Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedaan, bij hiervoor bij D vermeld exploit van den 29 April 1872 ; dat echter door den eischer geen bewijs is bijgebragt, zelfs niet is aangeboden, van de door hem vooruitgezette verhuring, en dat deze, zoo en in dier voege als zij door hem is vooruitgezet, door den ged. is ontkend; dat hieruit alleen reeds zou volgen de ongegrondheid deivordering; dat daarenboven door den ged. het bewijs is geleverd, dat de kamers, waarvan de ontruiming door den eischer wordt gevorderd, door des eischers vader aan hem ged. zijn verhuurd voor een tijdvak van drie jaren, aanvang nemende met Oct. 1866 en eindigende met Oct. 1869 , tegen eenen jaarlijkschen huurprijs gedurende het eerste jaar van f 132 en gedurende de twee volgende jaren van f 138, te betalen bij maandelijksche termijnen, en met bepaling, dat van de zijde van den verhuurder geene opzegging zal kunnen gedaan worden, terwijl dit iedere maand zal kunnen gedaan worden door den ged., en dat, als bij het eindigen dier drie jaren geene opzegging zou hebben plaats gehad, de huur weder geldig zou zijn voor zes jaar; dat door den eischer zelfs niet is beweerd , dat na verloop der in Oct. 1869 geëindigde drie jaren opzegging gedaan is, en dat mitsdien thans loopende is eene huur van zes jaren, eindigende in Oct. 1875 ;

Regt doende enz.,

Verklaart den eischer niet-ontvankelijk in zijne hoofdvordering , voor zooverre zij strekt tot ontruiming van den kelder;

Verklaart hem niet-ontvankelijk in zijne subsidiaire vordering tot nietig - en van-onwaarde verklaring en, voor zooveel noodig, tot vernietiging der voormelde verbindtenis van 29 Sept. 1866;

Verklaart hem ongegrond in zijne hoofd vordering, voor zooverre zij strekt tot ontruiming der twee kamers; en

Verwijst hem in de kosten van het geding , waarover nog geene uitspraak is gedaan, deze van zijde van den ged. gevallen, getaxeerd die van procureur op f 39 en die van advokaat op f 77.40.

(Gepleit voor den eischer Mr. L. Nijpels , en voor den ged&agde Mr. Edm. van Wintershoven.)

MENGELWERK.

EEN LAATSTE WOORD OVER DE MAASTRICHTSCHE VERORDENINGEN.

Aan de Redactie van het Weekblad van het Regt.

Maastricht, den 2 Oct. 1873.

Mijnheer de Redacteur!

Nu nagenoeg alle couranten en ook uw geacht en ernstig blad hun woord gezegd hebben over de zoogenaamde verordeningen van den Maastrichtschen Gemeenteraad, waarbij den leerlingen van het gymnasium en de hoogere burgerschool het bezoeken van koffijhuizen en tooneelvoorstellingen, anders dan in gezelschap van ouders of voogden, en het rooken in het openbaar zoude zijn verboden, acht ik het oogenbik gekomen, een laatste woord daarover in het midden te

^Ik^moet, Mijnheer de Redacteur, vooropstellen, dat de zooveel besproken Maastrictitsche verordeningen volstrekt niet bestaan, en nimmer of nooit door den Raad zijn uitgevaardigd. Die verordeningen kunnen dus wel niet onwettig, onpraktisch en belagchelijk zijn; en de Gemeentestem gaat dus zeker te ver, waar zij zegt, dat de verordeningen als in strijd met de wet, moeten vernietigd worden.

Ziehier wat het geval is en hoe zich de zaak heeft toegedragen.

Bij een brief, gedagteekend 18 Aug. 1873 en gerigt aan Burgemeester en Wethouders , klaagde Dr. Zickwolf, directeur oer hoogere burgerschool, zeer over het gedrag der leerlingen buiten de school.

Hij vond het toevoegen van een nieuw lid aan het reglement dier school noodzakelijk, om te beletten, dat leerlingen hun tijd in koffijhuizen of dergelijke plaatsen verkwisten en aldaar, door hun gedrag, aanleiding tot schandaal geven. Bij zijn brief was gevoegd een ontwerp van supplement tot het reglement der school.

Reeds vroeger had er te dier zake, tusschen den waarnemenden rector van het gymnasium en voornoemd collegie, eene briefwisseling

plaats gehad.

In die brieven werd echter niet alles gezegd.

