Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haren man heeft bekomen voor den aankoop van kleedingstukken

en dat die, en mitsdien ook een hoed, behooren tot die gewone en dagelijksche uitgaven der huishouding, tot welker aankoop de vrouw eene bijzondere toestemming van den man niet noodig heeft ■

dat de bedoelde hoed, zoo als zij is gefabriceerd, naar de'cisehen des tijae en volgens Parijsch model en af komstig uit een magazijn van den eersten rang des eischers, en bestemd voor eene dame als mevrouw, de eerste ged., niet als ongerijmd en uit de lucht gegrepen te beschouwen is; 6 0

dat het aankoopen van één hoed door de eerste ged. bij den eischer in een tijdsverloop van vier en een half jaar, voorzeker niet kan worden aangemerkt als buitensporige uitgaven , die de vrouw zich ten opzigte der huishouding heeft veroorloofd ;

dat de gedaagden den derden post der rekening niet hebben betwist en die alzoo als voor door hen erkend kan worden gehouden en geconcludeerd heeft: «dat het ons kantonregter moge behagen ' passerende het door den ged. gedaan aanbod , als onvoldoende den eischer acte te verleenen , dat hij zijne bij dagvaarding ingestelde vordering met f 10 vermindert, en alzoo terugbrengt op f 63,50voorts den eischer die verminderde vordering toe te wijzen 'met veroordeeling van den ged. in de kosten van het geding;

A. de gedaagden hierop hebben gepersisteerd ;

Overwegende ten opzigte van de feiten:

dat het door den eischer geposeerde door de gedaagden is erkend althans niet tegengesproken, en mitsdien als tusschen partiien in confesso moet worden beschouwd;

O., dat ook de eerste post, ten bedrage van f 20, voor nartiien als voldaan is beschouwd, en mitsdien de beoordeeling in hoever de verjaring van die vordering in casu toepasselijk zou zijn komt te vervallen; dat ook des gedaagden geposeerde, als beho'orende wat zijn inkomen betreft, m de tiende klasse van ƒ 1500 tot f 17on der belasting op de inkomsten, als vaststaande moet worden aan genomen; ttU"

0., dat echter verschil bestaat in de appreciatie van het al of n' regtmatige der vordering, zoowel met het oog op de bepalingen der wetten opzigte van de bevoegdheid der vrouw tot zekere handelingen of verbindtenissen in regteu, zonder magtiging van den man 1 op het bedrag, dat voor het geleverde wordt gevorderd • '

O. ten opzigte van het eerste, dat art. 163 B. W. bepaalt- „dat de vrouw zelfs al is z,j buiten gemeenschap van goederen getrouwd of van goederen gescheiden, zonder bijstand van haren man Tn de acte, of zonder zijne schriftelijke toestemming, niets kan 'geven vervreemden verpanden , zelfs voor nut of onder bezwarenden thel verkrijgen; dat het daarop volgende art. 164 bepaalt, dat de vrouw verondersteld wordt de bewilliging van haren man te hebben beko men ten opzigte van handelingen of verbindtenissen, door haar aan' gegaan wegens alles wat de gewone en dagelijksche uitgaven der huishouding betreft; dat die laatste bepaling mitsdien is te beschm, wen als eene uitzondering, en wel eene door de noodzakelijkheid gevorderde uitzondering op het voorafgaande artikel ■ dat het in 1 aard van iedere gezonde wets-uitlegging ligt, die allezins door de uitspraak der rede wordt gehomologeerd, dat eene door de noodzak? lijkheid gemaakte uitzonderings-bepaling in geenen deele mag uit" gebreid, maar zoo streng mogelijk binnen de grenzen harer omschriivW moet beperkt worden; J »

