afgeleverde met het monster overeenkomt, tenzij de vaste usance in het handelsartikel, of, bij gebreke van dien, de omstandigheden medebrengen, dat de aanneming zonder protest als stilzwijgende goedkeuring moet worden aangemerkt. Amst. 3433. 4.

— Eisch tot ontbinding van —. Ontbindende voorwaarde. — Getuigenbewijs. — Begin van bewijs door geschrifte. — Decisoire eed.

Kan eene voorwaarde, deel eener vordering, waarvan het onderwerp het bedrag van f 300 te boven gaat, door getuigen worden bewezen? — Neen.

Kan als begin van bewijs bij geschrifte worden aangemerkt niet een van den gedaagde afkomstige brief, die het bestaan der voorwaarde waarschijnlijk maakt, maar een notarieel proces-verbaal eener algemeene vergadering van aandeelhouders, waarin de voorwaarde geheel onaangeroerd wordt gelaten? — Neen. Arnh. 3437. 3.

— Levering. — Terugzending. — Betaling. — Bewijs.

Is de kooper, die meer goederen heeft ontvangen dan hij had besteld, bevoegd dat meerdere terug te zenden, en de betaling daarvan te weigeren, en moet de verkooper bewijzen, dat dat meerdere wel is besteld? — Ja. Kant. Gron. 3448. 3.

— Waar een schip te New-Orleans zeilree ligt naar Amsterdam om 2000 balen katoen daarheen te vervoeren, heeft de conditie, op 17 Mei gemaakt bij den verkoop van 150 balen door den verkooper (tevens bevrachter) aan een Amsterdamsch huis, verscheping in Mei per »Mary Russell«, niet de beteekenis, dat het cognoscernent gedateerd moet zijn van Mei, of dat de balen nog in Mei moeten zijn verscheept, maar alleen dat de 150 balen moeten worden overgebragt per Xlary Russell, in Mei ter inneming van katoen gecharterd en wel met die reis van het schip en niet met eene latere reis. Inscheping eenige dagen later (in de eerste dagen van Junij) geeft dus geen grond tot ontbinding van den koop met schadevergoeding. Noordh. 3455. 2.

— Levering. — Onsplitsbaar aveu. Kant. Gouda. 3457. 4.

— Voorwaarde. — Vrijwaring. — Lastgeving.

Is ook de eischer ontvankelijk in zijn verzoek om iemand in vrijwaring op te roepen, wanneer zijn belang het vordert? —Ja. Rott. 3459. 3.

— op de proef. — Pianino. — Conventie. — Reconventie. — Schadevergoeding. — Eeds-opdragt.

Kan hij , die aan partij een eed opdraagt, na de beantwoording der wederpartij, daarin verandering brengen ? — Ja.

Kan die wijziging echter afhankelijk worden gemaakt van het arbitrium judicis? — Neen.

Bestaat in casu wel degelijk eene overeenkomst van —, op de proef aangegaan, in den zin Yan art. 1499 B. "W.? — Ja. Regtb. Utr. 3462. 2.

— Voorwaarde. — Commissie. — Eisch tot ontbinding der overeenkomst. — Koopbriefje. — Kopyboek van brieven. — Handelsgebruik.

Kunnen, wanneer de handeling, gelijk in casu, niet geheel ontkend wordt (daar hier slechts geschil bestaat over de voorwaarden van den koop), kopyboeken van brieven, rigtig gehouden, door den regter als middel van bewijs worden aangenomen?

— Ja.

Heeft de oorspronkelijke gedaagde, eischer in vrijwaring en later appellant, op eenigerlei wijze de voorwaarde, waarop hij zich tot afwering van den eisch tot ontbinding der overeenkomst beriep, bewezen? — Neen.

Brengt het handelsgebruik te Schiedam mede, dat van eiken door tusschenkomst van een handelsagent mondeling aangeganen

Sluiten