Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baar bij lijfsdwang, tot betaling eener somma van ƒ182.315, alsmede de renten dezer som a die morae, en den tweeden ged. met den eisch, dat voor de ingestelde vordering de hem toebehoorende tjalk, genaamd de Jonge Harm, als bevoorregte schuld op dien tjalk is verbonden, en dien ten gevolge krachtens het te wijzen vonnis, ter bekoming van die vordering, groot f 182.315, de hem toebehoorende voorgenoemde tjalk de Jonge Harm is executabel, en zulks op grond, dat hij eischer heeft verkocht en geleverd op bestelling van den eersten ged., ten dienste van het door hem als schipper bevaren bovengenoemd tjalkschip, thans liggende te Wildervank , de aan het hoofd der dagvaarding gespecificeerde goederen, op dagen en jaar als daarbij opgegeven, en dat deze ged. aan hem eischer, ter zake van dien koop en verkoop, per resto is verschuldigd f 182.31s, alsmede dat de tweede ged. is eigenaar van gemeld tjalkschip en gemeld schip voor voormelde som bij voorregt is verbonden en executabel;

0., dat op dezen eisch alleen door den tweeden ged. procureur is gesteld, zoodat bij vonnis van den 5 Maart jl. tegen den eersten ged. verstek is verleend en de zaak ten opzigte van den tweeden ged. is aangehouden ;

O., dat de verschenen ged. tegen den eisch, voor zooveel tegen hem gerigt, heeft aangevoerd: dat de vraag, of eischers vordering zou kunnen worden verklaard bij voorrang executabel op het schip in geschil, afhangt van de vraag, of de pretense schuld is gemaakt door iemand, die het regt had om op dat schip zoodanige schuld te contracteren ; dat dit niet het geval is, omdat de mede-ged. Flik, tijdens hij de gespecificeerde gooderen van den eischer zou hebben gekocht, dat schip slechts in huur gebruikte, krachtens notariële acte dd. 11 Maart 1870 ; dat de eischer, èn door die acte èn doordien dat schip in de openbare registers ten name van ged. de Boer bekend stond, konde weten, dat hij aan iemand verkocht, die niet de eigenaar van het schip was, maar slechts een persoonlijk regt van huur uitoefende; en dat het evenmin met de woorden als met den geest van de wet strookt, den eigenaar van een schip aansprakelijk te stellen voor de aankoopen van den huurder; waarom hij ten dage dienende heeft geconcludeerd, dat de Regtbank den eischer in zijnen eisch, tegen hem ged. ingesteld, zal verklaren niet-ontvankelijk, in allen gevalle hem dien zal ontzeggen cum expensis;

In regten :

O., dat de wetgever bij art. 321 W. K. den eigenaar of zijne mede-eischers aansprakelijk heeft gesteld voor de handelingen en verbindtenissen van den schipper in alles wat tot het schip of de onderneming betrekking heeft;

O., dat deze afwijking van het gemeene regt, krachtens hetwelk niemand door een ander tegen zijnen wil kan worden verbonden, voortvloeit uit kracht van het bijzpnder gezag, den schipper over het schip gegeven, alsmede uit de bijzondere dienstbetrekking, tusschen hem en den eigenaar of mede-eisehers bestaande, krachtens welk gezag en betrekking hij in alle zijne handelingen en verbindtenissen , voor zooveel het schip of de onderneming betreft, als 't ware den eigenaar of mede-eischers vertegenwoordigt en voor deze handelende optreedt, zoodat zij zelve geacht worden die handelingen of verbindtenissen te hebben verrigt of getroffen ;

0., dat, buiten deze personele aansprakelijkheid van den eigenaar, uit genoemde handelingen en verbindtenissen van den schipper voortvloeiende, de wet zelfs heeft bepaald, dat sommige schulden, door den schipper ten behoeve van het schip gemaakt, als bevoorregt op het schip zelf kunnen worden verhaald en als zoodanig ook beschouwt de schulden voor zeilen, touwen en andere scheepsbenoodigdheden en voor kosten, tot behoud vau het schip gemaakt, hoedanige schuld de eischer in casu beweert te bestaan ;

O. echter, dat de schipper, wien deze magt en bevoegdheid is verleend, volgens art. 341 W. K., door den wetgever wordt genoemd de persoon, die is belast met het voeren van het schip, hetzij tegen loon, betzij voor een aandeel in de winst of in de vracht; en het in casu nu ontwijfelbaar zeker is, dat de eerste ged. zoodanigen last of opdragt tot het voeren van het gelibelleerde tjalkschip van den eigenaar, den tweeden ged., niet had bekomen , maar het tusschen partijen in conJesso is, dat die eerste ged. het 6chip van den tweeden ged. had gehuurd en het geheel voor eigen risico gebruikte en bewaarde;