De toestand was erger: De professoren klaagden bij monde over zaken die bezwaarlijk in een officieel stuk konden worden nedergelegd.

Zoo wezen zij er op, hoe jongelieden geregeld de koffijhuizen bezochten , zelfs die, waarin zij, professoren, gewoon waren te komen; — hoe op de vrije namiddagen (Dingsdag en Donderaag) de leerlingen zich van twee tot negen a tien ure des avonds, zonder tusschenpoozinf, in de twee voornaamste koffijhuizen met het billardspel onledig0 hielden, daarbij veel geraas maakten en zich aan een onmatig gebruik van allerlei drank overgaven.

Bovendien klaagden die heeren over het onwelvoegelijk gedrag der leerlingen buiten de schoolgebouwen. Immers die jongelieden ontzagen zich niet, met de brandende sigaar tot aan de deur van het schoolgebouw te komen en den voorbijgangers, etfen als aan de professoren, den rook in het aangezigt te blazen.

Sommigen zelfs, die hierdoor meenden een blijk van onafhankelijkheid of zelfstandigheid te geven, dreven de onbeleefdheid zoover, hunne meesters niet eens te groeten.

Aan een en ander meenden professoren, dat eindelijk paal en perk moest gesteld worden. Om daartoe te geraken, moesten de artt. 38 en 39 der plaatselijke verordening op het gymnasium en da hoogere burgerschool van 9 Dec. 1864 worden herzien, en wel in dier voege, dat achter gezegde artikelen toegevoegd werd : «zoowel buiten als binnen de gebouwen der school staan de leerlingen van alle klassen onder toezigt van den rector , directeur en professoren. Ten allen tijde zijn zij hun gehoorzaamheid en eerbied verschuldigd.»

Die wijziging nu is door den Raad aangenomen ; en ziedaar alles wat de Raad te dier zake heeft verordend.

Na aanname daarvan gaf de burgemeester te kennen, dat hij wel het gevoelen van den Raad wenschte te vernemen omtrent de punten , waarover de heeren professoren zich beklaagden.

Mr. Micheels , lid van den Raad, vroeg _ daarop het woord en zeide, dat, ofschoon de Raad, en evenzeer bij als raadslid , met geroepen was om een reglement ta dier zake vast te stellen, nu hij daartoe door den voorzitter werd uitgenoodigd, hij niet aarzelde om als zijn gevoelen kenbaar te maken, dat de klagten der heeren professoren hem zeer gegrond voorkwamen, en hij van oordeel was, dat aan het verlangen dier heeren in allen deele moest worden

voldaan. , , , . An4.

Spreker voegde nog daaraan toe , dat het hem bekend was, dat de studiën aan de beide inrigtingen van onderwijs perichteren en een groot aantal leerlingen niet tot eene hoogere klasse kunnen overgaan. «Om naar het koffijhuis te gaan en te rooken, zijn er leerlingen,* zoo vervolgde spreker, "die hunne boeken verkoopen."

Hij meende dus, dat aan de leerlingen zoowel het bezoeken der koffijhuizen , anders dan in gezelschap van ouders en voogden, en het rooken in het openbaar moest worden verboden.

Dat het rooken als voor de gezondheid nadeelig den leerlingen moest worden ontzegd, werd door spreker niet beweerd. Integendeel, hij zeide, dat de professoren niet voor de gezondheid der leerlingen had¬

nietig - en van-onwaarde verklaring en, voor zooveel noodig, tot ver-

Verklaart hem ongegrond in zijne hoofd vordering, voor zooverre

den te waken, en deze, te huis, den geheelen dag aan den lust tot rooken konden toegeven.

De burgemeester gaf daarop te kennen, dat, bij het nader vast te stellen reglement, het collegie van Burgemeester en Wethouders zoude adviseren, en hiermede was de zaak afgeloopen.

Ziedaar, Mijnheer de Redacteur, een trouw relaas van het voorgevallene in den Maastrichtschen Gemeenteraad.

Hoe men in die zaak van ultramontaansche onverdraagzaamheid kan spreken, vat ik niet. Niemand heeft er aan gedacht, dat hier de godsdienst in het spel was.

Of nu een huishoudelijk reglement, waarmee de Raad niets te maken heeft, en dat door dozen niet wordt vastgesteld, dat in casu zelfs niet aan de leden van den Raad is medegedeeld, teregt het bezoeken van koffijhuizen en het rooken aan de leerlingen kan ont zeggen, behoef ik niet te onderzoeken.

