Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. M. J. H. B., tegen een vonnis van den Kantonrechter te Maastricht.

3°. J. A. O., tegen een vonnis van den Kantonrechter te Maastricht

4°. M. E. O., tegen een vonnis van den Kantonrechter te Maastricht.

Sub 1° verworpen, sub 2°—4° vernietigd en verwezen naar de Rechtbank te Maastricht.

II. Behandeld het beroep van:

P. d. H., tegen een vonnis der Rechtbank te Utrecht. Adv.-Oen. Noyon concludeert tot verwerping. Uitspraak

(Burgehl. Kamer).

Voorzitter, Mr. F. B. Coninck Liefsting.

Conclusie door het Openb. Min. genomen in zake:

(cassatie). 0. J. GS., Baron van Hardenbroek, eischer, advocaat Mr. J. H. Teld'ers, tegen de Mij. tot Expl. van Tramwegen, verweerderes, advocaat Mr. B. M. Vlielander Hein. Adv.-Gen. Jhr. Rethaan Macaré concludeert tot verwerping. Uitspraak 29 Juni.

BENOEMINGEN, VERKIEZINGEN ENZ.

Bij Kon. Besluit van 17 Juni 1903, n°. 11, is benoemd' tot notaris binnen het arrondissement Haarlem, ter standplaats! de gemeente Haarlem, J. Ratelband, candidaat-notarisi te Haarlem.

BERICHTEN EN MEDEDEELINGEN.

Een ambtsjubil'é.

Op dien diig, aan het hoofd van dit. blad vermeld, zijn er juist 25 jaren verstreken sedert Jhr. Mr. P. R. FSeith — bij K. B. van 24 Juni 1878 n°. 33 (W. 4251) — benoemd werd tot raadsheer in den Hoogen Raad. Te Utrecht gepromoveerd den 21sten Juni 1859 op eene dissertatie over de leer der culpa in de verbindtenissen, werd hij, na eee paar jaren lid dei- Amsterdamsche balie te rijn geweest, bij, K. B. van 29 December 1861 benoemd tot substituut-griffier bijl de Arrond. -Rechtbank te Amsterdam en bij K. B. van 21 Mei 1864 bevorderd tot rechter in dezelfde rechtbank, welk zoo belangrijk rechterlijk ambt hij dus gedurende 14 jaren had vervuld biji zijne intrede op veertigjarigen leeftijd in het hoogste rechterlijke college.

Bij de installatie van den heer Feith in 's Hoogen Raads openbare algemeene vergadering van 14 September 1878 (W. 4281) mocht 's raads toenmalige hooggeëerde voorzitter Mr. C H. Gockinga reeds wijzen op de geschriften van den nieuw benoemden raadsheer over rechtsgeleerde onderwerpen, die inruimen kring belangstelling hadden gevonden. Zij, werden later nog gevolgd door vele andere, verspreid in onze rechtsgeleerde tijdschriften en de annalen der Juristenvereeniging, waarbij te voegen zijne keurige overzichten van onze rechtsgeleerde literatuur in vroegere jaargangen van de Gids. Al deze geschriften bevestigden ten volle de goede verwachtingen, reeds opgewekt door Feith's uitnemende academische dissertatie, door zijn tegenwoordigen ambtgenoot Eijssell met groote ingenomenheid aangekondigd in de Themis van 1860 (hl. 696—704).

Aan Feith's groote verdiensten vooral op het gebied van het privaatrecht werd door de regeering herhaaldelijk eene in daden sprekende hulde gebracht. Hij behoorde tot de Nederlandsche vertegenwoordigers in de twee Haagsohe conferenties voor de regeling van sommige punten van internationaal privaatrecht, en is nu nog lid van de permanente Nederlandsche staatscommissie tot voorbereiding van te nemen maatregelen ter bevordering van het internationaal privaat recht. Voorts was hij lid der twee opvolgende staatscommisisties voor de herziening van het Burgerlijk Wetboek, lid en voorzitter der staatscommissie voor de herziening van het bewijsrecht in burgerlijke zaken. Eindelijk is hij lid van het curatorium der rijksuniversiteit te Leiden, in welke betrekking hij in 1897 's Hoogen Raad& overleden voorzitter Mr. J. O. Kist opvolgde.

