Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KOLONIALE ZAKEN.

HOF VAN JUSTITIE OP CURA9AO.

Zitting van den 2 Augustus 1872.

Voorzitter, Mr. J. P. Smeele.

EiSCH tot SCHADEYEKOOEDINO. — SüMMlEBE BEHANDELING. — Art. 141, n°. 1, Bcbq. Regtsv. vooe cuka9a0.

Bedoelt art. 141, n°. 1, Burg. Regtsv. voor Curaqao, wanneer het voor summiere behandeling vatbaar verklaart zuiver personele zaken, indien de eisch op een titel berust, waarvan het bestaan niet wordt betwist, daarmede een schriftelijken titel ? — Ja.

Mr. W. K. C. Sassen Jz., doctor in de beide regten, voormalig proc.-gen. in de kolonie Cura<?ao, praktizijn bij dit Hof, wonende te Willemstad (Pietermaai), eischer, in zijne hoedanigheid van praktizijn voor zich zeiven occuperende,

tegen

W. Koentze, adv.-gen. bij gemeld Hof van Justitie, wonende te Willemstad (Ottrabande), gedaagde, verschijnende bij den door hem gestelden praktizijn bij dit Hof, Mr. G. R. Palm.

Da eischer heeft, in de teregtzitting in burgerlijke zaken van dit Hof van den 26 Jul'ij 1872 , geconcludeerd en verzocht, dat deze zaak summier behandeld en de verdere behandeling daarvan op den 9 Aug. 1872 tot het nemen van conclusie zijnerzijds gesteld zoude worden.

De praktizijn van den ged. heeft, in de laatstgemelde teregtzitting, zich togen het voorschreven verzoek van den eischer verzettende, geconcludeerd en verzocht, dat dit Hof zoude bepalen, dat deze zaak op de gewone wijze zoude worden behandeld.

Het Hof enz.,

Gehoord partijen in hare mondelinge conclusiën omtrent het tusschen haar gewezen verschil, of het tusschen partijen hangende geding summier of wel gewoon zal worden behandeld voor dit Hof;

Gehoord den proc.-gen. bij dit Hof in zijne conclusie, daartoe strekkende, dat aaD den eischer zijn eisch ontzegd, en dat verklaard zal worden, dat deze zaak niet voor summiere behandeling vatbaar is;

Overwegende, dat, blijkens de dagvaarding, de eisch strekt tot betaling van schadevergoeding wegens schending van domicilie, onwettige arrestatie en willekeurige detentie;

dat de eischer bij zijne conclusie heeft verzocht, dat deze zaak lummier zal worden behandeld, op grond:

1». dat zij is eene zuiver personele zaak , waarin de eisch berust op de wet als titel, regtstitel of fundamentum petendi, en waarvan het bestaan alzoo niet kan worden betwist; en

2». dat zij, als betreffende eene vordering tot vergoeding van schade, uit haren aard spoedvereischend is;

dat de praktizijn van den ged. zich tegen het verzoek van den eischer heeft verzet, op grond, dat de tusschen partijen hangende zaak eene is van gewone behandeling en verzocht, dat het Hof zoude bepalen, dat de gemelde zaak op de gewone wijze zoude worden behandeld;

0., dat de vordering ten deze strekt tot schadevergoeding en alzoo ongetwijfeld is eene zuiver personele zaak;

0., dat, volgens art. 141, n°. 1, B. R., voor summiere behandeling vatbaar zijn zuiver personele zaken, indien de eisch op een titel berust, waarvan het bestBan niet wordt betwist;

0., dat deze bepaling in het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering voor Curayao overgenomen is uit het Nederlandsch Wetboek, en in laatstgenoemd wetboek uit art. 404 van den Franschen Code de Procédure Civile;

O., dat met het woord titre, in art. 404 Code de Proc. Civ., duidelijk bedoeld wordt een schriftelijke titel, hetgeen vooral blijkt uit de woorden, in datzelfde artikel voorkomende: «les demandes formées sans titre, lorsqu'ellcs n'excèdent pas mille francs»;

O., dat Diet blijkt, dat de Nederlandsche wetgever, bij het grootendeels overnemen van art. 404 uit den Code de Procédure Civile, het woord titre door titel vertalende , aan dat woord eene andere beteekenis heeft willen hechten, dan daaraan in genoemden Franschen code blykbaar wordt gehecht;

O., dat evenmin bij het woordelijk overnemen van art. 140 van het Nederlandsch Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering in het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering voor Cura9ao aan eene andere beteekenis van het woord titel in art. 141 van het laatstgenoemd wetboek kan worden gedacht dan aan die van schriftelijken titel;

