Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maandag, 27 April \ 874.

N*. 570(5,

WEEKBLAD VAN HET REGT.

RËGTSKDNDIG NIEUWS- EN ADVERTENTIE-BLAD.

ZES-EN-DERTIGSTE JAARGANG.

JUS ET VKRITAS.

"itUad verschijnt des Maandags en Donderdags, «, <m de veertien dagen ook des Dingsdags. - Prijs per jaargang fïo; voor de buitensteden franco per post met

/ 1.00 verhooging.-Prijs der advertentièn, 20 cents per regel.- Bijdragen, brieven, enz., franco aan de Uitgevers. - Agenten voor Duitschland: Haasenstein e" Vogler, te Hamburg.

WETGEVING.

Regeling dek algemeene voorwaanden, op welke

Titoxt . . . '

■mn AAJNZ1EJN VAJN JJJi U1XJLdiiVUKJ.JNvan vkeem* delingen, verdragen met yeeemde staten kunnen worden gesloten.

Dezer dagen is aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal aange D°aen het volgend wets-ontwerp :

wu willem iii enz.,

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten :

totAnit?oP^L'v„?7!rJeg,m£5o0me,n hebben> het wenschelijk is,

mpono , vjrronawet, naaer te regelen de algetneene voorwaarden nn veito ■ , . , . 6

r «511 mtuzusn van ae uitlevering van

eesl ^ n£en i verdragen met vreemde Staten kunnen worden

Zoo is het. dat, Wil don tionA ,1 _

' ■ V > VOU OliUbC gCUUUXU CU IUÜI gO"

geli'k w " ®tateB'Generaal, hebben goedgevonden en verstaan,

„ - ,.v s'^^vimuuu en verstaan oij ueze:

Art. 1. Ten aanzien van uitlevering van vreemdelingen worden in6nv, DleUWe verdraSen gesl°ten of bestaande vernieuwd, dan met -acht-neming van de bepalingen dezer wet.

Art. 2, Vreemdelingen worden niet uitgeleverd dan ter zake van misdrijven m do „„—

_ — "» "V 'WU.U6VIJ uaiuc aau^oiYU6CIJ.

' • bn't u uicii luegezegu woraen aan ter zaKe van zoodanige

uiten het Rijk gepleegde misdrijven , die ook hier te lande met straf

41 n hprl 1 • . 1 -1 , . . .

- »vu.w.gU, eu waarvoor nier te ïanae, volgens net Wetboek van g vordering, voorloopige aanhouding is toegelaten.

kim'r116 u'"ever>ng kan toegestaan of gevraagd worden wegens staatkundige misdrijven.

heffaa'" 3 u'tleverinS ^an geschieden niet alleen ter zake van het tieheiü 1"" misdrijf, maar ook ter zake van poging of medeplighier t» , a,raan' voor zoover die poging of die medepligtigheid ook u*er te lande strafbaar is.

ter' „L 4' GeTe. "itleveri"g wordt toegestaan zoolang de vreemdeling

word? ? 5 fU'ten het,?'jk gepleegde misdrijf hier te lande ^urcit vervolgd, of wnnnpor Vin tQ ~„i,_ L- . . , .

gestaan « U V» V mer ie lande heeft teregt

Sfi" hetZIJ veroor<ieeld, hetzij van regtsvervolging ontslagen of

watvk„5-,Geen6,UUleTrJg WOrdt toegestaar> negens misdrijven, te Zl dnyervolSlng of de opgelegde straf vóór de aanhouding hier de onrnp'ni 200 n°8 ,geene aanhouding heeft plaats gehad , vóór Nederland'f °m °r fegtbank te worden gehoord , naar de

Ar t fi T • WetgeVln" is verjaard.

dan dat w n(!'en de vreemdeling ter zake van een ander misdrijf vervoled „aa^V00^ zïine uitlevering wordt aangevraagd, hier te lande toegestaan ?l' ' Stra^ ondergaat, kan de uitlevering niet worden en nadat hi'Ti110 den a^00P der hier te lande ingestelde vervolging van o-fatip l'f .?m °Pge'egde straf zal hebben ondergaan, of hem daar-

Deze b Z'JU verleenduitgeleverd^atei'^ -n'et da' de vreemdeling reeds vooraf worde voorwaarde dat hn' 6 Clen vreemden Staat teregt te staan, onder Art. 7. Geene uid" .00i5 van het onderzoek worde teruggevoerd, dat do uitgeleverde niet""^ WOrdt toegestaan dan onder voorwaarde, eenig in ilet verdra„ •z mogen worden vervolgd of gestraft voor gepleegd, dan nadat hii ° ëenoemd misdrijf vóór zijne uitlevering vrijheid heeft gehad om' .Z1Jne "''levering, een maand de volle Art. 6. De uitlevering^ 'Weder verlaten.

