Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen voor zijn bedrijf en door de tweede eischeres tot betaling toer schulden, beide met verplichting tot inbreng en belofte van jaarlijksche rentebetaling naar vier ten honderd;

d dat hiervan melding is gemaakt in de memorie van aangifte voor de successie der nalatenschap van genoemde erflaatster;

e dat die ontvanger der registratie te Harlingen bovengenoemde bedragen heeft beschouwd als rentegevende schuldvorderingen deel uitmakende van de baten der nalatenschap en daarvan successierecht heeft geheven;

f dat dit recht ten bedrage van f 380.36 door eischers is betaald. ;

Q. dat eischers van gedaagde vorderen terugbetaling van die volgens hen niet verschuldigde successierechten op grond dat genoemde kapitalen bij het leven der erflaatster waren overgegaan in het vermogen van eischers', niet meer tot hare nalatenschap behoorden en dus niet uit haren boedel door haar overlijden waren verkregen;

O. dat de inhoud der afgegeven schuldbewijzen tusschen partijen in confesso is en dus ten processe vatstaat, en daarnaar het tusschen hen bestaande geschil moet worden beoondeeld ;

Q. dat wel in da memorie van aangifte is vermeld dat dei bewuste kapitalen waren verstrekt naar art. 1142 B. W-, maar daarvan uit de akten niets blijkt;

O. toch dat de vermelding dat zij gegeven zijn voor het bedrijf en tot betaling van schulden op zich zelve niet aantoont, dat giften, ais bij genoemd artikel vermeld bedoeld zijn;

Q. dat de giften in art. 1142 vermeld niet zijn schenkingen, maar worden alleen met betrekking tot inbreng daarmede gelijk gesteld';

Q. dkt de vermelding van de verplichting tot inbreng in geval van eene gift als in art. 1142 vermeld overbodig zou zijn, terwijl, waar zooals hier van die verplichting woirdt gewag gemaakt het begrip rentebetaling daarmede onvereenigbaar zoude zijn;

O. dat de belofte van rentebetaling en de goedkeuring van het bedteg boven dte' handteekeningen, bewijzen dat hier van niets anders sprake is als van geldleening, en deze duidelijke strekking der akten niet kan worden ontzenuwd, cioor eene veronderstelde bedoeling van de bij de handeling betrokken partijen ;

O. dat de in de memorie van aangifte voorn de successie vermelde kapitalen derhalve te recht zijn beschouwd als rentegevende schuldvorderingen deel uitmakende van de nalatenschap der erflaatster waaruit volgt, dat die kapitalen eerst bij en door haar overlijden uit hanen boedel zijn verkregen en daarvan successierecht verschuldigd was;

Oj. dat de vordering van eischers mitsdien is ongegrond;

Geizien art. 56 B. R. ;

Recht doende enz. ;

Verleent partijen akte, waarvan die is gevraagd;

Ontzegt den eischers hunne vordering en veroordeelt hen in de kosten van het geding, waarvan het tot heden aan zijde van gedaagde gevallen bedrag wordt vastgesteld op f20.72i.

KANTONGERECHTEN.

KANTONGERECHT TE HAARLEM,

Zitting van den 5 September 1902.

Kantonrechter, Mr. A. A. van der Mersch.

Wanneer op verzoek goederen worden op zicht gezonden, moet zulks als eene voorwaardelijke koopovereenkomst worden beschouwd.

Deze voorwaardelijk gesloten overeenkomst heeft geen kracht, zoolang hij, die de zichtzending heeft verzocht, zijn meening niet heeft kenbaar gemaakt, dat hij de goederen wenscht te behouden.

Niettemin volgt uit de niet-terugzending der goederen de overeenstemming, die de koopovereenkomst ten gevolge lieeft.

Waar geen van beide partijen iets heeft bewezen, drukt op hem, die de terugzending beweert, de bewijslast dienaangaande.

