Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

für das Deutsche Reich" een ,,Proces vollmacht" den gevolmachtigde in het bijzonder ook bevoegd maakt „zur Beseitigimg des Bechtsstreits durch Vergleieh' en, hier van geen ontken tems van gerechtelijke verrichtingen sprake is, is de gedaagde, naar de wet van het land waar de door hem bestreden handemg is aangegaan, door die handeling gebonden en behoefde zijn lasthebber, bij het voeren van het geding voor hem tegen de eischeres, geen bijzondere volmacht om namens hem, tot beëindiging van het proces, de door eiseheies gestelde overeenkomst te sluiten. Bechtb. Amsterdam. 7441. X.

Zi& Jacht en Visscherij. H. B. 7469. 1.

Dagblad van Zuid-Holland en 's Gbavenhage. 7453. 2. Dagvaarding. — Ingeval oorspronkelijk is gedagvaard tegen een dag, waarop geen terechtzitting wordt gehouden (tweetal Pinksterdag), en bij een tweede na dien dag uitgebracht exploit de gedaagde, met uitreiking van een afschrift van het eerste exploit, tegen een anderen dag is opgeroepen, kan tegen hem, bij met verschijning op dien dag, geen verstek worden verleend. H. R. 7386. 1.

(Zie het arrest a quo in W. 7272).

-JÏÏSi*! beklaag* °P de dagvaarding, ofschoon daarbij de hiï rin rf!Jn i11^ was inachtgonionien en niet blijkt dat KPT,rl a*stand .h^ ^daan, is verschenen zonder zich te

beroepen op de nietigheid der dagvaarding, noch ook daarop, gedetineerd, niet vrijwillig is verschenen, terwijl ook ■il m v- niet jkt' dat ziJn verschijnen ter terechtzitting, is rS n1sKJ'l> a^r,iZIJnJVOOrgebraeht, tegen zijn wil is geschied, Wfidrfrt ier dasvaardin? ingevolge art. 148 Strafvord.

g dekt, en kan daarop met, voor het eerst in cassatie een beroep worden gedaan. H. B. 7407. 1.

— Eene onjuistheid in de vermelding van hetgeen de dagvaarümg moet bevatten kan van invloed zijn op de beslissing omtrent het bewezene van het telastgelegde feit en van de schuld van den beklaagde daaraan, maar heeft de nietigheid der daa-vaardmg niet ten gevolge. °

hefestrafWnféit<lal,d)e OTljuiSte f^wijzing der plaats, waar I Sfo,, ",de Z1J? gePleeSd> in de dagvaarding is

ging is .reschand waa^?°?..de beklaagde niet in zijne verdediU-ent dif nW '■ °n! J V°lg6ns zijne ei®en verklaring omalrd zood£ ,? m6t m lwljfcl V6r'leerde, is van feitelijken

H. B. 7410 iaar°P m CaSSati® niet kan wordm teraggekomen.

~*m2ie™r dagvaar-ding in appel op grond dat aan in ïilaatsTvnri geïntimeerden slechts één afschrift daarvan ' J1 TT ee? exemplaar daarvan aan elk hunner is gegempL.' t te W(>rdei1 uitgesproken indien al de gernti-

i..-, , verschenen zijn, en het belang dat zij bij die nietigcl beweren te hebben alleen daarin bestaat dat bij toepassing deze exceptie de kans op eene eventueele vernietiging van het vonnis, waarvan appel, door het verstrijken van den termijn van appel vervalt.

eene vordering door meerdere eischers is ingesteld welL« * a™ k llunrier van een zeker bedrag, dan namens om,t® f tot voortprocedeeren is gedaan, kan de

de?^H ^ j vordering word ingesteld bij eene en eSlt met ten gevolge hebben dat nu van

enkelen der eischers zekerheidsstelling werd geëischt, de ove-

sino- •mCt zouden mogen vervolgen voordat de beslis.

zmf,W • 1S- °? e?n 1Ilcldent, dat buiten hen omgaat en 7418 2. ™ 18 °P de boofdzaak- Amsterdam.

