Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

&IJ VOEGSEL, behoorende bij het Weekblad van het Regt, No. 2981.

WETGEVING.

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn aangeboden de volgende wetsontwerpen:

^e*sonlwerp tot regeling van de bevoegdheid der consulaire iimbteiiareii tot liet «pmakeo van burgerlijke acte» en v*in s5e consulaire regtsniagt»

als^vol ^emor*e van Toelichting 3 bij dit ontwerp gevoegd, luidt

(je Koninklijke boodschap van den 2 7sten September jl. werd aan een Meec^e Kamer der Staten-Generaal ter overweging aangeboden ambte11^61^ Van M t0t rege^ng van de bevoegdheid der consulaire sulair 1181611 tot ^et °Pmaken varf burgerlijke acten en van de conbleef 6 regtSmagt- ^ ontwerP j dat in de vorige zitting onafgedaan Seteek W?r(^ nu °P nieuw geheel onveranderd aangeboden. 1 e onder* Av en~en kunnen zich mitsdien voor de uiteenzetting der gronden, mor**0^ r (?Iltwerp rnst» geheel gedragen aan de toelichtende meie > die dit bij eerste aanbieding vergezelde.//

De Minister van Buitenlandsche Zaken, VAN ZuYLKN VAN NTEVELT.

De Minister van ,Tustitie)

WlNTGKNS.

II. Wetsontwerp tot »fi,oojtbaarstelSing der tienden.

W'*r 7I,LL?M IT,! '■ Uj de 9ratie Gods» Koning der Nederlanden , Prins van Oranje-Nassau, GrootHertog van Luxemburg, enz., enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salutl doen te weten: Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wen«cKeliik i 18 bij de wet de af koopbaarstelling te regelen van alle vo'or de invoering van het Burgerlijk Wetboek gevestigde sehuldpligtigheid van tienden of van eemge andere evenredige hoeveelheid van vrachten

00 IS het> dat WÜ> den Raad van State gehoord en met 'ge S °X??'.leg der. Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan feeiijk \\ jj goedvinden en verstaan bij deze:

§ 1. Van de a/koopbaarheid.

vet-r!i' A!len VÖÓr de invoe™g van het Burgerlijke Wetboek gestigde sehuldpligtigheid van tienden of van eenige andere evenredige eveelheid van vruchten , hetzij in deze , hetzij in geld te voldoen', afkoopbaa'e tegendeel bedongen, op de vordering van den pligtige

onrt";, De sehuldpligtigheid , welke zich als een geheel over zekere

vestio-d^6 mtstre^t > of die, hoezeer op onderscheidene gronden ge-

PliKtf„ ' 6etn gfheel uitmaakt, is op vordering van een of meer dei-

slechts aft , met afkooP van een deel genoegen neme,

«Ooo.lTvTVVOOr zooda"ig deel of perceel , B «oonlijk jaarlijks afzonderlijk in het openbaar verhuurd wordt

Wordt "Pm tre en fdeze' f indien dit dadeliJk b'j den afkoop die g?reSeld • een of meer hunner m de plaats des heffer* over gronden , door wier eigenaars tot den afkoop niet is medegewerkt

afkoopen*" Pllgt'gen V°°r ZiJ" dee' d° schuldpl'gtigheid van hen

§ 2. Van den afkoopprijs.

Art. 3. Bij gebreke van overeenkomst tusschen pligtige en heffer bestaat de afkoopprijs in het twintigvoud van de jaarlij ksche opbrengst'.

,Jot maatstaf daarvan strekt de gemiddelde zuivere opbrengst der vijftien laatste jaren , na aftrek der twee voordeeligste en der twee nadeeügste.

De waarde der jaarlijksche opbrengst wordt bepaald door de ver pachtingen over die jaren na gelijken aftrek, en bij gebreke van verpachtingen door de landelijke marktprijzen der laatste tien jaren «oor elkander gerekend.

Kan de waarde aldus niet worden bepaald , de afkoopprijs wordt oor den regter vastgesteld na verhoor van deskundigen. Art. 4. Onverminderd het regt van den pligtige tot afkoop, kan zoowel door den heffer als door den pligtige ten allen tijde de waarc e!^r:g van de nog niet afgekochte sehuldpligtigheid worden gevorderd.

k°or zoodanige waardering wordt, behoudens het geval van v *n (*er ni^nne > de afkoopprijs bepaald voor het geval, dat de O]dering tot afkoop binnen de eerstvolgende vijftien jaren door den Pllgtige wordt ingesteld.

