Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maandag, 16 Maart 1874.

WEEKBLAD VAN HET REGT.

REGTSKUNDIG NIEUWS- EN ADVEliTENïIE-BLAD.

ZES-EN-DER TlGSTE JAARGANG. —

• m KT VERITAS.

— ^g——ilMllïf

Dit blad verschijnt des Maandags en Donderdags, en om de veertien dagen ook des Dïnasdans ^Prno n,r ] ~~~ . .

f 1.00 verhooging.—Prijs der advertentièn, 20 cents per regel. - Rijdraoen. brieven Ja«r9<™9 f 0; voor de buitensteden franco per post met

en Vosler « ^gevers. - Agenten

O , x-y.

voor Duitschland: Haasenstein

HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN. I bet zwakke, zoo deerlijk mishandelde wicht bij magie was te bieden -f— ■ . j met geweld, waardoor verwonding en bloedstorting is veroorzaakt¬

en tot toepassing van artt. 331 en 332 C. P. wordt voorzeker niet Hamer *»« Strafzaken. meer gevorderd.

„ t)e in de memorie verkondigde leer, dat geene aanranding der

Alt,mg van den 5 Januari; 1874. eerbaarheid mogelijk is op kinderen, bij wie het gevoel van eerbaar-

Voorzitter, Mr. J. D. W. Papb F^nn^^'T "°g "IV,™ oaïwikkeia= '3 niet °P de wet gegrond.

Jin nu moge al niet gebleken zijn van feitelijken tegenstand, die door

Aanranding naa eerbaarheid. — Jeugdige leeftijd — i • gepleeSde Seweld is overwonnen, de artt. 331 en 332 C. P. zijn Vereischten voor iiex misdrije ' i "Ie.tt0mi" teregt toegepast, vermits tot de toepassing daarvan niets

j anaers wordt gevorderd dan aanranding der eerbaarheid op een kind

Is voor het gepleegd geweld bij de onderwerpelijke aanranding der j meTtoestemm'in^ van"'°a'J^ a|it.Se,voerd of ondernomen niet eerbaarheid het bewezm aangenomen feit voldoende te achteni m» n , et aa"gerande kmd, maar tegen zijnen wil,

- Ja. oiaoenae achten ? met geweld , en dit volgens de feitelijke beslissing heeft plaats gehad.

Steunt de onderscheiding ou de wet dat daar waar het nenne! ij2" *er&a''jke de arresten van 7 Janij 1859 ( Weekbl. n°. 2075, v. d.

eerbaarheid of schlnïe niet LZ, Zo ZT^lr lgZ fsoTT' Snn'f Vr% V "f"?* ( ^ 2638' ^ D" -

kinderen, het ,nisdry/ van aanranding tegen de lerbaarheTdZ LdJ eer te contud re f tot" ^ °f ^

,0» kunnen njn gelegd t - Neen. veroordeeling Z den reï in de kosten '"" P>

H. H. Hoogeveen , oud zeven-en-twintig jaren , schippersknecht, De Hooge Raad enz.,

ge oren te Zwartsluis, wonende te Hasselt, heeft zich in cassatie Gelet op de middelen van cassatie, door den rea. vooreeiteld hii oorzien tegen een arrest van het Prov. Geregtshof in Gelderland memorie, bestaande in:

£»r;i'„0s s r„r„ï.; i

sr st---arassri w *i r I £,:r » ■ - - -

(Stbl. n°. 102), veroordeeld tot tuchthuis-straf voor deu tijd van } i". verkeerde toepassing van art. 331 en schending vsn art 11 i