dat het alzoo hier alleen de vraag is of onder gewone dagelijksche uitgaven der huishouding ook die van kleederen of kleedingstukken van weikeu prijs en aard ook, al of niet noodzakelijk , de krachten de' huishouding al of met te bovengaande, moeten gerekend worden ■ rP°', dlea,°P^te- dat onder de uitdrukking huishouding in den regel meer algemeen verstaan wordt die kleinere dagelijkscht grootendeels voor direct verbruik voorkomende goederen, welke gewoonlijk & contant betaad worden; dat, zoo men daaronder ook nof begrepen mogt willen hebben datgene wat voor kleeding wordt uitgegeven dit dan toch moet beperkt blijven binnen die dagelijksche en gewone uitgaven , welke voor het vervaardigen van kleedingstukken k 'shuis, of veranderingen of herstellingen benoodigd zijn • maa^dat daartoe met kunnen gerekend worden de inslagen van ™Lai ■ kleedingstukken , onverschillig van welken prij? en " n I of niet "noodzakelijkheid; en'dat, mogt meV^ok'Sie'^ willen verstaan hebben (des neen), die dan toch in ieder geval zouden moeten blijken te behooren tot de gewone en dagelijksche uitgaven uei huishouding van dengene, die ze koopt of bestelt;

dat, bij eene andere uitlegging van dat wets-artikel, aan de leveran-

hT>J?? ,2°°drige modfartikel<«. "Is hoedanig tegenwoordig tot het toilet der dames gerekend worden te behooren, de deur zoude opengesteld worden om, zonder eenige informatie hoegenaamd naar groute °w nl6^ geg?edheid der koopsters of bestelsters, goederen van

fin » r leveren, hetgeen tot schromelijke misbruiken zoude

grootendeels

beantwoord worden; ontkennenden zin moet

dat mitsdien de eerste ged. den bijstand of de m •

echtgenoot, den tweeden ged., zoowel op zich zeiven ï lns,van haren oog op des gedaagdes inkomen, zoo als dat door den' twL™' is opgegeven en bereid is verklaard te bewijzen' en'niet a^r^n eischer is weersproken - allezins noodig had om des eischers vorde : ring regtsgeldig te verklaren; -

dat de eerste ged. dien bijstand of magtiging echter niet heeft gehwl • 1 dat daardoor de geldigheid der vordering komt te vervallen • ' 1

dat door bovengemelde uitlegging van het door den ged. ingeroepen * wets-artikel, in verband met zijne gedane en niet door den eischer 5 tegengesprokene verklaring omtrent den staat van zijn vermogen ( het onderzoek naar de al of niet ongerijmdheid der vordering, wat den 1 Prijs betreft, en het uit de lucht gegrepene en het ongestaafde dier c vordering, overbodig is geworden ;

O-, dat het door den ged. gedane aanbod tot betaling van ƒ38.50 !' "oor den geleverüen hoed, met inbegrip der voile ad /" 3.50, kan J geacht worden voldoende te zijn ter voldoening van datgene, waardoor de eerste ged. door de levering van dien hoed en voile kan b Seacht worden gebaat te zijn geweest;

beziende art. 1482, in verband met art. 164 en art. 1487 B. W. a art. 56 B. R. en art. 38 R. O. • 11

Regt doende op de stukken, ' 8

hebben^enel' '}art'"ien ac'e van datgene waarvan zij acte gevraagd

Omzeggen den eischer zijne conclusie; a

er aien mitsdien den bedoelden koop en verkoop nietig;

hem Ü' are" de" eisch«r niot gegrond in zijne vordering en ontzeggen " m die, met veroordeeling in de kosten van het geding ;

W ijzen deri gedaagden hunne conclusie toe • ei

flene somrCn' dat kum,en ïolstaa" «iet de' betaling der aangebo- v

,e 6°m van / 38.50, en tot meerder niet zijn gehouden. 0

ne> MENGELWERK.

uw —■=■■===

ien BEZOLDIGING VAN DE AMBTENAREN DER RECH-

liJ,n TERLIJKE MACHT.

als

Hoeveel , hoe eindeloos veel wordt er geredekaveld over de trac tementen onzer ambtenaren van de rechterlijke macht! De eenige notie