C. Emmeloth te Haarlem, eischeres., gemachtigde Mr. Th. de

Haan Hugenholtz,

tegen

De handelsvennootschap onder de firma Wed. Veel en Zoon te

Haarlem, gedaagde, gemachtigde J. N. Warnier.

Wij Kantonrechter enz. ;

Gezien de dagvaarding;

Gehoord partyen;

Omtrent de feiten:

Overwegende dat de vordering; van eischeres daartoe strekt, dat de ged&agdfe bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en bij: lijfsdwang, worde veroordeeld1 om aan de eiseheresse: tegen kwijting te voldoen een bedrag; van f 32.20^ met de rente van dien sedert den dag der dagvaarding tot aan de volle voldoening toe en in de kosten van het geding; op grond dat de eischeressei van: de gedaagde te vorderen heeft een bedrag van f31.50, wegens op of omstreeks den 30sten Mei dezes jaars voor gedaagde» rekening aan haar winkel in witte goederen in de Groote Houtstraat te Haarlem verkochte en geleverde drie damescorsetten, als n°. 607 ad f 13.50, rr°. 631 ad f14 en n°. 3201 ad f4, zijnde deize corsetten aanvankelijk op verzoek ter bezichtiging gezonden, ein daar zij, niet teruggezonden werden als behouden aangemerkt en dus aan gedaagde verkocht, zooals het gebruik in dbn handel medebrengt; verder een hedrrg van. 42 cent voor 1.4 meter kant ad f 0.30 per meter op 9 Mei, en een bedrag van 32j cent voor 1 dozijn fantasiieknoopen op 31 Mei verkocht en geleverd in het geheel dus f32.24£; dat da gedaagde echter tot hadlen in gebreke is gebleven dit al zoo verschuldigd' bedrag van f 32.24^ aan da eischeressei te voidtan;

dat deze zaak is eene zaak van koophandel; en dfeit dei gemachtigde der eischeresse dienovereenkomstig heeft geconcludeerd;

Q. dat d!e gemachtigde der gedaagde daarop heeft geantwoord1, dat gedaagde: de: overeenkomst, zooals die bij de dagvaarding is gesteld, ontkent, doch wel wil erkennen, dat da bij de dagvaarding bedoelde: corsetten aan haar op zicht zijn gezonden"; dat deze corsetten echter niet aan de keuze voldbden, waarna gedaagde ze direct aan eischeressei heeft teruggevonden; dat derhalve geen koopovereenkomst is to't stand gekomen, aangezien niet gekocht is;

dat gedaagde het oiverigei van haar gevorderde tot een badïag van fO.74^ erkent aan de edscheresse schuldig te zijn en dit ter

terechtzitting aanbiedt, concludeerende- dat eischeresse zal worden verklaard niet ontvankelijk in hare vordering, immers deze haar zal' worden ontzegd c. e.;

O}, dat de: gemachtigde der eischeresse daarop heeft gerepliceerd, dat zij het haar aangeboden bedrag van f O.74^ aanneemt en daarmede hare vordering vermindert, en voorts, dat de eischeiresse de corsetten op zicht heeft gezonden en toen de gedaagde die niet terugbezorgde, heeft aangenomen, dat de gedaagde die had gekocht; dat gedaagde nu zal moeten bewijzen, dat: de corsetten weer zijn teruggezonden aan. de eischeresse en concludeert, dat aan gedaagde dit bewijs zal worden opgedragen;

O. dat de gemachtigde dar gedaagde ten slotte heeft volgehouden, dat al zijn de goederen niet teruggezonden er toch niet. van eene koopovereenkomst sprake kan zijn. daar dei vereischte overeenstemming tusschen partijen niet heeft, bestaan, en subsidiair aangeboden door getuigen en alle andere: middelen rechtens te bewijzen, dat de op zicht gezonden corsetten aan eischer zijn teruggezonden;

Omtrent het recht:

'Q. dat tusschen partijen is in confesso en mitsdien ten processe vaststaat, di't de bij de dagvaarding bedoelde corsetten door da eischeresse op verzoek van de gedlaagde aan deze zijn gezonden op zicht;

dat voorts omtrent den prijs dier corsetten niet- wordt gediff iculteerd;

O. dat aan eene handeling, zooals die bij de dagvaarding is gesteld, en door de gedaagde niet is betwist, al moge dan ook daaraan ten onrechte reeds de naam. van eene koopovereenkomst zijn gegeven, niet alle. waarde kan worden ontzegd, aangezien toch partijen bedoeld hebben eene koopovereenkomst te sluiten, en die slechts afhankelijk hebben gesteld van het. tot. stand komen van eene onzekere gebeurtenis, nl. deze, of de ter bezichtiging gezonden goederen aan de Verwachting, of aan het ver langen voidedtem;

O. dat de tot standkoming dezer gebeurtenis: uitsluitend afhangt van dengeen, die de zichtzending verzocht heeft zoodat, zoolang deze zijina meening niet heeft kenbaar gemaakt, de voorwaardelijk gesloten overeenkomst geen kracht lieeft verkregen ;

O. dat dit in casu echter niet. ten gevolge heeft, dat die eischeresse niet gerechtigd is den koopprijs te vorderen, omd&t gelijk ook door den gemachtigde der gedaagde, niet is weersproken, de niet terugzending van op verzoek op bezichtiging gezonden goederen vooronderstelt eene overeenstemming die die tot stand koming der koopovereenkomst ten gevolge heeft:;

Q. <fo.t, waar door de gedaagde die overeenstemming wordt ontkend, em een beroep wordt gedaan op dè terugzending der goederen, op haar rust de last, die terugzending te bewijzen;

O, dat de gedaagde daartoe bewijs door middel van getuigen heeft aangaboden; d'at d'it bewijs bij' de wet niet is verboden, tot beslissing der zaak kan leiden en mitsdien moet worden toegelaten ;

Gelet op artt. 56 en 103 B. R. en art. 38 R. O. ;

Bevelen de gedaagde, om door getuigen te bewijzen, dkt zij vóór den 22sten Aug. jl. dei bij de dagvaarding omschreven drie damescorsetten aan de eischeresse of aan iemand van harentwege tan haren huize heeft ter hand gesteld;

Bepalen, dat dit getuigenverhoor zal kunnen worden gehouden ter plaatse, onzer gewone terechtzittingen in het Paleis van Justitie te Haarlem op Dinsdag den 30sten Sept. e. k. des namiddags ten twee urei;

Reseirveeren de kosten.

benoemingen, verkiezingen enz.

Bij Kon. Besluit van 6 Januari 1903, n°. 6, is aan Mr. L. Hertzveld, op zijn daan-toe gedaan verzoek, met ingang van 1 Februari e. k., eervol ontslag verleend' als raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem, onder dankbetuiging voor de als zoodanig beweizen diensten.

Door het Gerechtshof te Amsterdiam is, ter vervulling eener vacature van raadsheer in dat college, opgemaakt de navolgende: alphabetische lijst van aanbeveling:

Mr. T. Henny,

Mr. B. Simons,

Mr. S. Sleeswijk,

allen rechter in de Arrond. -Rechtbank te Amsterdam.

advertentien.

Te koop gevraagd

1 Weekblad v, h. Recht Jaargang 1902,

Aanbiedingen aan VAN BENTHEM & JUTTING, Algem. boekhandel Middelburg.

Bij de Uitgevers dezes is verschenen :

Onderzoek naar het Vaderschap

Beschouwing omtrent den waren zin van art. 342, al. 1 B. W. den Nederlandschen Vrouwenverenigingen teroverweging aangeboden

door

Jhi». ROCHUSSEN

Lid van den Raad van State

Prijs f 2.50

En vente ü la librairie BELINFANTE frères, La Have :

Bibliothèque coloniale internationale

Compte Rendu de la Session tenue a Bruxelles les 5, 6 et 7 avril 1899.

f 8.55.

