Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Art. 1913 —. 7652. 2.

— Art. 1917, door Mr. J. W. Belinfante. 7547. 3 ; dooi'Mr. I. A. Levy. 7649. 3.

— Art. 1928 —. 7584. 2.

— Art. 1929 —. 7616. 3.

— Art. 1933 —. 7533. 1; 7659. 1.

— Art. 1934 —. 7677. 1.

— Art. 1955 —. 7557. 3 ; 7679. 3.

— Art, 1961 —. H. R. 7624. 1.

— Art. 1983 —. 7617. 2.

— Art. 2000 —. 7617. 2.

— Art. 2008 —. 7552. 3.

— Art. 2010 —. 7552. 3.

— Art. 2012 —. 7595. 3.

— - Art. 2023 —. 7529. 1.

Burgerlijke Stand. — Zie Geneeskundige. 7647 1.

Burgerlijke Rechtsvordering. (Wetboek van) — Art 1

7554. 3.

— Art. 4 ii°. 6 —. 7657. [L.

— Art. 4 ii°. 8 —. 7655. 1.

— Art. 5 2°. —. 7582. 3.

— Art, 5 n°. 3 —. H. R. 7546. 1; 7667 1

— Art. 19 —. 7529. 2.

■— Art. 56 —. 7550. 2: 7556. 3.

— Art. 59 —. H. R. 7577. 1; 3.

— Art. 68 —. H. R. 7558. 'l.

- Art. 76 —. 7555. 3.

— Art. 89a. —. 7554. 3.

— Art. 92 . 7667. 1.

— Art. 92 2° —. 7554. 3.

— Art. 94 —. 7554. 3.

— Art. 100 —. 7568. 2; H. R. 7625. 1.

— Art, 108 A —. 7654. 1.

— Art, 119 —. 7564. 3 ; 7608. 3.

— Art. 127 —. H. R. 7611. 2.

— Art. 133 —. 7582. 3; 7660. 2.

— Art, 134 —. 7559. 3; H. R. 7671. 1.

— Art. 0.41 2e 1. —. 7617. 2.

— Art. 159 —. 7580. 2.

— Art. 177 —. H. R. 7591. 1.

— Art, 247 —. H. R. 7614. 1.

— Art. 250 —. 7557. 3.

— Art. 263 —. H. R. 7620. 1.

— Art. 277 —. 7655. 2.

Art. 337 —. 7592. 2.

— Art. 339 —. 7592. 2.

— Art. 345 —. H. R. 7615. 1.

— Art. 347 —. H. R. 7670. 1.

— Art. 551 —. 7574. 2; 4; 7575. 2; H. R. 7684 1

— Art. 376 —. 7645. 2.

— Art. 392 —. H. R. 7605. 1.

— Art. 460 —. H. R. 7614. 1.

— Art, 475 —. 7576. 3.

— Art. 48! —. 7671. 1.

— Art. 484 —. 7671. 1.

— Art. 551 —. 7574. 2; 7574. 4; 7575. 2; H. R. 7584 1

— Art. 604 —. 7619. 2.

— Art, 614 —. 7539 . 3.

— Art. 721 —. 7550. 2.

— Art. 726 —. 7550. 2.

— Art, 726 l 2 —. 763JL 1.

— Art. 727 —. 7577 . 3 ; 7580. 2; 7620. 3 • 7680 3

— Art. 728 —. 7577. 3.

— Art. 732 —. 7554. 2.

— Art. 734 —. 7676. 3.

— Art. 735 —. 7576. 3.

— Art, 741 —. 7576. 3.

— Art. 742 —. 7576. 3.

— Art, 757 —. 7674. 3.

— Art. 7570. —. 7577. 3.

— Art. 768 7619. 2.

— Art. 771 —. 7538. 3; 7557. 1

— Art. 774 —. 7599. 4.

— Art. 869 —. H. R. 7599. 1

— Art, 872 7630. 4.

— Art. 876 —. 762.1. 1.

Bussum. — Zie Onrechtmatige daad. 7580. 2.

Buurtweg. — Zie Revindicatie. 7566. 2.

Buurweg. — Zie Wegen en Voetpaden. fi. R. 7586. 1 ; 7621. 3.

c.

( A^5R' gG' VAN) ca' curator in 't faillissement van K, Wijma.

CA7N608A 4T"N0TAR,SSEN' ~~ G°Uden f0eSt der broederschap van -

Carels, (W. J.) ca. Mr. H. G. van der Vies. 7639. 3.

Cargadoor. — Zie Lastgeving. 7612, 2.

