Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maandag , 11 Januarij 18f>8.

N°. 2968.

WEEKBLAD VAN HET REGT.

REGTSKUNDIG MIKIJWS- EN ADVERTENTIE-BLAD.

DERTIGSTE jaargang.

JUS ET VERITA8.

Dit blad verschijnt geregeld twee malen per week. Prijs per jaargang f 20 ; zonder zegelregt, 20 cents per regel. — Bijdragen, brieven, enz., behalve

voor de

van HH.

franco per post, met f 1.20 verhoogina. — Prüs

7 . r " J "v, trtr/K/to»

correspondenten , franco.

HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

lianier van Strafzaken

Zitting van den 12 November 1867.

Voorzitter, Jhr. Mr. B. van den Velden.

Ilaatselijke verordeningen. — Plaatselijke belas¬

tingen. — Retributie aan den pachter eener LOSPLAATS VAN SCHEPEN.

Moet niet e.e.np. rp.1rihn.tip iinnr het nohvuïl. ~7„„ 7„„

i»t/v 1/u.zt CC/fC UU/tlCy - 0/t LUO"

plaats voor schepen als eene belasting worden beschouwd en

flrt ft vni l> rin rt n ina 7~r, „n l „ i,] •• ... .. i

, wiumeer zij op wettige wijze als be lasting is ingevoerd? — Ja. Artt. 238, 270 — 272 der ge

De officier van justitie bij de Arrond.-Rcgtbank te 's Hertogenbosch heeft zich in cassatie voorzien tegen een vonnis van genoemde Regtbank van den 20 Aug. 1867 , waarbij de nu gereq. A. van Diik schipper, geboren te Leyden en wonende te Aalst, beklaagd van op

t„ennr6-,juni'i j1" met z'j" sobiP • meteude 34 ton, te hebben gelegen te Wijk, aan het rijzenhoofd in de Maas, zijnde de aanleg- en los-

r- »■» van scnepen , aldaar ruim 1 last koren te hebben gelost en a&n den nachter Hip.r lncnloafo a x. u.i. i .

i * .o.. xuuuiciuiauti, ie iieuuen geweigerd

,,p , oor gemeente Wijk als belasting vastgestelde retributie a 2 ^vIltCD Ü61' ton _ Huk fiS pontoii .. ,

. 4 , . J .— > «•« uctaieu , —• te aier zake van alle

kosten!"0 'S °ntSlagen' met veroordeeiing van den Staat in de

waf'tógebragteheeftZde^dt°?L^eVa®dS?eei' Wintgens het versIaS

genomen : 6 "an,MU°a ue volgende conclusie

zaaift^00-7 A^ar\.H"renl Tot mijn leedwezen moet ik in deze weet rl t conclusle dienen. Ik zeg tot mijn leedwezen , omdat ik

, tegenover ue iot neaen gevolgde jurispru¬

dentie van den Hoogen Raad staat en ik bij voorkeur mij naast nwe meening geplaatst zie. En toch is het mij onmogelijk mii bii

die inri.wi.JnitmnKl.WA «f .Si •.. J J

v/muai, iij iiiai ui ij ii ü nemge overtuiging is in strijd met de woorden en met do uitgedrukte bedoeling des wetgevers tevens.

Er is hier sprake van weigering door een schipper van eene re-

tHllntin nnn (lün nnnlitnw nnnar 1 r\a rvl a «a t O ta Wil'lr ^Kïi I I ünc^An\

-•vuuiu aau usu ctuw w '' 'JV J «ivuousuj, >vcgeiIB

hpf lnr.OA.1 >Mnn« imn vuint I loof lrnvOll r» hof hanrfi-inn f.,i»

-u jusöcii aiuaai van i ujliu a Jaoo ftwiv». "«.» uv.ivtv/ii icit is

gevorderd eene boete van f5, op grond van artt. 264 , 265, 274 ,

* 'J uei gemeentewet, in veruanu met uc pmaiöcnjrkc yciuiucuiug en tarief der gemeente Wijk van 24 Oct. 1853, welke verordening zelve geene straf hpHvmVt

Het bestreden vonnis achtte geene straf bedreigd. De memorie van cassatie voert daartegen aan: schending van de artt. 238, 271, 272,

XQ1' der gemeentewet, in verband met voormelde verordening,

« van art. 1 der wet van den 22 April 1864 (Stbl. n°. 29) , 44 ,

Vj ' en verkeerde toepassing, van artt. 210, 234 Strafvord.