O., dat derhalve, volgens n'. 1 van art. 141 B. R., voor summiere behandeling vatbaar zijn zuiver personele zaken, indien de eisch berust op een schriftelijken titel, waarvan het bestaan niet betwist wordt;

O., dat de onderwerpelijke vordering niet op een schriftelijken titel berust, en alzoo niet behoort tot die zuiver personele zaken, in no. 1 van art. 141 B. R. bedoeld;

O., dat aan art. 141 B. R. het beginsel ten grondslag ligt, dat partijen, indien zij het onderling eens zijn, de vrije keus hebben om in hare zaken de summiere of wel de gewone wijze van behandeling te volgen ; doch dat hiervan alleen zijn uitgezonderd die zaken, welke bij algemeene verordening als summier zijn aangewezen ;

O., dat de onderwerpelijke vordering niet is eene zaak, by algemeene verordening als summier aangewezen ;

O., dat in alle andere zaken , behalve die, welke bij algemeene verordening als summier zijn aangewezen , bij verschil tusschen partijen omtrent de te volgen wijze van behandeling van het regtsgeding, de regter beslist, welke wijze van behandeling zal worden gevolgd;

0., dat ten deze verschil tusschen partijen omtrent de te volgen wijze van behandeling bestaat;

0., dat, ofschoon vorderingen tot schadevergoeding spoed kunnen vereischen , zulks niet per se het geval is; dat het spoedvereisehende in casu aan het Hof niet is gebleken ;

Gezien, behalve het aangehaalde art. 141, nog art. 58 B. R.; Verklaart, dat de tusschen partijen aanhangige zaak niet voor summiere behandeling vatbaar is;

Beveelt, dat in die zaak de gewone behandeling zal worden gevolgd ;

Reserveert de kosten tot het eindvonnis.

MENGELWERK.

STATISTIEKE OPGAAF VAN DE ADVOKATEN IN NEDERLAND.

(Dit de Wespen.)

Daar wij toch in den tijd van statistiek leven , kan de volgend vergelijkende staat van het getal advokaten in Nederland op 1 Januar 1864 en 1873 welligt niet onnuttig zijn.

By den Hoogen Raad, het Prov. Geregtshof 1864 1873 meer mine in Zuidholland en de Arrond.-Regtbank te

's Gravenbage 66 77 U —

Bij de Arrond.-Regtbanken;

te Leiden 21 21 — —

» Rotterdam 42 40 — 2

» Dordrecht 16 15 — 1

• Gorinchem 8 7 — 1

« Brielle 3 6 3 —

Bij het Prov. Geregtshof in Noordholland en

de Arrond.-Regtbank te Amsterdam . . 116 138 22 — Bij de Arrond.-Regtbanken :

te Alkmaar 5 3 — 2

» Hoorn 0 3 3 —

" Haarlem '6 15 — 1

By het Prov. Geregtshof in Noordbrabant en de Arrond.-Regtbank te 's Hertogenbosch 23 26 3 —

Bij de Arrond.-Regtbanken:

te Eindhoven 6 1 — 5

» Breda 22 22 — —

Bij het Prov. Geregtshof in Gelderland en

de Arrond.-Regtbank te Arnhem ... 32 27 — 5 Bij de Arrond.-Regtbanken:

te Nijmegen 13 14 1 —

« te Zutphen 12 5 — 7

« Tiel 9 9 — —

Bij het Prov. Geregtshof in Zeeland en de

Arrond.-Regtbank te Middelburg ... 18 10 — 8 Bij de Arrond.-Regtbanken:

te Goes 7 11 4 —

»Zierikzee 4 3 — 1

Bij het Prov. Geregtshof in Utrecht en de

Arrond.-Regtbank in Utrecht .... 65 64 — 1 Bij de Arrond.-Regtbank;

te Amersfoort 10 4 — 6

Bij het Prov. Geregtshof in Friesland en de

Arrond.-Regtbank te Leeuwarden ... 35 25 — 10 Bij de Arrond.-Regtbanken;

te Heerenveen 5 10 5 —

» Sneek 6 7 1 —

Bij het Prov. Geregtshof in Overijssel en de

Arrond.-Regtbank te Zwolle 23 23 — —

Bij de Arrond.-Regtbanken:

te Deventer 6 7 1 —

» Almelo 6 7 1 —

Bg het Prov. Geregtshof in Groningen en

de Arrond.-Regtbank te Groningen . . 56 48 — 8 By de Arrond.-Regtbanken:

te Winschoten 17 16 — 1

« Appingedam 16 12 — 4.

