Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nö. 7445.

dat dan ook de vordering van de eischeres een geheel andere D

strekking heeft en wel deze, dat wij, èn omdat er geen recht zou k

ziin om verlof tot verzegeling te geven, èn omdat er vormen v

zouden zijn geschonden tijdens de verzegeling, zullen onrechtmatig n nietig- en van onwaarde verklaren de volbrachte verzegeling en

zullen bepalen dat onmiddellijk zal worden, overgegaan tot ophet- v

fing van de verzegeling; ,, , ^

dat de wet den. president echter niet, bevoegd verklaart omtrent

zoodanige vordering te beslissen; ^

Gezien artt. 56, 289 en 665 B. R. ; 1 . .

Verklaren ons onbevoegd om van de ingestelde vordering kennis n

z<

te nemen;

Veroordeelen de eischeres in de kosten van dit kort geding, v waarvan het bedrag aan de zijde van den ged. tot aan deze uit-

spraak wordt bepaald op f 20.

====================== b

NEDERLANDSCHE LITERATUUR.

Het fiscale strafrecht en de fiscale strafactie, voor ambtenaren der directe belastingen, invoerrechten en accijnsen, geschetst door J. F. van Nieuwkuyk, = Inspecteur der Rijksbelastingen. — s Hertogenbosch, C. N. Teulings, 1899.

Een vijftal jaren na de invoering van het Wetboek van Strafrecht, in 1891, verscheen het Rijks fiscaal Strafprocesrecht van de hand van Mr. L. A. D. Nypels, rijksadvocaat te Maastricht, door des sohrijvers Rotterdamschen ambtgenoot, Mr. E. E. van Raalte, breedvoerig en met hooge waardeering besproken in W. 6213.

Bij dit werk sluit zich aan dat van den lieer Inspecteur Nieüwkdyk, waarvan ik met groot genoegen kennis nam. Bestond daaraan behoefte 8 a 9 jaar nadat het werk van den hoogst bekwamen rijks-advocaat te Maastricht het licht zag. De gronden, voor de bevestigende beantwoording dezer vraag aangevoerd in de Inleiding van het boek, waarvan de titel hierboven is afgeschreven, zijn overtuigend. Het is den heer Nieuwkuyk allerminst te doen om de waarde van het werk van zijn voorganger te verkleinen. Integendeel, hij noemt dit eene ware uitkomst voor den lichtzoekenden ambtenaar . Toch gaf of g e e f t het althans op dit oogenblik „niet geheel" wat die ambtenaar behoeft. V ooreerst het boek van Mr. Nypels was geschreven voor juristen, en „het gemeene recht werd dus bekend ondersteld". Ten andere en die tweede reden is voor mij van nog meer gewicht dan de eerste, wanneer ik let op de groote duidelijkheid, den deren tot ieder ontwikkeld man, jurist of niet, sprekenden stijl van den heer Nypels — sedert de uitgave van diens werk, kregen wij onderscheiden nieuwe fiscale wetten, die regelende de acoijnsen op het zout en de suiker, de vermogens-, de bedrijfs- en de personeele belasting, strafrechtelijk vooral van belang met het oog op het standpunt bij nieuwe wetten in te nemen tegenover art. 7 der Invoeringswet, bij name tegenover het principieel niet wel verdedigdbare laatste lid van dit artikel, dat alle fiscale vergrijpen kort maar niet goed qualificeert als misdrijven (1).

Alléén op de titels der twee boeken afgaande, zoude men meenen, dat er een derde reden is, nog meer afdoende dan de twee reeds genoemde, om aan het boek van den mspecteui eene plaats te verzekeren naast dat van den rijksadvocaat, deze namelijk, dat het laatste alléén het formeel, het eerste daarnevens ook het materieele fiscale strafrecht behandelt. Let men echter niet alleen op de titels, maar ook op den inhoud der beide boeken, dan blijkt dit niet geheel juist te zijn. Het boek van den heer Nypels geeft meer dan de titel belooft. Het beschrijft zooals in de inleiding wordt opgemerkt, het formeel fiscaal recht in zijn geheelen omvang, d. 1. volgens des sohrijvers opvatting, die wij evenmin als de kundige referent in W. 6213 geheel voor onze rekening zouden willen nemen — „met inbegrip van de algemeene grondslagen der strafvervolging, benevens van het stelsel der stranen, welke onderwerpen hier, wegens het nauw verband, kunnen geacht worden van het formeel recht deel uit te maken, o wier ontwikkeling althans tot verduidelijking daarvan noodzakelijk is". . , , . ,