Het bestreden vonnis is m. i. zeer iuist en geheel overeenkomstig

paungen der wet; en in zulk een geval mag ik niet tot

& g concluderen , onder het beweren dat de wet zou zijn geschonden. ' *

Zal ik het stelsel, door m» • • • _„i.„~i

n , —v fev»vjcxu, nog eens m zijn geueei uiu-

nzetten? tobed voor uwen tijd verbiedt mij dit, nu ik. het reeds r ïaaldelijk en het laatst zeer breedvoerig, met aanhaling van loegeie conclusiën en arresten, in mijne conclusie deed, afgedrukt

in Ji.pntsitf fil Ofl.Q tt T~k , ... . 3 .?

rj^.. -T. iiuawr, 1Ö0D, 533. Zie ook mijne con

CJUSie hll «yplArrPnhAirl van Alt ^ . r>.;i

I8ff nnn «"coi,, aigearuKt m Jxegtsg. jjijol.,

in*** 99'' en de aanteekeiling aldaar van den mii onbekenden *««enap.r KÜ u„>- oa T :• i r,^ J

v ^ t7 j ttIICÖb vau ^Otiuuij iödd ^ook in lieqtspr.. 80, 252. HONEUT, 1. c. 303).

tahoe0" s^ecl1ts kortelijk na, wat de memorie van cassatie ten nieei,int eenen ander? weCs-opvatting aanvoert. Opmerkelijk is de

streden vo : - .scniJllt door te stralen, dat eigenlijk het beveel waars hf °n,?ist is te acllten > ''omdat hij erkent, dat er

238 eemeeritPwof milB 1S ëeiegen> aie aan üe bijvoeging van art,

het artikel.// u , beperkten invloed toekent op het overige van ziin de wonr/i^. °e ^aii ^et ook a"ders ? l>ij eene andere opvatting

nn,.»!:...,- "Wat fifi tnAnnssino- vmi «rtf- 0510 QQ7 fA J An

i. v» ai

jn de woorden anaers r x>ij eene andere i

imi;,,.!.:. "Wat de toenassincr vnn artt 939—93 7 (A

pn iiJ ..ö S^edkeurinfr"» betreft// freheel ovp.rhnrlio- pn micniaatct'

wees er i &

woorden er 1 *°?ger ook °P » dat de toelichting dier ingevoegde opzettelijk . us.?°'£ de geschiedenis dier wet, het ignoreren, het

■'pn I r , ™ lucl 'oeiaat, maar mijne opvatting be-

''ng in nnt - ™1Sende art- 239 evenzoo zegt: «Ook op belas-

artiko),,, ,"ra zljn artt. 232—237 (en weder niet ook de overige *cien der p-emAent.Awprl van : .. °

iv O ~*7 "«-/cpaesiiig.'/

bet, lfflem0rie erkent dan ook' dat als rede» voor de invoeging der uePerking m art. 238 is aangeven ,1p „„—■ "'T8.™1

» r u ,-r 232 237 op die rg

o juen als wettelllke internrp.tat.ip vnn Kof i , ..

, , r- — «v,* wiDjjxüiiKeiijüe artikel*

Ue J" e woorden cn de geschiedenis de meening der Kegtbank Cook (ie ?,Jne; bevest,ging. vindt* Wat wü men meor, dan de woorden en

Orn • "euuenr ui never, welke zijn de gronden

ttiet 7 Wtt11 öuiju met ae letter en

ct de geschiedenis der wet f JJe memorie geelt aan, dat als zoo^aijlg zoude kunnen gelden het in aanmerking nemen , dat de geenide bijvoeging welligt een parlementair middel is geweest, zonder i-le gemeente-wetgever eigenlijk de bedoeling heeft gehad van de "'-passing van art. 271 uit te sluitende regten van art. 238. Ik weet

. i ! ■ 01 die ëlssing juis' zij. Maar, indien ik dat parlementaire

*ei l)p.rrt*5ir\ «1.»%-. i i__. j_.

