Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 7552.

dat enz.;

Concludeerende hij alzoo dat enz. ;

O. dat de eischer daarop heeft genomian eene incidenteel© con. clusie, luidende:

dat hij naair aanleiding van de door alle gedaagden voorgewende onwetendheid omtrent het alsnog verschuldigd zijn van het ter zake als bij dagvaarding nauwkeurig omschreven, door hunnen auteur verschuldigde bedrag en het op die onwetendheid gebaseerde beroep op verjaring, gebruik wil maken van de hem bij de wet toegekende bevoegdheid om zijne wederpartij, te dezen aanzien op vraagpunten te doen hooren;

dat hij wel de mogelijkheid wil onderstellen dat de 1ste, 3de, 4de, 5de en 6de gedaagde omtrent het bestaan en het al of niet te niet gegaan zijn van de schuld in quaestie inderdaad uit eigen wetenschap niet op de hoogte zijn, edoch onder bijvoeging dat bij de ten sterfhuize en ten kantore van notaris D. gehouden besprekingen, ongetwijfeld van eischers pretentie sprake moet. zijn geweest, zoodat indien de 2de en 7de gedaagde het nog niet voldaan zijn dier schuld zouden moeten erkennen, de overige gedaagden, alsdan noodzakelijk tot gelijke erkentenis zouden moeten komen, waar immers dei houding van hen, die er wel van weten, eerlijkheidshalve aan de overige tot richtsnoer strekken moet en zij dan ook in dat geval niet langer eenige onwetendheid zullen blijven volhouden; dat enz.

dat eischer daartoe wenscht te stollen de navolgende vragen : 1°. enz. ;

O. dat de gedaagden op het incidenteel verzoek hebben ge antwooird :

dat het petitum van dit verzoek luidt:

dat het der Rechtbank moge behagen bedoeld verhoor op vraagpunten te gelasten;

dat het echter voor den rechter moeilijk zal zijn hierop in te gaan, daar niet is uit te maken, wat hier bedoeld wordt,;

dat voorop wordt gesteld de bevoegdheid van iedere partij om hare wederpartij op vraagpunten te liooreni en deze ook niet betwist wordt, doch dat de eischer nu een geheel nieuw bijl de wet onbekend rechtsmiddel construeert, dat met een verhoor op vraagpunten alleen den vorm gemeen heeft;

dat toch aan den rechter wordt voorgesteld — waar djie wederpartij bestaat uit 7 personen te samen uitmakende de gezamenlijke erfgenamen van wijlen S. B. — om aan 2 willekeurig uit die 7 personen gekozenen eunige vragen voor te leggen, met het gevolg, dat de 5 anderen voor de daarop door die personen te geven antwoorden aansprakelijk zouden zijn;

dat dit iets geheel anders is dan de wet wil en het vefrhoor op de vraagpunten van 1—9 dus zeker moet worden geweigerd, terwijl enz. ;

dat waar alzoo vraag 11 de eenige vraag zou zijn, die ten deze geoorloofd kan geacht worden,, gedaagden zich gerust aan 's rechters oordeel refereeren, of er niet alle termen zijn, dat verhoor naar art. 238 al. 1 B. R. te wijzein van de hand, omdat zelfs een geheel bevestigend antwoord de zaak geen, duim breed verder zou brengen;

dat dit te meer klemt, waar art. 2010 B. W. een veel meer afdoend rechtsmiddel geeft, om erven van een overledene zich duidelijk en onbewimpeld te doen, verklaren over vorderingen tegen dien overledene, waartegen de verjaring wordt ingeroepen;

verzoekende zij mitsdien der Rechtbank om die incidenteele conclusie als in strijd' met de wet en voor zoover op dé wet gegrond, als onnoodig te verwerpen cum expcnsis;

Wat het recht betreft:

O. dat thans enkel is te beantwoorden de vraag, of de incidenteels conclusie des eischers voor toewijzing is vatbaar;

O. hieromtrent: dat de verdediging van de gedaagden voor zooverre zij den, tegen hen ingestelden eisch hebben bestreden, hierin bestaat, dat zij een beroep hebben gedaan op de verjaring bedoeld in art. 2003 B. W., tegen welk beroep den eisclierniets anders overblijft dan om aan hen op ' te dragen het zweren van den eed, bedoeld in het 2de lid van art. 2010 B. W., waaruit volgt, dat de eischer in zijne incidenteele conclusie zal moeten worden verklaard niet-ontvankelijk;

Recht doende op het incident:

Verklaart den eischer in zijne incidenteele conclusie niet-ontvankelijk ;

Veroordeelt enz.

Heit beroep in cassatie tegen dit vonnis is verworpen, bij arrest van den H. R. dd. 15 Juni 1900, W. 7466.

HOOGE RAAD. — BULLETIN.

(Bttbobbl. Kameb).

Zitting van Donderdag, 28 Februari.

Voorzitter, Mr. F. B. Coninck Likfstinq. .