Heeft de afkoop binnen dezen termijn geen plaats gehad, dan i a5.5 met hetzelfde gevolg, de waardering op nieuw zoowel door den

"er als door den pligtige worden gevorderd.

^ 'let zelfde is regtens, zoo dikwijls na eene nieuwe waardering,

ecler vijftien jaren zonder afkoop zijn verloopen.

neArt- 5. De in het vorig artikel vermelde waardering kan , wan" schuldpligtigheid eene zoodanige is, als bedoeld bij art. 2 De°1 gevorderd hetzij van het geheel, hetzij van zoodanig deel of lCeel als volgens dat artikel afzonderlijk afkoopbaar is.

' rt r'* W anneer krachtens <?e voorgaande artikelen waardering ka*1 * ver^angd en de heffer met den pligtige omtrent den afkoopprijs ove 0vei eenk°men > wordt eene notariële acte daarvan opgemaakt en ^ geschreven in de registers van den bewaarder der hypotheken in anondissement., waarin de grond gelegen is.

^ grond in onderscheidene arrondissementen, dan geschiedt { .. uj5JClrSving in de registers van de bewaarders der hypotheken in ' 'er arrondissementen.

0 , ? een e.n a,1^er vallende kosten worden gedragen door hem '•e waardering verlangt.

Saa/i' ^ ailneer w aardering niet overeenkomstig het voordat T ®«lkel t0t 8tand k°mt' kan de nieest gereede partij vorderen, van alkooPPrijs worde vastgesteld door den regter De vaststelling ' Oien prijs heeft dan plaats naar den maatstaf van art 3

Sehvif1 • aan.zien van het vonnis gelden de bepalingen omtrent de over11 «J ving in het voorgaand artikel vermeld.

PlaM4',8' "e oversch!'ijving der acte ol van het vonnis heeft geen <us dan teyen overlegging van eene verklaring van den bewaarder ove • °theken ' dat het 1Cyt °P d° schu'dp'igtiglieid ten dage der })G Scll,'Üving onbezwaard is, of, is dat regt bezwaard, van het en V^S' dat ge^ande^ overeenkomstig het eerste lid van art. 14 (ïat geen verzet is gedaan als in het tweede lid van dat artikel rm '5 of dat het verzet, zoo het is gedaan , door den regter is fiegrond verklaard.

§ 3. Van het geding tot afkoop oj tot waai dering.

ee^rt' vordering tot atkoop of tot waardering wordt in j

r 'sten en hoogsten aanleg kennis genomen door de arrondissements- j Stoank f onder wier gebied de met de sehuldpligtigheid belaste grond 1

j of hel voornaamste deel daarvan , naar het kadastraal inkomen be -

rekend, is gelegen.

i De vordering wordt als summiere zaak behandeld.

Op straffe van nietigheid bevat de dagvaarding:

. | bij de vordering tot afkoop,, de som die als atkoopprijs wordt aan: geboden ;

\ bij de vordering tot waardering, de som die als afkoopprijs wordt gesteld.

I Art. 10 Aan vorderingen tot afkoop of tot waardering, welke gedurende de maanden . pril tot en met September worden ingesteld, wordt eerst na afloop van laatstgemelde maand gevolg gegeven.

Art. 1 . Is in het geding tot waardering de gedaagde niet verschenen , dan wordt het vonnis , houdende vaststelling van den - afkoopprijs , gerekend ten uitvoer te zijn gelegd , wanneer het volgens art. 7 is overgeschreven.

Deze overschrijving heeft geen plaats dan na verloop van veertien dagen na de beteekening aan den niet verschenen gedaagde.

§ 4. Van de ontheffing van de sehuldpligtigheid.

Art. 12. De grond des afkoopers wordt van de sehuldpligtigheid ontheven door de overschrijving van den titel van afkoop in de registers van den bewaarder der hypotheken in het arrondissement waarin de grond is gelegen.

Art. 6 , 2de lid, is ook hier van toepassing.

De overschrijving heeft geen plaats dan tegen overlegging: 1". van het bewijs, dat de afkoopprijs is betaald of dat, bij weigering van den heffer om de betaling te ontvangen, gehandeld is overeenkomstig art. 1440 van het Burgerlijk Wetboek;

*2p. van eene verklaring van den bewaarder der hypotheken , dat het regt op de sehuldpligtigheid ten dage der overschrijving onbezwaard is.

Wanneer het regt op de sehuldpligtigheid bezwaard was , heeft de overschrijving geen plaats dan tegen overlegging:

1°. van het bewijs van de consignatie , in art. lö bedoeld ; en 2o. van het bewijs dat het bezwaar is opgeheven.