C\R6S33N3 (Ml' H' J') BeëediKd als advocaat en procureur.

Cassatie. — Tegen een vonnis, waarbij de rechter niet, bewezen verklaart, wilt naar zijne opvatting niet was telast,geleed is een beroep in cassatie niet ontvankelijk. H. R. 7550 1 '

— Cassatie van een in hooger beroep gewezen vonnis omdat daarbij het vonnis van eersten aanleg noch bevestigd noch geheel of gedeeltelijk vernietigd is. H. R. 7563. 1. '

~d«n JifLde ing6Jolge,Tart' 362 Strafvord. rechtstreeks aan gTifher van den Hoogen Raad verzonden memorie van

dTwetwf ,W°rdf? in acht Stomen de bij art, 358 van dat W etboek bepaalde termijn. H. R. 7564. 1.

— "Vernietiging van het in cassatie bestreden vonnis, omdat daarin een onderzoek en beslissing omtrent de schuld van den

eklaagde aan liet hem ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit ontbreken. H. R. 7565. 1.

— De in dieze zaak gegeven beslissing is eene zuivere vrijspraak dij name berustende op het niet aanwezig zijn van de onmisbare elementen der den beklaagden ten laste gelegde strafbare poging tot misdrijf. 1 s s

Tegen deze uitspraak is alzoo een gewoon beroep in cassatie met-ontvankelijk. H. R. 7571. 1.

De beide voorgestelde, middelen van cassatie zijn, bij gebreke van den feitelijken grondslag, waarop zij berusten, onaannemelijk. H. R. 7574. 2.

— De in deze zaak gegeven vrijspraak is een bedekt ontslag vani rechtsvervolging, waartegen een gewoon beroep in cassatie openstaat.

Ambtshalve cassatie van het bestreden: vonnis wegens verzuim om te beraadslagen en te beslissen over het al dan niet bewezena der feiten. H. R. 7585. 1.

— Tegen beschikkingen, van een rechter-commissaris in een re¬

keningproces is een beroep in cassatie met het oog op art. 95 R. O. niet ontvankelijk. Jtl. R. 7589. 1.

— indien de rechter bij eene, vrijspraak van den, beklaagde geen gevolg heeft gegeven aan het voorschrift van art. 21Y Strafvord., betreffende de vergoeding van voor de verdediging gemaakte kosten, wordt daardoor niet weggenomen, dat, bij gebreke van een© nevenbescnikking, die, afgescheiden van de vrijspraak, voor vernietiging vatbaar zou kunnen zijn, cie eeitige beslissing gelegen is m de vrijspraak, waartegen een, gewoou beroep m cassatie niet oponstaat. II. R. 7692. 1.

De vraag wat omtrent den inhoud van een aan de Rechtbank, reent doende in appel, overgelegd extract-vonnis vaneen kantonrechter blijkt, bepaaldelijk of ait vonnis, terecht of ten onrechte, inhoudt eene onherroepelijk geworden veroordeeling wegens openbare dronkenschap bij eerste herhaling, is van leiteüjken aard, zoodat de daaromtrent, door de Recntbank gege, ven uitspraak is onttrokken aan het onderzoek van den iiooe'en Raad. Ja. R. 761ó. 1.

— De in deze, zaak gegeven vrijspraak is, als berustende op het gebrek aan bewijs van een bestanddeel der ten laste gelegde overtreding, niet onderworpen aan een gewoon beroep m cassatie. ±1. K. 7621. 1.

De beklaagde is niet ontvankelijk in een beroep in cassatie, tegen een vonnis, waarbij de oorspronkelijk tegen, hem uitgebrachte dagvaarding is nietig verklaard. (In gelijken zin beslist bij 's Jloogen Kaads arrest van 12 Maart 1888j N. R., Dl. 148, § 38, niet opgenomen in het W. v. h. R.). H. R. 76t>6. 2.

Zie Akkoord, h. R. 7534. 1; Bevoegdheid. B. R. 76^9. 1; Bouwen. H. R. 7620. 1; Dagvaarding. H. K. 7540. 1; Erfpacht. H. K. 7600. 1; Faillissement. H. R. 7651. 1; Getuigenbewijs. 11. R. 7674. 1; Getuigenverklaring. H. K. 7öa6. 2 ; H. R. 753». 2; Jacht en Visscherij. H. tt. 7673.1 ; Kieswet. H. R.' ^618. 1 ; H. R. 7632. 1 ; Plaatselijke Verordeninq. H. K. i 7562. 1; Valscfiheid. H. ft. 7557. 1.