> die velen in den lande van rechterlijke betrekkingen hebben ïch estaat daarln . dat deze singulier slecht betaald worden. En niet

tegenstaande dat en niettegenstaande 't gejammer en geweeklaag de ambtenaren met al hun aan- en bijkleve blijft, als sprekend «etui gems der ten onzent huizende vis inertiae, alles bij *t oude. Niet da » ik opkom voor onze tegenwoordige ambtenaren: het lot der meester [erj hunner iaat ™ volkomen koud. In dichte drommen hebben zij storn Ide g. ?open op blJna elke openvallende betrekking; rijp en groen heefi 0- - -drongen-, aanbevelende rechters en raadsheeren, geern iet m en ^ljn dikwijls gespaard bij den benoemenden minister. Ei wanneer dan eindelijk na zooveel loopen en zwoegen het zoo vuri gewenschte desideratum werd verkregen, duurde het veelal geene veertien dagen, of men huilde mede met de wolven in het bosch id "i611 Sp Van kruiersloon en men opperde in allen ernst de vraaoin mmstens eene verdubbeling van tractement wel voldoende zou wezen, in plaats van, door gezamenlijk niet te solliciteren, den Miuister en de Kamers in hun hemd te laten zitten en alzoo tot eene rer pract'scbe oplossing der quaestie te geraken. Ik herhaal het: voor mt 6n • n'et op' hdbent quod coelo imputent, ongevraagd zijn

ze met geworden wat ze zijn. Maar wèl voor die arme justitiabelen.

> Waar toch moet het heen, wanneer hoe langer hoe meer het koren in n i!r ,,, verdwijnt, wanneer een rechtscollegie als het Hof van

Gelderland den moed heeft te zeggen, al is dit ook niet bijzonder pleizieng voor de collegas van recenten datum, dat naar zijne onderer Jé V?°ri, ?• hooSere betrekkingen bijna geene geschikte titularisen " j'1 er, ° riJgen Niet daarheen, dat de rechterlijke colleges op den duur zullen bezet worden door menschen, die de betrekkelijk weimge rechtskennis, welke van de academie is mede te brengen, lat ft, veryliegen in de opwekkende atmosfeer eener griffiers^ of kanton rechters betrekking in een klein plaatsje? Hebben wij niet Vd al onlangs voor eene vacante rechtersplaats drie griffiers van kleine ae Kantongerechten op de aanbeveling broederlijk vereenigd gezien, en „i IS. f™ benoeming aJs niet lang geleden in 't Hof van Overijssel ^ met al eene groote uitzondering ? Meerdere rechtscolleges zijn reeds

O. - lede"' geen vau welke 00it anders dan in naam de

praktijk heeft uitgeoefend. En toch zal de wcnschelijkheid , dat ten "r minste een gedeelte der leden heeft gewandeld onder de schaduw van den gulden boom der praktijk, wel door niemand betwijfeld worden. Zonder dat zijn allicht de arme justitiabelen het corpus vile ten koste waarvan een nieuwbakken ongeoefend rechter de noodige Ie 0Dd®rvlnd'"g verkrijgt. Maar die verandering is niet te bekomen e- f°"^r ??ld.' veel geJd> met afschaffing tevens der onzalige aanbevetingen. Ür 1S nu weer eene uieuwe Excellentie ten behoeve van het

SSST" Va" JuBtitie in de niaak= late» hopen, dat deze het eindelijk eens met de Kamers kiaarspele; want wanneer wij de ^ hoop zelfs verliezen, wat blijft er dan over in den donkeren nacht?

u Deventer, 8 Aug. 1874. H. G. Kronenberg.

I; -

n ~ ""

>- GEREGTELIJKE STATISTIEK DES KONINGRIJKS, n OVER 1871.