Maar het lijdt bij mij geen twijfel, wanneer ik zie, dat de wet de toelating van ongevaccineerde kinderen op de scholen verbiedt en de Mennonieten noodzaakt, tegen hunne geloofsbegrippen in, de wapenen te dragen, wanneer zij daartoe door het lot worden aangewezen.

Aan de militairen was vroeger het rooken in het openbaar ten strengste verboden; en dit verbod bestaat nog, wanneer zij zich in groot tenue vertoonen. Aan de minderen is het nu zelfs niet toegelaten zich van eene parapluie te bedienen.

Ten slotte nog een enkel woord.

Ouders en voogden bevinden zich wel bij het reglement, dat thans is vastgesteld, of liever , wederom in het leven is geroepen , want mijnheer Micheels bemerkte, dat een gelijk verbod in zijne jeugd en tot vóór korte jaren nog bestaan heeft, gelijk het nu op alle Belgische athenaeums en alle Duitsche Gymnasias en Realschulen nog steeds aan de studerende jeugd op het nadrukkelijkst verboden is koffijhuizen te bezoeken en te rooken.

Ook de Protestantsche ouders (want er zijn een aantal Protestantsche leerlingen aan de inrigtingen), wier kinderen vooral meêdeden, geven hunne onverdeelde goedkeuring aan de herstelde verbodsbepalingen.

Ik heb de eer, Mijnheer de Redacteur, u de verzekering mijner hoogachting aan te bieden.

Een lid van den Maastrichtschen Gemeenteraad.

HOÜGE RAAD. — Eïnr^erlIjSte kamer.

Zitting van Vrijdag, 3 October.

Voorzitter, Mr. F. de Greve.

I. Conclusie door het Openb. Min. genomen in zake:

(cassatie) den proe.-gen. bij het Hof in Groningen, tegen een

arrest in zake Mr. S. M. S. Modderman. Adv.-gen. Smits concludeert tot vernietiging van het arrest; en dat de Hooge Raad, ten principale regt doende, den gereq. zal schuldig verklaren aan overtreding van de artt. 70, 71 en 73, in verband met art. 29 , B. W., en hem zal veroordeelen in de kosten der procedure. Uitspraak 31 October.

II. Nieuwe zaak:

(koloniaal) J. D. Juda, appellant, procureur Mr. J. van der Jagt, tegen E. Desse, geïntimeerde, procureur Mr. C. J. Frangois.

III. Uitgesteld :

lo. tot 18 December de pleidooi jen in zake :

(cassatie) den Staat der Nederlanden , vertegenwoordigd door den minister van Finantiën, uitoefenende het Bestuur der Domeinen van den Staat, eischer, procureur Mr. C. J. Franyois, tegen C. H. de Witte van Citters, echtgenoote van A. A. des Tombe, verweerderesse, procureur Mr. M. Eyssell, en J. van den Berge, alsmede het Bestuur der Visscherijen op de Schelde en Zeeuwscue stroomen , gevestigd te Tholen , mede-verweerderesse , niet comparerende.

2°. tot 21 November de pleidooijen in zake:

(cassatie) A. J. Wijkman Gelms, eischer, procureur Mr. M. Eyssell, tegen den ontvanger der registratie en domeinen te Winschoten, verweerder, procureur Mr. C. J. Frangois.

IV. Gepleit in zake:

(cassatie) het Bestuur der Registratie en Domeinen, eischer, procureur Mr. C. J. Fraric;ois, advokaat Mr. A. de Pinto, tegen F. van der Winde, verweerder, procureur Mr. J. H. C. Lisman, advokaat Mr. P. W. A. Cort van der Linden. Conclusie van het Openb. Min. bepaald op 17 October.

NB. Donderdag is er geene zitting gehouden.

PLEIDOOIJEN IN CASSATIE-ZAKEN.

19 Dec. De commissaris des Konings in de provincie Overijssel, eischer in cassatie, tegen den Staat der Nederlanden, verweerder.

BENOEMINGEN, VERKIEZINGEN ENZ.

De Provinciale Staten van Noordholland hebben, in hunne vergadering van 3 Oct. jl., verkozen tot lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Dr. E. C. BUCHNER, lid van Gedeputeerde Staten van Noordholland, en wel met 32 van 61 stemmen. Deze verkiezing vond plaats ter vervanging van den heer Mr. J. Messchert van Vollenhoven , benoemd tot lid van de Tweede Kamer.

