Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

memorie yan aangifte der nalatenschap van Th. Vlijmincx , ter regeling van het regt van suceessie; zijnde door het Bestuur bij het verzoekschrift overgelegd de bovenvermelde memorie van aangifte , geregistreerd te Eindhoven den 24 Nov. 1871, benevens extract der hiervoor aangehaalde acte van boedelscheiding ;

O., dat de gedaagden niet zijn verschenen of verdediging hebben gevoerd;

O. ten aanzien van het regt, dat, volgens bovengenoemd art. 37 , alleen dan de v«rpligting tot hot beëedigen eener aangifte kan worden opgelegd, wanneer met betrekking tot die aangifte een gegrond vermoeden bestaat, dat eene verzwijging (zoo als in casu door het Bestuur wordt beweerd) heelt plaats gehad; dat uit het aangevoerde feit, "dat aan de erflaatster, nagenoeg negen maanden vóór haar overlijden, bij boedelscheiding zijn toebedeeld f 14,000 en / 130 aan effecten, acceptatiën en gereede gelden* , wel vermoeden ontstaat, dat zij bij haar overlijden meer dan het in de memorie van aangifte opgegevene kan hebben nagelaten, en dat uit de levenswijze van de erflaatster volgens algemeene bekendheid kan worden afgeleid, dat zij weinige verteringen maakte; dat echter uit de overgelegde acte van boedelscheiding blijkt, dat in den boedel, groot f 56,520 , waarin de erflaatster voor een vierde was geregtigd, voor f 30,200 aan onroerende goederen aanwezig was, en de omstandigheid , dat bij die scheiding aan de erflaatster haar aandeel uitsluitend in effecten , acceptatiën en gereede gelden is toebedeeld, kan doen vermoeden, dat die toebedeeling door haar is verlangd, ten einde zich van die zaken te kunnen ontdoen , zonder dat het van openbare bekendheid werd;

O., dat vorenstaande daadzaken en omstandigheden , in onderling ▼erband beschouwd, geene aanleiding geven tot een gegrond vermoeden, dat er ten deze verzwijging van baten zou hebben plaats gehad ;

Regt doende enz.,

Verklaart het eischend Bestuur ongegrond in zijne vordering; ontzegt hem die en veroordeelt het eischend Bestuur in de kosten.

MENGELWERK.

GAZ-FABRIEKEN.

[Ingezonden.)

De behandeling der vraag , in hoeverre de oprigting en exploitatie van gaz-fabrieken door de gemeente wenschelijk is, behoort niet in dit blad. Iets anders is de vraag der wettigheid. De bestrijders der gemeente-exploitatie, en daaronder de NecL. Industrieel, beweren o. a. dat zij in strijd zoude zijn met de gemeentewet. Is die meening juist? Deze vraag mag, geloof ik, in het Weekblad van het Regt wel onderzocht worden.

De Ned. Ind. nu geeft zich veel moeite om te betoogen, dat er wel degelijk eene hoogere magt, de Koning namelijk, is, die bevoegd is om raadsbesluiten , die met de wet strijden, te vernietigen. Maar die moeite was zeker geheel onnoodig, omdat er niemand is of zijn kan, die dat tegenspreekt. De regering had bij de na te noemen beschikking die onwettige raadsbesluiten niet voor onschendbaar verklaard; maar zij had alleen gezegd, dat deze besluiten door geene hoogere magt kunnen worden vernietigd, omdat zij niet in strijd zijn met de wet. De Ned. Ind. is van eene andere meening. De éenige vraag is dus : wie heeft gelijk? De Ned. regering of de Ned. Ind. ?

Aan hen , die van onwettigheid spreken , mag men beginnen met te vragen: waar is dan de bepaling in de wet, die het verbiedt? En, hoe vreemd het nu ook schijnen maj», dat weet men niet; het artikel der wet is ten minste nooit genoemd. Men vindt het niet goed, men had gaarne dat het verboden werd; dus het is onwettig. Maar zulke sprongen gaan wat ver; en zij bewijzen alleen, dat niet alle bekwame industriëlen daarom nog juristen zijn.