é , Thans is den Koning , door den minister van Justitie, aangeboden n geregtelijke statistiek des Koningrijks over 1871

lt In de inrigting en het getal der tabellen is over'dat jaar weinig verandering gebragt. °

,1 Het voorafgaande verslag des ministers stelt de algemeene uitkom ;r sten in 't licht. Daaruit blijkt: "igemeene uitkom-

n Wat betreft Afd. i, Strafzaken, dat, terwijl in het iaar 1870 1 e0"e Tf1J aanzienlijke vermindering werd waargenomen van de straf zaken in hooger beroep en in eersten aanleg bij de hoven de regt . banken en de kantongeregten behandeld, doch eenige vermeerdering it van de strafzaken bij den militairen regter, — in 1871 daarentegen" behalve eenige afneming der zaken bij den militairen regter en "n hooger beroep bij de regtbanken, eene soms vrij aanzienlijke ver" n meerdering van strafzaken bij alle regterlijke collegiën en bii de

kantongeregten valt waar te nemen. J

s De toestand in 1871 was dus niet zoo gunstig als in 't iaar te voren, dat zeer gunstig was; maar in 't algemeen, in vergelijking g met vroegere jaren, is het niet ongunstig te noemen.

Bij den Hoogen Raad werden in 1871 aangebragt 191 zaken • t hangende waren er op 1». Januarij 29 , dus gezamenlijk 220 waarvan' afgedaan 168 zaken, terwijl in 4 afstand van de voorziening werd i gedaan; hangende gebleven op uit». Dec., 44. — Van de 167 regter t lijke uitspraken werden 53 vernietigd, of bijkans 32 net — Ten

• riff VaD b05 Z,aken W6rd de eisch tot cassatie verworpen en ten , opzigte van 8 zaken werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard . In eersten aanleg werd een arrest uitgesproken. In het belan» der

w vZn % To6 VOOrzieningen ingesteld, waarop vernttigin^ 4lg1e en van de 50 voorzieningen van het Openb. Min. waren er Iq waarop vernietiging, 19 waarop verwerping of niet-onTv verkL ' gevolgd is. Van de 118 voorzieningen van veroordeelden w 22 waarop vernietiging, 93 waarop verwernin/!„ - er

ontvankel.-verklaring gevolgd is. — Od één ^ eene daarop metbelastingzaken is vernietiging gevolgd.^- Er we^den^i'leni"gen, in om gratie behandeld. 71 verzoeken

Bij de provinciale Geregtshoven had men gezamenliilr d7Q . beschuldiging en 618 beschuldigden; gemiddeld ove? dt Va"

jaren, 506 acten en 688 beschuldigden. ,0DgSte tlen

Wegens misdaden tegen de algemeene zaak had men in 1871 q<t beschuldigden, tegen de personen 73 en tegen de eigendommen 452 De vermeerdering der beschuldigden wegens misdaden tegen t algemeene zaak moet vooral gezocht worden in eene geringe toene ming van het getal der valschheden in openbare en in onderhandsche stukken, die ook m 1870 vermeerderd waren nanuscöe

Vermeerdering van het getal der beschuldigden wegens misdaden tegen de personen, had vooral plaats bij die wegens m ?

aanranding der eerbaarheid, wegens kindermoord moord en l g® valscbe getuigenis. Vermindering werd opgemerkt 'bii de h ' u ™?geas wegens moedwilligen manslag fn wegen^™^^ ;idlgden De vermeerdering der beschuldigden wegens misdBrton i

eigendommen is ontstaan door de toeneming onder alle de van gequalificeerden diefstal, met uitzond^ring van^de diSST omschreven m art. 386, no. 4, C. P., die afgenomen d'efstaUen, veediefstallen die noch toe- noch afgenomen "zijn; terwlü'vZtlZ»e. nomen zyn de gevallen van bedriegelijke bankbreuk, van ZedwHlLe

brandstichting, van bedreiging met brandstichting en van vernieling van onroerende goederen. vernieling

Van de gezamenlijke criminele beschuldigden waren 516 van het mannel. en 102 van het vrouw, gesl.; 602 waren 16 jaren of daarboven.

BEZOLDIGING VAN DE AMBTENAREN DER RECHTERLIJKE MACHT.