— Bij Z. M. besluit van den 30 Sept. jl. is aan J. G. Troost vergund zijne notar ële standplaats van de gemeente Stad-Hardenberg over te brengen naar Heemse, gemeente Arnbt-Hardenberg.

— Door de afdeelingen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn benoemd tot rapporteurs over het wets-ontwerp tot vaststelling van hoofdstuk IV (Departement van Justitie) der staatsbegrooting voor 1874, de heeren: Luyben, de Brauw (voorzitter), van Loon, Borret en Godefroi. ,

— Z. M. heeft den generaal-majoor A. W. P. Weitzel benoemd tot minister van Oorlog.

De Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft heden tot candi-

daten voor het lidmaatschap van den Hoogen Raad gekozen de heeren: Eerste, Mr. J. Heemskerk Azn., oud-raadsheer in het Prov. Geregtshof in Noordholland, met 43 van 61 stemmen.

Tweede, Mr. M. F. Lantsheer, raadsheer in het Prov. Geregtshof ïu Zeeland, met 47 van 58. ,

Derde, Mr. J. Teltino , raadsheer in het Prov. Geregtshof in Friesland, met 37 van 56.

Vierde, Mr. N. F. van Nooten, raadsheer in het Prov. Geregtshof in Utrecht, met 42 van 59.

Vijfde, Mr. S. Tjaden Busmann , president van de Arrond.-Regtbank te Groningen, met 39 van 58.

Deze lijst van candidaten zal den Koning worden aangeboden.

BERIGTEN.

's Gravenhage, den 4 October.

Het Traité des obligations van Pothier behoort tot die werken van de oude school , die ook voor de beoefenaren van het hedendaagsche regt hunne volle waarde hebben behouden. De nieuwe uitgave van dat werk , bezorgd door den boekhandelaar van Leeuwen te Leiden, verrijkt met eene verwijzing naar de artikelen van den Code Nap. en van het Ned. Burg. Wetb., zal dan ook voor velen eene welkome verschijning zijn.

— Den 1 dezer is te 's Bosch overleden de heer L. W. J. Marggrafif, sedert 51 jaren regterlijk ambtenaar. In 1822 werd hij benoemd tot subst.-griffier bij de Regtbank aldaar, en in 1838 tot kantonregter, welke betrekking hij steeds met ijver en naauwgezetheid vervulde. De overledene was ridder der orde van de Eikenkroon.

Groningen, 30 Sept. — In den afgeloopen nacht werd in de slaapkamer van den heer J. S. Havinga Oortwijn, op Villa Nuova, te Euvelgunne, gemeente Noorddijk, een belangrijke diefstal gepleegd. De dieven hebben de brutaliteit gehad den heer Oortwijn iets toe te dienen , waardoor deze in een staat van verdooving is gebragt, en vervolgens de zware geldkist naar buiten gedragen, terwijl de ledige kist in eene naburige sloot is teruggevonden. Al wat waarde had is uit de kist ontvreemd, onder anderen circa f 50,000 aan bank- en muntpapier en contanten (de vele effecten, die zich in de kist bevonden , daaronder niet begrepen), benevens eenige juweelen ringen, bellen , gouden armbanden enz. Ook uit eene gesloten kast zijn nog een gouden horologie met ketting en eenige contanten gestolen. — De officier van justitie te dezer stede is onmiddellijk , nadat de diefstal ter zijner kennis was gebragt, naar de villa van den heer Oortwijn vertrokken. Het meest naauwgezette onderzoek wordt ingesteld. ■ Naar wij vernemen, is de toestand van den heer Oortwijn, in aanmerking genomen het heden nacht ondergane, nog al redelijk.

In de Prov. Gr. Ct., waaruit wij dit berigt overnemen, lezen wij de volgende aankondiging:

In den nacht van 29/30 Sept. 1873 is ten nadeeleen ten huize van den heer J. S. Havinga Oortwijn, wonende op Villa Nuova, ta Euvelgunne , onder Noorddijk , gestolen :

Een zware ijzeren kist, waarin onder anderen geborgen waren ongeveer:

30 stuks obligatiën ten laste Oostenrijk, 2% pet., ieder groot 1250 florijnen.

6 stuks dito ten laste van Amerika, van 1882 , ieder groot 1000 dollars.