Bij gebreke van eene verbodsbepaling in de w et, zoekt men die in zekere beschikking van den minister van binnenlandsche zaken van 28 October 1871. Maar men vergeet daarbij al dadelijk, dat het niet de vraag is, hoe Thorbecke er over denkt, maar wat de wet zegt; en dat door ministeriële beschikkingen geene authentieke interpretatie wordt gegeven van de wet.

Maar bovendien komt het mij voor, dat de minister zoo klaar mogelijk het tegendeel zegt van wat men hem wil laten zeggen. Geene hoogere magt kan deze handelingen vernietigen, //omdat de wet geen voorschrift bevat, waarmede dergelijke handeling van den raad in strijd ware".— Duidelijker kan men niet spreken.

De minister vindt dus de zaak niet onwettig, maar hij keurt haar daarom nog niet goed. Dat nu is geheel iets anders. En voor die afkeuring geeft de beschikking twee gronden.

Vooreerst: »naar juiste économische begrippen is de oprigting en exploitatie van fabrieken geen taak van de gemeente-besturen*. — Dat is zeker in het algemeen volkomen waar, al kan die regel misschien niet zonder uitzonderingen worden toegepast. Maar dat is immers de vraag niet. Of zou men meenen, dat strijd met abstracte begrippen der e'conomische wetenschap hetzelfde is als strijd met de bepalingen der geschreven wet ?

En ten tweede : *de gemeentewet bedoelt ook niet nijverheid van besturen de plaats van die der particulieren te doen innemen".— Al weder volkomen waar. Maar in de eerste plaats kan daarvan eigenlijk geene sprake zijn, zoolang er niet een bepaald monopolie voor de gemeente gevestigd wordt. Maar aangenomen, dut de wet niet bedoeld hebbe , dat de gemeente-besturen hunne eigen gaz-fabrieken zouden oprigten , heeft zij het daarom verboden ? Niet bedoelen, dat iets geschieden zal of moet, en het te verbieden, ziju al weder twee geheel verschillende zaken. En of men nu al zegt: raadsbesluiten en andere handelingen , die niet in den geest van de wet zijn (wat ook al weder iets anders is als raadsbesluiten, die men niet bedoeld heeft dat zouden komen of moeten komen, misschien omdat men er in het geheel niet aan gedacht heeft), zijn in goed Hollandsch raadsbesluiten strijdig met de wet; men bedriegt zich. liet goed Hollandsch laat ik rusten; maar in goede justitie, en in den zin van regt en wet, kan een besluit wegens onwettigheid alleen worden vernietigd, als het strijdt tegen eene geschreven bepaling der geschreven wet.

Maar nu heeft de minister nog in de tweede kamer gezegd : '/dat de particuliere nijverheid niet moet worden geplaagd, mishandeld, zonder noodzaak belemmerd; maar dat men hare zelfstandigheid moet eerbiedigen*. — De phrase is niet alleen prachtig, maar zij is waar ook. Intusschen is het nog zoo duidelijk niet, dat eene gemeente, die eene gaz-fabriek oprigt, daarmede juist de particuliere nijverheid plaagt, mishandelt, belemmert zonder noodzaak; en geheel onbegrijpelijk is het, op welke wijze men de zelfstandigheid der particuliere nijverheid daardoor aanrandt. Maar bovendien , gesteld het was anders: handelt dan ieder, die eene particuliere nijverheid plaagt enz., of die niet genoeg eerbied heeft voor hare zelfstandigheid, in strijd met de wet? — Die dat zegt zal de wet moeten toonen , die dat verbiedt.

