Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bondeulag 10 September 1874.

IS0. 3755.

WEEKBLAD VAN HET REGT.

REGTSKUNDIG NIEUWS- EN ADVERTENTIE-BLAD.

ZES-EN-DER TI GS TE JAARGANG.

M KT IfcKim.

Dit blad verschijnt des Maandags en Donderdags, en om de veertien dagen^Tdes Dmgsd,igs.^P,js per iaaraanai^' nnnr'i, kW", i ,

/ 1.00 verk/oging. Prijs i„ adeerle.UH, 80 ee,U per regel.- Bijdrage,, Me„en, ene, fr„eo de Uiige J, - L„,n „„ „T,cu ""

en Vogier, te Hamburg. 9 agenten voor üuitschland: Haasenstein

WETGEVING.

REGELING DER ALGEMEENE VOORWAARDEN, OP WELKE, TEN AANZIEN VAN DE UITLEVERING VAN VREEMDELINGEN, VERDRAGEN MET VREEMDE STATEN KUNNEN WORDEN GESLOTEN.

Verslag.

{Vervolg, zie Weekbl. ti°. 3754.)

Hetgeen omtrent de staatkundige misdrijven is beweerd, bleef evenmin onbeantwoord. Men stemde gereedelijk toe, dat er tweeërlei staatkundige misdrijven zijn: vooreerst de staatkundige misdrijven in eigenlijken zin , waartoe onder anderen behooren een aantal «/crimes et délits conti e la süreté de TÊtat,» die in den eersten titel van het derde boek van dpn CVmIa PAml i . .

— —"«'"vu ucuoiiucw , en iu uu iweecie

plaats die feiten, welke gewone misdrijven zijn, doch door de omstandigheden, waaronder zij plaats grijpen, en door de motieven, waarvan zij liet uitvloeisel zijn, staatkundige misdrijven kunnen worden. Hieruit blijkt, hetgeen trouwens ook de geschiedenis zoowel van de strafregtsw eten schap als van de strafwetgeving aantoont, hoe moeijelijk het is eene bepaling van staatkundige misdrijven te geven. Maar hieruit volgt naar deze zienswijze tevens, dat zij dv. alen, die meenen dat de wetgever zich niet behoeft in te laten met de netelige vraan-, wat 'men onder staatkundige misdrijven hebbe te verstaan, wanneer hij slechts in de wet eene lijst van misdrijven opnoemt, ter zake waarvan uitlevering kan worden toegestaan. Immers, hoe die lijst ook worde opgemaakt, altijd zullen er misdrijven in voorkomen, die door de omstaridigbeden'en de motieven staatkundige misdrijven kunnen worden. De moeijelijkheid blijft dus bestaan , betzij de wet eene lijst opneme of niet. Nu kan men verschillend denken over de wenschelijkheid om het wettelijk verbod van uitlevering wegens staatkundige misdrijven te beperken tot staatkundige misdrijven in engere beteekenis, of wel om dat verbod ook toe te passen op die feiten, die niet uit hunnen aard, maar door bijkomende omstandigheden staatkundige misdrijven zijn. Dit laatste stelsel werd door vele leden afgekeurd , van oo'rdeel, dat het zeer juiste beginsel, verbiedende, dat wegens staatkundige misdrijven uiigeleverd wordt, nimmer in een middel mag ontaarden om uitlevering te ontduiken.

Voorts is het eveneens onjuist, hetgeen wel beweerd wordt, dat eene opsomming der misdrijven in de wet vastheid aan de wetgeving Qrevrn kou. Reeds een vmorfio-A KUL- «« ,s„ . ®

« ---- - - ? i t -«-» uc we*geving m I5eigie en Engeland leert het tegendeel. In België is de eerste wet «sur les extraditiond» van 1 Oct. 1833 ; zij werd aangevuld bij ee,ie wet van 22 Maart 1856 ; vervangen door eene wet van 5 April 1868, op hare beurt aangevuld door eene wet van I Junij 1870 en wederom vervangen door eene wet van 15 Maart 1874. Wat Engeland aangaat ■wees men op de volgende wetten, die «An Act for ameriding the Law relating to the Extradition of Criminals» van 9 Aug. 1870 (33 en 34 Vict. c. 5*2) introk :

Year and Chapter. title.

