Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten grondslag strekt, door den eischer qq. is gesloten, als optredende

voor zijnen minderjarigen zoon ;

dat de ged., zonder evenwel de nietigheid der verbindtenis in te roepen, beweerd heeft, dat zij is krachteloos, omdat de eischer qq. de grenzen zijner bevoegdheid als vader is te buiten gegaan;

dat art. 1484 B. W., waarop de ged. zich beroept , als eene uitzondering is aan te merken op art. 1482, al. 1, bepalende, dat alle verbindtenissen door minderjarigen of onder curatele gestelde personen van regtswege nietig zijn en op eene door hen of van hunnentwege gedane vordering , op den enkelen grond der minderjarigheid of der curatele, moeten worden nietig verklaard ;

dat echter, volgens art. 1484, de mindeijarige het regt, hem bij art. 1482 , al. i, toegekend, behoudt, wanneer de vader buiten de grenzen zijner bevoegdheid mogt gehandeld hebben ;

dat nu de ged., die bij het sluiten der overeenkomst bekwaam was om te handelen , zich aan de door hem aangegane verbindtenis niet kan onttrekken op grond van een regt, dat aan den minderjarigen zoon des eischers zou toekomen, aangezien hij, volgens art. 1367, al. 2 , zich niet beroepen mag op de onbekwaamheid van den minderjarige , met wien hij gehandeld heeft;

dat dus de door den ged. beweerde niet-ontvankelijkheid moet worden afgewezen ;

2o. ten aanzien der hoofdzaak :

dat uit het tusschen partijen in confesso zijnde contract blijkt, dat de ged. den zoon des eischers in zijne zaken zou opleiden , hem alle mogelijke inlichtingen deswege zou verstrekken en hem voor zijne zaken zou bekwamen , waartegen de eischer zich verbond op 1 Oct. 1869 de som van f 1500 aan den ged. te betalen;

dat tnsschen partijen tevens in confesso is , dat door den eischer aan zijne verpligting , om de zoo even genoemde som te betalen , is voldaan , en dat de ged. den zoon des eischers van zijn kantoor heeft verwijderd , en bij geregtelijk exploit gesommeerd zijnde hem daarop weder te ontvangen , niets meer van zich heeft doen hooren;

dat nu , wel is waar, de ged. beweert, dat hij des eischers zoon slechts voor een haiven dag heeft willen verwijderen, doch dit beweren in strijd is met het onbeantwoord laten van de hierboven vermelde insinuatie dd. 1 Febr. 1872 , waarbij hij gesommeerd was om binnen drie dagen aan den eischer te doen weten, wanneer hij diens zoon weder aan het kantoor wil ontvangen, en waarbij hij tevens in gebreke en aansprakelijk gesteld wordt voor het niet-nakomen der verpligtingen, welke hij bij voornoemde overeenkomst op zich genomen heeft;

dat uit bovenstaande overwegingen dus ten duidelijkste blijkt, dat de ged. in gebreke is gebleven aan die overeenkomst te voldoen ; terwijl er niet van opleiding in zijnen handel sprake kan zijn, tenzij de ged. den zoon des eischers op zijn kantoor toelaat;

dat de vordering des eischers dus op de wet is gegrond, en hem behoort te worden toegewezen ;

Gezien de artt. 1366, 1367, 1482, 1484, 1302 en 1303 B. W. en 56 B. R.;

Regt doende enz.,

Verklaart de hierboven vermelde overeenkomst, tusschen partijen den 28 Sept. 1869 gesloten , ontbonden ;

Veroordeelt den ged. tot vergoeding van kosten , schaden en interessen , door den eischer reeds gehad en geleien , of nog te hebben en te lijden , ten gevolge van de niet-nakoming van gemelde overeenkomst , nader op te maken bij staat;

Veroordeelt den ged. in de kosten van dit geding.

(Gepleit voor den eischer Mr. J. A. N. Travaglino, en voor den gedaagde Mr. Joan Bohl.)

ARRONDISSEMENTS-REGTBANK TE SNEEK.