Cautio Judicatum solvi. — Zie Zekerheidstelling. 7644. 1.

Ceel. — Zie Bakhuismeesteren. 7529. 2.

Certificaten. — Zie hekening en Verantwoording. 7530. 1. Cessie. — De; algemeene cessie van alle bestaande en toekomstige vorderingen wordt met beperkt of voorwaardelijk gemaakt door de slotwoorden dei- acte;, waarbij de cessionaris verklaart de cessie aan te nemen tot geheele of gedeeltelijke kwijting harer vordering op de cedenten.

De cessionaris is niet gehouden tegenover den debiteur te bewijzen dat hij op den dag der dagvaarding nog eene vordering had op de cedenten, en wel eene, vordering die, reeds bestond tijdens de cessie. Hof 's Gravenhage 7625. 2.

(Zie het vonnis a quo in W. 7332).

C'hauvin (Mademoiselle). — Optreden als advocaat van—.7550.4.

Chertepartij. — Zie Bevrachtingsovereenkomst. 7679. l"outvracht. iOo-J. 2, '

Cleee (Tobias van — en Zn.) ca. C. A. A. van Dijk. 7529. 2

Cnopius A. A. Leerplicht 7610. 4.

Coerman a. j. ca. a.Horsman H. r. 7585. 1.

Cognossement. - Zie Bevrachtingsovereenkomst. 7635 2 • Foutvracht. 7562. 2; 7569. 3. '

Cohen. li. ca. P. A. van Aken. 7548. 3.

Cokes. — Zie Koop en Verkoop. 7637. 2.

Coi.ijewun T. ca, M. M. Does. 7557. 2.

T-ï A" -?e llandel< i» blanke slavinnen, beoord. door Mr. 6. J. M. van Geuns. 7631. 4.

Colportage. Nog dringender dan reorganisatie van het Politiewezen door Mr. N. de Ridder. 7631. 3.

Colporteur. — Zie Plaatsel. Verordeninq. h. r. 7609 1 -

Valschheid. H. R. 7561. 2.

Coltoe. (Mr. A. S.) Beëedigd als advocaat en procureur. 7675 4 Commanditaire Vennootschap. _ Ook bij die commanditaire vennootschap worden de goederen, welke partijen inbrengen,, tusschen hen gemeen, zoodat, bij ontbinding der vennootschap, scheiding en deeling daarvan tusschen hen moet plaats hebben.'

De commanditaire vennoot verliest zijn aanspraak op scheiding en deeling niet door in liet faillissement van den beheerenden vennoot, door welk faillissement de vennootschap ontbonden werd, met zoodanige vordering niet op te komen.

Het tijdstip van de ontbinding der vennootschap geeft wel aan wat tusschen partijen gemeen is, maar bij de scheiding moeten in aanmerking worden genomen de veranderingen, die sedert de ontbinding in de samenstelling en waarde der bestanddeelen hebben plaats gevonden.

• I?.di™ het faillissement van den beheereaden vennoot is bes eindigd door een door hem aangeboden en door de Rechtbank gehomologeerd accoord, komen de concurrente vorderingen ten laste der vennootschap slechts ten laste van den boedel tot het bedrag van de aecoord-percentage.

.. ^anne.eli een tot den boedel behoorend onroerend: goed niet vatbaar is om in natura verdeeld te worden eni de verdere bestamddeeleiï van den boedel ook niet van dien aard zijn dat ïaveiingen zouden te maken zijn, waarin het onroerend goed passen zou, moet, de openbare verkoop daarvan bevolen worden om tot eene behoorlijke verdeeling tusschen partijen te geraken. Arbitr. Uitspraak van Rotterd. 7556. 3.

Commissaris van Politie. — Zie mishandeling. H. R. 7537. 2. Oommissionnair. — Zie Spel en Weddingschap. 7621. 3. Oommittee of Lloyds ca. Jhr. H. P. Tindal. 7582. 3. Compensatie. — Compensatie brengt, wel is waar, vernietiging der beide schulden ten beloope van haar wederkeerig bedrag te weeg, maar slechts indien, zij wederzijds voor eenè dadelijke vereffening en opedsching vatbaar zijn, een vereischte, waaraan m dit geding des verweerders beweerde schuld niet voldeed, zoodat zij geene vernietiging eener daartegenover staande schuld kon teweegbrengen. H. R. 7592. 1.

— Zie Kosten. 7556. 3.

Competentie. — Zie Bevoegdheid. 7526. 2.