0., dat de ged. Flik , als niet belast met het voeren van het genoemde schip, alzoo niet gelijk kan worden gesteld met den schipper, bedoeld bij art. 341 W. K., en dus ook door zijn aankoop van zeilen van den eischer den ged. de Boer als eigenaar van het schip niet personeel voor dien koop aansprakelijk kon maken, welke personele aansprakelijkheid dan ook door den eischer bij dagvaarding niet wordt vooruitgesteld, maar die krachtens deze door den schipper aangegane verbindtenis beweert bevoorregt te zijn op het zich thans wederom in de magt en het bezit van den eigenaar de Boer bevindend schip ;

0. echter, dat deze stelling is geheel in strijd met de ware opvatting van het regt van preferentie, welk regt, hoezeer den éénen schuld eischer boven den anderen voorrang op alle goederen of een speciaal stuk goed van den schuldenaar verleenende, evenwel steeds blijft een personeel regt, en daarom ook alleen zoolang kan worden uitgeoefend, als het voorwerp, waarop de voorrang kleeft, is in het bezit van en toebehoort aan den debiteur , maar ophoudt te werken, zoodra het door den schuldenaar is vervreemd;

0. immers, dat de vervreemding voor den schuldenaar geheel vrij blijft, en wanneer nu ook het voorregt in handen van derden op het vervreemde voorwerp kon worden uitgeoefend, het regt van preferentie van natuur en karakter zou veranderen en van een personeel tot een zakelijk regt zou worden verheven; maar dat ook in geene enkele bepaling of artikel door de wet dit regt van vervolg onder handen van een derde aan den bevoorregten crediteur is toegekend, wiens regten op de goederen van den debiteur in geen enkel opzigt verschillen van de regten der overige crediteuren , behalve dat hij ten gevolge van zijn regt van preferentie eerder dan de anderen uit de opbrengst van het bij voorregt verbonden goed wordt betaald ;

0., dat de eischer alzoo, door blijkens de dagvaarding aan het regt van preferentie een zakelijk karakter toe te kennen , den aard van genoemd regt miskent, en hieruit het onjuiste zijner stelling duidelijk in het licht treedt;

0., dat, ingevolge deze leer, de handel, zoo als eischer pleitende heeft beweerd, niet onmogelijk of althans belemmerd wordt, omdat ieder koopman, alvorens met den gezagvoerder van een schip verbindtenissen te treffen, zich door de inzage der scheepspapieren , waarvan ieder schipper aan boord van zijn schip moet voorzien zijn, kan overtuigen, of de gezagvoerder het schip gebruikt voor eigen rekening en risico, dan wel of hij met het voeren van het schip door den eigenaar of mede-eischers is belast, terwijl hij bovendien door inzage der openbare registers kan inzien, op wiens naam het scbip bekend staat;

O., dat des eischers tegen den tweeden ged. ingestelde vordering alzoo is ongegrond en behoort te worden ontzegd , terwijl de eisch tegen den eersten ged., als niet tegengesproken en der Regtbank niet ongegrond of onregtmatig voorkomende, behoort te worden toegewezen;

Gezien de artt. 1902 B. W., 321, 341, 357, 750 sqq. W. K., 586 en 56 B. W.;

Regt doende enz.,

Veroordeelt den eersten ged. tot betaling aan den eischer van eene somma van ƒ 182.3l3, met de wettige renten daarvan van at den dag der dagvaarding, alsmede in de kosten, op dezen eisch gevallen j

Verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij lijfsdwang, met uitzondering der veroordeeling in de proceskosten ;

Onzegt den eischer zijne tegen den tweeden ged. ingestelde vordering en veroordeelt hem in de kosten, op dezen eisch gevallen.

HOOGE BAAD. — Hamer v»n Strafzaken.

Zitting van Maandag, 1 Junij.

Voorzitter, Mr. J. D. W. Fape.

Conclusie genomen in zake:

J. Gernler, tegen een vonnis van het Kantongeregt te Vlissingen. Adv.-gen. Römer concludeert tot verwerping. Uitspraak 29 Junij.

Dingsdag en Woensdag zal deze kamer geen zittingen houden.

BENOEMINGEN, VERKIEZINGEN ENZ.

Bij Z. M. besluit van den 3 dezer, n». 29, is benoemd tot notaris binnen het arrondissement Breda , ter standplaats de gemeente Dinteloord, J. de Klerck, candidaat-notaris te Katwijk.