Raadkamer van den 20 April 1872.

Voorzitter, Mr. J. J. Bolman.

Boedelscheiding. — Afwezige militair. — Bewindvoerder. — Woonplaats. — Art. 519 B. W.

Moet onder «Regtbank van de woonplaats» des afwezigen , in art. 519 B. W., daar, waar het een militair geldt, die telkens van garnizoen verandert, worden verstaan die Regtbank , alwaar de militair het laatst zijn hoofdverblijf heeft gevestigd? — Ja.

Aan de Arrond.-Regtbank te Sneek geven reverentelijk te kennen :

G. B., koopmansknecht, te S., en zijne door hem gesterkte echtgenoote W. W., IJ. S., bakker, te D., en zijne door hem gesterkte huisvrouw M. W., en IJ. W., dienstmeid , te A.;

dat nu onlangs en wel op den 5 April laatstleden is overleden haar vader J. W., in leven korenmeter alhier, en op den 21 Aug. 1866 hunne moeder A. Z.;

dat tot die nalatenschappen mede is geregtigd hun meerderjarige broeder S. W., kavallerist bij het Oost-Indische leger, in garnizoen te Soerabaya, en derwaarts van Sneek als zijne woonplaats vertrokken zonder achterlating van procuratie ;

dat hun gezamenlijk belang medebrengt voormelde nalatenschappen te brengen tot liquidatie, en dat, om dit te kunnen doen, worde overgegaan tot benoeming van eenen bewindvoerder, om voor des afwezigen belangen op te treden ;

Redenen waarom zij zich tot U Ed. Achtb. wenden, naar aanleiding van art. 519 B. W., met verzoek die benoeming wel te willen doen; nemende zij requestranten de vrijheid als zoodanig voor te dragen den heer A. Heringa, deurwaarder te Sneek, door hen belust voornoemde liquidatie te bevorderen.

Quo facto etc.

(gel.) Mr. B. S. Steenstra, proc.

De Regtbank enz.,

Gezien voren- en bovenstaand request ; vóór en aleer daarop te beschikken ,

Gelast de mededeeling aan het Openb. Min. ten fine van advies. Sneek, den 11 April 1872. (get.) Bolman. H. J. Albarda.

De officier van justitie enz.,

Gezien bovenstaand request, waarbij gevraagd wordt, dat het der Regtbank moge behagen een bewindvoerder te benoemen tot behartiging der belangen van S. W., kavallerist in Nederlandsch Indië, in garnizoen te Soerabaya ;

Overwegende, dat het hem bij onderzoek is gebleken , dat S. W., geboren den 1 Mei 1844, op den 29 Maart 1868, en alzoo tijdens hij meerderjarig was, de gemeente Sneek met der woon verlaten en vrijwillig dienst genomen heeft bij het zevende regiment infanterie; zoomede dat hij zich later verbonden heeft voor de dienst in het Nederlandsch Oost-Indisch leger;

O., dat hieruit volgt, dat genoemde S. W. reeds sedert 1868 opgehouden heeft zijne woonplaats te Sneek te hebben , daar hij in dat jaar die gemeente verlaten heeft, onder omstandigheden, die duidelijk aantoouen, dat bij zijn hoofdverblijf elders wilde vestigen;

0., dat bij art. 519 B. W. alleen aan de Regtbank der woonplaats van den tijdelijk afwezige de bevoegdheid gegeven is een bewindvoerder te benoemen tot behartiging van de belangen van den afwezige;

O., dat dus de Regtbank te Sneek in geen geval bevoegd is, overeenkomstig het gedane verzoek, een bewindvoerder voor S. W. te benoemen, zoodat het overbodig is te onderzoeken, of genoemde S. W., die waarschijnlijk op zijne tegenwoordige woonplaats Soerabaya aanwezig is, wel in den zin der wet als afwezig kan worden beschouwd;

Gelet op de artt. 519, 74, 75 en 76 B. W.;

Heeft de eer te adviseren, dat het der Regtbank moge behagen zich onbevoegd te verklaren om op het verzoek, in bovenstaand request gedaan, te beschikken.