6 et 7 Vict. c. 75. An Act for giving effect to a eonvention between Her Majesty and the King of the 11 ene h for the apprehension of eertain offenders.

6 et 7 Vit. c. 76. An Act for giving effect to a treatv between Her Majesty !.nd the United States of America lor the apprehension of eertain offenders.

8 et 9 Vict. c. 120. An Act for facilitating execution of the treaties with JFrance and the United Siates of America for the apprehension of certain offenders.

*5 et 26 Vict. c. <0. An Aet for giving effect to a convention between Her Majesty and the King of Denmark for the mutual surreuder of criminals.

i9 et 30 Vict. c. 121. An Act for the amendmant of the law lelating to treaties of extradition.

25 et 26 Vict. c. 70.

29

An Act for giving effect to a convention between Her Majesty and the King of the 11 ene h for the apprehension of eertain offenders,

An Act for giving effect to a treaty between Her Maiestv i.nd thn TT„i,„,i o,

'le^l ('ert>a've hetzelfde gebrek aan duurzaamheid als in België; Bnd h ,iarl geene schrede gedaan, of de wetgeving moest verl

worden. j)e aangehaalde wet van 1870 is reeds weder gewijjg_ 'J Act to amend the Extradition Act 1870,» van 5 Aug. Ook '!6 37 ^ict- c. 60y. In het oog dezer leden was het dan zii ,Ce"e aanbeveling van het regerings-voorstel , dat de wet, nadat 'eI:dLn " £>emeenen regel gesteld heeft, vervolgens aan het uitvoelina ]aat °° ^ bijzonder geval vrijheid van beweging en hande-

dee^e!ijk peStlg?e T dezerzüds vooral de aandacht op de mededat ee"e a^es'ote'ie lijst van misdrijven haar Ceh.e n ,ln-thCA "en V8n •IItleier!"^-verdragen belemmert. Men Wo , ' !" °,°g 'e ïerI,fze"' dRt °"<Jer dit belemmerende stelsel J'fokkine rilltT" e,ke"de. dat de uit-

'* vrii to .!.« van een,ge overdrijving

tekert lfPr , ; |m''ar "'eenile toch dBt' W8riDuer de Regering ver. dat het stelsel inde praktijk uitkomsten, door allen gevenscht,

afsnijdt of althans vertraagt, de Kamer voor de klagt der Regering _ niet doof behoort te zijn.

„ , § 4; Behalve het tot dusver medegedeelde gaf art. 2, waarin men de ' ,ar.t!i .r van het ontwerp gelegen achtte, aanleiding tot de vraag ot bet beginsel, dat uitlevering niet toegezegd kan wordeii dan ter za e van zoodanige builen het Rijk begane misdrijven , die ook hier te an e met stral zijn bedreigd, n.et te absoluut is, en of het goedkeuring ver jent, dat het ontwerp in een aantal gevallen niet voorziet, we te zie ui het internationale verkeer kunnen voordoen. Bepaalde geva en werden opgenoemd , waaromtrent men gaarne het gevoelen er egermg zoude vernemen; te liever, omdat zij van haren kant ook op gevallen wijst, waaromtrent zij alleen mededeelt, dat haar eene eef legeling daarvan bij de wet niet wenschelijk voorkomt, zonder er overal "lei f le v°®gen, door welke beginselen zij zich zal laten leiden, wanneer in die gevallen bij het sluiten van tractaten ter sprake komen. (Zie § 9 ies eQ • 10 8(1 art- 2 der memorie van toelichting.)