Zij wordt niet toegestaan d ®evraagd langs diplomatieken weg. welker regtsgebied de opgeëist, "a advies van de regtbank onder tijdelijk bevindt. 1 6 Persoon is aangehouden of zich

De regtbank beslist bij haar advies „ „

goederen in geval van uitlevering aan , der In beslag genomen worden teruggegeven , welke , als stuift °PSeeischten persoon zullen worden afgegeven. en van overtuiging , zullen

Art. 9. In afwachting van de aanvrage ln an de vreemdeling, wiens uitlevering tan diplomatieken weg 'aet van een officier of hulp-officier van jus„°»; aangevraagd, op a"gehouden op aanvrage van de magt iD j '6 voo,'loopig worden oorloopige aanhouding bevoegd, en als zoodard^6™^ ^'aat tot aangewezen. lg ln het verdrag

' rv °p. en bij liem zijnde goederen kunnen in beslaa-

dan 80, edt de aanhouding op last van een hulp-ófc0®9^0^-

officier d6Ze de" aanëehoudene onverwijld ter beschikking va™ den

eenAbevel0v ^ °fÜfer -kan' na den aaDgehoudene te hebben gehoord den aInLhn,u,r„P1?laMh0Uding ,t6gen Lrjitj"ardi^ ' ^

"Qteekend iUUCU iweemaai vier cu iwiuug uren wordt

"h;* . ' ,

steUino- v. ^f1"7 en u officier beveelt de onmiddellijke ia-vrijheid-

^omen ^ed:re„ 3 rr! en de te™Sgave van de in beslag

Dt>odl8e; bescheiden , is medegedeehf?

bm»en twintig dapen na d« • _

, , «o ter uigave van ue m uesiag

SMttS'.aBJrjs; -S

io i. " r . » 10 u»eaegedeeld •

aanh'o„(i!1.!!.en.tW,lntlg,daëen "a de dagteekening van het bevel van

fe^che Eegering is gedaan ; ^ aanh°UdiH« — — Euro-

' binnen twee maanden na die dagteeken!™

«ene niet-Europesche Regering is gedaan. g' 1Ddieu z,-> namens dan e,! ®dt de aanvrage tot uitlevering binnen den e-p«toWp„ »

totAen „et W™ gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij arïTs

E«daan ',i' ?'j de aanVra«e tot uitlevering door de vreemde Regerine > moet, m het oorspronkelijke of in gewaarwerkt afschrift^

worden overgelegd het vonnis van veroordeeling of van in staat van beschuldiging stelling of van regtsingang met bevel van gevangenneming, of een e daarmede gelijk te stellen acte, in den vreemden Staat gebruikelijk, en als zoodanig in het verdrag aangewezen.

Art. 12. Vreemdelingen, wier uitlevering krachtens verdrag wordt

naugcvmngu, nunnen, voor zoover dxt met reeds geschied is, worden

aaugeuuuutsu.

De op en bij hen zijnde goederen kunnen worden in beslag genomen,

üinnen vier en twintig uren na de aanhouding wordt daarvan kennis gegeven aan den officier van justitie bij de regtbank binnen welker regtsgebied zij heeft plaats gehad.

Art. 13. De officier requireert binnen drie dagen na de aanhouding en, zoo deze geen plaats heeft gehad of reeds voor de aanvrage is geschied, binnen drie dagen na daartoe te zijn aangeschreven, dat de

upgüüiscuLü persoon aoor ae regtbank worde gehoord, en dat deze haar advies uitbrenge over het al of niet toestaan der gevraagde

uiLiövoring.