Door deze overschrijving gaat tevens het regt over op hen, die overeenkomstig het laatste lid van art '2 in de plaats van den vorigen heffer zijn getreden.

Art. 13. Onverminderd het bepaalde in het vorig artikel behoudt de heffer, wiens regt afgekocht is, dat regt ten opzigte van den oogst des loopenden jaars indien de overschrijving niet voor den 15 April van dat jaar heeft plaats gehad.

§ 5. Van de regten van derden.

Art. 14. Wanneer het regt op de sehuldpligtigheid met hypotheek is bezwaard, wordt in geval van waardering overeenkomstig de artt. 6 of 7, de acte of het vonnis aan den hypotheekhouder beteekend, ten ware deze schriftelijk verklare met de waardering genoegen te n emen

De hypotheekhouder heeft na die beteekening veertien dagen om, op grond dat hij door afkoop tot den bepaalden prijs benadeeld zou worden , tegen de vaststelling van den afkoopprijs bij den in art. 9 aangewezen regter in verzet te komen.

Het verzet wordt ais summiere zaak behandeld. Indien de regter het gegrond oordeelt. verklaart hij de vaststelling van den afkoopprijs van onwaarde. Hooger beroep is tegen de beslissing niet toegelaten

Art. lr'. De afkoopprijs wordt, wanneer het afgekochte regt met hypotheek is bezwaard, door den alkooper gestort in de consignatiekas der hoofdplaats van het arrondissement, waarin het met de sehuldpligtigheid belaste goed of het voornaamste deel daarvan, naar het kadastraal inkomen berekend, gelegen is.

Die storting wordt niet aangenomen , tenzij daarbij worde overgelegd een door den bewaarder der hypotheken afgegeven staat der op het afgekochte regt ingeschreven hypotheken tot en met den dag aan de storting voorafgaande.

Binnen acht dagen na de consignatie wordt deze aan de hypotheekhouders beteekend.

Art. IG. De hypotheekhouder heeft na de beteekening der consignatie, veertien dagen om, op grond dat hij door de bepaling van den afkoopprijs benadeeld is , tegen den afkoop bij den in art. 9 aan*gewezen regter in verzet te komen.

Het verzet wordt aangebragt door eene dagvaarding tegen den heffer en den pligtige gezamenlijk.

Wanneer de afkoop plaats heeft tegen eenen prijs niet lager dan die, waarop het regt volgens de artt. 4 en volgende is gewaardeerd, dan is het verzet uitgesloten:

1°. voorden hypotheekhouder, die overeenkomstig art. 14 met de waardering genoegen heeft genomen;

2°. voor den hypotheekhouder, wien overeenkomstig hetzelfde artikel de acte of het vonnis, houdende waardering, is beteekend en die daartegen niet in verzet is gekomen of wiens verzet niet gegrond is geoordeeld;

3 . voor hem, wiens hypotheek is ingeschreven na de overschrijving in de openbare registers van de acte of het vonnis van waardering.

Art. 17. Het verzet, in het eerste lid van het voorgaand artikel vermeld, wordt, op straffe van nietigheid, door dien hypotheekhouder aan de overige hypothecaire schuldeischers en aan den bewaarder der consignatiekas beteekend. Deze beteekening geldt voor den laatste als verbod om den geconsigneerden afkoopprijs af te geven, zoolang niet of de in verzet gekomen hypothecaire schuldeischcr hem beteekend heeft dat hij van zijn verzet afziet, óf het vonnis, op het verzet gewezen, in kracht van gewijsde is gegaan.

Het verzet wordt als summiere zaak behandeld.

Indien de regter het gegrond oordeelt, verklaart hij den af koop van onwaarde, met bevel tot teruggave van de geconsigneerde gelden aan den pligtige. Hooger beroep van de beslissing des regters wordt niet toegelaten.

Art. 18. De hypotheekhouder oefent zijn regt uit op den geconsig neerden afkoopprijs, onverschillig of zijne schuldvordering al dan niet opeischbaar zij. 1

Is de schuldvordering slechts voor een gedeelte uit den afkoopprijs gekweten, het overige gedeelte wordt door den afkoop niet opeischbaar.

Art. 19 Wanneer de hypotheek tot zekerheid eener voorwaardelijke I schuld of eener schuld van onbepaalde grootte is gesteld, kan de schuld- ( eischer, behoudens het bepaalde bij art. 22, vorderen, dat de geconsigneerde som tot het beloop der in de hypotheek-acte opgegeven ^ waarde in één van de grootboeken der nationale werkelijke schuld te zijner keuze worde ingeschreven; in het eerste geval tot dat de on- , zekerheid omtrent het bestaan der schuld hebbe opgehouden.

