Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te leveren liad, doch. ook waarheen hij moest verzenden?

Neen.

is net beding : „nicht prompte Abnahme berechtigt uns ohne Fristgewahrung vom Vei trage ab zu gehem, ook toepasselijk ■ op lico gevai, dat ae verkooper verplicht was de steenkolen naar eene bepaalde plaats te vervoeren? — jS een.

Ontslaat aneen eene werkstaking 111 de door partijen bedongen mijn van het leveringsobiigo'r — Jo<. Kechto. 'süertogenoosch. Y591. 2.

;— Wanneer iemand zich verbindt steenkolen te leveren in de maand Uecember, met bepaling dat levering 11a December uitgesloten is, levert dit een verbintenis op, waaraan slechts binnen een zekeren tijd kan voldaan worden, zoodat de schuldenaar in gebreke is door het enkel verloop van dien tijd.

Daar mitsdien scnadevergoeding, wegens niet-nakoming dier verbintenis, kan worden gevoraerd zonder ingebrekestelling, is de vordering niet alhanKelijk van de deugdelijkheid eener uitgebrachte ingebrekestelling, j wanneer de vordering althans niet bepaaldelijk op de ingebrekestelling rust.

Waar de koien per schip moesten worden aangevoerd van Rotterdam naar de oestemmingsplaats, levert de omstandigheid, dat de vaart tusschen die plaatsen in het laatst van December gesloten was, overmacht op.

Indien geheel in het algemeen „Engelsche' steenkolen verkocht zijn, .levert werkstaking der dokwerkers in één bepaalde JÜngelscne haven, geen overmacht opz ook al waren de steenkolen ter voldoening aan vroegere leveringen op hetzelfde contract, uit die haven verscheept. JRechtb. otterdam. 7595. 1.

— Al is bij een contract tot successieve levering een partij in gebreke met de nakoming van zijne betalingspiicht van sommige leverantiën, zoo stelt dit de andere partij niet vrij van de verplichting om harerzijds het contract na te komen en verder te leveren.

Waar op grond van niet-nakoming eener wederkeerige overeenkomst, bij sommatie ten verzoeke van eischer behoorlijk geconstateerd, die overeenkomst in conventie is ontbonden, kan niet op grond eener later vanwege de tegenpartij bij sommatie geconstateerde niet-nakoming door die partij ontbinding gevorderd worden, daar zij reeds had opgehouden te bestaan tengevolge van voorschreven mora van gedaagde in conventie. Been tb. Almelo. 7603. 2.

— Het eerste middel, rustende op de bewering, dat hier eene andere vordering zoude zijn toegewezen dan die, welke is ingesteld, gaat met op, daar hier niet iets anders is toegewezen dan was gevorderd, maar het in den vollen koopprijs begrepen mindere, namelijk de tot de werkelijke waarde gereduceerde koopprijs, met inachtneming van het beginsel, uitgedrukt in het 2e deel van art. 1543 in verband met art. 1640 B. W.

De bij het tweede middel aangehaalde artikelen kunnen niet zijn geschonden of verkeerd toegepast, nu den eischer het bewijs is opgelegd naar aanleiding van zijn bewijsaanbod. ïï. R. 7612. 1.

(Zie het bij het arrest a quo vernietigde vonnis in W. 7275.) —• De huren, der huizen kunnen in easu niet als maatstaf worden aangemerkt voor de .schadevergoeding wegens het niet leveren dier huizen gevorderd.

Het lijden van schade niet bewezen. Rechtb. 's Gravenhage. 7634. 2.

— Eene „prijsaanbieding" eenerzijds gevolgd door ontvangst der waren en betaling anderzijds stelt „daadwerkelijk" toetreding tot die „aanbieding" daar en schept alzoo een contract waarop nier. alsnog kan worden teruggekomen door hem die alzoo toetrad, wanneer deze toetreding als gezegd ter kemiis kwam van dengene die de „prijsaanbieding" deed.

De gedaagde in deze was dus onbevoegd om zijn „bod" ten tijde ais gelibelleerd alsnog in te trekken, terwijl eischer des ongeacht het recht behield om telkens aan gedaagde cokes toe te wijzen, welke deze verplicht bleef te ontvangen en te betalen op tijd en wijze als de voorwaarden luidden. Rechtb. Groningen. 7637. 2.

Koop. — Huurkoop. — Garantiebeding. — Pactum adjectum.