Over Feith's groote en veelzijdige verdiensten ais magistraat zullen wij hier niet uitweiden. In bijzonderheden kan men daarover niet treden zonder een tipje van het geheim der raadkamer op te lichten. Zooveel echter meenen wij wel te mogen verzekeren, dat onder zijne ambtgenooten, hier het best bevoegd tot oordeelen over de erkenning en hooge waardeering van die verdiensten geen verschil bestaat.

Wij eindigen met het uitspreken van den oprechten wensch, dat het den heer Feith gegeven moge zijn nog gedurende vele jaren de plaats te blijven innemen, die hij gedurende het vierde eener eeuw met zooveel eer innam in ons hoogste rechterlijk college.

Het voorstel van Raalte c. s.

In het „Handelsblad" van 15 Juni (Avondblad, Derde Blad) wijdt Mr. C. A. Gostuan, zooals hij zelf schrijft niet geheel nieuw, aan de in 1896 tot stand gekomen wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, eetnige beschouwingen, aan het wetsvoorstel van zijn Rotteaxfomschsn ambtgenoot. Over het algemeen is Mr. Cosmam aan de strekking van het voorstel niet gunstig gezind en zou ook hij aan eene strenge toepassing van de in art. 203 opgenomen bepaling de voorkeur blijven geven. Uitbreiding van het rechterlijk personeel, ten einde bespoediging in de afwikkeling der processen te verkrijgen, acht ook bij gewenscht. Maar nu de kans daarop hem gering lijkt zwicht hij: voor den redelijken wensch, dat iets gedaan worde om den duur der processen binnen zekere grenzen te bekorten. Toch maakt het ontwerp hem te groote inbreuk

op de in 1896 aangenomen beginselen om er geheel mee te kunnen medegaan. Hij geeft daarom het denkbeeld, in overweging te bepalen, dat in elk geval de reehit er-commissaris, voor wien de verhoeren plaats vinden, tot het vonnis zal moeten medewerken. Aldus wordt het beginsel slechts verzwakt, niet geheel opgeofferd. „Verbetert zich in latere tijden de toestand waarin de rechtspraak in de groote steden met betrekking tot den aanzienlijken achterstand verkeert, dan zal men goed1 doen door weder tot het nu geldend beginsel terug te keeiren en het dan naar zijnen geest toe te passen, opdat het kunne geven wat er mede werd beoogd, te weten, den besten waarborg voor een juiste rechtspraak". Uit deze woorden, waarmede Mr. Cosman zijne opmerkingen besluit, blijkt hoe noode hij, Mr. van Raalte op den door dezen ingeslagen weg voilgt. Zijne sympathiën liggen in de andere richting.

Eene begrij,pe 1 ijke verzuchting.

Het Nederlandsche volk is toch wel uiiterst lankmoedig. Daar zijn nu sedert een paar jaren voortreffelijke Kinderwetten door eene samenwerking van alle partijen tot stand gekomen, die een eind kunnen maken aan allerlei misstanden en een zegen kunnen zijn voor het geheele land en de jeugd in het bijzonder. Week aan week, ja bijna dag aan dag wordt reikhalzend uitgezien naar de inwerkingstelling en het blijft maar steeds hoopvol wachten, wachten! Hoelang nog ?

Tijdschrift voor Armenzorg en Kinderbescherming, 20 Juni 1903.

Bureau van consultatie.

Door den Hoogen Raad is benoemd tot lid van het bureau van consultatie te 'sOravenhage Mr. J. van Praag, advocaat en procureur, daartoe in de eerste plaats voorgedragen door den raad van toezicht en discipline.

ADVERTENTIES.

De Commissaris der Koningin in de provincie Friesland roept bij deze op sollicitanten naar de betrekking van

Adjunct-commies der le klasse,

ter griffie van die provincie, op eene jaarwedde van f 1500.

Voor de vervulling van deze betrekking zullen alleen in aanmerking komen doctoren in de rechtswetenschap.

Zij die naar deze betrekking wenschen te dingen, worden uitgenoodigd vóór den 1 Juli 1903 een daartoe strekkend gezegeld adres in te dienen, onder bijvoeging van de stukken die zij ter ondersteuning van hun verzoek dienstig achten.

Leeuwarden, den dl Juni 1903.

De Commissaris der Koningin in de provincie Friesland, VAN HARINXMA TH0E SL00TEN.