!'e° J°r^" ,e" kostl!n van. reStsgeding , bij lijfsdwang op Strafregt, door eene eenvoudige verwonding te qualificeren als feitelijk-

hem te verhalen, met bevel, dat het arrest bij uittreksel zal worden j heid tegen de eerbaarheid;

gedrukt en aangeplakt in de gemeenten Arnhem, Druten en Overwegende, dat het eerste middel steunt op de bewerinc dat het 8 Hof °P de verklaringen van getuigen en deskundigen als bewezen heeft

is, zoodat de omstandigheid, dat er gewold is gepleegd, door den

Edel Hoog Achtbare Heeren ! De req. is bij het beklaagde arrest K ^ WOr,lei' "" bePaa'd8 beW6Zen •»«««»»«

ter zake van feiteiykheid tegen de eerbaarheid van een meisje, be- O., dat in de zevende overweging van het beklaa»!,> ,, ,,

rieden de volle v,jft.en jaren oud, met gewelddadigheid uitgevoerd, haken, den beseh. bij het slot der Icte IbSi, veroordeeld tot tuehthms-straf van tien jaren. Tegen dat arrest zijn gelegd, namelijk feitelijkheid tegen de lerbaaiheid vln ea ^ by memorie twee nnduelen van cassatie aangevoerd. I beneden de volle viiftien inr»,, f,„ 7 , eei»»aiüeid van een meisje

Bij het eerste wordt beweerd: schending van art. 211 Strafvord I alsmede des reuuira ivs schuld -1»» ó gawe'ddadighei l uitgevoerd, jo. 331 C. P omdat het arrest omtrent de gewelddadigheid, waar'- worden verklaard door de geregnelijk'e'bSe^s''T'T mede de oneerbare aanranding zoude zijn gepleegd, niet of niet ge- vestio-d door de verklarinte„ ,)s, in ®ws van den l)8sch-. Ge¬

noegzaam niet redenen is bekleed. Het midlei steunt op de bewering, de belde laatstgenoemden, voor zoover betreft de doTheï ë0tU,geQ' dat geweld met is een feit, maar een regtsbegnp; dat daaromtrent men feiten, in verband met het oordeel van het HoT 'ge"0'

geene getuigen of deskundigen kunnen verklaren, zoo als hier heelt I U uat des rmninnt. k.v„ f„ ■ , "ot;

plaats gehad, maar dat de omstandigheid, dat geweld is gepleegd, men,"'eene bepaalde en naauwkenr!»Tolw"ta°'erweS'DS «Pgenodoor den regter moet worden afgeleid uit bepaalde en als bewezen feiten en omstandigheden, zoowel betrekkind I nhb T ïers.cbllle."de aangenomen feiten; en dat in ca.», wilde het H«,f het geweld ont- waarop de aanranding is 4^1 als oo df ! ° ? ^WUM' leenen aan het schreeuwen of het bloeden van bet kind, had moeten I na het plegen van het feit hebban' nl»»,a t gen' dl- tijderis en . zijn uitgemaakt,Sdat dat schreeuwen en bloeden het gevolg is geweest I kind toen schreeuwde» waarmede nior Se|iad, zoo als : 'dat het van de daad van den req. dat b»t schrJ li, t h» anJerS kan zl> bedoeid d«» '

conSkidflCht ^ m"idel on^oni. Het Hof oordeelt in den zevenden van zijn bedrijf daaraan oLi'idXikTo'omfilat'''16' omdat de cons.derans de aan den req. ten laste gelegde gewelddadige aanran- later, het kind het " S e ? : 6,1 l^T *dat,h'J 1 schuld lfie aariheid Va" een ki,ld va" ach"ien '-"aa"de° e» zijne schaamdeel bloed vloeide- opgemerkt, dat uit het ,

beëedigde veTkUringen'«r ISóoSr" beke"tenis • "igd door de 0. dat die omstandigheden den Hoye zijn bekend geworden uit ' eigen oordeel omtrent de oorzaalr h 81 ■"* v and mot s 'Iofs I de verklaringen van de beide eerste getuigen, die het schreeuwen van