Wanneer de hypotheek tot zekerheid van altijddurende renten is c gesteld, wordt, eveneens behoudens art. 22, het twintigvoudig bedrag c der jaarlijksche renten uit den afkoopprijs voldaan. r

Art. 2o. Wanneer uit de opbrengst der sehuldpligtigheid bepaalde t betalingen moeten gedaan worden , kan hij , die regt op die betalingen t heeft , voor het geldelijk bedrag van dien last zijn regt op den geconsigneerden afkoopprijs uitoefenen, mits hij vóór de consignatie zijn 0 regt aan den bewaarder of de bewaarders der hypotheken, in art. 6 t genoemd , heeft doen beteekenen en dat exploit in de openbare registers 2 heeft doen overschrijven. x

Hut geldelijk bedrag van den last wordt, wanneer deze bestaat in eene bepaalde uitkeering op vaste termijnen berekend op het twintigvoud, van hetgeen uit dien hoofde jaarlijks wordt uitgekeerd.

I wanneer de last bestaat in eene uitkeering op onbepaalde tijden of tot een onbepaald bedrag, zoo wordt het geldelijk bedrag van den last berekend op het twintigvoud van hetgeen in de laatste vijftien jaren t deswege gemiddeld, bij het jaar berekend, is betaald.

Art. 21. Hetgeen met betrekking tot de hypotheekhouders bepaald - is in de artt. 14 tot en met 18 geldt ook voor hem, die het exploit, , vermeld in art. 20, in de openbare registers heeft doen overschrijven. Art. 22. Mogten onderscheidene hypothecaire schuldeisehers of belanghebbenden , als bedoeld in het vorig artikel, op de geconsigneerde 1 som hunne regten willen uitoefenen en zich omtrent de verdeeling van i den afkoopprijs, hetzij onderling, hetzij met hem, wiens regt wordt afgekocht, niet kunnen verstaan, zoo wordt door den eerstgereede i hunner aan den voorzitter der arrondissements-regtbank, binnen wier regtsgebied de consignatie heeft plaats gehad, verzocht dat een regtercommissaris benoemd worde, te wiens overstaande verdeeling zal geschieden.

Dat verzoek wordt in een daartoe ter griffie aangelegd register gesteld.

Daarbij wordt een staat gevoegd van de op het afgekocht wordende regt rustende hypotheken en van de exploiten, volgens art. 20 dezer wet in de openbare registers overgeschreven.

Art. 23. De verzoeker doet de benoeming van den regter commissaris beteekenen aan hem, wiens regt wordt afgekocht, en aan de belang, hebbenden, voorkomende op den in het vorig artikel vermelden staat.

Binnen veertien dagen, tenzij door den regter-commissaris daartoe . een langere termijn wordt gesteld, moeten die belanghebbenden , op straffe van anders niet in de verdeeling begrepen te worden, hunne bewijzen aan den regter-commissaris indienen en hem door eenen procureur schriftelijk hunne vordering doen overleggen.

Art. 24. De regter-commissaris maakt, 11a verloop van den termijn, bij het laatste lid van het vorig artikel bepaald naar aanleiding van de overgelegde stukken, eenen staat van verdeeling op. Op dien staat worden in de eerste plaats gebragt de kosten op de verdeeling vallende, en daarna de schuldvorderingen, tot zekerheid van welke hypotheken zijn genomen, naar rang van de inschrijving dier hypotheken, alsmede de lasten overgeschreven op de wijze bij art. 20 bepaald. De rang van deze schuldvorderingen en lasten onderling wordt bepaald door het tijdstip van de inschrijving der hypotheken en van het ontstaan van de lasten.

Art. 2ó. De regter-commissaris legt den opgemaakten staat ter griffie neder, hetgeen door den verzoeker binnen de acht volgende dagen aan de overige bij de verdeeling belanghebbenden wordt beteekend, met vermelding als 111 het slot van art. 484 van het Wetboek van iburgerlijke Kegtsvordering is voorgeschreven.

De artt. 48 > tot en met 489 van dat wetboek zijn hier mede van toepassing.

Nadat de schuldvorderingen, die uit het geconsigneerde bedrag moeten worden gekweten, door den bewaarder der consignatiekas zijn afbetaald, keert deze het overschot uit aan hem wiens regt is afgekocht.