sde • u6D ,vre,em,lelitlg P^egt hier te lande een misdrijf, dat strafbaar m. !S.ln. het la"d ,z,J"er geboorte. Dit vraagt uitlevering. Is het wenschelr. hJk haar stelselmatig te weigeren ? Of verdient het de voorkeur onze

sn. worden Z°° W r'ateD' dat de misdadiger kunne uitgeleverd de

ei- b. Is het wel raadzaam onvoorwaardelijk vost te houden aan den lar regel dat het misdrijf hier te lande strafbaar moet zijn, ook al is lat hei elders gepleegd i Gesteld een land, waarmede wij een uitleveringen verdrag hebben gesloten, heeft nog eene zoogenaamde coalitie-wetin Wij hebben bij de wet van 12 April 1872 (Slbl, n». 24) op dit punt ng onze strafwetgeving gewijzigd. Is dit nu eene reden om den vreemij d emg. die op de coalitie-wet, in zijn vaderland van kracht, inbreuk de maakte , te beginnen met het in werking treden dezer wet niet

£ bonden? eVerea,bÜaWieB er overi=ens tot uitlevering termen

',t. c- Een v''eemdelinS! '«gaat een misdrijf in een derden Staat. En ie derde Staat en de Staat, waarvan de vreemdeling staatsburger is, vragen de uitlevering. Met beide Staten heeft Nederland een uitJ lever.ngs-verdrag. Aan wien moet de misdadiger uitgeleverd worden ? te Men a',twoorddo.dat het de/icti coZ^i beslissend moet zHn

te Is dit ook het oordeel der Regering f J

„J1' A,t.' 3 dSr ,laatste Belgische wet verbindt aan uitleverin» wef8r!s ml®dr,Jven' een derden Slaat gepleegd, de voorwaarde, dat de at Belgische wet toelate de vervolging dierzelfJe misdrijven , ook dan ,g wanneer z.j buiten België waren begaan. Het ligt niet in de bedoe' m ling noch in de woorden van art. 2 (dat van misdrijven spreekt 3S die hier te lande met straf zijn bedreigd, niet van misdrijven, dié ,n hier te lande kunnen worden vervolgd) de.e voorwaarde od te nemen

'p lCeHnl6 1 .betreurde" dit ïn vroegen, welke bezwaren bij de ,n {egering tegen het m België vereischte voorbehoud bestaan ?

"e wM<°nn,IDliRANS' D° lede"' "?ar uiei' gevoelen (zie boven § i) dit '3 r Si 1 !verP Iïiet name die artikelen der wet van 1649 noemen moet

l6c e'idbr6QjdJ 'S "f 'C schaffen' wareD tevens van meening, dat de considerans de overweging behelzen moet, dat het wenscheli k is = de wet van 1849 te herzien. wenscnenjK is

"Verdragen met vreemde Staten. zegt het ontwerp, in plaats van «met vreemde Mogendheden,, zoo als de uitdrukking der Grondwet - en van den considerans der wet van 1849 iuidt. In eene afdeelina kwam dit verschil ler sprake en aldaar werd aan de grondwettig! uitdrukking de voorkeur gegeven. Een Staat is Mogendheid, onaf.. hankelijk van den regeringsvorm. Men zag niet in, waarom wel het woord «Staat,« maar niet het woord «Mogendheid, eene «algemeene uitdrukking» zouae zijn. j

.. Art. 1. Zal de Regering na het tot stand komen van dit wets- ' ! leverings-1raciaten' aanWe"dBD t0t herzieuiDS d« bestaande uitle- !