Bij het Prov. Geregtshof in Drenthe en de

Arrond.-Regtbank te Assen 41 88 — 3

Bij het Prov. Geregtshof in Limburg en de

Arrond.-Regtbank te Maastricht. ... 20 21 1 Bij de Arrond.-Regtbank :

te Roermond 2 8 6 —

747 74S 62 66

Hieruit blijkt, dat, hoewel er te 'sGravenhage eaao vermeerdering van 11 en te Amsterdam van 22 advokaten heeft plaats gehad, het totaal over geheel Nederland nogtans eene vermindering van 4 aanwijst.

Of deze vermindering nu een bewijs van voor- of achteruitgang is, laten wij aan het oordeel van anderen over.

F. V.

HüüGE RAAD. — Burgerlijke kamer.

Zitting van Donderdag , 6 Februarij.

Voorzitter , Mr. F. db Gbeve.

I. Conclusie door het Openb. Min. genomen in zake :

(cassatie) de naamlooze vennootschap «the Great Eastern Kailway

Company», gevestigd te Londen, eischeresse, procureur Mr. C. J. Francjois, tegen den burgemeester der gemeente Rotterdam, als zoodanig voor die gemeente in regten optredende, verweerder, procureur Mr. J. van der Jagt. Adv.-gen. Römer concludeert tot verwerping. Uitspraak 14 Maart.

II. GErLEiT in zake:

(cassatie) de naamlooze vennootschap «Nederland», gevestigd te Amsterdam, eischeresse, procureur Mr. C. J. Franpois, advokaten Mrs. J. G. Rochussen en Jhr. E. N. de Brauw, tegen de naamlooze vennootschap «de Nederlandsche Rijn-spoorweg-maatschappij», gevestigd te Utrecht, verweerderesse, procureur Mr. J. van der Jagt, advokaten Mrs. J. Kappeyne van de Coppello en B. M. Vlielander Hein. Conclusie van het Openb. Min. bepaald op 21 Februarij.

Zitting van Vrijdag, 7 Februarij.

I. Uitspbaak gedaan in zake:

lo. (eerste aanleg) de Hollandsche ijzeren spoorweg-maatschappij, gevestigd te Amsterdam, eischeresse, procureur Mr. J. van der Jagt, tegen den Staat der Nederlanden , gedaagde , procureur Mr. C. J. FrariQois. Alvorens ten principale regt te doen, een onderzoek van deskundigen bevolen omtrent het bedrag der jaarlijksche vergoeding, verschuldigd voor diensten, die de Staat van de eischende maatschappij vordert voor vervoer van brievenmalen in bijzonder daartoe ingerigte rijtuigen van de post-administratie en in gewone rijtuigen; tot deskundigen benoemd de heeren : J. G. W. Fynje, voorzitter van den Raad van toezigt op de spoorwegdiensten, te 's Gravenhage; W. Testas, - • Hd- van -den-Raad van commissarissen-bif <Je-Maatschappij tot exploitatie van de staats-spoorwegen, te Amsterdam, en L. Gruet, chef van de exploitatie bij de Nederlandsche centraal-spoorwegmaatschappy, te Utrecht; de eeds-aflegging dier deskundigen bepaald op 7 Maart aanst., des voormiddags ten elf ure enz.

Daar wij toch in den tijd van statistiek leven , kan de volgende

vergelijkende staat van het getal advokaten in Nederland op 1 January

ring van ll en te Amsterdam van 22 advokaten heeft plaats gehad,

Of deze vermindering nu een bewijs van voor- of achteruitaane:

is, laten wij aan het oordeel van anderen over.

2«. (cassatie) het Bestuur der Registratie en Domeinen, eischer, procureur Mr. C. J. Francois, tegen J. M. Jager, verweerder, procureur Mr. J. van der Jagt. Verworpen. H. Op verzoek van partijen oeroyeebd van db kol de zaak van: (koloniaal) Mr. B. E. Colayo Belmonte c. *., appellanten , tegen A. M. Wesenhagen qq., geïntimeerden.

Hl. Gepleit in zake:

( (cassatie) L. A. Reuvens c. «., eischers, procureur Mr. C. J. Fran9ois, advokaat Mr. A. de Pinto, tegen A. Baron van Westerholt van Hacfort, verweerder, procureur Mr. J. van der Jagt, advokaten Mrs. G. M. van der Linden en P. W. A. Cort van der Linden. Conclusie van het Openb. Min. bepaald op 21 Februarij.