I. Conclusie door het Openb. Min. genomen in zake:

1°. (cassatie). J. C. G. Kamipfraath A.Azm., qq., eischer, | advocaat Mr. B. M. Vlielander Hein, tegen Mir. O. A. Gosman c. s. qq., verweerders, advocaat Mr. W. Thorbecke.

2°. (Zie vorige zaak).

De proc.-gen. Polis concludeert in b e i d e zaken tot cassatie van het arrest van het Hof te Amsterdam en verwijzing der zaak naar dat Hof. Uitspraak 12 April.

II. Gepleit in zake :

(cassatie). A. G. van, Beest, eischer, advocaat Mir. I. M. Hijmans (gepleit door Mr. W. Tels, advocaat te Rotterdam), tegen de fabriek tot het verduurzamen van levensmiddelen te Beverwijk (voorheen W. Lepp), verweerderesse, advocaat Mr. B'. M. Vlielander Hein. Conclusie door het Openb. Min. bepaald op 14 Maart.

Zitting van Vrijdag, 1 Maart.

Voorzitter, Mr. F. B. Coninck Liefstinq.

I. Bebedigd als advocaat en procureur Mr. E. Belinfante.

II. Uitspraak gedaan in zake:

1°. (Faill. wet). Jhr. H. P. Tindal, tegen een arrest van het

Hof te Amsterdam. Verworpen.

2°. (cassatie). De Stoomvaartmaatschappij „Zeeland", eischeres, advocaat Mr. J. D. Veegens, tegen H. A. W. van Reedeqq., verweerder, advocaat Jhr. Mr. E. N. detBrauw. V erworpen.

III. Conclusie door het Openb. Min. genomen in zake: (cassatie). B. Sloots, eischer, advocaat Mr. P. J. Snel, tegen

H. Heerdt, verweerder, advocaat Mr. S. K. D. M. van Lier. Adv.-Gen. Gregory concludeert bij monde van adv.-gen. Noyon tot verwerping. Uitspraak 12 April.

IV. Gepleit in zake:

(koloniaal). M. A. Moi, h/v. J. Benschop, appellante, procureur Mr. J. J. Bergsma, tegen Ho Kon Fat c. s. qq., geintimeerdem, procureur Mr. B. M. Vlielander Hein. Conclusie door het Openb. Min. bepaald op 15 Maart.

(Strafkamer).

Maandag, 4 Maart.

Uitspraak. 1°. S. S. tegen een vonnis van het Kantongerecht te Schoonhoven.

2°. W. t. D. tegen een vonnis der Rechtbank te Leeuwarden. 3°. De Min. van Financiën tegen een vonnis der Rechtbank te Alkmaar, in zake C. S. Czn.

4°. S. L. tegen een arrest van het Hof te Leeuwarden. 5°. J. W. v. D. tegen twee arresten vain het Hof te 'sQravenhage.

Concl. O. M. 1°. H. W, c. s. tegen een vonnis dier Rechtbank te Amsterdam.

2°. H. H. O. M. tegen een arrest van het Hof te Amsterdam. 3°. P. D. tegen een arrest van het Hof te 's Hertogenbosch. 4°. Dr. M. L. tegen een vonnis der Rechbtank te Utrecht. Pleidooi. J. H. L. tegen een arrest van het Hof te Amsterdam, waarbiji hij is veroordeeld! tot eene gevangenisstraf van drie maanden ter zake van verduistering. Rapp. raadsh. Jhr. Laman, Trip; advocaat Mr. C. de Wilde Jr. uit Utrecht.

(Burgerl. Kamer).

Donderdag, 7 Maart.

Concl. O. M. Jvr. E. F. M. Gevers, wed. H. Th, Prins, eisclieres, advocaat Mr. B. M. Vlielander Hein, teigen liet Be. stuur der Registratie, verweerder, advocaat Mr. W. Thoirbecke.

Pleidooi. A. H. Siepma© van den Berg, eischer, advocaat Mr. W. Thoirbecke, tegen de firma Herklotz Com en Co., verweerderes, advocaat, Mr. J. Limburg.

Vrijdag, 8 Maart.

Uitspraak. I. N. Jansen, eischer, advocaat Mr. P. Dijckmeester, tegen den burgemeester van 's Gravenliage, verweerder advocaat Mr. W. Thorbecke.

id- Mr. B. Gewin qq., eischer, advocaat Mr. J. J. Barnet Lyon, tegen B. ten Cate qq., verweerder, advocaat Jhr. Mr. W. Th. C. van Doorn.

Concl. O. M. J. L. de Jong, eischer advocaat Mr. L. Pli. J. Wüppermann, tegen J. van Vliet, verweerder, advocaat Mr. J. Limburg.

Pleidooi. J. Jansen van Olst, eischer, advocaat Mr. H. de Ranitz, tegen G. J. Ariese, wed. Derksen, verweerderes, advocaat Jhr. Mr. E. N. dé Brauw.

BEIS! OKMINGEN, VERKIEZINGEN ENZ.