I — wu uil zijlui turners Kunnen wuruen opgenomen dan

8 een schijnbaar toegeven, maar tegen den wil en als ware liet

met woorden , welke later eenige andere opvatting dan die met het toegegevene overeenstemde, zouden kunnen wettigen. Zoodanige parlementaire wets-explicatie mag ik den Hoogen Raad niet aanraden.

Een andere grond, zegt de memorie, kan gelegen zijn daarin, «dat, wanneer men ziet, dat in de memorie van toelichting die bijvoeging wordt voorgesteld alleen om te doen uitkomen, dat art. 238 ten doel heeft om de daarin opgenoemde regten te onderwerpen aan de controle van art. 254,» maar dan kan ik daaruit, in verband met de invoeging zelve, alle'én afleiden, dat slechts de tot-stand-kom ing

.• J„ „..Ü oor, ^^- , _ \ .• .

^wciivoiija. JLU ue ani. zoz Zó / Omscnreven^ IS ucuuciu, maar llieb

de overige artikelen der ffemeentBwot welke betrekking hebben tot

plaatselijke belastingen , en ik kan daarvan niet worden afgebragt door

netgeen ae memorie daarop iaat volgen : * zonder aai in aie memorie

—J*. i J . ï , . . , .1

wuiuu ueweeru, uat necgeen tot stand komt ais piaai-öexijB.c ucuuuug, niet als zoodanig zal mogen worden ingevorderd,« d. i. dus, omdat die alp*emeene onvattincr hii flp. mpmr»rip vnn toelichting niet uitdruk¬

kelijk is verboden. M. i. strijdt zij echter met de aangegeven motieven , die slechts van ée'ne zaak spreken, de tot-stand-koming. De

Luepasöiug van uen regel, dat die van Heb eene spi eeni*, uaaiuiu juist het andere niet uitsluit, waarvan de memorie van cassatie ook gewaagt, durf ik ook bij de wets-explicatie niet aanraden. Ik zou

meer hechten aan den regel mclusio unius est exclusio alterius, waar de wetgever meent bepaalde artikelen te moeten aangeven. Wat zou te zeggen zijn van eene wets-interpretatie, waarbij men bijv. de artt. 791 of een ander in art. 893 B. li. niet opgenoemd artikel van het

vvetuoeK van ivoopnanaei Detrekkeiijk net iaiiussemeiii op uen siaai

van kennelijk onvermogen van toepassing verklaarde, omdat de me¬

morie van toelichting zulks niet uitdrukkelijk heeft verboden ; omdat

V) of cnvfllrotl ni/Ol1 uunn nonlr in 1 a ^ nn/^avll nlflt- llil-olnif 9 an

"V« Ojjivnvu W1V1 «.V11W juaciIV AU U.C WCt UO auugi V UUÜJUII i lull

toen is de in deze gevorderde wets-explicatie, in strijd met letter en bedoeling, daaraan geliik. Art. 238 inert, «celiikstellintr. wat de toe¬

passing van de artt. 232—237 (d. i. van dit hoofdstuk) betreft.» Neen,

w**. vw »'"w6gvi in.i mugoii Zicggeil, uoi> ia iiicu van uio ai uivcieu

alleen, maar ook van de niet genoemde artt. 25 7—283, niet slechts van het eerste hoofdstuk, maar ook van het derde hoofdstuk. Ik mag

I1KI. III Hl. HH.nTIP.mP.n nnr. IS 11P waf nifKrau on mat 1, n«». .

dat is de wet geven, niet de wet nemen, o-eliik ze daar liu-r.