die door de als get^t S „ tatt881 en verwondingen, het kind hebben gehoord, en het bhlde/uü bet schlamdLl heb [ den *>)•>• 16 deskuild'gen op het kmd gevon- gezien, terwijl een dier getui-en daarenboven het feit zelf heeft zien De bekentenis van den req. en de verklei,,™,, .. I t'" dö ,V'8rde 0Tenveging zijn opgenomen de verklaringen

opgenomen m het arrest; en daaruit bliikt d»t H getu'fn/U" der deskund.gen die, als getuigen gehoord, de beleedigingen hebben l

kend, en de geiuigen niet hebben verklaard Tt t r6q' """, I opgegeven, welke zij na onderzoek op het kind hebben waar^eno- ri

geweld is gepleegd, maar dat zij de omst^dLhal l IT"™ '" 1Mt "•en• UU Je k® omstandigheden als zoovele feilen het Hof, volgens , waaronder de aanranding heeft plaats eehk1 h' i, " °PSeSeven' eiSea oordeel, het bewijs heeft geput, dat de aanranding met geweld

daarvan en van zijn eigen oordeel omtrent den aL !' 1S °? g!"°"d 'S f,pleegd' zoodat het geweld niet als bewezen is aangenomen op „

bevondei.e beleedigingen, dat het Hof beslist 1,, ' °P het klnd verkll"'1"-'er' van getuigen en deskundigen, maar door het Hof uit E heeft gepleegd, die hem is ten lasie gelegd d • ,'i rctl" de daad I bewezen verklaarde feiten is afgeleid;

alleen heeft schuldig gemaakt aan de bij het slot' de^ niet n' *!"' mitsdien het >"idde' deszelfs feitelijken grondslag mist- h

schuldiging uitgedrukte aanranding der eerbaarheid, maar ook T' , ' StaV,"g Vm' het tweede middel ^ aangevoerd? dat voor v

hij, zoo als hem was ten laste gelegd daarbij met zooveel o-ew^H 83i Strafregt vereischt wordt de bedoeling l. 18 te W£1rk gegaan, dat hij zijn slagtoffer b9la„gnj;, beef[ befeJ^ 0m.de eerbaarheid aan te randen, zoodat niet elke toevallige en niet

en verwond, en eene aanzienlijke bloedstorting heeft piaats "l'fi fwllde verwonding van hei schaamdeel eene aanranding derieerbaar- ei

«Hofs oordeel, dat de aanranding gepleegd is met geweld berus; I oplevert; dat voorts voor het bestaan van geweld het bewezen h,

«US niet op de meening van getuigen of deskundigen omtrent de regts I ""''genomer! feit »i(Jt voldoende is te achten, omdat niet elke krachts- <r

kundige beteekenis ran wat door hen is ondervonden of waargenomen I alleen "rt"8de" <i6r stl'afwet als geweld is te beschouwen, maar ai

maar op wettige bewijsmiddelen; en de juistheid dier geheel feitelijke den teiie" kra®hts-iusPaaning vaa den dader, welke noodig was om I,

beslissing kan niet worden betwist bij den cassatie-regter, die wel de I tegenstand8 (1" Va" slagtoffer te neutraliseren, zoodat zonder st

wettigheid, maar niet de kracht der gebezigde bewijsmiddelen te on- heeft mbnl ',, ",k'ew®1'1 aanwezig is; dat hier het kind geen tegenstand st v Het nv. f'wezen heeft a^nleTL"' 6'k gCVal 'let Hof geen «genstand als be-

" en schendint heet; verkeerde 'oepassing van art. 331 C. P., die in de onzedelijke het kind SeliJkst0Hd "»« iemand, pl

^en tctiending van art. 311 van dat wetboek, door eene eenvoudige I O. dat bii h«Ui . S toestemt; V

- "0ndjps te quahfieeren als feitelijkheid tegen de eerbaarheid. I schaamdeelen van het kin'1° "T'1 feitelijk is beslist, dat de req.de zti