Comptabiliteitswet. — Zie Faillissement. 7570. 3. Concessieovereenkomst. — Zie Waterleiding. H. R. 7587. 2 Conclusie. — Zie Eed. H. R. 7670. 1.

Concurrentie. — Zie Fabrieks- en Handelsmerken. 7643. 1 Concursus creditorum. — Zie Faillissement. 7573. 2: H R

7651. 1. '

Conoictio indebiti. - Zie Verzekering. 7618. 2.

Conflict van rechten door Mr. J. A. Levy. 7532. 4.

Coninck Liefsting Mr. F. B. Ambtsjubilé. 7608. 4.

Conrad J. ca. M. Tgel. 7660. 2.

Conservatoir Beslag. — Zie Beslag. 7577. 3.

Consignatie. — Zie Eed. 7575. 3; [Lastgeving. 7538. 3; Continental Bodega Company ca. W. C. Sickesz. 7600. 3. Contractpolis. — Zie Verzekering. 7563. 3.

Conventie. — Zie Schuldvergelijking. 7663. 2.

Coöperatieve vereeniging. — Aansprakelijkheid der leden eener

— door J. A. Berendseni 7613. 4.

— Bevoegdheid der besturen van — 7610. 4.

Cranen (P. J.) ca. Gebriider Wiese. H. R. 7626. 1.

Crediet. — Zie Beleediging. 7561. 3.

Credietbrief. — Zie Wissel. 7599. 3.

Cremers. — Zie Gemeentewet 5e druk. 7543. 3.

Crimindele anthropologie. -— Vijfde congres van — (Hoofdartikel). 7578. 1.

Crotch (1. W.) ca. Gemeente Amsterdam.

Csolgosh. Aanteekeningem over het proces te Buffalo, door

Mr. F. B. Enthoven. 764y. 3.

Curateele. — Tot kennis neming van een verzoek tot ontslag ais curator op grondi van art. 515 B. W. is alléén bevoegd de Rechtbank, die de curateele heeft uitgesproken. Rechtb. Breda. 1598. 2.

— Artt. 433, 435, 506 B. W.

Voor de toepasselijkheid van art. 433 jo. 506 B. W. doet niet af, of de eenige der daar bedoelde bloedverwanten is benoemd tot toezienden curator.

Het verzoek van den curator om ontslag van de curateele stuit niet af op de omstandigheid, dat luj niet alleen geen bezwaar tegen zijne benoeming heeft ingebracht, maar zelfs uitdrukkelijk heeft verklaard die aan te nemen en den voorgeschreven eed afgelegd. Hof 's Gravenhage 7644. 1. Zie lestament. 7563.3; Zwakheid van vermogens. 7672. 3. Curator. — Zie Onbeheerde Nalatenschap. 7671. 1; hekening en verantwoording. 7672. 3; Wettelijk erfdeel. 76.18. 1.

1>.

Daden van koophandel. — Levert- het koopen door een aannemer van materialen) om die te gebruiken voor een werk t welk mem niet voor zich zeiven, maar voor rekening van 'een ander bouwt op een daad van koophandel? — Ja. rcechtbank Utrecht 7646. 3.

— Het herhaaldelijk koopen van met-dividend betalende Amerikaan,schei Spoorweg-Shares, met dei blijkbare bedoeling aie met winst te verkoopen en meit tot geldbelegging, is, eene transactie die, onverschillig of zij door een particulier wordt aangegaan, door de wet als een daad van koophandel wordt aangemerkt. Rechtb. Amsterdam. 7654. 2.

— Een veehouder die vee koopt, niet om het weer te verkoopen of het, gebruik daarvan te verhuren, maar om, niet, behoud van dit vee, daarvan voordeel te trekken, is geen Koopman en verricht door het koopen van vee, ten behoeve van zijn bedrijf, geen handelsdaad. Rechtb. Amsterdam. 7654. 3.

Dagblau van Zuidhollanu en 's-Gkavenhage. — Zie Overeenkomst. 7509. 2.

Daghuur. — Zie Buur van Werk. 7640. 3.

Dagvaarding. — De onderwerpelijke dagvaarding voldoet geenszins aan de vereischten van art. 143 ütralvoru. Rechtb. Arnhem. 7532. 2.

—• Tegen een bij verstek gewezen vonnis kan door den defaillant alleen bij wege van verzet, niet in cassatie worden opgekomen.

Door ue aanwijzing der gemeente, waar liet feit zoude hebben plaats gehad, wordt wat de vermelding der plaats bet,relt voldaan aan het op straffe van nietigheid gestelde vereischte van art. 143 Strafvord. H. R. 7540. 1.