Hoeveel . hoe eindfilnns vppi

'ouuc van recnienijite DetreüKmgen hebben bestaat daarin , dat deze sinanlier «ïpnht Kofooiri '

- . —o ~» »>"«««« iv wuoii. Hiii niet-

tegenstaande dat en niettegenstaande 't gejammer en geweeklaag der

amhfcenarpn inat q! k;ü,i hüa " . &

. ~ " uiijit, ais sprekend getui¬

genis der ten onzent huizende vis inertiae, alles bij 't oude. Niet dat

r r r tc^cuvvuurui^e amDtenaren: het lot der meesten hunner laat me volkomen koud. In dichte drommen hebben zij storm geloopen op bnna elke nnpnvniian^0 ■■ . J . „

. , * , • " - -r—; nip en groen neelt n^eTen ^„gel-t!.?:,„aanbevele,nde. "ch^s en raadsheeren, geene

'J . y,,J10 ëe&paaru oij aen benoemenden minister. En wanneer dan eindelijk na zooveel loopen en zwoegen het zoo vurig gewenschte desideratum werd verkregen, duurde het veelal geene

Vfifirf.lPn finrrnn ™ j. . . . & "

"Uiiuo rneue met ae wolven in het bosch

men sprak van kruiersloon en men opperde in allen ernst de vraao-' of minstens eene verdubbeling van tractement wel voldoende zou wezen, in plaats van, door gezamenlijk niet te solliciteren , den Mi-

met.Ar on Ho u.— 1 j , . ... '

«w uamoio iu uuu xieiuu ie ïaten zitten en aizoo tot eene

practische onlossina' der nnnp.sf.ip to ^01-^ ti^ ^^««1 1,^.

* O • jLCk. uwunai net ; VOOr

hen kom it r.;«* .. » • . . ,

. "Hf "wem yuuu coeio imputent, ongevraagd zijn

wai zij 11. ±vxaar wei voor die arme justitiabelen.

Waar toch moet het heen . wnnnppv tina u1

J «"V, laugoi uuc UiCCI xicl ts.ureii

onder het kaf verdwijnt, wanneer een rechtscollegie als het Hof van (jrelderlann den rrmprl hooft to — _i • t. , . . ,

, . . . , : -"cggcu , ai is aic ook met bijzonder

pieizieriff voor de eolletrns vnn rcnanfnn _ i_

-. - e— ■ 'vwureu uai/uiu, uat naar zijne onuer-

vinding voor de hoogere betrekkingen bijna geene geschikte titularissen meer te kriigen «fin? Niot Ji....,,,,. . - .. ....

on den duur zullen ZZaI a"™Ï.T*u1 eoneges

• . . , , —v» uuui meuscneu , aie ae DetreKKeliiK

Sta^le?„Mf':iClkeJVan de,,acad,e™e is mede te brengen,

: , - ^ wpweKKenae atmosleer eener griffiers-

01 kantonrechtersbetrekkincr in p«n tt.. .

, , ® «kivni ^laaLcjci neDoen wij niet

aj onlangs voor eene vacante rechtersplaats drie griffiers van kleine

K an ton p-ereo. n f en nn Ho nanUimi:— 1 1 . .

««uuw.guug uroeuernjk vereenigd gezien, en

is eene benoeming als niet, 1 ftner tt. TT.i? __ r\ •• 1

- -- —& ftwjueu iu b xioi van wernssei met al eene groote uitzondering ? Meerdere rechtscolleges zijn reeds samengesteld uit lerïnn ^00» ira» J

, ..7 , -v . uuit anaers dan in naam de

praktijk heeft uitgeoefend. En tnnh ^Qi ^ . .

. — w^usuueiijK.ueia, aat ten

minste een gedeelte der leden heeft gewandeld onder de schaduw

van npn o-nmon Knnm .

pia^ujK, wei door niemand betwijfeld worden. Zonder dat ziin allieht dp 1—1—

v- — «tiuc jusuuttucicu uei. corpus vile,

ten koste waarvan een nieuwbakken ongeoefend rechter de noodige ondervinding verkrijgt. Maar die °

zonder gcldT veel „lu ueKomen

lino-en ï', ■ ° ' «veus uer onzalige aanbeve-

n«n f' f nu 7 ee"e uieuwe Excellentie ten behoeve van het

^n£ïiïT Jusune m ue maaK; laten wij hopen, dat deze het eindelijk eens met de TCamprc iriaovo^oio. „<

, ' — » ""ui wanneer wn de

hoop zelfs verliezen, wat blijft er dan over in den donkeren nacht?