Wanneer men met de memorie aanneemt, dat het woordje of kan wol-den opgenomen in den zin van althans in art. 238 , dan komt

mpn Tl t\cr niot il. I~ I ;• ri

«„ft lloll vcviiue oewi s. xk neem aan. dat de hn voe¬

ging : *of daarmede gelijkgesteld// beteekent: //immera althans o-p-

K M *1 gt daaruit toch niet» dat daardoor nog meer

«pfiitA KI- vuoraigaande: //voor plaat

hpplp crpiiikafaii^ 7 ■UWC1UÖ was gescniede ene alge-

ï. d^.K„d!iïf^i11 ,a!f: 238 °Pg~d, met hetgeen

gelijkstelling heeft de w«M„„ „Z.;M 1'° 'S' da' weJ aJg^«ele

., , - ... , , —» e-"»*". niet, wat ae toepassim

van al de artikelen der gemeentewet betrekkelijk plaatselijke belas' tineen aangaat, maar «ie J. ciaö

//wat de toeoassiner van de artt. 239—937 a 1 ,Jvofgt-

1 «A. T-» 1 — v uua van geene andere

betreft'/. Die woorden mag men met wegredeneren of als aanduidende

Tww gcnuciijuo; aiu^eien oescnouwen.

Daarom kan ik ook niet de gevolgtrekking deelen van het arrest van 5 Dec. 18t>5: //dat hieruit. vnl<rf. Hat 7nA,lor,;.,n ...

—; ^ wv/uwugo uemiig, ais in

owo», vwum««i wcüugo wij^e ais ueiasuiig ingevoerd, moet kunnen deelen in hetgeen verder in de gemeentewet, met name in artt. 270—272 , voor belastingen, is bepaald. Men moge meenen, dat zoo iets wenschelijk moge zijn, quod nego ; maar ze waren niet belastingen alleen, zoo als de wet uitdrukkelijk zegt, ten aanzien van de Koniilkliike goedkeuring hii Hp nitvnardifrino» ___ 1.

« o 0 -v o—& &>-'y«vgcateiu , en ue arti-

keien, waarin men ze wildoen deelen, waren door het uitsluitende

uaarom volgens ae Deaoenng en üet woord des wetgevers Iliet geroepen . maar vArhinHprH tnp.nassp.1iib- ta

ttw * ' —", r "J"- ^iju.

v„n ar,rg^eDt der, memorie van cassatie ' "dat zonder de toepassing van artt. 2/1 snn. m >» ^,.f oqq ,ronnomHA r ö

au — ïcgieu voor een eroot deel oninbaar zouden y.iin rrmnte snhnri» a^*, ,

. , —j" t —« geineeute en tegen de bedoeling der wee, die deze in art. 24U tot dekking van gemdde 111 traven aanwiiat» 6 fccuieiue

.. ëlJ mei( miJ nu «.igument van convenientie

van wenschelnkheiH t,a^opn Hen . cuuc>

y :> ™ ic^ier niet mag leiden.

Daargelaten ae onjuistheid, omdat de plaatselijke wetgever daartoe mede eene sanctio poenalis kan uitspreken, waardoor het geheeie argument vervalt. 6

De heer req., die, gelijk ik zeide, blijkt niet ver van 's regters opvatting persoonlijk te staan, heeft bij zijn middel van cassatie alles echter aangegeven , wat die eenigzins aannemelijk zou kuuneti

maken. Ik heb die he.w P.rino-pn nrur P.enS Tiao-Prraon

©~" ® ® ' maar , zonder

aan de wet geweld aan te doen , kan ik niet tot een ander stelsel

utm uau van net uesireuen vonnis koiiiü". j.11 gemoede moet ik al zoo concluderen tot verwernino- Hpr voorzienino-: Hp. j

-- x & — — c ' — ie aragen

door den btaat.

De Hooge Raad enz.,

fielet on het mirirlpl v«n paocatie . door /Ion i..i i 1 ••

_A. '««« , vwuigesteia uij

memorie, bestaande in: schending van de artt. 238, 271, 272 281 en 282 der gemeentewet, in verband met de verordening en het tarief,

rinnr A cx rra rvi aorita "\^7* ii Ir r]nn O A H/'l' 1 ... •. ■

«««» t r IJ tv uen &-X ~^ laougüOlOlU , V Uil UI L. i

der wet van den 22 April 1864 (Stbl. n". 29), art. 44, al. 3, li. 0.,

rt», „A„lr ,1OIO an OO 1 1

mh Yciivooiu.G njoj^aoöiiig vuil uu aitu. m »v vu üuaivui u. ;

