Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeite geloond aan de hand van de wet na te gaan bij welke delikten de wetgever zelf de rechtsdwaling verschoonbaar acht. Ik bedoel hier natuurlijk delikten buiten die waar het „wederrechtelijke" element is van het misdrijf; want die worden door schr. uitvoerig behandeld. Maar waar de schr. met betwist, dat — o-eliik algemeen geleerd wordt — de plaats van het wooid „opzettelijk" in de wet bij ieder delikt haar waarde heeft, en men straffeloos dwalen mag in datgene wat n a het woord „opzet, telijk" is geschreven, daar had het de moeite geloond na te gaan in hoeverre de wetgever een systeem heeft gevolgd, dat al of met konsekwent kan worden genoemd.

De schrijver vergete echter niet, dat het bij de opvatting, aie hij heeft omtrent de rechtsdwalingsleer van het, Nederlandsche Strafwetboek, evenals trouwens bij de met de zijne in resultaat overeenstemmende heerschende leer, in het belang is van den beklaagde in de dwaling op civiel- en publiekrechtelijk gebied maar voorloopig feit el ij ke dwalingen te blijven zien.

Lang blijft schr. stilstaan (in hoofdst. II) bij' die misdrijven waarbij de wet zelve het woord „wederrechtelijk" vermeldt-, ot waarbij gesproken wordt van een „oogmerk", dat op de wederrechtelijkheid moet gericht zijn. Ik schaar mij hier aan de zijde van schr., wanneer hij meent, dat in die gevaJlen de dader de onrechtmatigheid van zijn handeling moet hebben gekend om strafbaar te kunnen zijn (blz. 147), een leer o. a. ook aangehangen door denH. R. in het arrest, dat de heer B., die ook ijverig de jurisprudentie heeft nagevorscht, citeert (H. R. 22 Maart 189/

W 6944).

Ik verschil echter met hem van meening op een belangrijk onderdeel: de oude vraag over het onderscheid tusschen: „opzet¬

telijk wederrechtelijk' en „opzetteiijK en

behoef hier de velerlei opvatting, die zich in de literatuur heelt doen kennen, niet te herhalen. De schr. komt er toe de uitdrukkingen als synoniem te beschouwen en beide op te va,tten ais moet het opzet des daders op de onrechtmatigheid gericht zijn (blz. 131), een stelsel ook door Noyon (I blz. 11) voorgestaan.

Ik wenschte het met deze beschouwing eens te kunnen zijn, want het zou althans een stap zijn in de richting van: error juris non nocet; immers het verschoont de rechtsdwaling met alleen bij die delikten, waarbij de woorden „opzettelijk wederrechtelijk zonder het koppelwoord „en" op elkaar volgen, maar zelts daar, waar die beide woorden door het woordje „en zijn vei-

Dat er tusschen „opzettelijk wederrechtelijk', en „opzettelijk en wederrechtelijk" taalkundig een verschil bestaat, zal o-eloof ik de schr. zelf erkennen. Die taalkundige beteekems der beide uitdrukkingen verliest hij echter hier ten eenemale uit het oo°"; zonderling, waar hij eenige bladzijden verder (blz. 155) juist voor de „gewone taalkundige" beteekenis van de woorden een lans breekt en er gedachtig aan maakt, hoe „geen minder dan Prof. de Vries met groote zorgvuldigheid gewaakt heelt voor de

zuiverheid van de taal". . ,

Houden wij nu dien taalkundigen arbeid van de Vries m net oog, dan komen we tot het resultaat, dat slechts, waar de wet de uitdrukking „opzettelijk wederrechtelijk" bezigt, de dwaling in de onrechtmatigheid den dader straffeloosheid verzekert, Ln nu lijkt het mij zeer onwaarschijnlijk, dat de wetgever de termen „opzettelijk wederrechtelijk", en „opzettelijk en wederrechtelijk promiscue heeft willen gebruiken. Het is een lakune m he ■

boek, dat omtrent de dwaling in het recht, bij dei algemeene lee stukken niet is partij gekozen. Misschien kwamen de mannen, die ons Strafwetboek ontwierpen op dit punt met tot overeenstemming ; misschien ook verkeerden zij onder een eenstemmigen indruk, aan de historie ontleend. Maar dat die mannen bij de redaktie van de speciale delikten een dergelijk verschil m beteekenis niet zouden hebben opgemerkt als tusschen „opzettelijk pn ori/.etteliik en wederrechtelijk taalkundig

voor'de hand ligt, of erger nog dat zij, het verschil opmerkende, zich er niet om zouden hebben bekommerd, dat lijkt mij m buitengewone mate onwaarschijnlijk.