Er is echter nog eene andere vraag: zijn die gemeentelijke fabrieken niet in strijd met het algemeen belang? Want ook dat zou volgens de wet grond opleveren tot vernietiging. Maar het antwoord is: of door deze of gene gemeente eene fabriek wordt opgerigt, kan nooit iets gemeens hebben met het algemeen , dat is het staats-belang. Er kan alleen sprake zijn van het plaatselijk belang der gemeente. En die vraag zal wel niet overal op dezelfde wijze moeten beantwoord

Worden. Dat hangt af van locale omstandigheden , die juist daarom door het gemeentebestuur moetou beslist worden, in ieder geval strijd met het plaatselijk belang kar, nooit een grond zijn tot vernietiging.

K.

HOOGE RAAD. — Burgerlijke kamer.

Door de Arrond.-Regtbank te 's Bosch zijn op de voordragt voor kantonregter te Waalwijk geplaatst de volgende heeren : Mr. H. C. E. Rits, advokaat te 's Bosch ; Mr. W. C. IJytenbogaert, griffier bij het Kantor,gerekt te Waalwijk; Mr. Hondins , griffier bij het Kantongeregt te Maarssen.

berigten.

Zitting van Donderdag, 8 Februarij.

Voorzitter, Mr. F. de Greve.

I. Conclusie door het Openb. Min. genomen in zake :

(cassatie) Dijkgraaf en Hoogheemraden van den Alblasserwaard

met Arkel beneden de Zouwe, eischers, procureur Mr. J. van der Jagt, tegen den burgemeester der gemeente Alblasserdam, verweerder, procureur Mr. J. H. C. Lisman, en den Staat der Nederlanden , mede-verweerder, procureur Mr. C. .i. FranQois. Adv. gen. Römer concludeert tot verwerping. Uitspraak 8 Maart.

II. Gepleit in zake:

(cassatie) H. Laasman, eischer, procureur Mr. M. Eyssell, advokaat Mr. A. P. Th. Eyssell, tegen het te Maastricht gevestigde handelshuis onder de firma G. Tielens ainé et fils, verweerder, procureur Mr. C. J. FranQois. Conclusie van het Openb. Min. bepaald op 23 Februarij.

Zitting van Vrijdag, 9 Februarij.

I. Conclusie door het Openb. Min. genomen in zake:

i°. (eerste aanleg) de Nederlandschc te Nagasaki in Japan gevestigde handels-vennootschap, canterende onder de firma Ilartmans en Besier, eischeresse, procureur Mr. M. Eyssell, tegen den Staat der Nederlanden, gedaagde, procureur Mr. C. J. Fran^is. Proc.-gen. concludeert tot ontzegging der vordering. Uitspraak 22 Maart.

2". (cassatie) de Belgische maatschappij van algemeene assurantie tegen gevaren van brand , gevestigd te Brussel, eischeresse, procureur Mr. C. J. Frai^ois, tegen de gezamenlijke erfgenamen en regtverkrijgenden van C. L. van Putte, verweerder, procureur Mr. J. van der Jagt. Proc.-gen. concludeert tot verwerping. Uitspraak 8 Maart.

II. Onbepaald uitgesteld de pleidooijen in zake:

(cassatie) den Baron d'Overschie de Neerijsche, eischer, procureur

Mr. J. van der Jagt, tegen den minister van Finantiën , verweerder, procureur Mr. C. J. Fran^is.

III. Geroyeerd van de rol de zaken van :

1°. 'eerste aanleg) J. C. Nelle, eischer, procureur Mr. M. Eyssell, tegen den Staat der Nederlanden, gedaagde, procureur Mr. O. J. FranQois, en J. W. Wijtman c. s., mede-gedaagden, procureur Mr. 0. J. Fran^is.

2 >. (jd.) J. J. Ellerman, eischer, procureur Mr. M. Eyssell, tegen den Staat der Nederlanden, gedaagde, procureur Mr. C. J. Frarn^ois, en J. Wijtman c. s., mede-gedaagden, procureur Mr. J. van der Jagt.