'ni^dem edliïrSt ^ de ^ daarfn^^d9»,.18 Dec" 187>' »oef. ontblot 0 dèeld onTe w! «? ^"vonding van het kind, is door het Mofgeoor- I .«schreeuw, er met zorveef!^l!'i' vf" nie»e~ande deszelfs

332 P P " !, de mi8daad, voorzien en gestraft bij artt. 331 en I daar ter plaatse eene belani»rii'-P ■ , en weêr bewogen, dat da

^brï:rnl ^ rMoeit-

"iS afgeleid' ^ *

l«d4re?,S!n' l,daa • ter piflatse eene ^langrijke inwendige be- gewelddadigheid is uitgevoerd Óm.li v ^ d« «"baarheid met ee,

heeft pifats ZT^ë- °ntStaS!l' en eer'e aa"^nlijke bloedstorting belangrijke inwendig w£«inH^?T * H"fS °frJee'' d°

heeft plaats h 'S 8 facio Seb!eken. dat de aanranding aanzienlijke bloedstorting heï llvot if ZZ f 6608

maar „ J ,g niet met toestemming van het aangerande kind handeling en welk nhvfióv gevolg is geweest van des reqmrants wo

ft ss f.™ ¥SRi2fL"rr •*

liet gelijk was, vooral o"mdat de reo bwLn«° JeaSdl'. Sla-"°ffer onmo"

| vooraf op zijn schoot had geleed en dn. T®,bekentenis' het ki"d

der zoodat het Hof met de besllsinV'n " , ?eheel zÜne magt had,

iar- kunnen volstaan ; mtrent het gepleegde geweld heeft

«d- • O., dat, ter ondersteuning van dit midrM • ,

JOr ; feitelijkheid, door de wet geëischt, de eerbairheil v.nT",' dat de

'!Jn ' moet kunnen kwetsen, en dat daar wn,r ,i , f slagtoffer

ets of schaamte niet bestaat zooal' U 1 ?e0riMrhaiJ

,nd : ™^d"jf van aanranding egen de ee bSd SJafU ' het

net pleegd ; eeroaaraeid niet kan worden ge-

t | met

». kind benede,, de volle vijftien Tafen ! , ? ?P een

| jeugdige kinderen zijn begrepen; ' donder ook zeer

e" ?;• dat al20° 00k d't middel is onaannemelijk •

Verwerpt enz.

b'j .

Zitting van den 12 Januarij 1874

31 „

l0t „,1 KL1 EIOK!iAAK VAN ZWANEN LATEN üirZWKMMEN VAN BKNX-

is N qIN KE-YK SLOOT IN DEN POLDER DB ZeBVANO tCSSCHEN

OP SS 11 15 DBC'-ART1- 1 ES 2 VEllOHDEMNO

11 tam v.^r UE«™ ZWaNEN" IIf DEN POLDER DB ZEE-

k" „ VAN 14 ilAAKT '8^2, OOEDOEKEtJSD DOOR Ge»

Staien van Noordholland den 17 April van et dat jaar.

S MoTa:r:\tin arl;,1 gestel*e verbod au ^

r- / gemelde verordening worden beschouwd

it ! df""66,",6 strekkly, <"> bij geoolg voor een ieder, hoewel niet in

!n zwane T" J °f houdende- «" ten opzigte van diens ^ zwanen verbindend te zijn ? Ja.

