Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bepaalt den dag, op welken partijen gehouden zullen zijn te dien

einde voor gezegden notaris te verschijnen, op e'éne maand na de

beteekemng van dit vonnis ;

Benoemt tot onzijdig persoon om, indien een of meer der belanghebbenden mogt weigeren of nalatig blijven tot de bevolene boedel¬

scheiding mede te werken, hen te vertegenwoordigen den heer W. H. J. Cambier van Nooten, notaris , gevestigd te Lopik;

Ontzegt aan de eisehers hunne overige vorderingen;

Veroordeelt eindelijk de eisehers, die sub 4, 5 en 6 in hunne

qualiteit, in al de kosten van het geding.

, Gepleit voor de eisehers Mr. B. J. H. van Blabicbm , en voor

de gedaagden Mr. li. H, van Bolhuis.)

ARRONDISSEMENTS-REGTBANK TE AMERSFOORT.

Burgerlijke kamer.

Zitting van den 23 Mei 1872.

Voorzitter, Mr. A. R. van Bel.

Mondelinge Huur. — Art. 1604 B. W.

C. E. van Strijen , eischer, procureur M. l. Celosse,

tegen

H. Bijl, gedaagde, procureur Mr. J. van der Leeuw. De Regtbank enz.,

Overwegende ten aanzien der daadzaken :

dat het tusschen partijen is in conf'esio , en buitendien uit de door den eischer overgelegde en door den ged. erkende huur-cedul blijkt, dat de ged. van den eischer in huur heeft gehad eene hofstede met schunr, bergen, plaats, tuin en boomgaardland , te zamen groot 74 roeden, 70 ellen, benevens 7 bunders, 7 roeden, 40 ellen wei- en bouwland en weg , alles gelegen onder de gemeente Schalkwijk , en kadastraal bekend, zoo als bij die huur-cedul is omschreven , welke huur was aangegaan voor den huurprijs van f 400 , voor den tijd van ée'u jaar, ingegaan ten aanzien der landerijen op den 1 Jan. 1871 en ten aanzien der gebouwen op den 1 Mei 1871 , en mitsdien op gelijke tijdstippen in het thans loopende jaar eindigende;

dat de eiseher, ter zake van door hem beweerde handelingen des gedaagden, in strijd met de gemaakte huurovereenkomst, dezen op den '23 Jan. ji. eene insinuatie en sommatie heeft doen beteekenen, en na bekomen verlof van den voorzitter dezer Regtbank , den ged. op den 2 Mei jl., op korten termijn heeft doen dagvaarden, en overeenkomstig die dagvaarding heeft geconcludeerd : dat de ged. bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad , zou worden veroordeeld om, op grond van geëindigde huur, het alsnog door hem in gebruik gehouden vast goed te ontruimen en te verlaten, met verwijzing in de kosten van het geding;

dat de eischer daarbij heeft geposeerd, dat de ged. het door hem gehuurde land zou hebben ontruimd, doch in gebreke zou zijn gebleven om de gehuurde gebouwen op het tijdstip, bij het huur-contract bepaald , evenzeer te ontruimen ;

dat de ged. bij conclusie van antwoord heeft beweerd, dat hij op den 13 Maart jl., op nieuw mondeling van den eischer heeft gehuurd het bedoeld huis met schuur, berg, tuin, boomgaard en 14 aren aardappelenland ; dat hij ten gevolge daarvan wel de overige gronden heeft ontruimd , maar het op nieuw gehuurde is blijven bewonen en gebruiken , en het voormelde aardappelenland heeft gemest en daarop ook aardappelen zou hebben gepoot, zoo het land niet op den 5 April jl. door een ander was bepoot geworden;

dat hij mitsdien den eischer sommeert de navolgende daadzaken uitdrukkelijk te erkennen of te ontkennen, bij gebreke waarvan dio voor erkend zullen worden gehouden, als :

•dat de eischer en de ged. op den 13 Maart jl., staande in den boomgaard der hofstede, te zamen zijn overeengekomen, dat ged.