— De minister van Binnenlandsche Zaken, overwegende, dat, ten gevolge van het door den heer Mr. E. L. Baron van Hardenbroek van Lockhorst genomen ontslag als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de verkiezing van een lid dier Kamer in het hoofdkiesdistrict Amersfoort moet plaats hebben, — heeft den 5 dezer goedgevonden te bepalen: 1Q. dat die verkiezing in gemeld hoofdkiesdistrict zal geschieden op Dingsdag, 23 Junij aanst.; en 2°. dat, zoo eene herstemming noodzakelijk is, die zal plaats hebben op Dingsdag, 7 Julij daaraanvolgende.

— De voordragt der Arrond.-Regtbank te Amersfoort voor een lid dier Regtbank, in de plaats van Mr. P. F. A. Ketelaar, die op verzoek zijn eervol ontslag heeft ontvangen, bestaat uit: 1Q. Mr. W. R. Alingh, lid der Regtbank te Winschoten ; 2">. Mr. J. G. H. B. Ketjen, subst.-officier bij de Arrond.-Regtbank te Zierikzee, en 3Q. Mr. C. P. E. Hanegraaff, kantonregter te Brielle.

BERIGTEN.

's Gravenhage, den 8 Junij.

Den 6 dezer is overleden Jhr. Mr. A. van Akerlaken, kantonregter te Hoorn.

GEREGTELIJKE AANKONDIGINGEN.

Bekendmaking.

De Hooge Raad der Nederlanden ,

Gehoord het requisitoir van den heer procureur-generaal , betrekkelijk het daarstellen en zitting houden der Kamer, voor welke de zaken gedurende de vacantie van den 1 Julij tot den 81 Augustus 1874 zullen moeten worden gebragt;

Gelet op de artt. 17 en j8 der wet op de zamenstelling van de regterlijke magt en het beleid der justitie, mitsgaders op art. 11 en volgende van het Koninklijk besluit van den 14 September 1838 (Staatsblad n°. 36);

Heeft, na voorafgaande deliberatie, goedgevonden te bepalen, zoo als bepaald wordt bij deze, dat de Kamer van vacantie in dit jaar hare teregtzittingen zal houden tweemaal per week, des voormiddags ten elf ure , en wel :

op Vrijdag en Zaturdag den 3 en 4 Julij, op Maandag en Dingsdag den C en 7 Julij, op Vrijdag en Zaturdag den 17 en 18 Julij, op Maandag en Dingsdag den 20 en 21 Julij , op Vrijdag en Zaturdag den 31 Julij en 1 Augustus, op Maandag en Dingsdag den 3 en 4 Augustus , op Vrijdag en Zaturdag den 14 en 15 Augustus, op Maandag en Dingsdag den 17 en 18 Augustus, op Vrijdag en Zaturdag den 28 en 29 Augustus, op Maandag den 31 Augustus.

Zullende de Kamer van den Raad in strafzaken na de vacantie hare zittingen weder beginnen op Dingsdag den eersten September 1874 en die in burger)!;' : zaken op Donderdag den derden dier maand.

En zal een afschrift dezer aan den heer procureur-generaal worden ter hand gesteld ten einde hieraan de nooiige publiciteit te geven.

Gedaan in jene algemeene vergadering van den Hoogen Raad den 9 Mei 1874.

Gezien door mij Procureur- Generaal F. de Greve , bij den Hoogen Raad, Voorzitter.

F. F. KABSEB09M. In kennisse van mij Grifier ,

de Gijselaar.

Het Provinciaal Geregtshof in Zuidh ,

Gezien het requisitoir van den procu generaal, betrekkelijk het daarstellen der Vacantie-kamer, van . den 1 Julü tot en met den 31 Augustus 1874 ;

Gezien de artt. 17 en 18 der wet op de regterlijke organisatie en het beleid der justitie, mitsgaders de artt. 11, 12, 13, 14 en 15 van het reglement, betreffende de wijze var. eedsaflegging der onderscheidene regterlijke ambtenaren enz., goedgekeurd bij Koninklijk besluit van den 14 September 1838 (Staatsblad n®, 36),

Bepaalt, dat de Kamer van vacantie voor het looperide jaar zal worden gepresideerd : in Julij d; or den heer vice-president Jhr. Mr. Frans Willem Anne Beelaerts van Blokland en iu Augustus door den heer president Mr. Willem Frederik George Lodewijk Fran<jois, en verder zal bestaan :

Gedurende de maand Julij uit de heeren raden, Mrs.: Cornelis van Bell, Henrik Jan Antonis Raedt van Oldenbarnevelt, Jan Barthold Ludolf Wentholt, Jan Jacob Loke en Herman Willem de Graaf.