Art. 2. Men zie § 3 en § 4 der algemeene beschouwingen.

u Alinea 1 en 2. Hier en zoo dikwerf de uitdrukking .,er zake- in . de volgende bepalingen ^zie de artt. 3 , 4 en 6) voorkomt, wensebte f men in eene aldeeling haar te vervangen dojr «wegens,, welk wourd het ontwerp zelf bezit m art. 5. woord

Alinea 2. «Waarvoor hier te lande.. I„ dezelfde afdeelinr werd opgemerkt, dat de woorden «hier te lande, veilig kunnen wegval- ' lei). Zie de vraag, medegedeeld in § 4, 6. I

Art. 3. Sommige leden konden het niet goedkeuren uitlevering t0e i' te Staan ook wegens poging en medepiigtigheid; volgens hen gin» ' ' r dit te ver. De meerderheid schaarde zich aan de zijde van he°t i ' ontwerp. j >

- Vuor zoover die poging of die medepiigtigheid ook hier te lande I ' stra/baar is.„ Deze slotwoorden schijnen overbodig, als reeds onire- ' sloten in art. 2. (

Art. 5. Het artikel is gelijkluidend aan art. 17, lit. c, der wet van 1849, behoudens de inlassching der woorden: «vóór de aanhouding hier te lande, of, zoo er nog geene aanhouding heeft plaats gehad ' voor de oproepi ng om door de Regtbank te worden gehoord f Doe! i der inlassching is om te voorkomen, dat de verjarin'r i

door eene handeling, die buiten den vervolgde f "dl , ,

lichting volgt, dat, naar het oordeel der ReS T k

oproeping de verjaring niet stuiten ; en dat indien' h°U en ^ de aanhouding en na de oproeping verjaart de ' ,r "a d

worden^'ev^. Echter mag dit volgens'de bewoo^van^ "

bepaling van^an. ^'^Tit e ^ V°°,kear aa" de '-,aa"de £

Artt. 6 en 9—11. Uit deze artikelen zou moeten blijken, in hoeI ver,ee,n., rr|cerdere waarborg, dat een misdryf niet ongestraft blijve, d< | werkelijk in het ontwerp gegeven is. In verband hiermede vestigden 5

* i

eenige leden de aandacht op de omstandigheid, dat hier geene stelliee bevelen zijn voorgeschreven, maar slechts bevoegdheden aan het openbaar ministerie worden toegekend.

Art. 6, alinea 1. De bepaling van art 17 lif a 1849 , dat uitlevering niet mag geschieden, zolang 'de op^eëi Jhtë zich in gijzeling bevindt , neemt het ontwero niet nv»- P=e"scht? moegelijkheden oplevert bij het sluiten van verjra-en en omdu Zhet privaat belang boven het publiek belan» stelt "p»n Ofdat zij leden verklaarden zich tegen' deze af^kïngtr is eene groote hardheid in gelegen voor den scbuldeischer dat ril schuldenaar door de uitlevering aau de gijzeling wordt onttrokken en de mogelijkheid kan niet worden geloochend dat een willpir* • ' verzoek tot uitlevering strekt om den schuldenaar buren het h ï des schuldeischers te brengen. Het op zich zelf lnfl»iüü hereik

in het belang der maatschappelijse orde uitlevermgs-verdrage'nToTsan'd to brengen , mag bij den Staat niet zoover gaan dat hd ri» T

onthoX 6igeae ingeZetenea de be'SChenm"" d« burgerlijke wet

Sommige leden gaven eene bijvoeging aan de hand in den eeest van art. 21, alinea 2; de vreemdeling zoude dan na de uitlevering moeten terugkeeren, ten einde de gijzeling voorteano- heM™ ! J g leden vroegen , of de scbuldeischer 'niet il eT geval va„ W " voor de kosten der gijzeling schadeloos moet worden gestefdT 6

Nog werd opgemerkt, dat de vraag der «iizelinB- ,

de executoir-verklaring van Nederlandsche vonnisten elders e^ Tan vreemde vonnissen m Nederland. Men meende te weten dat de Re gering op internationaal gebied pogingen heeft aangewend om diï vraagstuk tot eene gewenschte oplossing te brengen. Is dit zoo? Zoo ja, hebben die pogingen reeds lot eenig resultaat geleid?

Al. 2. .Reeds vooraf.. Men gaf in overweging te lezen : «tijdelijk.