Waar met de onderwerpelijke overeenkomst de eischer beoogde het verkrijgen van den eigendom van het goed, de gedaagde de betaling van een zekere som, verliest die overeenkomst niet het karakter van eene koopovereenkomst, omdat de eigendomsovergang van het geleverde op den eischer wordt opgeschort tot na de volledige betaling van de gedaagde.

Het hier bedoelde garantiebeding is niet anders dan de wettelijke vrijwaringsplicht van art. 1510 B. W., die tot de hooldverplichtingen van den verkooper behoort en welks niet-nakoming oplevert een grond tot ontbinding der overeenkomst. Rechtb. Amsterdam. 7638. 3.

— De rechtsvordering tot schadevergoeding op grond van koop en verkoop van koeien (.slachtvee), die daarna door den verkooper zijn verkocht en geleverd aan een ander, is die van art'. 1272 B. W.

Bij deze vordering behoeft de ontbinding der overeenkomst niet tevens gevraagd te worden.

Voorafgaande ingebrekestelling ingeval de wederpartij de vervulling der overeenkomst onmogelijk heeft gemaakt, is doelloos, daar de bedrijver daardoor niet in staat kon gesteld worden, om zijn mora te zuiveren en alsnog de overeenkomst na te komen.

De „onmogelijkheid om te leveren" zou alleen teniet kunnen worden gedaan als de verkooper beweerd (of bewezen) had, dat hij bij den tweeden verkoop de voorwaarde had gemaakt, dat hem de gelegenheid overbleef toch diezelfde koeien weder aan den eersten kooper te leveren.

Onder „waren" is (art. 1554 B. W.) slachtvee te begrijpen. Bijaldien niet op den bepaalden tijd afgehaald, is de verkooper gerechtigd er zelf weer over te beschikken. Hof Arnhem 7640. 2.

— Beding „vrij aan boord Liverpool". — Levering.

Al zou kunnen worden aangenomen dat het Deding ,, vrij aan boord Liverpool" niet de uitsluitende strekking heeft den verkooper alleen te doen dragen de kosten tot en met den afscheep, maar dat het de zooveel wijdere strekking heeft in de plaats der levering wijziging te brengen, dan nog kan de verkooper geen betaling van den koopprijs vorderen op' grond van gedane levering, waar hij niet tevens aantoont, dat door voormeld beding in de wijze van levering verandering is gebracht en de levering werkelijk op de bij de overeenkomst of de wet gevorderde wijze heeft plaats gehad.

Waar het hier dus geldt koop en verkoop van waren, alleen door soort en gewicht bepaald, heeft de verkooper, al kon zelfs Liverpool als plaats van levering worden aangemerkt, ook daar niet geleverd, waar hij eenzijdig de waar gewogen en ingeladen en den kooper het cognossement heeft toegezonden, zonder dezen vooraf zijn voornemen tot en het tijdstip van de inlading mede te deelen. Rechtb. Amsterdam. 7647. 1. *—■ Beding „franco voor den wal Enkhuizen'. — Levering.

Het beding „franco voor den wal Enkhuizen" houdt niets in omtrent de plaats van levering, maar bepaalt alleen omtrent

de berekening der kosten dat deze tot voor den genoemden wal voor ver^oopers rekening, doen daarna voor koopers reke nmg zouden valien. Rechtb. Amsterdam. /64/. 1.

w a,ar net gekochte contant betaald moet worden, levert een

sommatie om het gekochte te leveren, zonder aanbod om daartegen den Koopprijs te betalen, geen voldoende ingebrekestelling op.

zoodanig aanbod kan niet geacht worden begrepen te zijn in de sommatie om te leveren „volgens conditie". Recht», üotterdam. 7649. 1.

— Ontbinding overeenkomst. — JSevenbeding. Bakkersartikelen. —- v erkoop eener affaire. Rechtb. Amsterdam. 76i>3. 3.

1499 B. W.

Ê.oop op monster — als zijnde onder een „opschortende voorwaarde' aangegaan — is niet voldongen, zoolang men liet over liet monster niet eens is.

Het niet toezenden van een monster door den verkooper moge het deiimtiet tot standkomen der door partijen beoogde overeenkomst onmogelijk gemaakt hebben en dit verzuim op zich zeiven aanleiding kunnen geven de daardoor ontstane scüade door den verkooper te doen vergoeden, het geelt geen reden om de gestelde overeenkomst te ontbinden; vermits de gevraagde schatievergoedmg een gevolg is van ae gevorderde ontbinding der overeenkomst, kan deze met worden toegewezen, waar de ontbinding niet wordt uitgesproken en de geleden schade inderdaad uit een andere bron voortspruit. Hoi Arnhem. 7655. 1.