Art. 2(3. Indien een ander dan de eigenaar van den met de sehuldpligtigheid belasten grond het genot heeft van den oogst, wordt het, in geval van afkoop der sehuldpligtigheid, aan zijne keus overgelaten, gedurende den nog overigen tijd van zijn genot aan den eigenaar van den groud jaarlijks vijf ten honderd van den afkoopprijs te betalen of de sehuldpligtigheid te blijven voldoen.

§ 6. Slotbepalingen.

Art. 27. De artt. 1239 tot en met 1241, gelijk ook de artt. 1265 toten met 1266 van het Burgerlijk Wetboek, zijn van toepassing op de volgens deze wet op de openbare registers overgeschreven exploiten acten en vonnissen.

Art. 28. Alle stukken, exploiten, acten en regterlijke bevelschriften en uitspraken, uit deze wet voor tvloeij end e, zijn vrij van zegelen worden, voor zooverre zij aan registratie zijn onderworpen, gratis geregistreerd.

Voor de overschrijving der exploiten, acten en vonnissen, in deze wet vermeld, worden geene kosten dan het loon van den hypotheekbewaarder in rekening gebragt.

Art. 2 9. Deze wet treedt in werking op den lsten October 1868 Met het tijdstip harer invoering zijn afgeschaft alle wettelijke verordeningen betreffende den afkoop of de verwisseling in grondrenten v»n schuldpligtigheden, als bij deze wet bedoeld.

Lasten en bevelen, enz.

MEMORIE VAN TOELICHTING.

De tegenwoordige wetsvoordragt betreft het hier te lande sedert zoo lang aanhangig maar steeds niet opgeloste vraagstuk van de afkoopbaarstelling der tienden. Dat de ondergeteekende de opheffing van dien voor den landbouw zoo belemmerenden last vroeger heeft voorgestaan, getuigt de goedkeurende stem, die hij, als lid der V ertegenwoordiging, steeds aan de daartoe leidende voorstellen heeft geschonken. Opgetreden als hoofd van het Departement van Justitie, heeft hij zich verpligt geacht zoodra mogelijk eene poging aan te wenden om deze zaak eindelijk tot eene bevredigende uitkomst te brengen.

Wat vroeger tot dit zelfde einde op parlementair gebied werd verrigt, behoeft geene herinnering. Genoeg zij het, zonder van daaraan voorafgegane voorstellen te gewagen , met een enkel woord aan te stippen, dat een wets-ontwerp tot afkoopbaarstelling der tienden in het jaar 186.3 door de Tweede Kamer der Staten-Generaal met groote meerderheid van stemmen werd aangenomen, doch bij de Eerste Kamer geen ingang mogt vinden en dat de zaak daarop is blijven rusten tot het jaar 1866, toen bij Koninklijke lioodschap van den 6den Mei aan de Tweede Kamer eene nieuwe voordragt ter overweging werd aangeboden, die echter, ten gevolge van de spoedig daarop gevolgde aftreding van het toenmalig Ivabiilet, buiten behandeling is gebleven.

Laatstgemelde voordrag! was geheel geschoeid op het door de Tweede Kamer in 1863 aangenomen ontwerp, doch zocht door het geven van eenigen meerderen waarborg aan de tiendheffers aan de bezwaren , die bij de Eerste Kamer tegen het vroegere ontwerp waren gerezen, zoo mogelijk te gemoet te komen.

Dat standpunt wordt ook door den ondergeteekende als het iuiste beschouwd. il men toch ook in deze zaak , waaromtrent de gevoelens zoo zeer uiteen loopén, eene gewenschte toenadering bevorderen om eindelijk tot eene bevredigende oplossing te geraken, tan zal men, in stede van telken male met geheel nieuwe denkbeelden op te komen , veeleer moeten voortwerken op vroeger verkregen resultaten en alzoo datgene wat vroeger de goedkeuring b.eek weg te dragen, tot uitgangspunt van nadere voorstellen benooren aan te nemen.

Ook het tegenwoordige ontwerp heeft derhalve , even als het laatst

an zal men, in stede van telken male met geheel nieuwe denkbeelden op te komen , veeleer moeten voortwerken op vroeger verkregen resultaten en alzoo datgene wat vroeger de goedkeuring b.eek weg te dragen, tot uitgangspunt van nadere voorstellen benooren aan te nemen.

aangebodene , ten grondslag het beginsel van afkoopbaar stelling der

tienden opvordering van den pligtige , waarmeue ae ' weeae zich in 186-3 heeft vereenigd, terwijl, voor zooveel dat uit de gewisselde stukken en de beraadslagingen is af te leiden , de LerstQ

Sluiten