En gedurende de maand Augustus uit de heeren raden, Mrs.: Bernardus Hubertus Maria Hanlo, Henrik Jan Antonis Raedt van Oldenbarnevelt, Jan Barthold Lndolf Wentholt, Sebastiaan Hendrik Lette van Oostvoorne en Jan Jacob Loke.

Wijders, dat deze Kamer hare zittingen zal houden op Dingsdag , Woensdag, Donderdag en Vrijdag, den 1, 22 , 23 en

24 Juiy, 4, 5, 6, 7, 18, 19, 20 en 21 Ac 8 voormiddags

ten tien ure; zijnde de Dingsdagen 7 en 2 mede 4 en 18

Augustus, bestemd tot behandeling van burgerlijke handelszaken, die spoed vereischen, de overige dagen tot het beregten van strafzaken.

En zal een afschrift dezer worden ter hand gesteld aan den heer

Zitting van Maandag, 1 Junij.

Voorzitter, Mr. J. D. W. Fapk.

Conclusie genomen in zake:

J. Gernler, tegen een vonnis van het Kantongeregt te Vlissingen. Adv.-gen. Römer concludeert tot verwerping. Uitspraak 29 Junij.

Dingsdag en Woensdag zal deze kamer geen zittingen houden.

Bij Z. M. besluit van den 3 dezer, n°. 29, is benoemd tot notaris binnen het arrondissement Breda , ter standplaats de gemeente Dinteloord, J. de Klerck, candidaat-notaris te Katwijk.

— De minister van Binnenlandsche Zaken, overwegende, dat, ten gevolge van het door den heer Mr. E. L. Baron van Hardenbroek van Lockhorst genomen ontslag als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de verkiezing van een lid dier Kamer in het hoofdkiesdistrict Amersfoort moet plaats hebben, — heeft den 5 dezer goedgevonden te bepalen: 1Q. dat die verkiezing in gemeld hoofdkiesdistrict zal geschieden op Dingsdag, 23 Junij aanst.; en 2». dat, zoo eene herstemming noodzakelijk is, die zal plaats hebben op Dingsdag, 7 Julij daaraanvolgende.

— De voordragt der Arrond.-Regtbank te Amersfoort voor een lid dier Regtbank, in de plaats van Mr. P. F. A. Ketelaar, die op verzoek zijn eervol ontslag heeft ontvangen, bestaat uit: 1Q. Mr. W. R. Alingh, lid der Regtbank te Winschoten ; 2®. Mr. J. G. H. B. Ketjen, subst.-officier bij de Arrond.-Regtbank te Zierikzee, en 3Q. Mr. C. P. E. Hanegraaff, kantonregter te Brielle.

's Gravenhage, den 8 Junij.

Den 6 dezer is overleden Jhr. Mr. A. van Akerlaken, kantonregter te Hoorn.

GEREGTELIJKE AANKONDIGINGEN.

Bekendmaking'.

De Hooge Raad der Nederlanden ,

Gehoord het requisitoir van den heer procureur-generaal , betrekkelijk het daarstellen en zitting houden der Kamer, voor welke de zaken gedurende de vacantie van den 1 Julij tot den 81 Augustus 1874 zullen moeten worden gebragt;

Gelet op de artt. 17 en 18 der wet op de zamenstelling van de regterlijke magt en het beleid der justitie, mitsgaders op art. 11 en volgende van het Koninklijk besluit van den 14 September 1838 (Staatsblad n°. 36);

Heeft, na voorafgaande deliberatie, goedgevonden te bepalen, zoo als bepaald wordt bij deze, dat de Kamer van vacantie in dit jaar hare teregtzittingen zal houden tweemaal per week, des voormiddags ten elf ure , en wel :

op Vrijdag en Zaturdag den 3 en 4 Julij, op Maandag en Dingsdag den C en 7 Julij, op Vrijdag en Zaturdag den 17 en 18 Julij, op Maandag en Dingsdag den 20 en 21 Julij , op Vrijdag en Zaturdag den 31 Julij en 1 Augustus, op Maandag en Dingsdag den 3 en 4 Augustus , op Vrijdag en Zaturdag den 14 en 15 Augustus, op Maandag en Dingsdag den 17 en 18 Augustus, op Vrijdag en Zaturdag den 28 en 29 Augustus , op Maandag den 31 Augustus.

Zullende de Kamer van den Raad in strafzaken na de vacantie hare zittingen weder beginnen op Dingsdag den eersten September 1874 en die in burger.-, zaken op Donderdag den derden dier maand.