Bjj de Uitgevers dezes ziet het licht :

Yereeiipw en Naamlooze Tewotsclapjen

en hare behandeling aan

Het Departement van Jnstitie,

een Gids voor Oprichters en Bestuurders,

samengesteld door Mr. A. E. BLES,

Adjunct-Commies bij het Departement van Justitie,

thans Refendaris bij dat Departement.

Tweede vermeerderde en verbeterde druk.

In dezen nieuwen dtuk heeft de schrijver niet alleen die wijzigingen aangebracht, welke door veranderde omstandighedenjioodzakelijk zjjn gebleken, maar bovendien op verscheidene plaatsen meerdere uitlegging en mededeeling gegeven, terwijl ook het aantal voorbeelden belangrijk vermeerderd is.

Prijs f 1 -75.

B$ de Uitgevers dezes verscheen:

WET OF TRACTAAT

BIJDRA.GE

tot de

Leer der Internationale Rechtseenheid

d00r

Mi». J. A. LEVY

Prijs f 2.50.

Bij het onderzoek in de afdeelingen van de Tweede Kamer der Staten Generaal van de wetsontwerpen tot goedkeuring der drie verdragen van internationaal privaatrecht, is weder de vraag ter sprake gebracht of dergelijke tractaten na de Koninklijke bekrachtiging hier te lande als wet gelden.

In verband met deze quaestiie wordt op nieuw de aandacht op bovenstaande brochure gevestigd.

Bij den Boekhandel v/h GEBR. BELINFANTE, te 's Graven ha ge, en de Boekhandel en Drukkerij v/h E. J. BBILÏj, te Leiden, is thans verschenen de tweede aflevering van

Militair Straf- en Tuchtrecht

EERSTE DEEL

GescliiéÉ wil iiet Wetboek van Militair Strafrecht

(EERSTE BOEK)

Verzameling van Ontwerpen, Stukken, Beraadslagingen enz., bijeengebracht, gerangschikt en van aanteekeningen voorzien

d00r

Mr. H. van der Hoeven

Hoogleeraar te Leiden

Deze uitgaaf van het Wetboek van Militair Strafrecht en de Wet op de Krijgstucht, bevattende de Wordingsgeschiedenis

verschijnt in afleveringen van 4 tot 8 vel (van 16 blz.) en zal den omvang van 100 vel zoo min mogelijk overschrijden. Prijs f 0.15 per vel druks bij inteekening. Na verschijning van het le deel vervalt deze inteekenprijs.

Aflevering 3 is ter perse.

Bij dezelfden ziet het licht :

Wetboek van Militair Strafrecht

EN

Wet op de Krijgstucht

met verwijzing naar de tot den tekst in verband staande bepalingen

EN MET

Alphabetisch Register

uitgegeven door

Mr. H. van der Hoeven

Hoogleeraar te Leiden

Prijs: ingen. f 0.70, geb. f 0.90

Bij de Uitgevers dezes ziet heden het licht : ERDIAlf'S

Alphabetische Naamlijst

VAN

AL DE GEMEENTEN IN HET

Koninkrijk der Nederlanden,

met aanwijzing der Gerechtshoven, Arrondissementen en Kantons, waartoe zij behooren, benevens een Aanhangsel, bevattende de veranderde schrijfwijze van plaatsnamen, volgens de nieuwe spelling,

VIERDE VERMEERDERDE DRUK

door

J. E. Erdman Ez.,

Hoofdcommies bij het Departement van Justitie.

Prijs geb. f 1.50.

Deze Alphabetische Naamlijst, welke reeds een vierden druk raag beleven, is door den zoon van den bewerker thans herzien, voor zooveel dit met het oog op de sedert tot stand gekomen vereeniging van gemeenten noodig was geworden.

Uitgaven GEBB. BELINFANTE — den Haag.

BE NEDERLANDSCHE WETBOEKEN

van

OUDEMAIV-LIPMAIVr

(Verwijzingen, Inleidingen, Literatuur)

VIJFDE DRUK

d00r

Mr. 1=*. Bja.XJ33UI]\r

Prjjs, in linnen gebonden, f 4.90.

Elk deeltje afzonderlijk a f 1.25 ing., f 1.75 geb.

Bij de Uitgevers dezes is verschenen :

Dogmatische echtswetenschap

d00r

Mr. M. E. MEIJERS.

Prijs f2.—.

Gedrukt by: F. J. BELINFANTE, voorh. A. D. Schinkel.

Sluiten