Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARRONDISSEMENTS-REGTBANK TE AMSTERDAM.

Kertie banier.

Zitting van den 29 Mei 186 7.

Voorzitter, Mr. C. F. Gulchkr. Liquidatie-froce». — Cessie. — Vrijwaring.

Diegene die een regt tot invordering van proceskosten aan een ander verkocht heeft, is bevoegd en heeft er belang bij, als tot vrijwaring van het verkochte verpligt, de vaststelling dier kosten noor den regter te vragen.

Eene door den gerequireerde na de dagvaarding in het geding gebragte verklaring van den requirant, als zoude deze van al zijne regten jegens den gerequireerde hebben afgezien, kan op de vereffening van den staat van kosten geen invloed hebben, vooral niet wanneer die verklaring posterieur is aan voormelde cessie.

M. Schlössel, eischeresse, procureur H. Boas, tegen

A. van Lier Jz., gedaagde, procureur S. Swaab Jr. De Regtbank enz.,

Gehoord den advokaat van de reqivrante;

Overwegende ten aanzien der daadzaken:

dat de gereq., oorspronkelijke eiseher, bij geregistreerd vonnis dezer Kegtbank van den 17 Jan. 1866 is veroordeeld tot betaling der proceskosten , van het toen tusschen partijen aanhamrige regtsgeding , welk vonnis op den 8 Febr. daaraanvolgende aan den gereq. is beteekend en daags te voren aan deszelfs procureur;

dat de requirante op den 13 April 1867 aan den gereq. eenen staat van kosten (.geregistreerd), heeft doen beteekenen ten bedrage van f 167.5-1, met sommatie om binnen veertien dagen daarna, aanbod te doen van zoodanige som als de gereq. zal te rade worden, met aanzegging, dat de tot bewijs strekkende bescheiden ter griffie dezer Regtbank zijn gedeponeerd;

dat geen aanbod is gedaan, en de gereq. mitsdien op 27 April 1867 is gesommeerd om op den 30 April daaraanvolgende met de requirante voor deze Regtbank te verschijnen , ten einde voormelde staat van kosten vast te stellen ;

dat de requirante ten dage dienende heeft geconcludeerd tot vaststelling van dien staat van kosten , en veroordeeling van den gereq. in de kosten , op dit liquidatiegeding gevallen ;

dat de gereq. bij conclusie van antwoord op deze vordering tot be"rootiiig heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk-verklaring van derequirante in deze vordering, opgrond dat zij hare vordering ten laste van den gereq. zoude hebl>en gecedeerd en getransporteerd aan den heer S. II. van Minden, welke cessie aan den geieq. is beteekend bij jreregistreerd exploit van den 19 Dec. 1866 , en het niet zoude blijken , dat de requirante is teruggetreden in hare regten : dat zij dus geen belang meer bij de vaststelling van kosten hesft, en dat bovendien de genoemde van Minden, reeds eene vordering tot vaststelling der kosten tegen hem had ingesteld, waarin deze niet ontvankelijk is verklaard;

dat de procureur van den gereq. op den 14 Mei, daags voor de voordragt dev.er zaak , eene verklaring in het geding heeft geliragt, waarbij de requirante zou verklaard hebben , van alle hare regten jegens den gereq. te hebben afgezien (welke verklaring is geregistreerd enz.), en op grond daarvan het roijement der zaak heeft verzocht, waartegen de gereq. zich heeft verzet;