— Om betaling te kunnen vorderen na „levering' volgens art. lóil B. W., is noodig dat de overdracht met medewerking van den kooper geschiedt of bij diens weigering, dat er plaats hebbe een gerechtelijk aanbod van de te leveren zaak, medebrengende het recht van den kooper om over het aangebodene te beschikken.

Waar de verkooper na weigering van den kooper, om de waar m ontvangst te nemen, er weder zelf over beschikt, kan niet gezegd worden dat de overdracht in de macht en het bezit van den kooper heeft plaats gehad. Hof Arnhem. 7660.1.

— Artt. 1511 en lö50 B. VV. „

Da kooper moet den koopprijs betalen bij de „feitelijke

16 W^aar' de feitelijke levering heeft plaats gehad, behoeft met ook eerst de juridieke levering voltooid te zijn, om betaling te

kunnen vorderen.

Er bestaat echter geen overeenstemming over het te verkoopen goed, ten aanzien van zijn omvang.

Hoezeer dus ontvankelijk, moet niettemin de eisch worden ontzegd. Hof Arnhem. 7665. 3.

— Plaats der betaling. — Competentie. , ,

Art. 1550 B. W. omvat alle gevallen waarin de betaling tegelijk met de levering moet geschieden, onverschillig of de betaling eerst wordt gevorderd nadat de levering reeds heelt plaats gehad.

Art. 1429 B. W. regelt alleen de betaling ten aanzien van eene zekere bepaalde zaak, niet waar het betreft een genuskoop. Hof Amsterdam. 7668. 3.

— Zie Eed. 7581. 3; Huur en Verhuur. 7540.2; H. R. 7544. 1; Lastgeving. 7530. 1 ; Overeenkomst. 7582. 2.

Koophandel. (Wetboek van) — Art. 6. H. R. 7585. 1.

— Art. 10 —. 7646. 2.

— Art. 11 —. H. R. 7590. 1.

— Art. 12 —. H. R. 7579. 1; 7646. 2; 7646. 3.

— Art. 32 —. 7609. 2.

— Art. 33 —760S. 2.

—• Art. 34 —. 7609. 2.

— Art. 40 2e lid —■. 7640. 2.

— Artt. 40—43 —. H. R. 7553. 2.

— Art. 47 —. 7620. 2.

— Art. 57 —. 7557. 1.

—■ Art. 64 —. 7546. 3.

— Art. 94 —. H. R. 7615. 1.

— Art. 100 —. 7548. 2.

— Art. 114 —. 7599. 3.

— Art, 115 —. 7605. 3.

— Art. 144 —. 7614. 3.

— Art. 148 —. 7659. 1.

— Art'. 151 —. 7607. 3.

— Art. 210 —. 7662. 2.

— Art. 214 —. 7662. 2.

— Art. 251 —. 7569. 3 ; 7597. 3.

— Art. 270 —. 7597. 2.

— Art. 276 —. 7647. 1.

— Art. 284 —. 7541. 2.

— Art. 309 —. 7665. 4.

— Art. 345 —7600. 2.

— Art. 382 •—• 7564. 2.

— Art. 384 —. H. R. 7576. 2.

Z Irt. 491 -1 7554. 3; 7564. 2 ; 7630. 2.

— Art' 534 —1 7532'. 3; 7539 . 3 ; 7642. 1; 7647. 3.

— Art. 540 —. 7532. 3 ; 7642. 1.

— Art. 545 —. 7680. 2.

— Art. 548 —. 7530. 2.

— Art. 560 v. —. 7589. 3.

— Art. 637 —. 7647. 1.

— Art. 748 —. 7665. 4.

— Art. 756 al. 2 —. 7665. 4.

Koopmansboeken. — Zie Boekenbewijs. H. R. 7624. 1. Koopovereenkomst. — Zie Makelaarsboek. 7546. .

Koopprijs. — Zie Koop en verkoop. 7612. I.

Koppenhagen & Co. (van) ca. T. Verhoeven. 76o4. 1. Korporaal. (H.) ca. gemeente Rotterdam-

Kort geding. - Zie Beslag. 7680. 3 ; Erfdienstbaarheid, im. i. Korthals Altes, ca. S. H. Stockwell. 7532. 3.