Parket te Sneek, 18 April 1872.

De Officier voornoemd, {get.) A. J. Rethaan Maoaeé.

De Regtbank enz.,

Herzien vorenstaand request;

Gezien het advies van den heer officier van justitie bij deze Regtbank, houdende, dat het der Regtbank moge behagen zich onbevoegd te verklaren om op het verzoek, in bovenstaand request gedaan, te beschikken ;

Overwegende, dat in deze te beslissen valt, of S. W., thans kavallerist bij het Oost-Indische leger, in garnizoen te Soerabaya, zijne woonplaats te Sneek heeft behouden;

O., dat woonplaats in den zin der wet is een regtsbegrip, onafhankelijk van iemands werkelijk verblijf en zelfs van zijne inwoning, zoodat alleen, bij gebreke van een hoofdverblijf, de plaats des werkelijken verblijft daarvoor wordt gehouden;

O., dat een tijdelijk verblijf elders geene verandering van woonplaats medebrengt, wanneer niet van het voornemen blijkt, dat men elders zijn hoofdverblijf wil vestigen;

0., dat een militair, tijdelijk nu hier dan daar in garnizoen, niet kan geacht worden aldaar telkens zijne wettelijke woonplaats over te brengen, daar bij hem van eene vrijwillige vestiging geen sprake kan zijn, maar alleen van een tijdelijk verblijf; en dat hij ook niet kan geacht worden zonder vaste woonplaats te zijn , noch zijwe oude woonplaats te hebben opgeheven, wanneer van dat voornemen niet uitdrukkelijk is gebleken;

O., dat dit laatste in casu geenszins het geval is, zoodat het er voor moet gehouden worden, dat de woonplaats van den afwezige S. W. nog te Sneek is gevestigd;

O., dat de Regtbank derhalve bevoegd is ten deze op het request te beschikken ;

0., dat door de afwezigheid van genoemden W. en bet overlijden van zijnen vader J. W., op den 5 April 1872 , voldoende redenen bestaan om eenen bewindvoerder te benoemen, die zijne goederen zal kunnen beheeren en zijne belangen waarnemen;

Gelet op de bepalingen van art. 519 B. W.;

Regt doende enz.,

Benoemt tot bewindvoerder, ten fine bij het request verzocht, den heer A. Heringa, deurwaarder te Sneek.

KANTONGEK EGTEN.

KANTONGEREGT TE LOEtfEN.

Zitting van den 28 Mei 1873.

Kantonregter, Jhr. Mr. J. B. Strick van Linschoten. Schipper. — Overligdagen. — Niet-ontvankelijk-verklaring

van den eisch , op grond, dat de vordering den gedaagde niet in privé, doch in qualiteit zou betreffen.

R., eischer, tegen V., gedaagde.

De kantonregter enz.,

Gezien de dagvaarding ;

Gehoord pariijen bij monde harer gemagtigden;

Overwegende omtrent het feitelijke: dat eischer bij dagvaarding vordert veroordeeling van den ged. tot betaiing van .... met renten en kosten, ter vergoeding van drie overligdagen, waaraan hij , niettegenstaande sommatie, aan de introductieve dagvaarding voorafgegaan, nalatig of weigerachtig is gebleven te voldoen, zoo en ter zake als bij dagvaarding in het breede is omschreven;

O., dat de eischer zich aanvankelijk eenvoudig heeft gerefereerd nan den inhoud der dagvaarding, terwijl namens den ged. daarop de eisch is bestreden met de exceptie: tibi adversus me non competit haec actio; en dienvolgens is geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring des eischers, en zulks op grond, dat de in casu door den eischer , als schipper, vervoerde steenkolen niet waren bestemd voor, noch besteld door den ged. in privé, maar moesten dienen voor het stoomgemaal van het waterschap »de derde bedijking der Mijdrechtsche droogmakerij», van welk ligchaam de ged. voorzitter is, en dan ook door hem, qua talis, waren besteld ; dat hij derhalve te dier zake niet in privé konde gedagvaard, veelmin veroordeeld worden; en voorts, acte verzoekende van het voorstellen dier exceptie, subsidiair tegen de zaak ten principale is aangevoerd , dat de feiten in de dagvaarding onjuist gesteld zijn en daarom de vordering zelve is ongegrond , met conclusie mitsdien , dat deze zal worden ontzegd en de eischer verwezen in de kosten;