O. in regten : .

dat het tusschen partijen in confesso is , dat de requirante hare vordering ten laste van den gereq. heeft verkocht aan S. II. van vinden; dat daaruit voor de requirante de verpligting ontstaat den kooper te vrijwaren om van het gekochte het genot te hebben; dat, om van een reirt tot invordering van proceskosten genot te hebben, het noodzakelijk is, dat die kosten bij regterlijke uitspraak worden vastgesteld;

dat de requirante dus wel belang bij die vaststelling heeft, omdat zij verbonden is den kooper het genot van het verkochte te verschaffen ; dat zij dan ook niet heeft gevraagd, dat de gereq. aan haar het bedrag der vastgestelde kosten zoude betalen , maar hare vordering beperkt heeft tot de vaststelling van den staat van kosten, waarin de gereq. reeds is veroordeeld bij geregistreerd vonnis van den 17 Jan. 1866 ;

dat overigens de termijnen en formaliteiten , in cas van vereffening van kosten voorgeschreveu, behoorlijk zijn in achtgenomen en de gereq. geen aanbod heeft gedaan;

dat de op vreemde wijze in het geding gebragte verklaring geen invloed kan uitoefenen op de vereffening van dezen staat van kosten, omdat die moet beoordeeld worden naar den stand van partijen op den 30 April 11. , den dag waarop de gereq. gesommeerd was ter teregtzitting te verschijnen ;

dat daarenboven, indien de onderwerpelijke vordering, welker cessie de gereq. zelf erkent te zijn anterieur aan de overgelegde verklaring kon geacht worden in die verklaring begrepen te zijn , en de requirante daardoor aan haren kooper nadeel heeft berokkend, zij zich tegenover hem zal hebben te verantwoorden, doch dat deze gereq. niet"bevoegd is, zich te beroepen op eene zoogenaamde kwijtin", afgegeven door iemand, die, volgens het eigen sustenu van den5 gereq. , niet meer bevoegd was d*aivoor kwijting te geven , als zijnde een derde in de plaats getreden van de oorspronkelijke schuldeischeres ■

Gezien'de artt. 1510 , 1520, 1530 B.W., 612 volg. en 56 B. R.; Regt doende enz.,

Stelt den staat van proceskosten, waartoe de gereq. ten behoeve van de requirante is veroordeeld, bij geregistreerd vonnis dezer Regtbank, op den 17 Jan. 1866 tusschen den gereq. als eiseher en de requirante als ged. gewezen, vast op een bedrag van t 167.'8;

Veroordeelt den gereq. in de kosten op deze vereffening van kosten gevallen, ten bedrage van f 40.49.

(Gepleit Mr. Ph. A. Haas voor de eischeres.)

ARRONDISSEMENTS-REGTBANK TE HEERENVEEN. IIixiier vnii «IrufzaUen.

Zitting van den 6 Februarij 1866.

Voorzitter, Mr. H. R. Warmolts.

Voor een op last van een Gemeentebestuur op de grenzen der gemeente geplaatst publicatie-bord, waarop stond: «in deze

qemeeme moqen yee'ie iiuitueii ujsiuupcii

den paal ie slaan, maakt men zich schuldig aan het misdrijf

. „ , - n li

van ari. v. i .

Het Openbaar Ministerie, tegen H. Beuring.

De Regtbank enz. ,

Gezien de dagvaarding van 25 Jan. 1866 aan den bekl. beteekend, houdende beschuldiging van den 2 Jan. 1866 , des nachts omstreeks één uur, in de nabijheid van Appelscha, een op last van het Gemeentebestuur van Ooststellingwerf, op de grenzen dier gemeente geplaatst publicatie-bord, waarop stond: »in deze gemeente mogen geene honden losloopen enz.», opzettelijk van een paal te hebben geslagen ;

Gelet op het vonnis van heden, waarbij tegen den bekl., die, ofschoon behoorlijk gedagvaard, niet is verschenen, het door het Openb. Min. gevraagde verstek is verleend geworden;

Gehoord het requisitoir van het Openb. Min., strekkende, dat de Regtbank den bekl., regt doende bij verstek , zal schuldig verklaren aan het omwerpen van een voorwerp, op openbaar gezag, ten algemeenen nutte daargesteld, met verzachtende omstandigheden, en hem dien ten gevolge, uit krachte van artt. 257, 463 , 52 Strafregt, 20 der wet van 29 Junij 1854 (Stbl. n". 102), 206, 207, 211, 227 Strafvord. , veroordeelen tot eene gevangenis-straf van drie dagen en in de kosten ;