Bij de Uitgevers dezes ziet het licht:

WET VAN 9 JUNI 1902

(Staatsblad No. 90) (Pensioenwet voor de Landmacht)

door

Mr. G. G. VAN DER HOEVEN.

Prijs f 0.50.

Deze wet is opgenomen in Muldek's Verzameling van Nederlandsche Staatswetten (oranje uitgave) onder N° 14.

Vroeger verschenen in deze Verzameling:

N°. 1. Wet Nederlanderschap, 2de druk, door

Mr. Joh. J. Belinfante f0.50

, 2. Veiligheidswet 0.50

, 3. Heffing Invoerrechten 0.50

, 4. Kamers van Arbeid 0.50

, 5. Staat van Oorlog en Beleg 0.50

, 6. Indische Myinwet 0.50

, 7. Opheff. Belemmeringen 0,50

, 8. Revisiewet 0.50

, 9. Leerplichtwet, door Mr. Joh. J. Belinfante 0.50

, 10. Boterwet, door denzelfden 0.50

, 11. Bevorderingswet voor de zeemacht, door Mr. G.

G. van der Hoeven 0.50

, 12. Pensioenwet voor de zeemacht, door denzelfdeo... 0.50

, 13. Bevorderingswet van de landmacht, door den¬

zelfden 0.50

Losse linnen portefeuilles zijn a f 0.50 verkrijgbaar.

Bij de Uitgevers dezes ziet het licht:

Burgerlijk Wetboek

met aanduiding van de hiermede In betrekking staande bepalingen in de overige Nederlandsche Wetboeken en vermelding der veranderingen en wijzigingen tot den laatsten tijd.

ZESDE DRUK

ter Gunne Uitgaaf.

Prijs f 0.90 ing., f 1.25 geb.

De herdruk van deze volksuitgave, sinds geruimen tijd uitverkocht, werd vertraagd, omdat de Wet van 6 Febr. 1901 (Stbl. u°. 62), waarbij tal van wijzigingen in het Burg. Wetb. gebracht zijn, nog niet in werking is getreden.

Nu de invoering dier wet wat lang op zich liet wachten, is de zesde druk thans aldus bewerkt, dat Let bevat èn de artikelen van het bestaande wetboek, zooals het nu nog moet geraadpleegd worden, en daarnaast de gewijzigde text.

Hierdoor zal dit werkje, het bestaande Wetboek bevattende, ook een vraagbaak zijn voor hen die de bepalingen der nog niet ingevoerde wijzigingswet wenschen te kennen.

Bij de Uitgevers dezes ziet het licht:

Het Burgerlijk W etboek,

verklaard door

Mr. O. w. Opzoomer.

VERKLARING VOORTGEZET

door

Nlr. J. A. Levy.

Veertiende Deel Eerste Aflevering. Art. 1941—1945.

Elk deel blijft tegen onderstaande prijzen afzonderlijk verkrijgbaar:

Mr. G. W. Opzoomer, Burg. Wetb., 2e dr. Dl. I f 3.50

» » » ,1 » II 6.40

.» III 5.75

» » » » » IV 7.50

» V 3.25

■> » » » » VI 3.90

» » » » » VII 3.75

» " » » » VIII 5.10

» » » » » IX 3.85

» » » » » X 4.15

»> » » » » XI 3.35

»(Mr. J. A.Levy) » » » XII 21.20

»( » )» » «XIII 3.30

»( » )» » „ XIV le 1.—

» Algem. Bepalingen, 46 dr. . . 3.10 » B. W., Deel I — XIV le afl. en Alg. Bep. 79.10 « Idem, gebonden in 14 deelen . . 93.10

Bjj de Uitgevers dezes is verkrijgbaar :

IV YS, Becherches sur 1'histoire de 1'Economie politique.

Gedrukt bij F. J. BELINFANTE voorh: A. D. SCHINKEL.

Sluiten