_ JZle bet vonnis a quo in W. 7285).

oldoende is het dat de dagvaarding de plaats waar het ten k V6lfc zou ziJn begaan vermeldt, zonder dat noodig

dat daaruit tevens blijk®, dat de Bechtbank, voor welke de j','1' ls 'langebracht, bevoeg-d is daarvan kennis te nemen, «of Amsterdam. 7430. 2.

Bij verandering van den eisch behoort de oorspronkelijke vordering te worden ontzegd als steunende op onjuist gebleken grondslagen. Bechtb. Maastricht. 7444. 2.

— Het eerste middel kan niet leiden tot cassatie, als betreffende eene m eersten aanleg voorgestelde, in hooger beroep losgelaten exceptie van nietigheid van dagvaarding

7456 l!W6ede middel miSt Zijn feiteIlJkon grondslag. H. B.

^dfdZS^ -de deur,wf rd;er dat de persoon, aan wien hij te ztn w . V> app61 ,heeft gedaan' verkl^de gemachtigd diens da^vJwr* T°T T gemtilne6I'die aan te nemen, heeft B R J g niet plaats gehad overeenkomstig airt. 1

— De ïraL nf ?6 i,nKtjg' Hof 's Gravenhage. 7469. 2.

voldoende zijn en gestolde middelen van eisch

is gevorderd moet haretoewijzing van hetgeen of niet ontvankelijkheid deT vmden> wanneer de al

eene ontkennende beantwoordingte sPrake komt> maar nietigheid dor dagvaarding ten gevolL^f kan nimimer de

Waar aan gein timeerde in eersten" aanLe i + ,

gedaagde genomen primaire conclusie tot nietwfii -0611 dagvaarding en tot veroordeeling van den eischer in rl™ig ^ van het geding geheel is toegewezen, moet zij ziiup aPPel tot niot-ontvankelijkverklaring van appellant T. van, SSÏÏ^:e]ijke vordering immers tot ontzegging daar7476 2 kvaJïkelijk worden verklaard. Hof Amsterdam.

geval^den ^rondsf-.,?er • daSvarding, die in liet onderwerpelijk in cassatie°niet w^d^ ? 8 ,Van 'S re!chtel's onderzoek, kan

— „Te Botterdam of ?479' 2'

eene voldoende plaatsaanwii 'Nederland of m Duitschland" is indien blijkt, dat de beklip! -661!® da«vaarding> althans van verdediging zijn verkort. hlerdoor met m bun recht

Aanwijzingen kunnen ingevoloo ^ i. •

door het advies van deskundig £ "p mm b?wezen worden

— Zie Bevoegdheid. 7454. 2; Echischêidina 7q7q o. n , ■

bewijs. 7404. 3; Getuigenverklarina H 7eio n' (retm9en' Visscherij. H. R. 7454'. 1; H. R. 7495 l u d L,1 {ac,hJ en schap. 7415. 2; Mishandeling. 7370 2- 'n'J ^ , ï; Maat' Ontvanger. 7516. 2; PI. Verordening 'h p ^o^ 7437' 2 5 dicatie. 7394. 3; Uitbesteding. 7386. 3 tver«,% 7jco o' Revin' Punten. 7365. 2. ' Verstek- 7469. 3 ; Vraag-

^N'Sen. — Zie PI. Verordening. H. R. 7478 o • u p rrr.^ , voelbaarheid. — Zie Verbintenis, 7490. 2. ' ' X' 1 ■

■"KElvoogd. — Art, 1118 en 1120 B. W. Tbt do Kp1„„ erfgenamen waarvoor een ideelvoogd bij de scheidinn' fK^th moet waken, behoort ook de keuze van den notaris ° '

voI?t dat de deelvoogd bevoegd is zich 'tegen de door de overïge partijen gedane keuze van een notaris zoo noodig m rechten te verzetten. '

Met de benoeming van een deelvoogd behoeft de kantonrecli niet te wachten, totdat hem een coneeptscheidin<r is ™, geboden. Hof Arnhem 7464. 1. "

Ekken. — Zie Uitlegging. H. R. 7525. 1.