het huis met schuur, berg en tuin , alsmede de boomgaard met gras en vruchten , benevens ruim 14 ares aardappelenland (ongeveer 100 oude roeden), voor een huurprijs van f 150in huur zou behouden, met uitdrukkelijke voorwaarde, door eischer gemaakt, dat ged. het aardappelenland moest bemesten ;

dat ged. dan ook werkelijk dat land heeft gemest; dat hij het ook zoude bepoot hebben, indien het niet door een ander op last des eisehers op den 15 April was bepoot geworden;

dat eischer zich na den 13 Maart tegenover verschillende personen heeft uitgelaten, «dat ged. niet behoefde te vertrekken, omdat hij weder van eischer gehuurd had;»

Concluderende de ged. mitsdien , voor het geval dat de eiseher de gestelde daadzaken mogt erkennen, of die voor erkend zonden moeten gehouden worden, dat de eischer in zijnen eisch niet-ontvankelijk zal worden verklaard, immers dat hem die zal worden ontzegd cum expensis, en subsidiair, voor het geval dat de eischer de gestelde feiten mogt ontkennen, dat hij ged. zal worden toegelaten om die daadzaken door alle middelen regtens en ook door getuigen te bewijzen;

dat de procureur des eisehers ter teregtzitting, namens dezen , de door den ged. gestelde daadzaken pertinentelijk heeft ontkend en, op grond der bepaling van art. 1604 B. W., zich tegen het aangeboden getuigen-bewijs verzettende, bij de ingestelde vordering heeft gepersisteerd ;

dat de procureur des gedaagden het toelaatbare van het bewijs door getuigen in deze heeft volgehouden , omdat in casu de nieuwe mondelinge huur reeds tot uitvoering was gebragt;

O. wat het regt betreft;

dat blijkens de posita des eisehers bij dagvaarding en conclusie van aisch, door dezen alleen wordt gevorderd de ontruiming der door den ged. bij huur-cedul gehuurde gebouwen, zoodat hetgeen door den ged. wordt beweerd omtrent tuin, boomgaard en aardappelenland, welke hij nog in gebrnik zoude hebben, doch welke volgens eischer reeds door den ged. zijn ontruimd, als geen betrekking hebbende op hetgeen het onderwerp van den eisch uitmaakt, ten deze buiten aanmerking moet blijven;

dat bij de ontkentenis des eisehers omtrent het aangaan van eene nieuwe mondelinge huur der gebouwen, alsnu te beslissen valt of het daaromtrent door den ged. aangeboden getuigenbewijs is admissibel;

dat. wel is waar, de ged. eerst op den 2 Mei jl. door den eiseher tot ontruiming is gedagvaard , terwijl de schriftelijke huur op den 1 Mei was geëindigd, doch wanneer men in aanmerking neemt de formaliteiten , welke aan die dagvaarding zijn vooraf gegaan, en de omstandigheid dat partijen wonen op eene plaats, alwaar geen deurwaarder, tot het doen van exploiten bevoegd, woonachtig is, de eischer, die eerst op den 1 Mei in den loop van den dag zekerheid konde hebben dat de ged. niet ontruimde, niet geacht moet worden eerder geregtelijke maatregelen te hebben kunnen nemen dan nu is geschied en alzoo ook niet de ged. vrijwillig in het bezit der gehuurde gebouwen heeft willen laten;

dat alzoo door het bezit van het gehuurde gedurende een dag of welligt iets korter, tegen den wil des eigenaars, geene nieuwe mondelinge huur naar den geest van art. 1604 B. W. is ten uitvoer gebragt;

dat mitsdien geen bewijs door getuigen, om het bestaan van zoo

danige huur aan te toonen, in casu kan worden toegelaten, maar

alleenlijk door den ged. aan den eischer de decisoire eed had kun

nen worden opgedragen, van welke bevoegdheid deze geen gebruik heeft gemaakt;

dat, terwijl het buiten geschil en alzoo bewezen is , dat de aangegane schriftelijke huur, voor zooveel de gebouwen betreft, met den 1 Mei jl. was geëindigd, en de bewering des ged., dat eene nieuwe

mondelinge huur zou zijn gesloten, is onbewezen , de vordering des

eisehers, tot ontruiming van die gebouwen , behoort te worden

toegewezen;

Regt doende enz.,

Gezien, behalve het aangehaalde artikel, de artt. 1606, 1902 en 1962 B. W., en art. 53, n°. 3, en 56 B. R.:

Verklaart den ged. niet-ontvankelijk in zijne vordering tot het leve¬

ren van net aangeboden bewijs; Veroordeelt den ged. enz.

WETTEN, BESLUITEN, CIRCULAIRES ENZ.

MINISTERIE VAN JUSTITIE.

