Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taandag, 9 Juli 1900.

K°. 7450.

WEEKBLAD VAN HET RECHT.

RECHTSKUNDIG NIEUWS- EN ADVERTENTIE-BLAD.

TWEE EN - ZESTIGSTE JAARGANG.

JUS ET VERITAS.

tadverter^rSChi''nt ^ MaandagS' WoensdafJs en Vrijdags. — Prijs per jaargang [10; voor de buitensteden franco per post met f 1.00 verhooging. — Prijs der

l«n, 20 cent,» per regel. - Bijdragen, brieven, enz., franco aan de Uitgevers, Gebr. Belinfante, te 's-Gravenhage (Ie Wagenstraat 100). _____ Het auteursrecht voor den inhoud van dit Blad wordt verzekerd overeenkomstig de Wet van 28 Juni 1881 (Stbl. n°. 124).

WETGEVING.

Wj^ging en aanvulling van eenige bepalingen in het e oek van Burgerlijke Rechtsvordering.

ia lwt Biiv!l!"!°!ie van antwoord en het gewijzigd wetsontwerp j voegsel van W. 7427).

VERSLAG.

de mededeeUnt66"11^ ;°Pbladz. 3 harer Memorie van. Antwoord (1) m de contra,ctêenTd ln!^cllting611 ten aanzien van de uitvoering omtrent de vrai.J - Staten aan het, tractaat, gegeven, alsmede vingen zullen 'bei M daarvoor de verschillende nationale wetgegesteld, maar er ï001?11 te worden gewijzigd, in uitzicht heeft tijd zal moeten i biJgevoegd da<> vermoedelijk nog geruime gegevens van -1 * j °Pen alvorens te dien opzichte de noodige oor] ooft de O a • • traetaat-Staten zullen zijn ontvangen, ver dat althans ?mmissie van Rapporteurs zich het verzoek te doen, rende St' t * * tegenwoordige stand der zaak in de contracteewnr-rlo desnoods in de voornaamste daarvan aan de Kamer

W0™ medegedeeld.

bere' ï6"8 Zon Commissie gaarne vernemen, of de Regeering ^ ld is stappen te doen om één of meer der middelen, in art" van het. tractaat genoemd, in werking te doen treden.

b ^''trouwende dat de Minister bereid is nog vóór de openbare t «Handeling van het wetsontwerp aan het eerstgenoemde verzoek teri °6nen de in de tweede plaats gemaakte opmerking schrifonSr ,te beantwoorden, is de Commissie van Rapporteurs van Ho dat dle behandehng door de gewisselde stukken behou voorb .dmededeollng van het bovenstaande genoegzaam is

Aldus vastgesteld den 27sten Juni 1900.

hartogh.

travaglino.

VEEGENS.

VAN ASCH VAN WIJCK (Wijk). PIJNAPPEL.

HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN".

Kamer van Strafzaken.

Zitting van den 30 April 1900. p Voorzitter, Mr. J. J. van Meerbeke.

mtre' r a' a' de plntoi a- j- clant van der

s. La'man Trip eyssell> B. H. M. Hanlo, a. Telders en Jhr.

herbergier Tiaar I Z°° 'S in9ericht, d(U de

en dus ook op andere "daae^T^ "h herber9 gebruikt bij concerten dienst dnpt , gebruiken, die voorts

verkoopen en daartot h^ ^ het publiek drank **

spraakgebruik én in den -in der v , W naar het ordening; der mer toegepaste ver-

Venfo^tS'Jf1/®1 °penb' Min' bi-i het Kantongerecht te tongerecht vin 9 Febr 1900 T Xwu,is van dat Kan-

herbergier, geboren en M'onend'p T^cr i A' H' P ' <>«d «> jaar, artt. 1, 2 en 4- der Verorden!,,,, Venlo, met toepassing van de ™loQ™11 7 Sept. 1897, de artt °?77 ° der herbergen te

artt. 23 en 91 Strafrecht, is schuld; i , en 3 Strafrord., de als herbergier, houder eener vnm- w Ter, |.aard aan het te Venlo waar drank verkocht wordt do, . PuWlek openstaande plaats het bepaalde sluitingsuur en^mrl gesloten houden tusschen oordeeld tot eene geldboete van f6?S Ure en *e d'er zake vervan 1 dag. 1 6n vervangende hechtenis

Nadat was gehoord het verslag van do„ ,,, j ,

adv.-gen. Noyon de volgende conclusie genomen^^10' ^

Edel Hoog Achtbare Heeren!