Kostelooze procedure. — De gratis-admissie, toegestaan om als eischende partij, op te treden, omvat met tevens toelating om

als verweerende partij; op te treden. t>oqj

De toelating om kosteloos te procedeerein voor den Raad van Justitie te Batavia, geeft niet het recht om hier te lande voor eene Rechtbank kosteloos te procedeeren; de streken niet voorzien van het vereischte zegel, moeten door den rechte

ter zijde worden gelegd.

De verzoeker tot interventie, geëxecuteerde, heeft geen belang om tusschen beiden te komen in de procedure tegen den derden gearresteerde gevoerd tot het doen van verklaring.

Haarlem. 7542. 3. ....

- Nu de dagvaarding is voorzien van het bewys van registrati , mag de rechter daarop recht doen, ook al is het papier daarvan — ten onrechte — niet gezegeld. j

De toelating om kosteloos te procedeeren brengt met m d het recht om het vonnis ook kosteloos ten uitvoer te leggen (art. 872 B. R.). Rechtb. Haarlem. 7630. 4.

— Zie Zekerheidstelling. 7644. 1.

Kosten. — Compensatie van —. Rechtb. Haarlem. 7536. 3.

—- Uitlegging der veroordeeling in de kosten „Veroordeelt den eischer tot betaling van 4/s 6n aen gedaagde tot betaling van '/5 der kosten van dit rechtsgeding, welke tot deze uitspraak

— daaronder begrepen de kosten oxj het interlocutoir vonnis dd. 50 Mei 1895 gereserveerd — voor het geheel worden begroot op f 460.75". Rechtb. Amsterdam. 7551. 3.

— Zie Beslag. 7594. 2; Boedelscheiding. 7558. 2; Eed. H. R. 7585. 1.; Onteigening. 7670. 3; Schuldvergelijking. 7663. 2; Voogdij. 7550. 2 ; Ziekenverpleging. 7680. 1.

Koster. (K.) ca. Visser & Co. 7592. 3.

Koster. (,W. L. H.) en 1). Beunder. Verzameling van wetten voor politieambtenaren. 7543. 4; 7655. 4; 7669. 4.

Kouwenberg. (G). qq. ca. Jhr. J. A. G. v. d. Wijck. 7590. 3.

Krabbe. (.Prof. Mr. 11.; Bijdrage over de Administratieve Rechtsspraak 7589. 4.

Kranendonk. (A.) ca. H. van IJzeldijk. 7655. 1.

Krankzinnige. — Zie Armenwet. 7529. 1.

Krankzinnigheid. — De beklaagde is niet-ontvankelijk in een beroep in cassatie tegen het vonnis, waarbij hij is ontslagen van rechtsvervolging, voo zoover betreft dit ontslag, hier gegrond op art. 37 Strafrecht.

Verwerping van het beroep voor zoover aangaat de bij het vonnis bevolen plaatsing van den beklaagde in een krankzinnigengesticht voor den proeftijd van een jaar. H. R. 7665. 3.

— Zie Eed. 7651. 2.

Kreyfelt. (C. W. A. van) ca. H. J. van Brussel. 7592. 2.

Krimpen a/dlJssEL. — Zie Plaatselij keverordening. H.R. 7576. 2.

Krüger & Wulff, ca. C. Buller.^7614. 3.

Kruiff. (G. ). li. M. de; ca. J. F. A. Lindsen. 7531. 3.

Kuilboer. (S.) ca. X. Hoogeboom. 7ö68. 3; 7586. 2.

Kuinre. — Zie Plaatselijke verordening. H. R. 7527. 1.

Kunstgreep. — Zie Bedrog. 7532. 2; H. R. 7559. 1.

Kwaadwillige verlating. — Zie Echtscheiding. 7548. 1.

Kwartjesvinders. — Zie Oplichting. 7668. 3.

Kwetsing. — Art. 1407 B. W.

Vaststelling van de schadeloosstelling in geval van kwetsing door onvoorzichtigheid.

De wet staat niet toe in zoodanig geval, boven de kosten van herstel en de vergoeding van de door de kwetsing veroorzaakte schade, ook nog schadeloosstelling te vorderen wegens geleden smart of pijn. Rechtb. Rotterdam. 7654. 1.

Kwijtschelding. — Zie Bewijsmiddelen. H. R. 7573.1 ; Inbreng. 7648. 2.

L.

Laake. (,P. B.) ca. G. J. Kamphuis. 7554. 2.

Ladder. — Zie Onrechtmatige daad. 7680. 2.