Art. 14. Het verhoor geschiedt in het openbaar, tenzij de opgeëischte

persoon ae oenanaeimg aer zaak met gesloten deuren verlange of

wei, de regtbank, om gewigtige redenen, bij het proces-verbaal der zitting te vermelden, bevele, dat het geheel of gedeeltelijk met gesloten

uvuiou z,tu piaaia neDDen.

iiet vernoor neett plaats in tegenwoordigheid van het openbaar

uiiinoiici ic.

De opgeeischte persoon is bevoegd zich door een raadsman te doen bijstaan. Als raadsman kan gekozen worden ieder, die bevoegd is

voor den strafregter tot verdediging van beklaagden op te treden.

Art. 15. Binnen veertien dagen na het verhoor zendt de regtbank haar advies en hare beslissing in art. 8 bedoeld met de tot de zaak behoorende stukken aan Onzen minister van Justitie.

Art. i ö. ue voorioopig aangehouden ot opgeeischte persoon , die beweren mogt dat hij Nederlander en deze wet op dien grond niet op hem van toepassing is, kan dit beweren, mits niet later dan op

ucii vcciueuueu uag na zijn vernoor, dij verzoekschrift aan de beslissing van den Hoogen Raad onderwerpen.

xiij worac zoo spoedig mogelijk na zijne aanhouding door den offi¬

cier van justitie, bekend gemaakt met en bij zijn verhoor voor de regtbank herinnerd aan die bevoegdheid, onder mededeeling dat hij zich daaromtrent met een raadsman kan verstaan.

De griffier van den Hoogen Raad geeft onmiddellijk kennis aan Onzen minister van Justitie, dat het verzoekschrift is ingediend.

Art. 17. De Hooge Raad doet uitspraak na den procureur-generaal te hebben gehoord.

Beslist de Hooge Raad dat de verzoeker Nederlander is, dau beveelt de Raad, indien hij aangehouden is , zijne onmiddellijke invrijheidstelling, ten ware hij uit anderen hoofde behoort in hechtenis te blijven.

De procureur-generaal bij den Hoogen Raad geeft onmiddellijk kennis aan Onzen minister van Justitie van de gevallen uitspraak.

Is daarbij beslist dat de verzoeker Nederlander is. dan wor¬

den de in beslag genomen goederen teruggegeven, en vervalt de procedure bij de regtbank , indien die reeds aangevangen en nog niet geeindigd is.

Art. 18. Is vóór of op den dag in art. 16 bepaald de beslissing

van den Hoogen Raad niet ingeroepen, of is door dezen beslist dat de

opgeeischte persoon geen Nederlander is, dan wordt, nadat het advies der regtlank is ontvangen, door Onzen minister de uitlevering gelast of geweigerd.

In geval van weigering wordt de opgeeischte, indien hii aanaehou-

den is , onmiddellijk ontslagen, ten ware hij uit anderen hoofde behoort in hechtenis te blijven, en worden hem dein beslag genomen

goederen teruggegeven.

Art. 19. Is de opgeeischte persoon niet aangehouden en . na be¬

hoorlijk te zijn opgeroepen om door de regtbank te worden gehoord, niet verschenen, dan gaan de termijnen, in artt. 15 en 16 genoemd

in met den dag waarop het verhoor door de regthank is bepaald.

Art. *u. JJe ivegering kan vergunning verleenen dat een vreemdeling, wiens uitlevering door eenen vreemden Staat aan eenen anderen vreemden Staat is toegestaan, op het Nederlandsch grondgebied worden

doorgevoerd , mits met den Staat werwaarts do ter uitlevering bestemde wordt vervoerd een uitleveringsverdrag zij gesloten en het misdrijf, waarvoor uitlevering toegestaan is, in dat verdrag vermeld zij.

Art. 21. Vreemdelingen, die hier te lande m voorloopige hechtenis

zijn of straf ondergaan, kunnen ter confrontatie, of tot het afleggen van verklaringen in strafgedingen, die in eenen vreemden Staat aanhangig zijn, tijdelijk op last der Regering worden overgezonden onder voorwaarde, dat zij zoo spoedig mogelijk worden teruggezonden.