Overwegende, dat bij het onderzoek ter teregtzitting door een voorgelezen proces-verbaal van den 4 Jan. 1866 , opgemaakt door R. K. Hofstra, gemeente- en tevens onbezoldigd rijks-veldwachter, en R. '1'. de Groot, onbezoldigd rijks-veldwachter, beide wonende te Appelscha, op den eed, bij den aanvang hunner bediening gedaan , en door de nader in judicio onder eede afgelegde verklaringen dier beambten wettig en overtuigend is bewezen, dat de bekl., den 2 Jan. 1866, des nachts omstreeks één uur, in de nabijheid van Appelscha, een op last van het Gemeentebestuur van Ooststellingwerf op de grenzen dier gemeente geplaatst publicatiebord, waarop stond : »In ileze gemeente mogen geene honden losloopen» enz., opzettelijk van den paal heeft geslagen ;

0., dat dit feit oplevert het misdrijf van vernieling van een voorwerp, ten algemeenen nutte door het openbaar gezag opgerigt, waartegen is voorzien bij art. 257 Strafregt;

O., dat de veroorzaakte schade geene 25 francs bedraagt, en dat dit, in verband met den tijd en de gelegenheid, waarop het feit is gepleegd, verligtende omstandigheden oplevert, zoodat er termen bestaan tot toepassing van art. 4-3 Strafregt;

Gezien artt. 257 en 463 Strafregt, 206 , 207, 211 en 227 Strafvord. ;

liegt doende enz.,

Verklaart den bekl. H. Beuring schuldig aan het vernielen van een voorwerp ten algemeenen nutte, door het openbaar gezag opgerigt, met verzachtende omstandigheden;

Veroordeelt den alzoo schuldigverklaarde tot gevangenzetting in een huis van correctie voor den tijd van drie dagen en in de kosten.

HOOGE RAAD. — M»««ier vnn Sirarzukeiit

Zitting van Maandag , 21 October.

Voorzitter, Jhr. Mr. B. van den Velden.

Behandeld het beroep van :

1ü. \Y. Dieters, tegen een arrest van het Hof in Groningen ; rapp-, raadsh. van der Sande. Adv.-jren. Karseboom concludeert tot verwerping. Uitspraak 29 October.

2". A. Goossens, tegen een vonnis der Kegtbank te Roermond; rapp., raadsh. Donker l'urtius. Adv.-gen. Karseboom concludeert tot vernietiging van het vonnis en nietontvankelijkverklaring van het Openb. Min. Uitspraak 5 November.

Zitting van Dingsdag , 22 October.

I. Uitspraak gedaan in zake:

1». den prnc.-gen. bij het Hof in Noordholland , tegen een arrest in zake J. Brouwers , huisvrouw van A. van den Bosch , en J. Mooy. Het arrest vernietigd en de gerequireerden veroordeeld, de eerste tot de doodstraf, uit te voeren te 's Gravenhage, en de tweede tot tuchthuis-straf voor den tijd van vijf jaren.

2°. G. Ilaman, tegen een arrest van het Hof in Groningen. Verworpen.

3". E. Sporenberg, huisvrouw van B. Schuur, tegen een arrest van het Hof in Gelderland. Het arrest vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof in Overijssel.

4". A. Stam, tegen een arrest van het Hof in Zuidholland. Verworpen.

5". A. J. Hijdelaar, tegen een arrest van het Hof in Zuidholland. Het arrest vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof in Utrecht.

II. Behandeld het beroep van:

1". H. Schipper, tegen een arrest van het Hof in Drenthe; rapp., raadsh. van der Sande. Adv.-gen. Romer concludeert tot verwerping. Uitspraak 29 October.