Overwegende, dat bij het bestreden vonnis in facto bewezen verklaard is, dat de gereq., op den 6 Junij 1867, met zijn schip, metende 34 ton, heeft gelegen te Wijk, aan het rijzenhoofd in de Maas.

uv aainc^- CU lUöJJiacll/ö vcvn i Uim i iütH. JtVOi eil

heeft gelost, en aan den pachter dier losplaats, A. Timmermans, heeft geweigerd de door de gemeente Wijk, even als eene plaatselijke belasting , vastgestelde retributie a, 2 cents per ton . dus fis nonto

betalen; '

O., dat deze retributie is vastgesteld bii verordening vo,. rU„

der gemeente Wijk van den 24 Oct. 18S3; dat die verordening met het daarbij behoorend tarief is goedgekeurd bii Kon h« 1 •* ° i 2^PpKt „o qi a * •• j &VA»C1VCU1U Ö,J i^on. besluit van den

25iebr. 1854, n». 81 ; dat zij den 13 Maan van dat jaar behoorlijk

is afgekondigd, en dat bij de verordening is bepaald, »dat, bij wanbetaling , de voorschriften tot invordering in de gemeentewet zijn opgenomen, en deze van toepassing zijn;»

0., dat de gereq. bij het vonnis van alle regtsvervolging is ontslagen , op grond, dat bij art. 271 der gemeentewet wel geldboete bedreigd wordt tegen ontduiking of overtreding ter zake van plaatselijke belasting, doch dat dit artikel niet van toepassing kan zijn bij weigering van retributie voor het gebruik van eene aanleg- en losplaats van schepen, omdat zoodanige retributie niet is eene belasting , doch dat zij is eene belooning voor eene door de gemeente geaane dienst, en dat ook bij geene wet uitgemaakt is dat de bedoelde retributie moet gehouden worden voor belasting;

0. echter, dat, volgens art. 238 der gemeentewet, ° welk artikel voorkomt in den zesden titel, tot nnanhrift

'. 1 »uu.u uiaaiseuiKC

belastingen» , onder anderen de in naam der gemeente gevorderde kaaien havengelden (waaronder de onderwerpelijke retributie voor het

gebruik der aanleer- en losnlflntsi rnn cr>lian«.< :: •. i

, , , .° \ ,— uo-xijpen is; , voor

plaatselijke belastingen worden gehouden, en dat bij art. 240 dier wet

rvriflpr Hp Viii 'J/Inrlovo crtAvtnv, *r«». 1 „ „ :: 1_ _ 1 1

77, . — ^iuaiseiijüe Deiastingen , welke tot

dekking der plaatselijke uitgaven kunnen worden geheven , ook worden opgenoemd de regten , loonen en andere gelden , bedoeld in art. 238 •

Cï Hof T.'ni K:i 000 __.j_ . . * *

uij au. ido, ua ue wooruen : //voor plaatselijke belasting en worden gehouden» , gezegd wordt: „of daarmede, wat de toepassing van de artt. 23 2 tot 237 betreft, gelijkgesteld», en dat deze artikelen alleen betreffen de wijze van invoering der plaatselijke belastingen; dat echter door die woorden geenszins de uitsluiting der overige artikelen betrekkelijk die belastingen, speciaal niet van de strafbepalingen tegen verzet, ontduiking of overtreding bedreigd wordt uitgedrukt, maar veeleer daaraan deze beteekenis moet worden gehecht, dat daardoor nog meer bepaald wordt aangeduid dan in het daaraan voorafgaande : -voor plaatselijke belastingen worden gehouden«, eene geheeie gelijkstelling van de heffingen, in art 238 opgenoemd, met hetgeen in den eigenlijken zin des woords belasting is;

0., dat hieruit volgt, dat zoodanige heffing, als in casu , eenmaal op wettige wijze als belasting ingevoerd, moet kunnen deelen in hetgeen verder 111 de gemeentewet, met name in de artt. 2 70 tot 2 72 voor belastingen is bepaald ;

0., dat derhalve de Kegtbank ten onregte in het onderwerpelijke geval een ontslag van regtsvervolging heeft uitgesproken ;

Vernietigt het bestreden vonnis;

En, krachtens art. 105 K. O. regt doende ten principale op de als bewezen aangenomen daadzaken,

Verklaart den gereq. schuldig aan overtreding ter zake van plaatselijke belastingen;

Verklaart daarop van toepassing art. 271 , Iste al., en art. 272 4de al., der wet van den 29 .Junii 18S1 (Stbl. n». «si

f \ "-/» 'vgCiVllUÖ

de zamenstelling, inrigting en bevoegdheid der gemeentebesturen

in verband met de VA.rorHp.nincr en het. taripf Hnnr Ho itt-..'