Indien die vreemdelingen hier te lande straf ondergaan , zal hun straftijd geacht worden niet te zijn afgebroken door die tijdelijke overzending.

Art. 'li. Als Nederlanders beschouwt deze wet hen die het zijn volgens het Burgerlijk Wetboek.

De krachtens art. 8 van dat wetboek met Nederlanders ffeiiik

gestelden worden, voor de toepassing dezer wet, als vreemdelingen

uiiuu vvu.

-Art.,.28. Alle acten en stukken ten gevolge dezer wet op te maken zyn vrij van zegel en registratie en worden kosteloos afgegeven.

rt. 24. Deze wet is niet van toepassing op het aanhouden, het aan oord terug brengen of het ter beschikking van de consulaire am enaren stellen van gedeserteerde matrozen.

Lasten en bevelen enz.

P.ROVINCTALE GEREGTS HOVEN.

PROVINCIAAL GEREGTSHOF IN UTRECHT.

HargerlijUe haaier.

Zitting van den 23 Februarij 1874.

Voorzitter, Mr. J. O. de Jong van Beek en Donk. Erfdienstbaarheid. — Weo. — Fabriek. — Openbabe

zwem- en badplaats.

De burgemeester van Utrecht, appellant, procureur Mr. A S vis Hengelaar ,

tegen

Dr. A. H. Raabe , kostschoolhouder op Raadwijk , nabii Utrecht

CTPl nfi m aarrl a AT— T\ T ir -r-i '

0»«.»mvviuv , putmcui XTJLI . ju, o. XI. van ü<eden. In Weekbl. no. 3595 dealden wil maria aan an^i .1.. 1

, . T .. , ^ "v oucDi, vau uen noogen

raad van 6 Judij 1873, waarbij, met vernietiging van een eerste arrest door het Prov. Gere^tshnf in ITfroMi^ „„«1-

-0 ... - 1 ij uoM taaa gewezen, zn werd

teruggewezen naar dit Hof. Wij meenen onzen lezers geen; ondienst te doen met nu ook sHofs eind-arrest mede te deelen, ofschoon het ei-ren uke mint, van o>ac/>v..i a. .. . .

r 4 .... 1 tnans oesnst wordt, meer

plaatselijk-geschiedkundig dan regtskundig belang heeft.

Het Hof enz.,

Met onziort tot de feiten fin f.p.r inotnnflA J_

. * , ----- — 'uoiauwo gtsvuerue proceaures, zich gedragende naar en alzoo overnemende de daartoe betrek kelijke overwegingen van het vonnis des eersten regters en verder ■ Ooerwegende, dat bij het hiervoren aangehaalde arrest, door dit Hof den 16 Dec. 18,2 gewezen, zonder in het onderzoek naar de overige grieven van de appellerende gemeente te treden, is beslist, dat de appellerende semeente nnnh in «trnH a* ^*. u •

-- - . ~ ~ — «o «ei, uuuu in siriju met den constitutieven titel, heeft gehandeld, toen zij de badplaats, waarvan sprake, op het heerschend erf heeft aangelegd, en aan het publiek heert venrund daarvan lano-s ppnpn won- i,„_ a: .1 -

" ~uci uieubtuaar err van

gemt. gebruik te maken;

O., dat de Hooge Kaad dat gevoelen niet heeft gedeeld en heeft uitgemaakt, dat de annellerendfi crpmpon t-a rlr>n« i _ . i. _

- - „ . x 0 wwv/i ccu gcueeiie van net

heerschend erf in te ngten tot zwem- en badplaats, die voor het publiek

"•=« uver aen grond van den geïnt. den eenxgen toegang verleent, waardoor zoodanige weg, hoezeer jure alleen van pnvantregtelijken aard, facto wordt een publieke weg, den toestand van het dienstbaar erf, in strijd met art. 738, al. 2, B. w., heeft

cm uien ^iuuu s jDLuis arrest neert vernietigd; O., dat bil 's Hooien Raarls arrp.sf-, Hé» 7.0air •

0 "aai uil xxui is teruggezonden, om die, met in-acht-neming van dit arrest, verder te behandelen en kennis te n Om Pn van Ho rlr»(M- i.