.JVa afloop van het onderzoek.. Is hier met opzet niet gezegd • «na afloop van het regtsgeding ?» °

Art. 7. »Dan nadat hij, na zijne uitleveringBedoel 1 wordt - na de teregtstelling wegens het misdrijf, genoemd in het trac.aau Daarom , worde gelezen: «dan nadat hij gestraft of vrijgesproken is weg™ het feit, waarvoor de uitlevering is gevraagd /

Eenige leden vroegen, of niet voor de tweede vervolging Doodi„ de toestemming van den uitleverenden Staat? g

Wif °i.der

vond bij hen tegenstand. Zij is u.t de vreemde wetgevinTovfrgeto6 men en schijnt onvoldoende geregtvaardigd. overgeno-

Art. 8 , al. 1. «De uitlevering wordt aangevraagd langs diplomatie ken weg.. Door welke bepalingen denkt de Regering de naleving van dit voorschrift te verzekeren ? Slaat de uitdrukking: .langs diplomaUeken weg. ook op consuls ? (Men denke aan hei ten vori^en !re bekrachtigde tractaat met Spanje, dat aan de consuls diplomatiek! werkzaamheden opdraagt). S nnmige leden wenschte,, de consuls buken zoodanige bemoeyingen te houden en meenden dat hi-r »iil eene verhouding van Regering tot RegeringnuTz^*^ waar geene diplomatieke agenten zijn gevestirfd Aml.,» w ,. '"

s U

-—««-"-srEss;

Al. 2. Het woord .tijdelijk. wilde men laten wegvallen.

Al. 3. Volgens sommigen behoort deze alinea in art. 15 te huis Zie nader bij dat artikel. uls'

matkl'. 9' "L l' °P d<iZe al'nea Werden een aautal bedenkingen ge-

a. Sommige leden twijfelden , of deze nienwe bepaling niet al te zeer in het nadeel van den vreemdeling is, die ten ge^e dezer aanhouding een twintigtal dagen of een tweetal maanden (art o in hechtenis zal kunnen gehouden worden. Heeft hij eenigen waarborg tegen willekeur ? J &en waar-

'\"0p last 'mn ee" °fficier of hulp-officier.. Door leden die de strekking van het artikel beaamden, werd fa Li-

"ie' 'e ver gaat ? Gaat het aan bij 'elk«

and eene zoodanige kennis van het iniernationaie regt en een zoo-

LTn.taf l9 VAerTderf0 len als Ver^c"1 «orden In aangelegenbeien als deze? Andere leden stemden met de bepaling in. Zij past

olkomen in onze regelen van strafvordering, die niet ter wille van ïen vreemden btaat behoort te worden gewijzigd. Zij is volst,ek modig zal ,n menig geval de uitlevering doel'treffëm Bovlnln nijdt de verpligting den hulp-olficier opgelegd, om den aangehoudene )nverwijld ter beschikking vau den olficier van justitie te stellen, de ladeelige gevolgen eener mogelijke overijling af, want binnen drie lagen na üe aanhouding moet de officier de zaak bij de IJegtbank lanhangig maken (artt. 10 en 13).

c. Kan de aanvrage ook per telegram geschieden ? De memorie •an toelichting antwoordt bevestigend, tn teregt; want juist de ontfikkeling der versnelde middelen van gemeenschap is de ratio der lepaling. Doch is dit voldoende en behoort de wet niet uitdrukkelijk au telegrammen te spreken ? En moet het telegram gele.mimepr I unnen worden 1 Met andere woorden : kan de hulp-olficier zich ewissen, of het telegram uit het buitenland werkeliik „e oor de volgens het tractaat bevoegde magt ? Men »jt»M m f et traciaat zelf dienaangaande bepalingen moet inhouden In verband met deze beschouwingen werd in

'jrziZLzr*" J™r * - •• •«- •^.'sssxz

:ze afhouding8 vftn°toepas!inee8zei!nn w "i VoorlooP'§e gevangenis op P g ^1)0» werd toestemmend geantwoord*

_ ( Vervolg hierna.)

Sluiten