2". den officier bij de Regtbank te Leyden, tegen een vonnis in zake A. van der Wacht; rapp., raadsh. Donker Curtius. Adv.-gen. Romer concludeert tot verwerping. Uitspraak 5 November.

NB. "Woensdag is er geene zitting gehouden.

BENOEMINGEN, VERKIEZINGEN ENZ.

Bij Kon. besluit van den 6 dezer, n". 25 , is aan G. J. van der Kuyp, gewezen directeur van het burgerlijk en militaire huis van verzekering te Arnhem, verleend een pensioen ten laste van den Staat van J 851 's jaars , en zulks op grond van artt. 5, 43 en 47 der v et betreffende de burgerlijke pensioenen , van den 9 Mei 1846 (Stbl. n '. 24), gewijzigd bij die van den 3 Mei 1851 (Stbl. n". 49).

— Bij Z. M. besluit van den I8 0ct. jl-, n". 76, is met ingang van 1 Nov. 1867, benoemd tot deurwaarder bij het 1'rov. Geregtshof in Zuidholland H. A. M. van Ginkel, thans klerk op het parquet van dat Geregtshof.

Bij z. M. besluit van dezelfde dagteekening, n°. 77, is aan

Mr. H. van Giffen, op zijn daartoe gedaan verzoek eervol ontslag verleend als procureur bij het Prov. Geregtshof in , en de Arrond.Rcgtbank te Groningen.

— Ten gevolge van het overlijden van den heer Mr. C. D. Beels, raadsheer in het Prov. Geregtshof van Zuidholland , is door dat collegie de navolgende aanbevelingslijst opgemaakt; Mr. B. II. M. Ilanlo, officier van justitie bij de Arrond.-Regtbank te Breda; Mr. W. J. van Vollenhoven, regter in de Arrond.-Regtbank te Dordrecht; Mr. F. B. t oninck Liefsting , regter in de Arrond.-Regtbank te Leyden; Mr. G. B. Emants, regter in de Arrond.-Regtbank te's Gravenhage;

Mr. H. J. A. Raedt van Oldenbarneveldt, subst.-officier van justitie by de Arrond.-Regtbank te 's Gravenhage; en Mr. A. A. de Finto, regter-plaatsvervanger in de Arrond.-Regtbank te 's Gravenhage, en referendaris bij het Departement van Justitie.

BERIGTEN.

's Gravenhage , den 23 October.

Bij den boekhandelaar W. E. J. Tjeenk Willink te Zwolle, hebbe" laaatstelijk het licht gezien : ^

lu.) Wet op de Inkwartieringen, Transporten en Leverantiën, van September 1866 (Stbl. n ». 138), met de reglementaire bepalingen» vastgesteld bij besluit van 29 Maart 1867 (Stbl. n°. 18), en voorschriften ter uitvoering, van 4 April 1867 , benevens Alphabetisc» Register; en

2.) Wet van den 11 April 1827 , houdende oprigting van Schutterijen, benevens het besluit van den 2!> Mei 1829, omtrent de zamenstelling der Schuttersraden , met aanteekemngen en een beknop Alphabetisch Register. Beide die uitgaven zijn geschied onder toezig van den heer L. N. Schuurman, secretaris der gemeente Zwolle> die de Registers heeft vervaardigd. Zij zijn in hetzelfde formaat als vorige uitgaven van wetten bij gemelde uitgevers, in het licht vei schenen en zijn hier en daar van doelmatige aanteekeningen en wijzigingen voorzien.

Wij mogen die uitgaven dus allezins aanbevelen. Nu het ontwerp eener nieuwe wet tot regeling der Schutterijen in het vorig zittifS' jaar door de Eerste Kamer der Staten-Generaal is afgestemd, besta» er weinig vooruitzigt, dat eene nieuwe wet op dat stuk spoedig za worden vastgesteld. Uit dien hoofde komt de nieuwe uitgave der bestaande wet nu zeer te stade.