Toch is er in dit opzicht wel eenig onderscheid m den aanleg van beide werken. Het (materieele) fiscale strafrecht wordt door den heer Nypels alleen behandeld ter verduidelijking of aanvulling van het eigenlijke, op den titel alleen vermelde onderwerp van zijn boek. Bij den heer Nieuwkuyk treden materieel en formeel recht volgens titel en inhoud gelijkelijk op den voorgrond. Na eene inleiding (bi. V IA-), waarin omvang en strekking van het geheel duidelijk worden uiteengezet, volgt als eerste deel (bl. 11 — 63) „het Fiscale Strafrecht", daarna als tweede deel (bl. 64—115) „de Fiscale Strafactie". Het geheel wordt besloten met eene volledige analytische inhoudsopgave (niet gepagineerd).

Het doel des schrijvers was (Inl., bl. VI) „te beproeven het materieele en het formeele fiscale strafrecht te schetsen, nie als afzonderlijk geheel, maar als uitzondering op het gemeene recht, door dus elke bepaling te vermelden naast die van het gemeene recht, waarop zij uitzondering maakt .

De proef is, dunkt mij, goed gelukt. De schrijver belooft en geeft niets meer dan eene schets. Maar deze schets 19 m hare beknoptheid volledig en helder als glas, zij noopt dus elk ernstig lezer, die er wat meer van moet of wil weten, tot nadenken en daardoor tevens tot nader onderzoek,

Natuurlijk, dat hij die de „uitzondering op het gemeene recht" goed wil schetsen, met den regel even goed als met de uitzondering, met het ius commune vooral niet minder dan met het ius singulare vertrouwd moet zijn. Aan dezen niet geringen eisch voldoet de schrijver Meer dan menigeen, die Mr. voor zijn naam schrijft, is hij ons (materieel en tormee ) strafrecht meester, doorgedrongen in de beginselen, waarop het rust, de voorschriften, waaruit het bestaat. Ik durf dan ook gerust verzekeren, dat zijne schets, ofschoon alleen geschreven voor fiscale ambtenaren, den jurist van professie, waar hij met het fiscale strafrecht, voor velen eene terra incognita, in aanraking komt, uitnemende diensten zal kunnen bewijzen. , ,

Als een model van eene beknopt volledige, juridisch goe^ doordachte uiteenzetting noem ik de aanteekening op art. der invoeringswet (bl. 13—24), dat in hoofdlijnen de grenzen trekt van het ius singulare, en wat verder nog ter illustratie van het laatste lid van dit artikel onder het opschrift „misdrijven en overtredingen" wordt medegedeeld op bl. 54—bi.

(1) Ik kwam hiertegen reeds zestien jaar geleden in verzet, toen de invoeringswet nog in ontwerp was. Zie Themis, 1884, bl. 447, 448.

Daar vindt men eene kritische analyse van de om haar rechts- I kundig belang in W. 6351 en 6352 onder de rubriek Wetge- t ving volledig medegedeelde beraadslagingen, die door de aanneming van het amendement Levy in de vergadering der = Tweede Kamer van 20 Juni 1893 leidden tot de vaststelling van art 48 der wet op de bedrijfsbelasting van 2 October 1893 (Stbl. no. 149) zooals het nu luidt. . , ,

Bij een herdruk, die zich vermoedelijk niet lang zal doen wachten, verdient het aanbeveling aan het hoofd van elke bladzijde te vermelden de daarop behandelde artikeien. In de noot 2 op bl. 19 is bij de correctie overzien, dat door eene zetfout de wet van 15 April 1896 (Stbl. no. 70) onder een verkeerd jaartal (1886) wordt vermeld. , .. . j

Theoretische twistvragen van strafrechtelijken aard zyn in deze schets niet op hare plaats. Daarom ware beter achterwege gebleven de m. i. overigens volkomen onjuiste opmerking op bl. 36, dat het „niet logisch (is) dat poging minder zwaar ] wordt gestraft dan het voldongen feit".