Venl^lr^X^ l-t Openb. Min. bij het Kantongerecht te fn, vonnis, waarbii in «triJa T • M' den ki»tonrechter gewerechtsvervolging eene veZ /r Z'J- r63Ulsitoir tot ontslag van treüing van art. l der vl ^ g 18 1»tSesP''"ken wegens overte Venlo. ttei verordening op het sluiten der herbergen

-H.i] stelt als middol Schending door niet w" cassatie:

sW,onrechte toepassing var^ïï? ^ 143 6112X6 Strafvord., TV n der herbergen te Venl^ j', rfi, der Verordening op het „ Het bijzondere v m L lo dd' 7 SePt- 1897.

l;V|öljred'ng van dezelfdeZ v<f' i' 'laar onderscheidt van de a&ds arrest van 5 Dec lRQa°^^Ilmg behandeld bij 's Hoogen te worden se,or ht ^ (T' 7212)' schiJnt d«n °eq. 7^^ gezocht dat het lokaal dat hier ten behoeve

" B«v- W. 7427, bl. 1. W.1 o „,.u ,o

bl- 1, kol. 2, sub 3°.

Red.

eener vereeniging na het sluitingsuur is opengehouden niet in den regel maar slechts bij uitzondering voor het publiek openstaat.

De dagvaarding luidt: dat de bekl. den 27 Dec. 1899 te circa 2rjf ure des voormiddags te Venlo als herbergier een in het huis waarin hij herberg houdt gelegen bovenzaal, welke bovenzaal niet dagelijks als publiek lokaal wordt gebruikt doch bij gelegenheid van veelbezoek als kermis en carnavalsdagen en ook bij concerten enz. met publiek gevuld is, aan welk publiek er alsdan drank worat verkocht, gevuld heeft laten zijn door de gelagmakende eden aer gesloten scherm- en gymnastiek vereeniging Oranje.

et telastgelegde is met beklaagdes schuld daaraan bewezen verklaard, en de kantonrechter verwerpt — in overeenstemming met de arresten waarin bij herhaling gelijke beslissing is genomen (7,lf? 1 .lnrn 1RQA W AQ1Q t; TV..-. lonn tt- rrrv. rf - ^

1qüq T-T" -7-tVT ' ' v^-w> " -lo»0, VV. /4±z, lö 1>ov.

löyy, W. 7364, m de memorie van cassatie aangehaald) — het verweer van den bekl. steunende op het feit dat het publiek in den bewusten nacht geenen toegang tot het lokaal had. Het toegepaste artikel der verordening luidt:

Herbergen, tapperijen en andere voor het publiek openstaande plaatsen, waar drank verkocht wordt, moeten gesloten zijn en blijven van middernacht tot des morgens zes ure.

Heibergen zijn dus naar de omschrijving der verordening uit zich zelve reeds voor het publiek openstaande plaatsen.

Uj staat in facto vast, en zóó was, zij, het ook in andere woorden, tedastgelegd, dat het hier bedoelde lokaal was eene

DOVenzaaL nerr dooi" dart Kn»]?-! ...rwKnn.. i. i «TT i

—^ neruerg. wanneer nu ue

kantonrechter het bewezen verklaarde feit quaUflceert als het te Venlo als herbergier, houden eener voor liet publiek openstaande plaats waar drank verkocht wordt, deze niet gesloten houden tusscnen het bepaalde sluitingsuur en 's morgens 6 ure, dan blijft hij en binnen de grenzen dei- bewezen verklaarde feiten èn binnei die der verordening, daar hij feitelijk niet anders qualificeert dan als het openhouden eener herberg. Het komt mij toch ontwijfelbaar vóór dat de bovenzaal eener herberg, die ook, al is het, aiet altijd maar slechts bij behoefte, voor het publiek toegankelijk wordt gesteld, een deel der herberg uitmaakt.

De req. schijnt zich voor te stellen dat de kantonrechter de zaal beschouwd heeft als hetgeen de verordening buiten de herbergen en tapperijen noemt eene andere voor het publiek openstaande plaats; die voorstetiing berust op een®onjuiste opvatting van hetgeen de kantonrechter feitelijk in overeenstemming meT de dagvaarding en juridiek in overeenstemming met de verordening heeft beslist.