3°. (id.) D. J. van Olst, handelende onder de firma J. M. van Olst en Zoon, eischers, procureur Mr. M. Eyssell, tegen den Staat der Nederlanden, gedaagde, procureur Mr. C. J. FranQois, en L.Wijtman c. s., mede-gedaagden,[procureur Mr. J. van der Jagt.

IV. Nieuwe zaak :

(koloniaal) M. J. de Govera, appellant, procureur Mr. J. van der Jagt, tegen D. Baeza , vennoot van en ten deze optredende voor de firma 1). Baeza en C"., geïntimeerde, procureur Mr. C. J. Franpois.

V. Gepleit in zake:

(eerste aanleg) A. Zwijnepoel, eischer, procureur Mr. M. Eyssell, advokaat Mr. G. Belinfante, tegen den Staat der Nederlanden, gedaagde, procureur Mr. C. J. Frar^ois, lands-advokaat Mr. G. M. van oer Linden. Conclusie van het Openb. Min. bepaald op '23 Februarij.

BENOEMINGEN, VERKIEZINGEN ENZ

Bij Z. M. besluit van den 7 dezer, n°. 14, zijn, met ingang van 1 Maart aanst., benoemd: tot commissaris van politie te Amsterdam, J. H. F. Gelpke , thans commissaris van politie en commissaris van rijks-politie te Vlaardingen ; tot commissaris van politie en commissaris van rijks-politie te Vlaardingen , »l. C. Wichers, thans commissaris van rijks-politie te Sneek ; en tot commissaris van politie te Sneek, J. A. van Tricht, thans inspecteur van politie te Groningen.

— Bij Z. M. besluit van dezelfde riagteekening, n". 16, is benoemd tot plaatsvervangend kantonregter te Helder, J.W. Hattinga Raven, notaris te Nieuwe Diep, gemeente Helder.

— Bij Z. M. besluit van dezelfde dagteekening , n°. 17, is benoemd tot procureur bij de Arrond.-Regtbank te Leiden, Mr. C. H. P. Klaverweiden, advokaat en candidaat-notaris aldaar.

— Bij Z. M. besluit van dezelfde dagteekening, n . 18, is aan Mr. J. H. L. Hafïhian8 eervol ontslag verleend als kantonregter te Venlo, en is benoemd tot kantonregter te \ enlo, Mr. L. J. M. H. Leclercq, thans kantonregter te Gennep.

— Door de Arrond.-Regtbank te Dordrecht zijn op de lijst van aanbeveling voor de vacerende betrekking van griffier dier Regtbank geplaatst de heeren, Mrs.: M. Crommelin, subst.-griffier der gemelde Regtbank; J. de Fremery, griffier der Arrond.-Regtbank te Middelburg, en a. Reigersman, Fiibst.-griffier der Arrond.-Regtbank te Breda.

\? Gravenhage, den 10 Februarij.

Het Weekbl. voor het notaris-ambt en reg. wil de tarieven afgeschaft hebben; en er komt veel waarheid voor in hetgeen wordt aangevoerd tot aanprijzing van dezen wensch , en vooral in het betoog van den verkeerden maatstaf van het bestaande tarief voor de notarissen. Ook wij dweepen niet met tarieven. Wij weten, hoe weinig zij te beteekenen hebben. Maar zij beteekenen toch iets; en wij zouden het dan ook betwijfelen, of zij geheel kunnen gemist worden. Men kan wel zeggen , dat de regeling van het honorarium der notarissen eene zaak is tusschen hen en het publiek, en dat de wet zich niet tusschen hen behoeft te plaatsen om dit vast te stellen. En dit is volkomen waar, zoolang notaris en cliënt het eens zijn. Maar men moet zich toch ook het geval voorstellen , dat over het bedrag der declaratie verschil bestaat. En , indien dan niet het honorarium vooraf contractueel bepaald is , wat noch gebruikelijk noch aan te bevelen is en men ook geen tarief heeft, dan zal men te kiezen hebben tusschen deze twee zaken : of alles zal moeten worden overgelaten aan het arbitrium judicis , die het bedrag ex bono et aequo zal begrooten ; öf de regter zal het berigt van deskundigen moeten inwinnen. — Wij meenen, dat het ,;e'n en het ander zijne zeer bedenkelijke zijde heeft zoowel voor de notarissen als voor de cliënten.