A. A. d. P.

HOOGE RAAD. — BWLLETTN.

(Strafkamer).

Zitting van Maandag, 25 Juni.

Voorzitter, Mr. J. J. van Meerbeke.

Uitspraak gedaan in zake:

1°. H. V., tegen een arrest van het Hof te Amsterdam, ilet bestreden arrest vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof te Arnhem.

2°. J. W. S., tegen een vonnis van het Kantongerecht te Weert. Verworpen.

5°. J. C. M., tegen een arrest van het Hof te 's Hertogen, bosch. Verworpen.

4°. A. A. D. C. C. S. h/v. A. A. GÜ. W. M., tegen een vonnis 'der Rechtbank te Utrecht. Het bestreden vonnis vernietigd en de zaak teruggewezen naar die Rechtbank.

5°. J. J. v. O., tegen een vonnis der Rechtbank te Rotterdam,

Verworpen. .

6°. De proe.-gen. bij den Hoogen Raad, tegen een vonnis deiRechtbank te Rotterdam, in'tbelangder w e t in zake E. S. h/v. H. P. H. Het bestreden vonnis in 't belang, der wet vernietigd.

(Revisie).

Uitspraak gedaan in zake : ,

1°. L. K., tegen een arrest van het Hof te Amsterdam. N ïetontvankelijk verklaard.

2°. F. H. R., tegeneen arrest van het Hof te s Gravenhage. Niet-ontvankelijk verklaard.

3°. J. B. de J., tegen een arrest van het Hof te's Gravenhage. N i e t-o n t v ank el ij k verklaard

BERICHTEN EN MEDEDEELINGEN.

Het zesde internationale penitentiaire Congres.

Volgaarne ruimen wij een plaatsje in aan onderstaande mededeeling omtrent het aanstaande Brusselsche Congres evenals wij in W. 6637 gelijksoortige mededeeling opnamen betreffende het in 1895 te Parijs gehouden Congres. Te Brussel zal, helaas, voor het eerst ontbreken Prof. Mr. M. S. Pols, in 1897 overleden, vertegenwoordiger der ïfederlandsche regeering in de permanente commissie gedurende ruim 22 jaren en haar eenige- of mede-afgevaardigde in de tot nu toe gehouden vgf internationale congressen, te Londen (1872), Stockholm (1878), Rome (1885), Petersburg (1890), Parijs (1895), in welk laatste congres hij als een der vier presidenten de sehoone openingsrede hield, waaruit een en ander werd ontleend in W. 7199. Betreuren wij dit onherstelbare verlies, wij verheugen er ons tevens in, dat Nederland te Brussel vertegenwoordigd blij ft door den waardigen mede-afgevaardigde van | Pols te Parijs, den heer Simon van der Aa. Mogen nevens ; hem velen uit Nederland opkomen om in Belgie's sehoone ; hoofdstad deel te nemen aan of althans door hunne tegen1 woordigheid te doen blijken van hunne belangstelling in het I

debat over de vroeger medegedeelde rijke en veelzijdige agenda d van het zesde internationale penitentiaire congres.

? Het Vide internationale penitentiaire congres, waarvan het programma werd medegedeeld in W. no. 7230, zal van 6 tot f en met 13 A u g u s t u s a. s. te B r u s s e 1 worden gehouden.