Van zulk eene andere plaats zou men wellicht met, den ïeq. kunnen zeggen dat zij alleen eene voor het publiek openstaande plaats is ten tijde dat het publiek er niet wordt geweerd; van herbergen geldt dit niet.

Een herberglokaal mag veel of weinig als zoodanig gebruikt worden, het blijft toch altijd een deel eener herberg en valt als zoodanig onder de verbodsbepaling der verordening Ik concludeer tot verwerping van het beroep.

GERECHTSHOVEN.

GERECHTSHOF TE 's HERTOGENBOSCH. Burgerlijke Kamer.

Zitting van den 8 Mei 1900.

Voorzitter, Jhr. Mr. P. van Meeuwen.

Raadsheeren, Mrs.: Jhr. F. Verheijen, H. Kolfschoten. A,. H. Sassen en A. Nypels.

Begrip van onrechtmatige daad. — Benadeei.ing van hft

eigendomsrecht eener fabriekszaak.

Waar, zooals in casu, de wet eene speciale actie geeft met speciale gevolgen, belet dit niet dat er ook nog plaats is voor de algemeene actie uit onrechtmatige daad waarbij ook de speciale verdediging van art. 1412 B. H. is buitengesloten.

(Zie het vonnis a quo in W. 7396).

P. 8.—B., wonende te Baarle—Hertog (België), appellant, procureur Mr. L. Rits,

tegen

C. J., steenfabrikant, wonende te Steijl, gemeente Tegelen eein timeerde, procureur Mr. J. Loefe.

De Hooge Raad enz. ;

Gelet op het middel van cassatie, door den req. voorgesteld bij memorie:

Schending door niet-toepassing van artt. 143en216Strafvord., ten onrechte toepassing van artt. 1 en 4 der Verordening op het sluiten der herbergen te Venlo van 7 Sept. 1897;

Overwegende dat de gereq. is gedagvaard ter zake: dat liij den 27 Dec. 1899 ten circa. 2£ ure "des voormiddags te Venlo, als herbergier een in het huis, waarin hij herberg houdt gelegen bovenzaal, welke bovenzaal niet, dagelijks als publiek lokaal wordt gebruikt, doch bij gelegenheid van veel bezoek, als kermis en carnavalsdagen en ook bij concerten enz. met publiek gevuld is, aan welk publiek cr alsdan drank wordt verkocht, gevuld heeft laten zijn door de gelagmakende leden der gesloten schennen gymnastiekvereeniging Oranje;

O."dat deze feiten en des gerequireerden schuld daaraan bij het bestreden vonnis wettig en overtuigend bewezen zijn verklaard door de bewijsmiddelen daarin genoemd en zijn gequalificeerd zooals in den hoofde dezes is gezegd;

O. dat als grond van het, voorgestelde middel is aangevoerd, dat het lokaal waarin zich de bezoekers hebben bevonden in den zinder Verordening geen herberg of voor het publiek openstaande plaats, waar drank wordt verkocht is, en dat het als zoodanig ook niet in de dagvaarding is omschreven; zulks omdat het lokaal gemeenlijk ongebruikt ledig' en gesloten is en slechts zoo nu en dan, gelijk op den avond der bekeuring aan gesloten gezel schappen wordt verhuurd of ten gebruike afgestaan;

O. dienaangaande, in verband met, hetgeen bij het bestreden vonnis is bewezen verklaard, dat volgens art. 1 der toegepaste Verordening „herbergen, tapperijen en andere voorliet publiek openstaande plaatsen waar drank verkocht wordt, moeten gesloten zijn en blijven van middernacht tot des morgens 6 ure"; dat een lokaal, hetwelk de bovenzaal is eener herberg, hetwelk zoo is ingericht dat de herbergier het bij druk bezoek op kermis en carnavalsdagen als herberg gebruikt en dus ook op andere dagen als herberg kan gebruiken, hetwelk hij ook bij concerten doet dieren om aan het publiek drank te verkoopen en dus ook bij andere gelegenheden, daartoe kan doen dienen; dat zoodanig lokaal is te beschouwen als een herberg en naar het spraakgebruik e n in den zin van art. 1 der bovengenoemde verordening;

O. toch, dat een lokaal aan een herberg verbonden, door den houder bestemd om als herberg gebruikt te worden, daartoe geschikt en werkelijk als zoodanig gebruikt, het karakter van herberg niet verliest, omdat het ook op vele of weinige dagen van het jaar niet, als zoodanig voor het publiek openstaat;

O. dat mitsdien het voorgestelde middel is ongegrond ;

Verwerpt het beroep in cassatie.