— Eene dagvaarding, waaruit de gedaagde niet kan weten, op welken grond eene tegen hem ingestelde vordering berust, in welken zin de dagvaarding in dit geding is uitgelegd op gronden, die in cassatie onaantastbaar zijn, voldoet met aan de vereischten van art. 5 no. 3 B. R. H. R. 7546. 1.

— Waar in de; dagvaarding ontbreekt elke vermelding omtrent de macht tot inbezitneming der nalatenschap en liet oezit hebben daarvan door eisclier, executeur-testamentair, omvat ue dagVftorcting nipt rlB rpphtsfeit.pn. wftllw He vordering als gevoig daarvan zouden kunnen en moeten rechtvaardigen en°moet eisclier q.q. in die vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Reclitb. 's Uravenliage. 7547. 3.

— Artt. 1, 8 o, 92 2°, 94 B. R. — Verstek. — Nietigheid van dagvaarding.

De verscnijning van den gedaagde, overeenkomstig art. 89° B. R., na verleend verstek, is niet geschied ten beteekenden rechtsdage en kan daarom niet gezegd worden een verschijning te zijn ,,op de dagvaarding", zooals art. 94 B. R. voorschrijft,.

Art. 89» B. R. geeft den defaillanten gedaagde wel de bevoegdheid om, door latere verschijning, de voor hem nadeelige gevolgen van liet verstek te keeren, doch het gebruik maken van die, te zijnen gunste voorgeschreven, bevoegdheid kan en mag niet leiden tot het voor hem nadeelige gevolg dat hij, terwijl de dagvaarding aan nietigheid leidt, de kosten van het verstek zou moeten dragen.

De exceptie van nietigheid van dagvaarding alsnog toegewezen, op grond van belang van gedaagde, om zich daarvan te bedienen. Rechtb. Amsterdam. 7554. 3.

—- Onder „onderwerp van den eisch" in art. 134 B. R. is te verstaan de feitelijke! grondslag der vordering.

Terwijl „vermindering" alleen ziet op de verschillende bestanddeelen van het petitum, slaan „wijziging" en „verandering" meer terug op den feitelijken grondslag der vordering.

Onder wijziging kan men ook brengen al die veranderingen in de omschrijving der feiten, waardoor eene kennelijke vergissing wordt hersteld.

Aan een herstel van zoodanige vergissing in de dagvaarding bij conclusie van repliek kan echter liier niet worden gedacht, maar daarentegen wel aan eene ongeoorloofde verandering van het onderwerp van den eisch. Rechtb. Utrecht. 7559. 3.

— Artt. 5 2°. en 133 B. R. — Nietigheid der dagvaarding.

De wet schrijft wel voor dat, in geval de eiscliende of verwerende partij is eene corporatie, maatschap of handelsvereeniging, hare benaming in de plaats van naam en voornaam moet worden uitgedrukt, doch bepaalt noch in art. 5 2°. B. R., noch elders, dat uitdrukkelijk in de dagvaarding moet vermeld worden, dat zulk eene partij is eene corporatie, maatschap of handelsvereeniging.

Waar de dagvaarding vermeldt wie als procureur der eische^es zal occupeeren, maar niet dat die procureur door de eischeres wordt gesteld, is dit verzuim niet van dien aard, dat de gedaagde daardoor in zijne verdediging wordt benadeeld en hij belang heeft zich van deze nietigheid te bedienen.

De eischeres „Committee of Lloyds", te Londen, in rechte optredend, moet, wanneer de gedaagde dit betwist, aantoonen dat zij behoort tot de in art. 5 2°. B. R. genoemde lichamen, die persona standi in judicio bezitten.

Het ten bewijze daarvan gedaan aanbod voorbijgegaan, omdat het gestelde feit niet voor direct getuigenbewijs vatbaar is, maar een rechtsgevolg door den rechter af te leiden uit feiten, die in deze niet zijn gesteld. Rechtb. Amsterdam. 7582. 3.

— Met het oog op de uitlegging, in het bestreden vonnis aan de dagvaarding gegeven, ontbreekt de feitelijke grondslag der twee tegen dat vonnis aangevoerde middelen van cassatie. H. R. 7607. 1.

— Na eene door den ambtenaar van het O. M., die de vervolging heeft ingesteld, op het aan dein beklaagde beteekend afschrift, der dagvaarding gestelde verklaring, dat deze acte is ingetrokken, is verdere vervolging, ter zake daarin omschreven, nietontvankelijk. Kantong. Leiden. 7612. 4.

Sluiten