Recht op admissie hebben volgens art. 2 van het voor de 1 congressen gebruikelijk Reglement: de leden van de parleJ menten, van den staatsraad, van de Koninklijke academie van wetenschappen, van de rechterlijke macht, de hooge ambtenaren bij de administratie van het gevangeniswezen, de hoog-

I leeraren der universiteiten, afgevaardigden van genootschapschappen tot zedelijke verbetering van gevangenen of andere

t soortgelijke doeleinden. , , ,

Zij die aan het congres wensehen deel te nemen, hebben e zich rechtstreeks op te geven aan den president der mternationale penitentiaire commissie, F. C. de Latour, secretansP generaal aan het Ministerie van Justitie en directeur-generaal n van het gevangeniswezen in België. Aan diens adres, Rue Ducale 2, Brussel, kunnen tevens de rapporten over de vragen van het programma worden aangevraagd.

a Tot het verkrijgen van andere inlichtingen kan men zioh

II wenden tot den gedelegeerde der Nederlandsche Regeering j in de internationale penitentiaire commissie, Mr. j. Simon 5 van der Aa, hoofdinspecteur van het gevangeniswezen, Deparn tement van Justitie, 's Gravenhage.

ie

3. CORRESPONDENTIE.

4 Het stukje van Mr. J. W. Bei.twante onder het Mengelwerk ' I van W. 7443 bracht de pen van drie zijner confrères in beweging.

Hunne opmerkingen, alle van gelijke strekking, V r ij d. a g gelijktijdig met het antwoord des schrijvers.

ADVERTENTIEN.

Bureau voor Boekhouding

en

Administratieve Controle

onder leiding van K. M. DE JONG) Accountant Lid le klasse van het Nederl. Instituut van Accountants en Leeraar M. 0. in Boekhouden, te 's Gravenhage, Prinsegracht 46, Interc. Telephoon 139.

Bij GrEBR. BELINFANTE is verkrijgbaar:

ARBEIDSBEURZEN

door

Mr. B. Gewin.

Prijs f "2.40.

Bij GEBB. BELINFANTE, te 's-Gravenhage,

zijn verschenen:

SCHETS

van het

Romeinsclie Erfrecht,

door

Jhr. Mr. Tj. A. M. A. Huinalda van Eysinga.

Prijs f 1.00.

OverzlcHt

van het

Romeinsche Erfrecht,

door

Mr. M. MENDELS,

Advocaat en Procureur te Leiden.

Prijs f 2.25.

Bij GEBB. BELINFANTE, te 's Gravenhage,

ziet het licht:

Léon's Rechtspraak, 3" Druk.

Mr. E. L. van Emden's

RecltspM ei Aftministratieve BeslisÉpi

0p de

NEDERLANDSCHE STAATSWETTEN

saamgevat en aangevuld.

Deel I. Aflevering 10. De Onderwijswetten en uitvoeringsbesluiten

door

Mr. N. CBAMEB,

Advocaat en Procureur te 's Gravenhage.

Prijs f 3.00.

Voor niet-inteekenaren op Léon's Bechtspraak is dit werk ook onder afzonderlijken titel verkrijgbaar. Van den 3en druk zijn thans verschenen:

Deel I.

Ie afl. Mr. J. A. Levy, De Grondwet . f 3.25 2e » Mr. H. Vos, De Gemeentewet . . 10.—3e » Mr. N. Cramer, De Fabriekwet . 1.—

4 e „ De Begraafwet en Ziektenwet 1.25

5e » De Armwet. . . 1.50

! 6e » Mr. J. Limburg, De Drankwet . . 1 .—

7e „ De Onteigeningswet . . 2.—

1 8e >' Mr, N. Cramer, Jacht en Visschery. 1.50

9e » De Veeziekten- en Hondsdol-

L heid-wet . . • • • 0.75

» 10e « De Onderwijswetten en uitvoerings1 besluiten. . 3.

i Deel II.

[ 7e » Mr. J. W. Belinfante, Wetboek van

Strafrecht 4.60

Deel III.

= 4e afl. N. Koomans, De Wet op het Zegel . f 1.75 5e » Mr. L. A. Micheels, De Wet op het

Notaris-Ambt enz. . . . 3.-"

!; Gedrukt bij F. J. BELINFANTE, voorh.: A. D. SCHINK®1"

Sluiten