Het Hof enz.;

Gehoord partijen;

Gezien de stukken;

Ten aanzien der feiten van de zaak en der gedingroering in len aanleg, zich gedragende aan het beroepen vonnis der Rechtbank te Roermond van 25 Mei 1899;

Verder met het oog.op de tlians uit te maken punten:

Overwegende dat bij voornoemd vonnis beslist is, ten opzichte van den eisch in conventie, dat liet, plaatsen der in het vonnis omschreven advertentie is eene onrechtmatige, den eischer schade berokkenende daad, weshalve de ged. veroordeeld werd om aan den eischer als schadevergoeding te betalen de som van f 200 met de renten daarvan tegen 5 % 'sjaars van af den dag der d-iovaarding en met uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang van dat Gedeelte van het vonnis, — en, ten aanzien van de vordering- in reconventie, dat de door den ged. in reconventie opgeworo™ exceptie van nietigheid, althans niet-ontvankelijkheid van dievor deling behoort te worden verworpen, doch dat de vorderina- is | met-ontvankelijk uit anderen hoofde, — een en ander met, ver oordeeling van den oorspronkelijk ged; in al de kosten, zoo on den eisch m conventie, als op dien in reconventie gevallen -

O. dat de oorspronkelijk ged. zich, met dagvaarding 'zijner tegenpartij, tegen dit ronnis te bekwamer tijde voor dit Hof in hooger beroep heeft voorzien en hij bij eene schriftelijke conclusie, welker slotsom in het hoofd van dit arrest voorkomt, daartegen de hier beneden te behandelen grieven heeft ontwikkeld -'

O. dat vervolgens de geint,. bij eene schriftelijke conclusie welker slotsom mede hierboven is opgenomen, het beroepen vonnis heeft verdedigd, uitgenomen waar dit de voorgestelde nietigheid der vordering in reconventie heeft verworpen, op welk punt de geint. incidenteel appelleert;

O. dat, nadat de app. nog schriftelijk had geantwoord op het incidenteel appel en de geint, bij akte op het audientieblad eenige nummers van nieuwsbladen in het geding had gebracht, beide partijen de zaak hebben bepleit en aan 's Hofs beslissino-' onder worpen; °

In rechte:

O. aangaande het hooger beroep tegen de toewijzing van den eisch in conventie, dat de eerste grief daartegen neerkomt op hel navolgende: dat de bewuste advertentie luidt: ,,Fabrieksschoolsteenen. H H Fabrikanten worden gewezen op de slechte on bruikbare liimburgsche Radiaalsteenen en speciaal van O. 1 te Steijl, die door het vervoer als puin en gruis ter bestemming aankomen; op vier verschillende plaatsen liggen groote lioopen ter bezichtiging, die voor goede betaald zijn. Inlichtingen

door 1. S.—B., specialiteit bouw-en reparatie van fabrieksschool-

steenen Baarle Nassau";

dat deze advertentie geplaatst is in het algemeen Nederlandse!, Advertentieblad van 5 Juli 1897, dit onmiddellijk door middel van aanteekening ten postkantore ter kennis is oebracht, van O. J en deze laatste pas op 31 Oct. 1898 de tegenwoordige rechtsvordering heeft ingesteld, welke hij, ten einde te ontgaan de vervallenverklariiig van art. 1416 B. W., heeft doen rasten op art. 1401 B. W., in plaats van deze te steunen op art. 1408 B. W. ; dat de Rechtbank den eischar op dien weg "-evolgd is en in plaats van den eisch vervallen te verklaren,"de uit art. 1401 B. W. voortvloeiende rechtsvordering heeft toegewezen en het nu de vraag is, of waar, zooals in het onderwerpelijk geval, de wet eene speciale actie aan eene partij toekent, met hare speciale gevolgen, doch ook met eene zeer speciale éénjarige vervalling, daarnaast nog plaats is voor de algemeene actie uit onrechtmatige daad, waarbij ook de speciale verdediging van art. 1412 B. W. is buitengesloten;

O. dat het, Hof als ten processe vaststaande aanneemt, als zijnde dit punt door C. J. onbetwist, dat deze korte dao-en na de plaatsing van voornoemde advertentie daarvan kennis" heeft gekregen, ^ dat hij, desniettegenstaande, ongeveer 16 maanden met, het instellen dezer rechtsvordering heeft erewacht en dat

Sluiten