- Delegatie. — De bepaling in eene plaatselijke politieverordening-, waarbij wordt verboden hoornvee te houden of te stallen tenzij met eene vergunning van Burgemeester én Wethouders en met inachtneming der door dezen te g ren voorschriften, houdt niet in eene ongeoorloofde delegatie van macht van den Gemeenteraad op Burgemeester en Wethouders.

Het geven der al of niet aan voorwaarden verbonden vergunning is eene daad van uitvoering der verordening, waartoe Burgemeester en Wethouders ingevolge art. 179 a Gemeente, wet bevoegd zijn. H. B. 7381. 2.

(Zie bet vonnis a quo in W. 7354).

— De gemeenteraad mag de hem bij de wet toegekende wetgevende macht niet — ook voor geen deel — overdragen aan een

■ ander gezag, dus ook niet aan Burgemeester en Wethouders. Art. 107 6 der Alg. Pol. Verordening van Amsterdam, in

1 bet arrest tekstueel opgenomen, bevat echter niet zoodanige ongeoorloofde delegatie van macht. H. B. 7386. 1.

— Biji art. 1 der wet van 28 Februari 1891 (St-bl. n°. 69) wordt naar aanleiding van art. 56 der Grondwet aan de Koningin binnen de grenzen van eerstgemeld artikel wetgevende macht opgedragen.

De algemeene maatregel van bestuur, vastgesteld bij K. B. van 19 Januari 1898 (Stbl. n°. 25) is een uitvloeisel van die macht.

Bij art. 9 van genoemd Besluit wordt die macht niet overgedragen op den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid.

Het verleenen der in dit artikel bedoelde vergunning is evenals het stellen der voorwaarden, waaronder zij wordt verleend), eene daad van uitvoering vaa het Koninklijk Besluit. H. B. 7420. 1.

• De in het arrest tekstueel opgenomen eerste zinsnede van de verordening der gemeente G-oningen van 29 Juli 1899, n°. 18, bevat niet eene ongeoorloofde delegatie van macht van den Gemeenteraad op Burgemeester en Wethouders. H. B. 7420. 2. Het is geen ongeoorloofde delegatie van macht wanneer in een politieverordening wordt bepaald dat een ieder gehouden, is elk bevel van de ambtenaren of beambten der politie, tot handhaving van de openbare orde of veiligheid gegeven, op te volgen. Bechtb. Botterdam. 7452. 3.

Het is een ongeoorloofde delegatie van macht, wanneer in eene politieverordening wordt bepaald dat een ieder gehouden is elk bevol van de ambtenaren der politie tot handhaving der openbare orde of veiligheid gegeven op te volgen. Kam° tong. Botterdam. 7466. 3.

■ Onverbindend is het voorschrift eener plaatselijke politiever. ordening, waarbij aan een ieder, onder bedreiging van straf, wordt opgelegd de verplichting zich te gedragen naar de aanwijzingen, door de ambtenaren en beambten der politie in het belang van orde of veiligheid op de straat gegeven. H. R. 7478. 1.

(Zie het bij, vonnis a quo vernietigde vonnis van don rechter m Kanton I te Botterdam, in W. 7466. Vgl. verder het in eene gelijksoortige zaak in anderen zin gewezen vonnis1 der Arrond.-Bechtbank te Botterdam in W. 7452).

— De beantwoording der vraag, of eene gemeentelijke verordening al of niet van toepassing is in eenig bijzonder geval, behoort niet tot de attributen van den gemeenteraad.