O., dat namens eischer de voorgestelde exceptie is tegengesproken, op grond, dat alleen het adres of de vrachtbrief de overeenkomst uitmaakt tusschen den schipper en den geadresseerde; dat hij dit dus alleen had te raadplegen , en dat daarin eenvoudig de naam van ged. voorkwam ; en derhalve is geconcludeerd tot afwijzing der exceptie, voorts tot toewijzing der vordering, onder bereid-verklaring om van de in de dagvaarding geposeerde feiten door alle middelen regtens bewijs te leveren;

O., dat eindelijk namens den ged., onder persistit bij de genomen conclusiën, nog is gedupliceerd aangaande de exceptie, dat het, blijkens dagvaarding en sommatie, den eischer zeer goed bekend was, dat de leverantie en het vervoer niet geschied waren voor den ged. in privé, maar in diens bovengemelde qualiteit; en omtrent de zaak zelve, dat hij, de waarheid der gestelde feiten blijvende ontkennen, in staat en bereid was, om later, zoo noodig, de onwaarheid dier feiten door tegenbewijs te staven;

Ö. in regten: dat zeer zeker in 't algemeen , om met vrucht eene vordering te kunnen instellen , er tusschen eischer en ged. ter zake van eene of andere verbindtenis een regtsband moet bestaan ; maar dat dan ook elke actie te dier zake moet ingesteld worden tegen hem of haar, die, hetzij in privé, hetzij in qualiteit, verbonden is, en tegen geen ander, met andere woorden , dat, heeft men zich in privé verbonden, men niet in qualiteit kan gedagvaard worden en omgekeerd;

O. nu, dat in casu de ged. zich juist daarop beroept, en zijne exceptionnele verdediging grondt, dat hij in privé, in plaats van in meergenoemde qualiteit ged. is : dat nu vooreerst niet door eischer is tegengesproken, dat het vervoer was gedaan voor en op last van den ged. qq., maar zulks bovendien door hem in de acte vau som¬

matie , waarnaar de dagvaarding verwijst, uitdrukkelijk is erkend, waarin steeds wordt gesproken van vervoer voor het stoomgemaal onder Mijdrecht; en dat mitsdien als tusschen partijen in confesso mag en moet worden aangemerkt, dat gedacht vervoer is geschied voor en op last van den ged. in qualiteit voormeld , en anders niet; dat nu wel de eischer zicli beroept op het adres of den vrachtbrief (dat trouwens niet is overgelegd), en waarin alleen de naam van den ged., zonder bijvoeging van qualiteit, zoude voorkomen; doch dat die nietvermelding geene verandering kan brengen in de regtsbetrekking, waarin partijen tegenover elkander zijn geplaatst, en geen vrijbrief is voor den eischer om den ged. naar willekeur in privé te dagvaarden , als hij in qualiteit verbonden is;

O., dat gedaagdes belang bij de opgeworpene exceptie van zelf in het oog springt; immers dat, indien men zich onverpligt in privé heeft laten veroordeelen , men later niet in qualiteit het betaalde kan terugvorderen , zonder zelf gevaar te loopen van met eene exceptie te worden bejegend;

O., dat dienvolgens teregt door den ged. de exceptie van nietontvankelijkheid is opgeworpen, en deze hem behoort te worden toegewezen ;

Gezien art. 56 B. R. ;

Regt doende enz.,

Verleent den ged. acte van datgene, waarvan door hem acte is gevraagd;

Wijst de voorgestelde exceptie toe;

Verklaart den eischer niet-ontvankelijk in zijne vordering tegen den ged., en verwijst den eischer in de kosten des gedings.