Naar aanleiding van het laatste hoofdstuk, dat de dwaling omtrent de rechtvaardigingsgronden, de faits d'excuse, behandelt, zou ik nog veel hebben te zeggen, doch ik word dan te uitvoerig. Ik vermeld dus slechts dat de heer B. die dwaling altijd als rechts-

dWHijinilabteeeo(>dwliing in de rechtvaardigingsgronden alleen dan door straffeloosheid volgen, indien de wederrechtelijkheid element is van het delikt. Hij bestrijdt Noyon, die dwaling omtrent de aanwezigheid van noodweer wèl, die omtrent het wettelijk voorschrift niet excusabel acht (blz. 175).

Ten slotte trekt schr. in een „Recapitulatie zijn stellingen in het kort in een korte en duidelijke redaktie samen (blz. 1H2 184) Ik eindig met den wensch, dat de ontwerper van de m de lucht zittende novelle op het Strafwetboek de dissertatie van den heer B. niet ongelezen zal laten. Met de lezing daarvan kan, en naar ik hoop, zal hij zijn voordeel doen.

Den Haag, 19 Juni 1900. j- Limburg.

2°. (id.) M. L. de Vries, eischer, advocaat Mr. P. J. Snel, tegen J. Benedictus, verweerder, advocaat Mr. H. de Ranitz. Pleidooien bepaald op 9 Nov.

III. Nieuwe zaken :

1°. (cassatie) I. N. Jansen, eischer, advocaat Mr. P. Dijckmeester, tegen den Burgemeester van 's Gravenhage, verweerder, advocaat Mr. W. Thorbecke.

2°. (id.) J. Schneider, eischer, advocaat Mr. G. M. W. Jellinghaus, tegen den Staat der Nederlanden, verstek verleend tegen den niet verschenen verweerder. Pleidooi bepaald op 16 Nov. _ _ .

3°. (id.) Nederlandsche Stoombranderij en Distilleerderij onder de firma E. Kiderlen, eischeres, advocaat Mr. D. van Houten, tegetn de Brandmaatschappij te Amsterdam, verweerderesse, advocaat Mr. W. Thorbecke, tegen de firma J. Havelaar & Zn., medeverweerderes, advocaat Mr. H. J. M. de Vries en tegen: W. F. de Waal, handelende onder de firma de Waal & Zn., medeverweerder, advocaat Mr. J. Wol terbeek Muller.

4°. (id.) Dezelfde eischeres als in sub 3°. tegen de Compagnie Bruxelles te Amsterdam, verweerderes, advocaat Mr. W. Thorbecke en tegen dezelfde medeverweerderessen als in sub 3°.

(Strafkamer).

Maandag, 25 Juni.

Uitspraak. H. V., tegen een arrest van het Hof te Amsterdam. , . , ld. J. W. S., tegen een vonnis van het Kantongerecht ts

W eert.

Id. J. C. M., tegen een arrest van het Hof te 's Hertogenbosch.

Id. A. A. D. C. C. S. h/v. A. A. G. W. M., tegen een vonnis der Rechtbank te Utrecht.

ld. J. J. v. A., tegen een vonnis der Rechtbank te Rotterdam. Id. De proc.-gen. bij den Hoogen Baad, tegen een vonnis deiRechtbank te Rotterdam, in het belang der wet in zake E. S. h/v. H. P. H.

(Revisie).

Uitspraak. L. K., tegeneen arrest van het Hof te Amsterdam. Id. F. H. R-, tegen een arrest van het Hof te 's Gravenhage. Id. J. B. de J., tegen een arrest van het Hof te 's Gravenhage.

benoemingen, verkiezingen enz.

Bij Kon. besluit van 20 Juni 1900, n°. 52, is benoemd tot notaris binnen het arrondissement Breda, ter standplaats de gemeente Willemstad, A. E. van Trigt, candidaat-notaris te Leiden.

. , r\r\ -T • iflflrt „ O C T i«-.«-urwH rviol

Bij Kon. besluit van zu uum ïauu, u. uj, i»

ingang van 1 Juli 1900, tot notaris binnen het arrondissement Utrecht, ter standplaats de gemeente Amersfoort, J. Knoppen-s, candidaat-notaris aldaar.