No. 122. 's Gravenhage, den 25 September 1872. 4de aedeeling.

In yerband met de in-dienst-stelling van de cellulaire gevangenis

te Rotterdam, waardoor een groot aantal cellen beschikbaar komt,

bij Koninklijk besluit van den 30 Augustus jl., n». 71, bepaald dat,

te rekenen van den 1 October e. k., de veroordeelden tot eenzame

opsluiting voor één jaar en daarboven , huune straf in de cellulaire

gevangenis te Rotterdam, Amsterdam ol Utrecht zullen ondergaan.

Volgens deze regeling zullen dus alleen de drie genoemde gevangenissen voor de gemelde categorie van veroordeelden bestemd zijn. Dit sluit echter niet uit, dat daarin evenzeer worden opgenomen de

in het arrondissement tot gevangenis-straften van korter duur ver¬

oordeelden , alsmede, indien hiervoor gelegenheid bestaat, zoodanige

veroordeelden uit andere arrondissementen.

Ik acht het wenschelijk , dat het aangehaald besluit ook worde toegepast op de straffen van meer dan één jaar, ten uitvoer gelegd

vóór 1 October a. s., welke nog met voor de helft vervuld zijn, ver¬

mits daardoor in de andere cellulaire gevangenissen nu reeds cellen

zullen worden ontruimd, waarvan voor korte straffen zal kunnen worden gebruik gemaakt.

De Minister van Justitie , de Vries.

Aan

den heer procureur-generaal bij den Hoogen R<tad der Nederlanden,

de heeren procureurs-generaal bij de provinciale geregtshoven,

den heer advokaat-ftskaal voor 's Konings zee- en landmagt,

de besturen der gevangenissen.

HOOGE RAAD.

Burgerlijke kamer.

Zitting van Donderdag, 3 October.

Voorzitter, Mr. F. de Greve.

I. Conclusie door partijen genomen in zake:

(revisie) den Staat der Nederlanden, eischer, procureur Mr. C. J. Fran9ois, tegen T. M. C. C. Graaf de Geloes c. s., verweerders , procureur Mr. M. Eyssell. Raden-commissarissen Mrs. de Vos en Elias verwijzen de zaak naar de openbare teregtzitting.

II. Conclusie door het Openb. Min. genomen in zake:

lo. (cassatie) den dorpspolder Tuyl (ook genaamd de geërfden van Tuyl), eischeresse, procureur Mr. J. van der Jagt, tegen het Bestuur van het polderdistrict de Tielerwaard, verweerder, procureur Mr. C. FraiKjois. Adv.-gen. Romer concludeert tot verwerping. Uitspraak 1 November.

'20. (id.) Mr. F. H. C. E. Baron de Keverberg de Kessel, eischer, procureur P. J. van der Burgh, tegen zijne echtgenoote L. J. M. de Villers de Pité, verweerderesse, procureur Mr. M. Eyssell. Adv.-gen. Romer concludeert tot verwerping. Uitspraak 1 November.

III. Op verzoek van partijen uitgesteld tot 5 December, de pleidooijen in zake :

(cassatie) den burgemeester der stad Amsterdam, ambtshalve voor haar in regten optredende, eischer, procureur Mr. M. Eyssell, tegen Dijkgraaf en Hoogheemraden van Amstelland, verweerders, procureur Mr. C. J. Franyois.

IV. Gepleit in zake :

(cassatie) het Bestuur der Registratie, eischer, procureur Mr. C. J. Franfois, lands-advokaten Mrs. A. de Pinto en G. M. van der Linden, tegen R. Lopes de Leao Laguna, weduwe van D. Pardo, verweerderesse, procureur Mr. M. Eyssell, advokaat Mr. G. Belinfante. Conclusie van het Openb. Min. bepaald op 18 October.

NB. Vrijdag is er geene zitting gehouden.

BENOEMINGEN, VERKIEZINGEN ENZ.

De minister van Binnenlandsche Zaken (overwegende, dat, ten gevolge van het aannemen der betrekking van lid van den Raad van State°door Mr. .1. Heemskerk Bz., de verkiezing van een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in het hoofd kiestrict Amsterdam moet plaats hebben) heeft goedgevonden te bepalen : lo. dat die verkiezing in gemeld hoofd-kiesdistrict zal geschieden op Dingsdag, 22 Oct. e. k., en 2°. dat, zoo eene herstemming noodzakelijk is, die zal plaats'hebben op Dingsdag, 5 Nov. daaraanvolgende.