— Op 14 dezer overleed te Ootmarsum de heer J. E- van Ferney, kantonregter aldaar.

REGTSGE LEERDE UITGAVEN.

BELGISCHE LITTERATUUR.

Molitob. (J. P.), Les obligations en droit romain avec Tindication des rapports entre la législation romaine et le droit franfais. ou's professé 'a 1'Université de Gand. 2e éd. In 8". -T. 2, P- an , H. Hoste.

Damdke (A.), Traité de médecine legale et de jurisprudence de la medecine. Iu s"., 3e volume, 204 p. Bruxelles, G. Mayolez.

Etudes sur les institutions politique et sociales de l'Angleterre; par Th. Karcher, professeur ïi l1 Académie royale militaire de » oolwieh. In 8". 370 p- Bruxelles, A. Lacroix , Verboeckhoven et ue-

AD VERTENT IEN.

Bij GEBROEDERS BELINFANTE, te Gravenhagei ziet het licht:

WETBOEK

VAN

BURGERLIJKE REGTSVORI)ERI\G,

ONTWERP EN MEMORIE VAN TOELICHTING.

Boek IV en V.

Uitgegeven onder toezigt van Mr. A. A. SIK PiUTO,

Referendaris bij het Departement van Justitie en regterplaatsverv. bij de Arr.-Regtb. te "s Hage.

PRIJS f 3.25.

Bij dezelfden zijn nog verkrijgbaar het eerste gedeelte van dit werk, zijnde de vroeger verschenen boeken I IU van hetzelfde Ontwerp-Wetboek . . . Prijs f 3.

Voorts: ONTWERP van een WETBOEK van STRAFVORDERING, ingekomen in de vorige zitting

der Tweede Kamer • ■ / l-^-

Het vroeger ONTWERP en MEMORIE VAÏ' TOELICHTLNG deswege - 3.50.

Bij dezelfden zijn o. a. uit Parijs ontvangen :

FEU M. DUPIN, par M. Ukbais Legeat , Professeur honoraire de la faculté des lettres de Grenoble, membre correspondant de' académies et sociéte's sarantes de Lyon , de Dijon et de Tours, ƒ0.50-

ÉTUDE SUR LA PÉPARATION DES PATRIMOINES, P®r Armand M asson. Avocat & la Cour de Paris, Docteur en droit. ƒ2-

LÉGISLATION FRANQAISE DES CHEMINS DK FER ET P® LA TÉLÉGRAPHIE ELEi TRIQUE, par M. Catelle , Docteur en droit. Avocat au ('onseil d'État et a la t our de ca«sation et Professeur ii l'Eeole'des ponts etehaussées. 2e. e'dit. 2 vol. f 8-

j. michelet, IllSTOIRE DE FRANCE AU 18". SIÈCLE. — LOUIS XV ET LOUIS XVI. f 2.75.

LES SOC1ÉTÉS COOPÉRATIVES DE CRÉDIT, par 3vi*s Duval, Directeur de 1'Économiste Francais, Vice l 'resident de 1" Commiseion centrale de la Soeiété de Géographie, 1'rofesseuf d'économie industrielle k TAssociation Polytechnique. ƒ O.vO.

LA CIIINE ET 1'EUROPE. Leur histoire et leurs traditions coiöparées , par Joseph Ferrari, Membre du parlement Italien. 3."5*

ÉTATS-UNIS DAMERIQUE. — HISTOIRE DE LA GUERKE C1VILE AMÉRK'AINE 18S0— lh65, par MM. L. CortaMheh1 et F. de Tr\naltus. Avec portraits , cartes et plans. 2 vol. f 7-5°-

Snciperailrnk eu uitgave van KKimOEK!1'®** KKMü'PAWIi, te 'iUraveuliage.

Sluiten