— Bij Kon. besluit van 21 Juni 1900. n°. 70, is benoemd tot rechter' in de Arrond.-Rechtbank te Leeuwarden, Mr. L. B. Loliman, thans rechter in de Arrond.-Rechtbank te Winschoten.

— Bij Kon. besluit van 21 Juni 1900, n°. 71, is bemoemd toi rechter in de Arrond.-Rechtbank te 's Hertogenbosch, Mr J. Pis Suyling, thans rechter-plaatsvervanger in gemelde Rechtbank, advocaat en procureur te 's Hertogenboseh.

— Bij Kon besluit van 21 Juni 190j, n°. 72, is benoemd tot griffier bij het Kantongerecht te Venlo, Mr. C. Q. W. L.C. graaf van der Duyn, thans griffier bij het Kantongerecht te Bnelle.

Bij Kon. besluit van 21 Juni 1900, n°. 73, zijn:

1°. herbenoemd tot kantonrecliter-plaatsvervanger:

in het kanton Enschedé, Mr. D. Spanjaard;

in het kanton Vianen, A. Gerber;

in het kanton Dordrecht, Mr. J. M. Rens ;

in het kanton Zutphen, Mr. M. Rom Colthoff ;

in het kanton Onderdendam, G. L. Brouwer;

in het kanton Haarlemmermeer, D. Wentholtee;

in het kanton Haarlem, Mr. L. C. Kronenberg;

in het kanton Weert, J. H. Schilling»;

in het kanton den Helder, O. Stammes;

in het kanton Gulpen, J. M. M. H. Merckelbacli; 2° is benoemd tot kantonrechter-plaatsvervanger m het kanton Schagen, G. ten Bruggencate, ontvanger der registratie en

domeinen te ocnagen.

Bij GEBR. BELINFANTE te 's Gravenhage, ziet thans compleet het licht :

JOAN VAN DEN HONERT Thz.

FORMULIERBOEK

der

onderseheidene Aeten behoorende tot de

Burgerlijke Rechtsvordering, (üerzienen vermeerderl door Irs. J. Heemskerk Az. en G-. Belinfante)

VIERDE DRUK Omgewerkt, met inachtneming van de jongste wijzigingen in het Wetboek gebracht,

door

Mr. J. A. FOEST, Advocaat en Procureur te Amsterdam, Mr. D. E. LIONI, Advocaat en Procureur en Privaat-Docent aan de Universiteit te Amsterdam en Mr. Lod. S. BOAS, Advocaat en Procureur te Amsterdam

Prijs: gebonden f 11.

Zooeven verscheen :

De Strafmiddelen in de nieuwere Strafrechtswetenschap

door

Mr. J. R. B. DE ROOS.

Prijs f 1.90.

Uilgave van SCHELTEMA & HOLKEMA'S

BOEKHANDEL, Amsterdam.

HOOGE RAAD. — BULLETIN.

(Bühgerl. Kamer).

Zitting van Vrijdag, 22 Juni.

Voorzitter, Mr. F. B. Ooninck Liefsting.

I. Uitspraak gedaan in zake : , , , n v.m

1°. (cassatie) C. Smit c. s., eischers, advocaat Mi. D. van Houten, tegen D. Olij, wed. P. Schaap, verweerderes, advocaat Mr. H. de Ranitz. Verworpen.

2° .(id.) J. Hoogerbrugge, wed. W. H. Groeneveld Hardeis c. s., eischers, advocaat Mr. H. de P^anitz, tegen M. J. Hoogerbrugge, verweerderes, advocaat Mr. D. van Houten. Verworpen. _ r „7

3° (id ) Th R. van Epen, eischer, advocaat Mr. W. lhorbecke, tegen A. M. van der Meulen h/v. van Epen verweerderes, advocaat Mr. B. M. Vlielander Hem. Ver-

wul|)ou. . ...

4°. (id.) F. M. Veldman, eischer, advocaat Mr. Ij. bleeswijk, ' tegen de firma Viehoff en Romenij, verweerderes, advocaat Jhr. Mr. W. Th. C. van Doorn. Verworpen.

5°. (id.) C. de Laat, eischer, advocaat Mr. S'. J. Hartog, tegen A. P. P. Kerstens, verweerder, advocaat Mr. B. M. Vlielander Hein. Verworpen.