Het Dagbl. van Zutdholland en 's Gravenhage meent, «dat de liefdevolle verpleging, die in deze dagen aan de heeren- en damesboosdoeners ten deel valt, het regte middel niet is om van het plegen van misdaden af te schrikken». — Ook wij zouden meenen, dat straj te verkiezen is boven liefdevolle verpleging.

— Wij zien met genoegen , dat het bestuur van de Ned. juristenvereeniging, als onderwerp van behandeling voor de volgende algemeene vergadering, o. a. gekozen heeft de vraag omtrent de wenschelijkheid van de jurisdictio voluntaria, voor zoover die nog is opgedragen aan de arrondissements-regtbanken , over te brengen bij de kantongeregten. — Wij wenschen zeer, <lat aan deze vraag eene bevestigende beantwoording mag te beurt vallen , niet alleen 'bij de vereeniging , maar ook bij de regering en bij de wetgevende magt. Dat is énne van die hervormingen, die wij in ieder opzigt even aanbevelenswaardig achten , en die zeer gemakkelijk te verkrijgen is.

— Den 31 Jan. jl. is te Giekerk overleden de heer Mr. C. F. F. Rioia van Nauta, oud-kantonregter van het kanton Bergum.

REGTSGELEERDE UITGAVEN.

FRANSCHK LITERATUUR.

De la réparation des erreurs judiciaires; par M. Makie Paul Besnaro , avocat. In 8°., 102 p. Paris, Gotillon et fils.

Une qnestion d'ordre public. La surveillance de la haute poiice; par

m. üenri inadadlt de ünffon, avocat-genéral a Rennes. In 8»., 108 p. Paris , Markscq atné.

A D V Ë RTENTIE N.

Juridische Boekyerkooping,

De Boekhandelaar FREDERTK MULLER, te Amsterdam, zal op Ulngsdag 13 Februarij aaust.

en volgende dagen verkoopen:

Eene bijzonder rijke en zelden zoo voorkomende Verzameling van werken over :

Regtsgeleerdheid en Staatsregt

Waarbij vele goede boeken over Geschiedenis , Wijsbegeerte , enz.

Alles nagelaten door wijlen den Wei-Edel Gestr. Heer

Mr. A. F. dlOSGSTUi,

Advocaat te TTeerenveen , Oud-Lid der Tweede Kamer der Slaten-Generaal.

Behalve de complete seriën van: Weekblad van het Regt, Bij dragen voor Regetsgeleerdheid met liet Bijblad, v. d. Honert, Arresten en andere groote Binnenlandsche verzamelingen, wordt in deze Bibliotheek de Duitsche letterkunde der laatste 25 jaren voortreffelijk vertegenwoordigd.

De Catalogus wordt dezer dagen alom verzonden.

Heden verschijnt de eerste aflevering van den tweeden, geheel omgewerkten druk van

LUTTENBERG'S CR0N0L0GISCHE VERZAMELING

VAN WETTEN EN BESLUITEN,

dook L. N. SCHUURMAN, Secretaris der Gemeente Zwolle, en G. D. SWANENBURG DE VEIJE, Commies ter Provinciale Griffie.

Het werk, waarvan de kopie geheel gereed ligt, wordt geraamd op 36 afleveringen, elk van 90 Cent. Zwolle, 20 Januari 187i. W. E. J. TJEENK WILLINK.

Snelpersdruk en Uitgave van («SHSlOillIRBS BKIiïVï'IVflC. te 'g Cwravenha^e.

Sluiten