14 & 15 stuks dito ten laste van Spanje, buitenlandsche leening, en 2 binnenlandsche leening, ieder groot 6000 francs.

Alle deze obligatiën met de daarbij behoorende coupons.

Voorts ongeveer ƒ 8000 aan rijksdaalders, guldens en halve guldens.

Aan bankpapier : 30 stuks ieder van f 1000, 23 stuks ieder van f 200, 17 stuks ieder van f 100, 12 stuks ieder van f 60, 40 stuks ongeveer ieder van f 40,54 stuks ieder van f 25 , 100 stuks ongeveer ieder van J 10.

Verder onderscheidene huurcontracten van landerijen, aankomstbewijzen van onroerende goederen en eenige onderhandsche schuldbekentenissen , o. a. ten laste van Pestman , van Bruggen eu anderen.

Eindelijk een sigarenkistje zonder deksel, met watten , inhoudende o. a. twee juweelen oorbellen en speld (kruisje), in zilver gezet, op de achterzijde verguld of van goud ; twee juweelen ringen , mede in zilver gezet, de juweel van een dezer ringen in den vorm van eena slang, waarin eenig haar; twee gouden armbanden , waarvan een geëmailleerd; een gouden haarring, op het plaatje de letters A. G. N.; een gehaakt beursje met pareltjes met gouden knip, een stel gouden breidopjes met blaauw lint.

De ijzeren kist is op eenigen afstand van de woning, in de rigting naar de gemeenten ten Boer en Slochteren , tusschen Euvelgunne en Middel bert, geopend, doch geheel geledigd teruggevonden.

Nog zijn uit een gesloten kast ontvreemd een zwaar gouden cylinder horologie met dubbele kast, porseleinen wijzerplaat, waarop tevens secondewijzer, van binnen in de kast gemerkt J. S. H. O.; aan dit horologie was bevestigd een zwaren gouden ketting met charivari, en aan contanten f 70 ongeveer.

De officier van justitie te Groningen verzoekt opsporing en onmiddellijk berigt, onder mededeeling, dat door den bestolene eene goede belooning is uitgeloofd aan ieder, door wiens toedoen de daders van dezen diefstal worden ontdekt.

Parket, 30 September 1873.

De officier voornoemd, Thieme.

Groningen, 1 Oct. — Omtrent den brutalen diefstal ten huize van den heer J. S. Havinga Oortwijn, te Euvelgunne, waarvan wij n> ons nummer van gisteren melding maakten , kunnen wij nog geene nadere bijzonderheden mededeelen. Heden morgen begaven zichi d0 heer officier van justitie, de regter-commissaris en de subst.-grifner der Arrond.-Regtbank naar Euvelgunne , om een onderzoek in loco in te stellen. Ook een brigadier der rijks-politie en een agent der stedelijke politie zijn heden morgen derwaarts gegaan. Met verlangen ziet men naar nadere bijzonderheden omtrent deze duistere zaak, °P dit moment het hoofdonderwerp van alle gesprekken, te gemoet.

(P. G. Ct.)

Groningm, 2 Oct. — Wij zijn verzocht te vermelden, dat uit nadere opgaven door den heer J. S. Havinga Oortwijn, te Euvelgunne, aan de justitie gisteren gedaan , is gebleken, dat door hem geen 3 stuks obligatiën ten laste Oostenrijk worden vermist en daarnaar alzoo geen verder onderzoek behoeft plaats te hebben. Voorts , dat op be plaatje van den vermisten gouden haarring niet staan vermeld de letters A. G. N., maar de letters A. G. M. Naar wij voorts vernemen , heeft het onderzoek der justitie , dat gisteren tot in den laten avond te Euvelgunne is voortgezet, evenmin als dat heden pi?" heeft, tot dusverre tot de ontdekking van de daders van dezen diefsta

^Naar aanleiding van dezen diefstal loopen hier ter stede eene menigte geruchten, waarvan wij evenwel voor alsnog geene melding kunnen maken. ' (-P- <?. C.)

ADVERTENTIEN.

_

Eij A. J. VAN HUEFEL, te Utrecht, is op franco aanvraag gratis verkrijgbaar:

Catalogus van Iloekeil, betreffende RE6TSGELEERDHEID, NOTARIAAT, REGTSTRAH-& enz., voor de bijgevoegde zeer billijke prijzen e bekomen.

Snelpersdruk en l'itjjaff van BGUKFAWVK • te '■

Sluiten