6°. (id.) W. A. van der Meer, eischer, advocaat Jhr. Mr. N. dè Brauw, tegen F. A. Dotingqq., verweerder, advocaat Mr. B. M. Vlielander Hein. Verworpen.

II Conclusie door partijen genomen in zake:

1°. (cassatie) H. P. O. W. H. J. B. van Son qq., eischer, advocaat Mr. W. Thorbecke, tegen Dijkgraaf en Hoogheemraden van de Watergraafsmeer, verweerders, advocaat Mr. B. M. Vlielander Hein.

VERBETERING.

Het vraagpunt boven het arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 13 Januari 1898. W. 7443 is incorrect afgedrukt. Op regel 7 moet het woord „luidende" met de daarachter geplaatste dubbele punt vervallen. De zin sluit dan met het woord „volgt , en een nieuwe zin begint met het woord „Op .

advertentie».

Bij GEBB. BELINFANTE te 's Gravenhage, zijn verkrijgbaar:

Het Burgerlijk Wetboek,

verklaard door

Mr. O. W. Opsaoomer.

Deel I—XII afl. 1—4 en Algemeene Bepalingen. Prijs: f 60.60 ing. en t' 7^.60 geb.

Werken van Mr, J. G. KIST.

De bepalingen der Ned. Wet omtrent tweede en verdere

huwelijken, 2e druk «■>.

De Kantonregter en zijne werkzaamheden . . •

De Algemeene Maatregelen van Inwendig bestuur . ^ . U.dU Beginselen van Handelsregt, volgens de Nederl. Wet. Dl. I. Handelsregt. Handel. Handelaar fl.65 ing. f2.6ogeb.

tt ij.—uit schrift 5.75 y> o.75 »

» n. iiaiiucisvci uinuiivi.»^—• —-

» III. » uit overeenkomst 4.40 » ) g g0 #

» III. Supplement (Coöp. Vereenigmgen) 0.90 » » IV. Handelsverbindtenissen uit overeenkomst. Overeenkomst van verzekering 3.60 t 4.60 » » V. Zeeregt* _/,90_ » _5.9^ » Compleet in 5 dn f2'l .20 ing. f26.20 geb.

Bij GEBB. BELINFANTE, te 's Gravenhage, is verschenen :

Léon's Rechtspraak, 3" Druk.

DEEL II AFL. 7.

DE RECHTSPRAAK

OP HET

Wetboek van Strafrecht

(1 September 1886 tot 1 Januari 1900) gebracht op de artikelen; met ophelderingen en geschiedkundige toelichtingen, verwijzingen enz.

DOOR

Mr. J. W. BELINFANTE,

Advocaat en Procureur te 's Gravenhage.

Prijs f 4.60.

ipflp Dit werk is ook afzonderlijk verkrijgbaar onder den titel van : De Rechtspraak op het Wetboek van Strafrecht, door Mr. J. W. Belinfante.

Het bevat de gansche jurisprudentie sedert de inwerkingtreding van het Wetboek van Strafrecht tol 1 Jan 1900.

Van den 3" druk van Léon's Bechtspraak zijn de volgende afleveringen verschenen :

Deel I.

Ie afl. Mr. J. A. Levy, De Grondwet . f 3.25 5e » Mr. H. Vos, De Gemeentewet . 10.-^

3e » Mr. N. Cramer, De Fabriekwet . 1.--

4e „ De Begraafwet en Ziektenwet 1.25

5e » De Armwet. . . 1.5"

6e »> Mr. J. Limburg, De Drankwet . , . 1.-^

7e >> De Onteigeningswet . .

8e » Mr. N. Cramer, Jacht en Visscherij. 1.50 9e » De Veeziekten- en Hondsdolheid-wet . . • 0.75 10e « De Onderwijswetten en uitvoeringsbesluiten. . . • • • 3.-"' Deel II.

7e >> Mr. J. W. Belinfante, Wetboek van

Strafrecht 4.6

Op den tweeden druk van de andere afleveringen va" deel II zijn supplementen ter perse.

Deel III.

4e afl. N. Koomans, De Wet op het Zegel . f 1 •' *' 5e » Mr. L. A. Micheels, De Wet op het

Notaris-Ambt enz. ... 3-" Elke Aflevering is afzonderlijk verkrijgbaar.

Gedrukt by F. J. BELINFANTE, voorh. : A. D. SCHINK^'

Sluiten