Naar men verneemt zijn in de provincie Groningen tot regters-

commissarissen , belast met de instructie van strafzaken, bij de verschillende regtbanken , door het Prov. Geregtshof, met ingang van l Oct., aangesteld de heeren, Mrs.: G. J. M. van Voorthuysen , te Groningen; W. R. Alingh, te Winschoten, en W. F. Werumeus Buning, te Appingedam.

BERIGTEN.

's Gravenhage, den 5 October.

Men meldt ons uit Overijssel, in verband tot de opmerkingen , waartoe de discussiën over het adres van antwoord in de Tweede Kamer den heer Godefroi aanleiding gaven, dat de jongste werkstakingen in Twenthe en de daarmede min of meer in verband staande ongeregeldheden niet zijn vergezeld gegaan van feiten , die voldoenden grond opleverden tot vervolging wegens strafbaren inbreuk op de vrijheid van arbeid of nijverheid, voorzien bij de wet van 12 April 1872 (Stbl. n°. 24). Het geregtelijk onderzoek omtrent andere misdrijven , bepaaldelijk bij de ongeregeldheden te Almelo en te Vriezenveen gepleegd, wordt, naar men ons verder mededeelt, met ijver voortgezet, maar is nog niet afgeloopen. Intusschen is door de Regtbank te Almelo bij vonnis van 26 Sept. jl. eene veroordeeling tot cellulaire gevangenis-straf van zes maanden en tot twee geldboeten van f'25 uitgesproken tegen een persoon uit Borne, die zich den 27 Aug. jl. aldaar had schuldig gemaakt aan het inwerpen van glasruiten in de woning van den fabriekant Spanjaard en aan beleediging van een rijks-veldwachter.

Verbetering. — In het vonnis van het Kantongeregt te Assen , voorkomende in Weekbl. n°. 3500, moet op pag. 4, kolom 1 , in plaats van het woord erkend, gelezen worden ontkend.

ADVERTENTIEN.

NEDRKLANOSGHK PASICRISiK

dook

Mr. Eijg. van Oppen, procureur, en Mr. L. van Oppen, advokaat te Maastricht.

Verzonden de 6e afl. van het alphabetisch gedeelte, loopende tot letter K, en sluitende tevens het Ile deel der verzameling. Ook is bereids verzonden de le afl. van het Chronologisch gedeelte, loopende tot 1850.

Het geheele werk zal binnen een jaar voltooid zijn. Het is voor ieder woord tot op den dag der uitgaaf bijgewerkt en zal later geregeld worden voortgezet.

De prijs wordt voor de inteekenaars geraamd op f 70. — , en voor hen zullen ook de vervolgen aan den oorspronkelijk en prijs geleverd worden.

De toezending geschiedt franco op aanvrage aan de schrijvers of aan den drukker ,

M. Ai.bkrts , te Gulpen.

TE KOOP

TWEE COMPLETE EXEMPLAREN

van

LÉ0N REGTSPEAAK.

Wij zijn thans in staat nog twee complete exempla¬

ren van deze verzameling te koop aan te bieden a f 05 per ex., en zullen wij'dus aan de eerste aanvragen voldoen.

Overigens zijn de afzonderlijke stukken steeds ver-i

krijgbaar tegen de volgende prijzen.

Deel I (Staatsregt), met 3 vervolgen f 25,75

" II 1ste afl. (Regt. Org.) - 1.756

» 5de " (Koophandel), met 1ste supplement . - 11.25 <* 6de " (Strafvordering) - 10,00

V Hage, i5 Oct. 1872. Gebr. Belimiante.

Bij GEBR. BELI NFANTE, te V Gravenhage, ziet het licht:

SUPPLEMENT

op de

MILITAIRE WETTEN

voor het

KRIJGSVOLK TE WATER,

MET AANTEEKENINÜEN,

door

/V. J. >1. 111J.V.SJ i' e» J' SALMON ,

Officieren van Administratie bij de Marine.

Prijs f 0 50,

De prijs van dit werk bedraagt thans compleet in

2 dl. met suppl. / 6.—.

Snelpersdrah en Uitgave van (wKIIIÜIKII!•'K*

BHiUllIfAllfil, te *s Grav«nhnge<

Sluiten