Veroordeeld werden 565 personen, 71 meer dan in 1870 en 57 minder dan in 1869. ö'u en 07

De verhouding van het getal veroordeelden was één op de 6437 zielen; gemiddeld over de jongste tien jaren, één op de 5834 zielen Ten gevoige van de afschaffing der doodkraf , voor zooverre die' door de burgerlijke strafwet bedreigd was is de rnhriek ile«n-«o.e in deze statistiek uitgelaten. Omtrent de toepassing in 1871 van de levenslange en langdurige tuchthuis-straffen , die volgens gemelde wet 5 de afgeschafte doodstraf hebben vervangen , wordt o a ongeteekend ■ , aat m 5 gevallen levenslange tuchthuis-str'af werd opgelegd en wd j. alleen aan veroordeelden wegens moord; — dat de tuchthuis-straf van r 2o tot,5 )aren nlet uitgesproken werd; — die van 20 tot 5 jaren .. aan een veroordee de werd opgelegd; _ die van 10 tot 5 jaren 4 van fnneJe.ro?rdeelde wegens kindermoord; - dat de tuehtijstraf " dfe van ^ , ÏTn •bovendlen aan " veroordeelden werd opgelegd ; a ruim 15 IV JareU T J V6r°0rd- ~ Das ziJ» 87 personen of ' verwezen ÏÏLê\T J veroordeelden ^t tuchthuis-straffen e ~ F ■ personen of eveneens ruim 15 pet. in 1870

a 164 personen of ruim 26 pet. in 1869, 151 of 22 net in 1868 , Van de teregtgestelden ondergingen 98 preventieve gevangenzetting 3 L,f °P Ynje Voeten- Derhalve verschenen bijna 15 pet

' BTde itTaSn rrKdr r6gter' of 1 Pct" minder da« in 1870. • hoti A Arr-'Re9tb^nken had men in 1871 10,465 zaken, met 12 762

: ?M3a4gbekj. per'jaar.' 10'828 zakM' ™

, In 1871 had men: tegen de algemeene zaak 4 744 zaken tegen

" rf?01?' ,4;2-95 en te«e" d® eigendommen 3,723 zaken ' g

Tot rïe h ll-2 b,ekl" telde men 10,424 mannen en 2338 vrouwen. ' als ? tot S !°g Koningrijks staan de gezamenlijke beklaagden

het aar ,870; 1 met Sondering alleen «n

net jaai .8(0, gunstiger is dan die van vorige iaren.

vrouwen.rdeeW WUrde" '°'893 perSoneu ' als : 8854 mannen en 2039 voltmïir h®' gezamenlijke getal veroordeelden tot de be-

neJofTu7mCtMeletgeVaUfUiS"Straf W6rden veroordeeld 6452 persoIn 18'0 wm H gezamenlijk bedrag der veroordeelden.

1871 tnt T r Te,rhoudlnS 65 ' in I8<S9 64 pct. — Onder de iu ruin 97 ®°rrectl0nele■ gevangenis-straf veroordeelden komen 6282 of k '.voor' die tot een jaar of minder werden veroordeeldeene verhouding gelijkstaande met die in 1870 en 1869.

m„ 'J,„ wanbedrijven tegen de algemeene zaak had men eene vermeerdering van 495 zaken en van 625 beklaagden (vooral wegens

tingen °geD d6r Wett6n eU verordeninSen betreffende de Bijksbflastingen , te weten met 328 zaken en 352 bekl.1.