, ^ — » > —^ fjouicouMj YYllk

den 24 Oct. 1853 vastgesteld, luidende enz. ;

Gezien mede art. 1, aanhef en voorlaatste alinea, der wet van den 22 April 1864 (Stbl. n". 2<Jl „ifi ... c, wet van den

artt. 281 en 282 der gemeentewet, luidende art. 1 voomoemdTiiz 6 Veroordfipt Hbo rrar-cr, i—i; ... ... 1 *UU1 "oemu enz.,

ucLoimg eener geldboete van f S ten

voordeele der gemeente VFiik. p.n in „ , ' a ,..teu

die van de voorziening in «l.i. net re«tsgedl"g^

invorderbaar bij lijfsdwang ; üegrS*Bn ' des

uepaau, aat ae boete, zoo d8 veroordeelde haar niet betaalt binnen twee maanden, na dnartnp ta .1

vp ,'vq nrfon a . "V" «angeinaana , zal woraen

^ ei vangen door gevangenis-straf van één dag;

y , uat ue vervoigingskosten, die niet op den bekeurde cunnen woiden verhaald, zullen komen ten laste der gemeente Wijk.

Bewijs.

Zitting van den 19 November 1867.

Proces-verbaal der tebeotzitïing. Geteige. — Eed.

Schending bij 's regters uitspraak van art. 21 7 Strafvord. door onder de bewijsmiddelen op te nemen de verklaring van een getuige , van wien uit het proces-verbaal der teregtzitting niet blijkt, dat hij den eed heeft afgelegd, bij art. 183 eod. voorgeschreven , noch dat te zijnen opzigte eenige formaliteit der wet is in acht genomen.

.T C) Smits heeft zir.h in eassatip _

.vv.^u legen een vonnis van

den kantonregter te Tilburg van den 19 Aug. 1S67, waarbij onder «nHp.ren .T. (,. Snnts. oud twee-An.Hoi.tim> 4.,.,^.. e. 1 J wuuei

„ rp-n • T , - ® jaicn, raorifcant, geboren

en wonende te Tilburg, is schuldig verklaard aan het in l„ ™ elf ure des avonds . gezamenlijk ill AA.nP ha Kn».v, m'i ,

bevonden, zonder tot het gezin van H«n ,l , ur^ te zÜn

met toepassing der artt. 1,2 en 4 der verordening van den^empp T' raaH te Tilhurpr dd. 94. Moi ï $s^^ den Gemeente¬

wet van den 22 Anril 1864 iSthl «•» on V, ü.8 en ,10cie ^er

geldboete van f 3 ten behoed van de gemee.Ite Zu g 'VZ znn mede-veroordeek h nn liU;. ,i„ ....... . '

Hr . ^ oosten, met bepaling van da

de boete vervangende gevangenis-straf op één dag.

Nadat te dezer znlrp Hftftv rlrt.-. «,i.1 i i. „a, ..„..Uit was

V4.&H lauu&ueex ucl —

uitgebragt en de advokaat van den req., Mr. J. de Greve , bij pleidooi de voorziening had topofpiinhr. hpp.fr. Hp aHv.-eren. kabseboom

de volgende conclusie genomen :

l;,e proc.-gen. enz., . Qtl(.

Gezien de stukken; gehoord den verdediger des requir ,

Overwegende, dat als eerste middel van ca* b *

i- i qq ;n vprhniid niet de artt. 427 en 428, ötral-

BChending van art. 433, in vei Da nu >>* >

vord., doordien de regter op de beëedigde verklaring van «lecht» een getuige heeft aangenomen :

Sluiten