De raad der gemeente Helmond heeft derhalve niet in art. 51 den algemeene politie-verordening dier gemeente eene hem toekomende bevoegaheid overgedragen aan den keurmeester door aan dezen op te dragen onherroepelijk, alzoo zonder toelating eener herkeuring door andere deskundigen, in elk bijzonder geval te beslissen!, of het vleesch of de visch, als bedoeld in het 1ste lid van gemold artikel, moet wonden °-erancschilct onder een der soorten sub a of b in het artikel cenoemd. H. B. 7507. 2.

bevoegdheid tot dispensatie van het verbod eener plaatselijke verordening, die door den burgemeester overeenkomstig deze verordening krachtens art. 188 der Gemeentewet kan wol den verleend, is niet vatbaar voor overdracht op een liem ondergeschikt gemeente-ambtenaar, die daaromtrent zelfstandig zoude hebben te beslissen.

De daaruit voortvloeiende onwettig-hoid der bepaling omtrent de vrijstelling van het verbod1 maakt ook liet, verbod zelf onverbindend. H. R. 7521. 1.

— Zie PI. Verordening. H. R. 7442. 1 ; II. R. 7460. 2.

van plaatselijke wetgevende macht. (Hoofdartikel") 7388 17401. 1. Verg. Ber. en Med. 7407. 4. '

7ggj" 4Ml' j' p' A' N" CaroIi, me' naschrift der redactie.

Delprat (Mr. G.). Overlijdensbericht van —. 7395. 4.

Derde arrest. — Zie Hooger beroep. 7417. 2.

Derde verzet. Zie Borgtocht. 7504. 3; Ontruibiina 7485 1

Désaveu. — Zie Ontkentenis. 7375. 2.

Deskundige. Zie Aanvaring. 7455. 2 ; Bevrachtinqsovereenkomst. 7492. 1; 7503. 3 ; 7507. 3; Bewijs. H. R] 7488. 1Surséance v. betaling. 7438. 4; 7465. 2.

Deurwaarder. — Zie Faillissement. 7489. 2.

Deutekom (A. van) ca. M. v. Eeckelen. 7525. 2.

Diamanten. — Zie Getuigenbewijs. 7404. 3.

Diamanthandel. — Zie Valuta. 7438. 4.

Dictum. — Zie Geivijsde. 7453. 2.

iefstal. — Bij de aanklacht tegen den beklaagde, dat hij 1 ^ebbo11 weggenomen een hem niet, toobeh-oorende pomp, et, het oogmerk van wederrechtelijke toeëiigenimg, had moeten zijn onderzocht de juistheid van, de door hem ter zijne verdediging gevoerde bewering, dat, hij dit voorwerp op het tijdstip der in de dagvaarding gestelde wegneming als huurder m zijn bezit had. H. R. 7437. 1.

~7488 lI^tleverin9- H- R- 7509. 1; Uitlokken. 7479. 2; H. B.

Dielün. (J.) ca. Mr. P. M J. E. Bloemarts. H. B. 7387. 1.

Uienstbetrekking. — Art. 62 van het algemeene Duitsche Handelswetboek bepalende, dat opheffing der dienstbetrekking vóór don bepaalden t.ijd, om gewichtige door den rechter te beoor. c ee en ïedenen van beide zijden kan verlangd worden geeft partijen de bevoegdheid, ook zonder voorafgaande uitspraak van den rechter de dienstbetrekking te ontbinden, ingeval daarvoor gewichtige redenen bestaan, echter onder gehoudenheid _ van den opzegger, om zoo bij tegenspraak, do rechter zijne redenen voor de opzegging niet gewichtig oordeelt, de daar t oor aan de wederpartij; toegebrachte schade te vergoeden.