De vermeerdering der misdrijven tegen de personen, ten bedrage

van 5, zaken en 7 beklaagden, werd vooral veroorzaakt door de

TakeT^li^Jkl) gmgea W6genS eenvoudige mishandeling (met 64

De vermeerdering der misdrijven tegen de eigendommen (met 325 zaken en 513 bekl.) is hoofdzakelijk ontstaan door de aanzienlijke

rer;;^d4e3^iek?gingen wegeus eenv°udiseu ^^i (*« 295

Door de Kantongeregten werden in 1871 beregt 29 361 zaken met

at *—- =

wen. Onder het g^zameniyk Ïet^kbek1.9'5teldrmer23ai4(?97Vjongens en 349 meisjes; beneden de 16 jaren. 1 J

d® bevolking des Bijks staat het cijfer der beklaagden in 1871 iDW0Der5: °l'er de ^ ^ dit ais1

Het getal veroordeelden beliep 26,288 of ruim 76 pct. der beklaag den. Dit cijfer der veroordeelden staat tot dat der bevolking des koningrijks als ongeveer één tot 138 , welke verhouding in ver-e lijkmg met vonge jaren en alleen met uitzondering van het' iaarTs'O gunstig is Over de tien jaren was het gemiddeld Jl op de 2Tz etn!

Onder de veroordeelden telde mea 22,288 van het mannel. en 4000 van het vrouw, geslacht.

Onder de gezamenlijke veroordeelden zijn 22,070 of ruim 83 nCt en.ke!e geldboete verwezen , zijnde 2 pct. minder dan in 1870 — Men had 2539 veroordeelingen wegens overtreding op het stuk'der jagt en visscherij; bovendien werden, krachtens art. 51 der iagtwet nog 6261 vervolgingen door middel van transactie afgedaan

T d®strafzaken bij den Militairen regter, van de onder-

het Hoog SrGwegtehof Ier approbatie oTi'nToogw beroep1^!

voor het Hoog Alüttair Geregtshof teregt stondeu, eu van welke laats ten 105 in staat van preventieve detentie waren.

De zaken der 311 andere beklaagden en veroordeelden werden slechts ter approbatie aan 't Hof opgezonden.

Afgedaan werden in 1871, 413 zaken van de 112 in hooier beroen teregt gestaan hebbende personen er 6 vrijgesproken ■ van de ver oordeelden zijn 63 vervallen verklaard vanfenmiiitai^en stand.

-Bij de gezamenlijke krijgsraden binnen het Kijk, zoo te land als er zee, werden aangebragt 420 zaken met 472J b^aagdL zLde 14 zaken en 41 beklaagden minder dan in 1870.

werden m 2 beklaagden, waaronder 5 officieren voorkwamen , de kriic V"Jgesproken of ontslagen van regtsvervolging , en 14 naar hleef *?Ci ' verwezen der disciplinaire betraffing. Geen beklaagde nnrrio ('rtv'luStlfa'. maar 2 zijn veroordeeld bij verstek; 433 zijn veroordeeld, waaronder 3 officieren.

of i"" de ^eroo.rileelden werden 299 onder-officieren en manschappen, vem^fr^L ■" "et vorige jaar, dus 69 pct. van de gezamenlijke • I. . ee en » schuldig bevonden aan misdrijven , waartegen bij de militaire wetboeken straf is bedreigd.

1Si!' uW?' d geen doodstraf uitgesproken. Tegen 35 veroordeelden r en eihaling-straffen uitgesproken, alle op grond van vroegere veroordeeling door den militairen strafregter.

WETTEL, BESLUITEN, CIRCULAIRES ENZ.

(Staatsblad no. 113.) WET van den 28 Julij 1874 , bepalende d, plaatsing in het Staatsblad van het tunrh™ Nederland en Groot-Brittannië 0^19 Sii 1874 te 'sGravenhage gesloten m

wederkeenge uitlevering van misdadigers.

Wij WILLEM xxi enz.,

Gezien het verdrag den iq t *•

Groot-Brittannië door de wederziidseho''' 18/4 tusschen Nederlanden weaerzijdsche gevalmagtigden te 's Gravenhagc

(Staatsblad no. 113.) WET van den 28 Julij 1874 , bepalende de

Til/intsi.tin i'y> hn* ö^...li. i , uc

Sluiten