1. De officler Tan justitie bij de Arrond.-Regtbank te Hoorn is rea

e o" ZT» tt?en ee". T°"niS l'a" Semold9 Regtbank van den lo' (Jet. 1873, waarbij, regt doende ingevolge verwijzing bii arr«tv»n ^

0 Hoogen Kaad van den 26 Mei jl. (WeekU. n'. 3601)" B. Houtman ond"

n riT" Jfran' land"lan- «'Oiende te Ktsrsheim, gemeente Oosthuizen beklaagd van op Vnj lag, den 29 der maand November des jaars 1872* V.jf aan hem toebehoorende zwanen te hebben laten u.tzweminanfn t! sloot van den polder de Zeevang, onder de gemeente Oosthuizen den*'Staat reStSvervol^,nS 18 ontslagen; de kosten te dragen door

Nadut was gehoord het verslag van den raadsheer IUlff en da

1 ad™kaat van den ge,er,. , Mr. A. P. Ta. Ktssell , de voo'rzieniné nader bij pleidooi had bestreden , heeft de adv.-gen. Romer dè vol

( gende conclusie genomen: 01

; Edel ti°09 Achtbare Heeren, President en Raden! De geachte raads I man , die voor de tweede maal in deze zaak is opgetreden i, vin oordeol, dat zij aanleiding geeft tot de behandeling van bellngriiïe regtsvragen van territoriaal regt. oeiangruKe

Ik heb echter die belangrijke regtsvragen daarin niet ontdekt En mijn geachte ambtgenoot Smits heeft, blijsens zijne conclusie, vroeger n deze zaak genomen ( Weekbl. 3601,, geene gro .te moeijelijkheid in de zaak gevonden. J1JKQeia

Naar mijne beschouwing komt alles aan op de uitle ^ging en strek k'"g Z: "rt- 2 d6r Ver°''dening' W6lker toepasselijsheid ivfcos« door wordt re<1' b0weei'd' ma!4r d00r de» geachte., raadsman ontkend

ooid'r' Lde; Ver°rde"in" ,Van "Ukgraaf en Hoogheemraden van den polder de Zeevang bepaalt, dat elke zwaan, die in strijd met de bepahng van art. 1 in den polder wordt aangetroffen , zal woïden geschut en de eigenaar worden beboet. Door zoodanige bepaling kan het territoriaal regt met verkeerd zijn toegepa.t. Het is toch nfefdè

g™egegdW8ar ^ °Vertreder de overtreding wordt

Zoo kan het drijven van dieren door een dorp worden verboden ■ e.i .an is e eigenaar, die zulks doet, strafbaar, al woont hij niet in ie ooip. De geachte raadsman wees op het verbod, in sommige gemeenten bestaande tegen het uitvliegen van duiven, en meende, dat dit niet kon worden toegepast op de vereeniging van postduiven indien echter de strekking der verordening is om het vrij rondvliet gen dier dieren in eene gemeente te verbieden, geloof ik, dat dö strafbepaling zou moeten worden toegepast.

Hij opperde ten deze nog de vraag, of eene handeling, die ter p aatse, waar zij geschiedt, geoorloofd i^, straf baar kan worden alleen door het toedoen van een dier. De vr^ag wordt op die wijze niet zuiver gesteld; ik kan haar echter door eene andere wetsbepaling toelichten. 6

Indien een eigenaar zijne dieren laat uitloopen op zijn eigen lanj dan handelt hij regtmatig; indien echter die dieren door gebrek a * da noodiye voorzorg of afsluiting komen op het l-;nd van deii b man, dan wordt hij strafbaar volgens an. 475, n°. 10 C P Kr is dus hier geene vraag van het territoriaal retn. 'Da' '

ning kon in het afneme n verbieden, dat do !wai.en° , verord9' troffen in de sloten of op de landen, onverschillig !lan san»e_

die dieren toebehooren, en kon tegen de overtrad; e,Ke eigenaren eene straf bepjlen, gelijk in art. 2^der varordu,,; Va" het Terbod

Het is derhalve aiieen de vraa» of het vp I / 'S eesehiedis algemeen, dan of het betreft personen w , 111 art-2 gegeven, woorden van het artikel zijn zoo nul.. 8 deu Poldei--De zegt het artikel; en er is ooü geen j6" n'°"eiljk. *elke zwaanUit andere polders zouden Sr°n de«kbaar, waarom zivanen

Q U mogen uitzwemmen en uitloopen in de

Sluiten