En zal een afschrift dezer aan den heer procureur-generaal worden ter hand gesteid, ten einde hieraan de nooiige publiciteit te geven.

Gedaan in eene algemeene vergadering van den Hoogen Raad den 9 Mei 1874.

Gezien door mij Procureur• Generaal f. de Greve , bij den Hoogen Raad, Voorzitter.

F. F. KABSEB09M. In kennisse van mij Grifier ,

de Gijselaar.

procureur-generaal, met uitnoodiging om daaraan de vereischte openbaarheid te geven.

Gedaan in de algemeenc vergadering van het Provinciaal Geregtshof in Zuidholland, gehouden den 22 Mei 1874.

Gezien door mij Procureur-generaal W. F. G. L. Fran^ois, bij gemelden Hove, President.

A. van Galen. Wijckerheld Bisdom,

Griffier.

De Arrondissements-Regtbank tn 's Gravenhage ,

Gehoord de voordragt van den heer president dezer Regtbank, betrekkelijk de zamenstelling van de kamer van vacantie van den eersten Julij tot den een-en-dertigsten Augustus van dit jaar, alsmede den heer officier bij dezelve Regtbank, ten aanzien van de dagen en uren, waarop de kamer hare gewone teregtzittingen zal houden ;

Gezien de artt. 17, 18 en 19 der wet op de regterlijke organisatie en het beleid der justitie, en de artt. 11, 12, 13, 14 en 15 van het reglement, gevoegd bij het Koninklijk besluit van 14 September 1838 (Staatsblad no. 36);

Bepaalt als volgt:

De kamer van vacantie voor dit jaar zal beurtelings worden gepresideerd door den president en den oudsten in rang der regters en voorts bestaan uit de overige regters en regters-plaatsvervangers , zoodanig, dat, bij afwisseling, drie leden tegenwoordig zijn.

In de maanden Julij en Augustus zullen de gewone teregtzittingen plaats hebben op Dingsdag en Vrijdag des voormiddage ten tien ure.

De teregtzittingon van Vrijdag zijn bestemd voor de burgerlijke en handelszaken , welke spoed vereischen, alsmede voor de aan de Regtbank opgedragen eedsafnemingen, die van Dingsdag voor de behandeling van strafzaken, alsmede, zoo noodig, ook die van Vrijdag, doch alsdan na afloop der burgerlijke en handelszaken.

Deze ordonnantie zal worden aangeplakt en in de dagbladen worden bekend gemaakt.

Aldus vastgesteld in de algemeene vergadering van den 29 Mei 1874_

In kennis van mij , De Griffier , Mr. H. J. Soury.

REGTSGELEERDE UITGAVEN.

FRANSCHE LITERATUUR.

Boeuf, F., répétiteur de droit. Résumé de répétitions écrites sur le droit pénal (Code pénal et Code d'instruction crim.), 4e éd., revue et augm. les lois nouvelles jusqu'en 1874 , 2e examen de baccalauréat. Ir, 18°., 396 p. Paris, Dauvin Frères.

Dieudonhé, A. Répétitions de droit criminel (Codes pénal et d'instr. crim.). In 18»., 402 p. Id., Marescq ainé.

[Ouvrage au courant des lois actuelles, comprenant toutes les matières exigées pour le second examen de baccalauréat et suivi du formulaire en usage au parquet de la Seine.]

ADVERTENTIEN.

De Uitgever H. C. A, CAMPAGNE, te Tm., heeft in de voornaamste Boekwinkels verkrijgbaar gesteld :

LEERBOEK

der

INSTITUTEN,

door

Mr. S. SIITBO.

le Deel.

Prijs f 4.55.

Het 2C of laatste deel, van ongeveer gelijken omvang, is ter perse.

Bij GEBR. BELINFANTE, te \y ffage, ziet het licht:

DE REGTSPRAAK

en de

ADMINISTRATIEVE BESLISSINGEN

op de

NED. STAATSWETTEN, BESLUITEN ENZ., tot Eebruarij 1874,

met

ophelderingen. ontleend aan de geschieden» * der wetgeving' , de litteratuur , eni., en inet verdere aauteeUeningen ,

dooe

Mr. E. Kj. VAM «MOEI! ,

Adookaat te 's Gravenhage.

TIERDE n K E li.

(Vierde vervolg op Deel I der Regtspraak van Mr. D. Léon.)

Prijs f 4.75.

De afdeeling Staatsregt is hiermede weder geilt jeï bijgewerkt.

Ook dit Deel is afzonderlijk verkrijgbaar.

Snelperadrnk en ïitgaTC van GEBRUKIH.I I® BKLIHrAKVK . te '• Grarenhage.

li

Sluiten