- - -- «o «.ppciicrenue gemeente

aangevoerde grieven, die bij het vernietigde arrest buiten beschouwing

ziin P'ehlevpn • 6

„ 0 —- — 3

O., dat die grieven hierop nederkomen:

1°. dat de eerste repter uitmaak* a»*

. ci ——auuciiöieiiue ^«meente .

alleen volgens den titel van 19 Dec. 1863, regt heeft om van den overweg over perceel D, 1002, gebruik te maken, en hij zich moet bepeiken tot het gebruik overeenkomstig dien titel, terwijl de annellante ook no*» vol<rftno Hpn titel van fi Ttinii , . i.

^ o *— w t/uuy ioüu, van aenzeifden

overweg, t zij dan ook slechts te voet of met kruiwagens gebruik mag maken; '

20. dat de appellerende gemeente geen onregtmatig gebruik van den

weg heelt gemaakt, noch rinan mntpn liaKKan^n „li ) ...

= , ' —..„„„ouuo «„j a,,een net georuik

van de badplaats zonder betaling opengesteld;

30. dat bij het vonnis de geïnt. wordt gemagtigd om, bij niet-vol-

doeninp" aan dp.n cnh no 1 t.

1 . .. 7 i F apyeueiwuue gemeente verstrekten

last, alle verder gebruik der erfdienstbaarheid te beletten , hetgeen

met allft racrtc Koo-r-i nnon in ofrv.;; A ■ O

*ii obiiju is ;

terwijl eindelijk tegen den primitieven eisch wordt aangevoerd :

4°. dat de we? over des rrAïnrimaa^ac a _r • i *»

, ° -"wv-.vivo giuuu, aigezien van ai net

omtrent de resnectieve erfdiensthnnrhpïH a* „uüj •

* , ttiLiju geweest is

en nog is een publieke weg, zoodat al de beweerde verzwarende en met den titel strijdige handelingen van de appellerende gemeente voor

sreint. Pfiene nnHpre rropnUon 1 ul j j. i t

o ö —— - wuucu neuueu, aan ue zoodanige , cue

hij verpligt is te dragen;

leu aanzien der eerste grieve :

Ci dnt rl a nmnt ^ nni.Dfn i r, of 1. • 11 ,

^ ^giuw uui,H ui tBiöio iiioiaimc, uucu ui appeiiaiono, aan de appellerende eremeente het re^t van erfdienstbaarheid

o •-» | uviuij iau

voetpad volgens den titel van 8 Junij 1850, hetzij van overwe * krach¬

tens den titel van 19 Dec. 1863, heeft betwist, maar eeniglijk heeft

beweerd dat r?p cremoente eenp. nncrpn/-*»>!/-.^ „:»i ;j: .

, — p —- —bvww«uiuo uiiureiuuig aan net gebruik dier erfdienstbaarheden heeft gegeven, door het gebruik daarvan

aan ccu luc otaau, uie zien naar de publieke zwemplaats wil

begeven;

O., dat, hoewel bij den eersten regter het regt van voetpad volgens den titel van 1850, buiten aanmerking is gebleven en daarvan in het

disnncitipf O'eenfl meldinrv ia a . . . _

—i o----- «o gciuaaivk,, neb ic^ii you ue «ppeiianie ecnter

daardoor niet is benadeeld;

O. toch, dat, terwijl bij arrest van den Hoogen Raad is uitgemaakt,

dat door de handelincrpn dor nnnpllonta — „.u u„:j

-—ö "rr—wc cnuicu&iuaaiueiu van

overweg;, daargesteld bij de overeenkomst van 1863, is verzwaard, die beslissing a fortiori ook op de erfdienstbaarheid van voetpad, vol'-

,rono «Ion titpl var, loert ' _ _ • r

Bsuo w" vau tuepassiDg is ;

xvxei tut ue tweede grieve:

O., dat in fado is ni^nrnpah Wot- Aa .

" — "3 viö coiJigc 1,0 voet lül

de door de semeente dnnrcrpstfilde ywpm. pn hariim<ir*Mnr»

- 1, " " , iwui UTCf

den grond des geïntimeerden;

u\> aat> terwyl door het Gemeentebestuur bij kennisgeving van 20 Junij 1871, die openbare badplaats voor het publiek werd geopend,

Sluiten