Bij Kon. Besluit van 28 Februari 1901, n°. 95, is benoemd tot griffier bij het, Kantongerecht te Broukelen-Nijenrodé, Mr. M. J. F. P. H. Erens, thans griffier bijl het Kantongerecht te Oostburg.

VERBETERING.

In W. 7551 staat in de vraag boven, hot arrest H. B. van 7 Jan. 1901: Tot het „weren", lees: „wezen"; en in, de eerste overweging van hetzelfde arrest: bevelschrift van verwijzing „in" de dagvaarding, lees : „en" de dagvaarding.

advertentien.

Bij GEBR. BELINFANTE, te 's Gravenhage, is verschenen:

Vepplichte openbaarmaking

van

Balans en Winst- en Verlies-rekening

van

Naamlooze Vennootschappen

door

Mr. G. van Slooten Az.

Tweede Uilgave.

Prys f 1.90.

Bij de Uitgevers dezes is verschenen:

GESCHIEDENIS

van de

Wet van den 140n Juli 1899

(Staatsblad N<> 159)

tot wijziging van den achttienden Titel van het WETBOEK VAN STRAFVORDERING

(Herziening van arresten en vonnissen).

Volledige verzameling van ontwerpen, gewisselde stukken, gevoerde beraadslagingen enz.

gerangschikt door

Mr. J. W. Belinfante,

Advocaat en Procureur te 's Gravenhage.

Prijs f 1.60.

Praktizijnskantoor

in een der hoofdsleden ter overname aangeboden, met solide clientèle en fatsoenlijke praktijk. Gedeeltelijk systeem-incassobureau. Gedurende een paar maanden gelegenheid ingewijd te worden. Koopsom f 3500. Yoor een bekwaam Advocaats- of Deurwaardersklerk, die zich terstond een flink bestaan verzekeren wil, een eenige gelegenheid.

Franco brieven onder letters G. B. Bureau van dit blad.

Bij GEBB. BELINFANTE te 's Gravenhage, is verschenen :

De Rechtspraak

VAN DE

Arrowtaieiits-MtM te 's&meÉap,

op grond van de Wet van 30 Sept. 1893 (Stbl. n° 146) houdende bepalingen op de Fabrieks- en Handelsmerken krachtens Koninklijk Besluit van 27 October 1893 (Stbl. n°. 156) in werking getreden op 1 Dec. 1893

UITGEGEVEN DOOR Jhr. Mr. W. C. Ouarles van Ufford,

Eertijds Subst.-Griffier bij de Arr.-Reclitbank te 's Gravenhage. VOORTGEZET DOOR Mr. C. W. Schlingemaiin,

Thans Subst.-Griffier bij gemelde Rechtbank.

Deel II Aflevering 2.

Prijs van Deel I bevattende de Rechtspraak van

1894-—1897 f 1.90

Deel II Afl. 1 (1898) .... 0.50 » II » <2 (1898 — 1899) . . . 0.80

Uitgaven van GEBB. BELINFANTE, te 's Gravenhage.

tonippn en Naamlooze Vennootschappen

en hare behandeling aan

Het Departement van Justitie,

een Gids voor Oprichters en Bestuurders,

samengesteld door

Mr. A. E. BLES,

Adjunct-Commies aan het Departement van Justitie.

Prjjs f 1.75.

Uitgaven GEBR. BELINFANTE — den Haag.

BE NEBERLANDSCHE WETBOEKEN

VAN

OUDEMAN-LIPMAN

(Verwijzingen, Inleidingen, Literatuur)

VIJFDE DBUK DOOR

Mr. P. BAUDUIN

Prijs, in linnen gebonden, f 4.90.

Mr. H. J. A. Mulder.

Nederlandsche Staatswetten

OBANJE UITGAVE Hiervan verschenen:

N°. 1. Wet Nederlanderschap, 2de druk, door

Mr. Joh. J. Bemnfante f0.50

,, 2. Veiligheidswet 0.50

,, 3. Heffing Invoerrechten 0.50

„ 4. Kamers van Arbeid 0.50

,, 5. Staat van Oorlog en Beleg 0.50

,, 6. Indische Mijnwet 0.50

,, 7. Opheff. Belemmeringen 0.50

,, 8. Revisiewet 0.50

,, 9. Leerplichtwet, door Mr. Joh. J. Belineante 0.75

„ 10. Boterwet, door denzelfden, 0.50

TEKSTÏÏITGAVEN

Wetgeving op den arbeid en do fabrieken (met een alph.

register) geb f 1.—

Arbeidswet 0.10

-——— (Besluit tot uitvoering) 0.10

Boterwet 0.10

Drankwet 0.10

Hinderwet . 0.10

Kieswet 0.10

,, Nadere wijzigingen 0.10

Leerplichtwet 0.10

Stoomiwet 0.10

— (Besluit tot uitvoering) 0.10

Veiligheidswet 0.10

(Besluit tot uitvoering) 0.10

Gedrukt bij F. J. BELINFANTE, roorh. : A. D. SCHINKEL

Sluiten