Lading. — Zie Bevrachtingsovereenkomst. 7635. 2.

Lammeren. — Zie Verduistering. H.R. 7539. 2.

Landlooperij. — Tot het weren van landlooperij vordert de wet niet, dat het „rondzwerven" zoude moeten resulteeren uit liet zonder middelen van bestaan aangetroffen worden op verschillende door de tijdsruimte van langer dan één dag gescheiden tijdstippen. H. R. 7551. 2.

— Zie Diefstal. 7660. 2.

Lang, (J. L.) ca. A. Boas. 7631. 1.

Langen. (P. van) ca. J. Wortel 7642. 2.

Langman. (H.) ca. A. Duitgenius. 11. R. 7625. 1.

Last. — Zie Legaat. 7639. 3.

Laster. — Zie /Smaad. 11. R. 7602. 1.

Lastgeving. — Waar bij dagvaarding enkel is gesteld eene lastgeving om namens den lastgever een koopovereenkomst aan te gaan, maar geenszins dat die last ook omvatte het ontvangen voor en namens den lastgever van de koopsom, is diens vordering tegen den lasthebber tot rekening en verantwoording van die koopsom niet-ontvankelijk. Hof 's Gravenhage. 7530.1-

— Rekening en verantwoording. —Artt. 771 B. R. en 1839 B. W.

De door den lastgever in consignatie gegeven goederen maken geen ontvangpost uit van de ai te leggen rekening, omdat met dergelijke ontvangst niet is bedoeld eene zoodanige als genoemd m art. 1839 B. W., welke bepaling alleen ziet op ontvangsten door den lasthebber van derden. Rechtb. Amsterdam. 7538. 3.

Hij die als gemachtigde voor een ander heeft gehandeld, is verplicht dengenen, met wien hij als zoodanig gehandeld heeft, te vrijwaren tegen de ontkenning der machtiging door dengenen voor wien hij gehandeld heeft, indien uit het gemis van het bewijs der machtiging schade zou voortvloeien voor dengenen, met wien hij gehandeld heeft.

l)it is in casu niet het geval, daar uit de omstandigheid dat de cargadoor, meenende üat de kapitein voor de schade aan de lading aansprakelijk zou zijn, vergoeding der schade had toegezegd, geen recht op die vergoeding kan1 doen ontstaan, walmeer de kapitein voor die schade rechtens niet aansprakelijk is.

Hij, die een brief ontvangt, iraarin een gemaakte afspraak wordt bevestigd en daarop het stilzwijgen bewaart, moet geacht worden met den inhoud van dien brief accoord te gaan. Rechtb. Rotterdam. 7612. 2.

— Art. 1833 B. W. — Lastgeving. —Daden van beheer of beschikking.

Art. 1833 B. W. bedoelt met „daden van beheer" kennelijk uit te sluiten niet alleen eigendomsoverdracht of vervreemding, welke slecht® ééne van de vele denkbare daden van eigendom is, maar elke daad van beschikking waartoe, in het algemeen, een eigenaar bevoegd is.

Het tweede lid van genoemd artikel strekt alleen tot toelichting van het eerste lid, doch heeft geenszins de strekking om den daarin gestelden regel te beperken.

Het vestigen van een zakelijk recht, als pand op eens anders goed, moet als een daad van beschikking worden aangemerkt, op één lijn te stellen met het door hypotheek bezwaren van onroerend goed, ook al wor't de vestiging van pandrecht m art. 1333 B. W. niet vermeld.

Tot het vestigen van pandrecht gaf de onderwerpelijke volmacht geen bevoegdheid. Rechtb. Amsterdam'. 7634. 3.

— Zie Architect. 7539. 2; Naaml. Vennootschap. H.R. 7553.2.

Lavos. (H.) ca. L. Berkel. 7607. 2.

Leembruggen. (Mevr. W. D.) ca. Holl. IJzeren spoorw. Maatsch. 7642. 1.

Leen Sr. (J. F. van) ca. T. Blaak Azn. H. R. 7575. 1.

Leening. — Zie Obligatie. 7677. 1.

Leerplicht. —■ Toepassing van de leerplichtwet. Kantong. Eindhoven. 7597. 1.

Tweede voorbeeld van toepassing der leerplichtwet. Kantong.

Apeldoorn. 7598. 3.

(Vgl. het vonnis van den kantonrechter te Eindhoven van 1 Juni 1901 in W. 7597.)

— Het procesverbaal van een arrondissement ts-.schoolopziener, be-

Sluiten