M —gr

BENOEMINGEN, VERKIEZINGEN ENZ.

By Z. M. besluit van den 5 dezer, n°. 16, is benoemd tot regter* plaatsvervanger in de Arrond.-Regtbank te Arnhem, Jhr. Mr. L. C. C. O. M. van Nispen, advokaat aldaar.

— Bij Z. M. besluit van dezelfdedagteekening, n°. 17, zijn benoemd; tot subst.-ofBcier van justitie bij de Arrond.-Regtbank te Maastricht; Mr. A. M. B. Hanlo, thans subst.-officier van justitie bij de Arrond.Regtbank te Goes; en tot subst.-officier van justitie bij de Arrond.Regtbank te Goes, Mr. F. J. M. Jespers, thans subst.-griffier bij da Arrond.-Regtbank te Rotterdam.

— De minister van Binnenlandsche Zaken (overwegende, dat, door het aannemen der benoeming tot inspecteur van het lager onderwijs in de provincie Utrecht door den heer A. Moens, de verkiezing van een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in het hoofdkiesdistrict Sneek moet plaats hebben) heeft den 6 dezer goedgevonden te bepalen : lo. dat de verkiezing in gemeld hoofd-kiesdistriet zal geschieden op Dingsdag, 25 Febr. e. k.; en 20. dat, zoo eene herstemming noodig is, die zal plaats hebben op Dingsdag, 11 Maart daaraanvolgende.

Arnhem, 6 Febr. — Voor de vacature van lid van de Regtbank te dezer stede, ontstaan door de benoeming van Mr. D. J. Mom Visch tot lid van het Hof van Gelderland, is de volgende nominatie opg®' maakt: 1». Mr. B. P. Baron van Verschuer, subst.-griffier bij het Hof van Gelderland; 2». Mr. J. A. Willinge Prins, lid van de Regtbank te Sneek; 3». Mr. P. E. G. Gerlings, advokaat en regter-plaatsvervanger te Arnhem.

r ————

Door den gouv.-gen. van Ned. Indië is tijdelijk belast met de waarneming der betrekking van president van den Landraad der stad en voorsteden van Batavia, Mr. A. Makkers, onlangs van verlof uit Nederland teruggekeerd.

BERIGTEN.

* * Gravenhage, den 8 Februarij.

Den 7 dezer is te Gorinchem overleden de heer D. de Loov deurwaarder bij de Arrond.-Regtbank aldaar.

Groot-Brittanniè. — In de, op 6 Febr. geopende zitting van het Parlement wordt o. a. aangekondigd het voorstel, dat van regeringswege zal worden aangeboden, tot het instellen van een Opperste Geregtshof en tot het invoeren van eene nieuwe proces orde in hooger beroep.

1 .——jg

ADVERTENTIEN. " 1 ■

Bij GEBR. R EL INFANTE, te Gravenhage,

ziet het licht:

HET EERSTE GBDKELTK VAN DUN TWEEDEN DRUK van

LÉON\S REGTSPRA AK,

AF DEELING:

BURGERLIJK WETBOEK,

HERZIEN EN TOT DECEMBER 1872 BIJGEWERKT,

door

Mr. O. A. S ER,

Advokaat bij den Hoogen Raad der Nederlanden en Regterplaatsvervanger in de Arrond.-Regtbank te 's Gravenhage.

Prijs f 4.50.

Het tweede gedeelte van deze afdeeling is ter perse.

Ook deze afdeeling is afzonderlijk verkrijgbaar.

De prijs van LÉON'S UEGTSl'RAAK is thans aldus:

Deel I (Staatregt), 2de druk, door Mr. e. L. van Emden, f S.1^

• I » 1ste vervolg, » » 8.00

* I 2de « « 8.25 « I 3de . 6.00

» II, 1ste afl. (Regt. Org.) 1.6''

» II, 2de en 3de afl. (Burg. Wetb.), 2de druk, door

Mr. C. Asser, 1ste ged. 4.50

» II, 4de afl. (Koophandel), 2de druk, door Mr. J. A. Levt. 9-25

lsta vervolg, door idem 1,00

» II, 5de afl. (Burg. Regtsv.), 2de druk in bewerking.

« II, 6de afl. (Strafvordering). ......... 10.00

Stielperaiiraiu. o»» sL'itsisve vaa

BEUXFAMTE. te '» «ravea**»»».

Sluiten