Opzegging wegens het overdoen der zaak tengevolge van den slechten financieelen toestand van hem <Ho de dienstbetrekking opzegt, moge diens eigen bolang meebrengen, maar levert geen gewichtige reden op tot verbreking met verkrachvan de belangen der wederpartij, die daarmee geen genoe gen behoeft te nemen zonder volledige schadeloosstelling, de oplangen van den opzegger staan niet hooger dan die van hen c® dienst (in casu als reiziger) getreden is.

li v eene opzegging — zonder gewichtige reden — is dus

. contractbreuk, waardoor de bij o tract bepaalde boete

i dadelijk invorderbaar wordt.

Waar geen authentieke of onueiiiandsche bescheiden bij 't verzoekschrift tot eigen-beslaglegging zijn vermeld of overgelegd en 't exploit waarbij 't beslag gedaan is evenmin zulke bescheiden aanhaa.lt, daar mag het beslag, ingevolge art. 757 a— d (nieuw) B. B. niet van waarde worden verklaard maar is dit nietig en van onwaarde.

-Nietigverklaring van het beslag moet echter niet leiden tot nietigverklaring van het exploit van dagvaarding, daar die wet hiervoor geen gronden geeft immers niet evenals bij de artt. 736 eni 738 nietigheid bedreigt op het nalaten der omschreven formaliteiten. Hof Arnhem. 7394. 2.

— Zie Arbeidswet. 7416. 3; H. B. 7417. 1.

Dienst- en wïïrkboden. — Onder „dienst- en werkboden" in art. 1195 4°. B. W. is niet begrepen een „onderbaas" van een timmerman en aannemer, werkzaam bij een bouwwerk op de wijze als bij liet bestreden arrest feitelijk is beslist. H. B. 7387. 1.

— Art, 1639 B. W. Onder da bij bovenvermeld artikel bedoelde dienst en werkboden moeten worden, verstaan zij, die worden gebezigd tot voortdurende en persoonlijke diensten, de eerste meer van huish oudelij ken aard, de tweede meer in verband staande met het beroep van den meester.

De apothekersbediende, bedoeld in art. 17 der wet van 25 Dec. 1878, Stbl. n°. 222, behoort daartoe niet, zoodat de mei, hem aangegane overeenkomst tot het praesteeren zijner diensten niet eenzijdig door den apotheker kan worden o-pgezeo'd' Bechtb. Botterdam. 7439. 2.

— De exceptloneele bepalingen, door den wetgever voor dienstboden en werklieden in het leven geroepen, hebben betrekking op huiselijke diensten.

Onder die bepalingen valt niet de met eischer -aan^e^ane overeenkomst-, die tegen een loon van f125 per maand was aangesteld en waar de leiding eener winkelzaak was toevertrouwd. Rechtb. Amsterdam. 7480. 3.

Dienstbode. Zie Belasting (Personeele). 7489. 3.

Diephuis (Mr. G.) Beëedigd als advocaat en procureur. 7504. 3. DlFFERENZGESCHaFT. 7398. 4.

Dijkbestuur. — Zie Waterschapsverordening. H. R. 7373. 1. Dillen (C. van) ca. B. de Vries & Zn. 7417. 2: H. R 7455. 1.

— ca. Mr. L. Zegers Veeckens. 7482. 3.

Dinslagen (Th.) ca. F. A. Noggerath. 7441. 2.

Directeur. — Zie Vennootschap. 7408. 2; H. R. 7373 1 Dispensatie. — Zie Delegatie. H. R. 7521. 1. Districts-inspecteur. — Zie Spoorwegen. H. R. 7411. 1 Ditshuyzen (g. L. G. van) ca. J. M. de Keyzer. 7457^ l'

— (G. L. G. van) ca. R. S. Stokvis & Zn. 7463, 1.

Doen besturen. Zie PI. verordening. h. R. 7422. 1.

Doen plegen. — Zie Lastgeving. H. R. 7497. 1.

Dogcart. — Zie Kooj) en verkoop. 7407. 3.

Donkers (J.) ca. J. A. Klug. 7474. 2.

Dood. — Zie Aanvaring. H. R. 7467. 1.