(Gepleit voor den gedaagde Mr. H. J. yan Lier.)

HOOGE RAAD. — Hamer van Strafzaken.

Zitting van Maandag, 23 .Tunij.

Voorzitter , Mr. J. D. W. Pape.

Uitspraak gedaan in zake :

lo. E. Beekman, tegen een arrest vau het Ilof in Gelderland. Niet-ontvankelijk verklaard, voor zooveel de vrijspraak betreft. Het arrest vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof in Overijssel.

2°. den ambtenaar van het Openb. Min. bij het Kantongeregt te Appingedam, tegen een vonnis in zake S. van Wien. Het vonnis vernietigd en de zaak verwezen naar de Regtbank te Appingedam.

3°. D. C. van Rijnberk , tegen een vonnis der Regtbank te Tiel. Het vonnis vernietigd en den ambtenaar van het Openb. Min. by het Kantongeregt alsnog niet-ontvankelijk verklaard in zijn hooger beroep.

4°. .1. L. II. Reynen , tegen een vonnis van het Kantongeregt te Roermond. Het vonnis vernietigd en de zaak verwezen naar de Regtbank to Roermond.

50. B. Neef, tegen een arrest van het Hof in Drenthe. Het arrest vernietigd, voor zooveel betreft de uitgesproken veroordeeling van zes maanden eenzame opsluiting, en den req. veroordeeld tot een half jaar eenzame opsluiting.

BERIGTEN.

's Gravenhage, den 23 Junij.

Berigtten wij onlangs, dat te Gent eene Fransche vertaling het licht had gezien van Prof. Goudsmit's Pandekten-Systeem, thans wordt gemeld , dat eene Engelsche vertaling daarvan is bewerkt door den regtsgeleerde R. de Tracy Gould, die te Londen bij Longmans, Green en Comp. verschenen is.

ADVERTENTIEN.

légin's REGTSFRaak.

In 1873 zijn hiervan bij GEBR. BELINFANTÈ, te \s Hage , verschenen :

Mr. J. A. Levy, 2e supplement op: Koophandel f 0.75

Mr. G.Asser, 2e ged. van: Burgerlijk Wetboek - 7.—

Mr. E. L. van Emden , Regterlijke Organisatie,

Overgang enz. . - 4.—

Al de afleveringen van dit werk zijn afzonderlijk verkrijgbaar.

Bij dezelfden zijn verkrijgbaar de volgende werken:

About. La question ro- Billette. Enquête sur le

maine f 3.00 taux d'intérêt de 1'argent f 1.25

La nouvelle carte Bonnet. Le crédit et les

d'Europe - 1.00 finanees - 3.00

Alauzet. De la qualite' de Bosselet. La liberté

Francais et de la natu- ajournée - 0.50

ralisation - 2.00 Boutron. Théorie de la

André. Régénération de rente foncière . . - 1.80

la société par la morale Carla. La Société en

et le capital .... - 1.50 France et le gouverne-

Asmodee a New-York . - 4.00 ment - 2.75

Audebrand. Souvenirs de de Carné. Etudes sur 1'his-

la tribune des journalistes - 1.65 toire du gouvernement

Abdiganne. La lutte indus- représentatif en France

trielle des peuples . . - 3.55 de 1789 k 1848, 2 vol. - 8.00

Barthelémy St. Hilaire. le Cesne. Circulation mo-

Politique d'Aristote . . - 3.85 nétaire - 1.40

Batbie. Mélanges d'e'cono- Chevalier (MichelJ. La

mie politique .... - 4.15 monnaie - 3.50

Nouveau cours d'e'co- Codllet. Circulation mo-

nomio politique, 2 vol. - 8.'25 nétaire 3.60

Baüdrillart. Les rapports de la morale et de 1'économie politique . . . - 4.15

Snelpersdruk en IIH^ave van CvKIIIIOGIIKRS IIKIilVIMVri-:. te ♦» »rar«nhago.

Sluiten