Door-cognossementen. Internat. Wetgeving voor het vervoei — door W. Pluggers, aangekondigd door Mr. ,1. A. tl . 7391. 3; repliek van W. Pluggers. 7400. 3.

Doorn (P. J. van) ca. P. C. C. B. Klep. 7475 3 Doornbos (Mr G M.). Installatie van - als subst. griffier t< Groningen. 7485. 4.

Dreyfus. Uit de — beweging. 7499. 3.

— Zaak — in de politieke rede van dén Minister Wald Rousseau. 7o01. 4.

Dragende omstandigheden. - Zie PI. verordening. H

DTK6™SC7H4A73. 3. Zi6 Echts°heMing. 7397.2; Scheiding v.t.., ' Drooge (Mr. J. van). Art. 122 Faillissernentswet. 7446. 4:

"lSHiVI 7475F3illiSS°mentSWet en de wet van 24 Januari Drooglever Fortuyn (L.) ca. G. A. Harff Jr. 7457. 2. Drukwerk. — Zie Bankbillelten. H. R. 7496. 1.

Duiken. — Zie Waterschap. 7490. 1.

Duitsche Handelswetboek. — Art. 62. 7394 2

Dunlop P»eumatic Tyre Comp. Lirn. ca. Thé Star Continental Gomp. Lim. 7405. 2.

Dwaling. — Zie Koop en verkoop. 7414.2; Verzekering. 7515.1. Dwaling in het recht. Van den invloed der — op de strafbaarheid, door F. J. Bolsius, aangekondigd door Mr J Limburg. 7444. 3.

Dwangbevel. — Zie Waterschap. 7487. 3.

Dwangopvoeding van minderjarigen. (Hulptroepen) door Mr

J. A. Levy. 7389. 4.

Dwarsliggers. — Zie Bevrachtingsovereenkomst. 7492, 1.

E.

Echtelijke gemeenschap. — Zie Echtscheidinq. 7397. 2 Echtheid. — Zie Valschheid. 7409. 3.

Echtscheiding. — Waar de gedaagde de exceptie van nietigheid van dagvaarding eerst lang na het antwoord heeft voorgesteld is -die exceptie krachtens de wet vervallen ■ voor ambtshalve nietigverklaring is geen grond,.

Uit het bewezen zijii van gedaagde's • stellingen volgt geenszins -dat het presidiaal verlof ten dezo zou zijn verkreo-en door bedrog. B

^Toepassing van art. 337 al. 2 B. B. Rechtb. 's, Gravenhage.

— Uit bracht van art. 816, 4de lid, B. B. kan door den voor zitter dor Bechtbank alleen eene opdracht worden verstrekt aan een kantonrechter binnen zijn arrondissement. Reclilb. s Oravenliage. 7386. 2.

— Uit kracht van art. 816, 4de lid B. B. kan door den voorzitter dei Rechtbank ook eene opdracht worden verstrekt aan

hmi 7389rei r en ^ aiTondissement. Bechtb. Arn-

(Zia in tegenoverg-estelden zin de beschikking van den president der Haagsche Rechtbank in W. 7386).

— Gronden voor — en scheiding van tafel en bed.

e gestelde herhaalde mishandeling en grove beleedio-inoleveren, geen voor getuigenbewijs vatbare daadzaken op. doch oevatten slechts eene rechtskundige qualifioatie.

Het- „zich veel afgeven met andere vrouwen" behoeft niet noodwendig een buitensporigheid te zijn, nu niet gesteld wordt in welken zin en geest dat „afgeven" heeft plaats gehad of waarin het heeft bestaan.

„3* horf^delijk bezoeken van publieke huizen kan niet perse eene buitensporigheid worden genoemd, daar er omsta»)digheden kunnen zijn, die het bezoeken, van, die huizen wetti-

fS-Lu JSi toe£elaten in verband met het

gestelde overspel.

Dielïh.. (J.) ca. Mr. P. M J. E. Bloemarts. H. R. 7387. 1.

Sluiten