Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Woensdag, 2 September 1903

N° 7943

WEEKBLAD VAN HET RECHT

VIJF -EN-ZESTIGSTE JAARGANG —

JUS ET VERITAS

T, ~ jmgms per ,u fU, Z Se**,. - ft*. *,

/ (.15, ^ ^ 50 «. - HeoUerm u^raken ,er pla„,sing fnmo «. * Uitgever. Bo^uLl G„„ Beliwfante, » \ orlz'

( a e yrfm^n Ên fer bespreking franco aan de Redactie te Utrecht (Sta. straat 11).

Het auteursrecht voor den inhoud van dit. RlnA «vw# .. ... . ™_. . .

— — »<"■<*« weow u uvereemomsng ae wei van *2» jmki 1881 (atM. n°. 124).

Een nieuw Wetboek van Strafrecht.

Met 1 Januari 1904 zal in het Koninkrijk Noorwegen een nieuw Wetboek van Strafrecht worden ingevoerd dat 22 April 1902 door de Storthing werd aangenomen en eene maand later, 22 Mei 1902, tot wet werd verheven. Dit Wetboek is voornamelijk het werk van den bekenden Noorweegschen criminalist Dr. B. Getz, destijds procureur-generaal te Christiania, overleden in 1902 (1). Hij was voorzitter van eene in 1885 benoemde commissie voor de samenstelling van een nieuw Strafwetboek en het voorloopige ontwerp, in 1887 verschenen, was hoofdzakelijk van zijne hand. Na eene langdurige voorbereiding in den boezem der commissie verscheen in 1896 het definitieve ontwerp met de daarbij behoorende toelichting. Dit ontwerp werd, in het Duitsch vertaald door Dr. Ernst Rosenfeld en Andreas Urbije opgenomen in de Sammlung Ausserdeutscher Strafgezetzbücher, behoorende bij het Zeitschrift für die gesammte Strafrechtswissenschaft en verscheen daarin in 1898. Het thans afgekondigde en weldra in te voeren Wetboek stemt in alle hoofdbepalingen met het ontwerp

overeen; ue dij ae parlementaire behandeling aangebrachte wijzigingen zijn van ondergeschikt belang (2). Van het Wetboek zelf verscheen thans eene Fransché vertaling van du Mouceau, procureur van de Republiek te Beaune, aan welke vertaling de hoogleeraar te Parijs Garcon eene interessante voorrede deed voorafgaan. Wij wenschen thans aan onze lezers enkele mededeelingen te doen omtrent den inhoud van het nieuwe Wetboek, dat ongetwijfeld om vele van zijne bepalingen de belangstelling ook van onze rechtsgeleerden ruimschoots verdient. Wij gebruiken daarbij de zooeven genoemde Fransché vertaling, de eenige die te onzer beschikking staat, al mogen wij de opmerking niet terughouden, dat zij ons niet in alle opzichten betrouwbaar en nauwkeurig lijkt. Eigenaardig is o.a., dat bij de inhoudsopgave eenige malen eene verwijzing geschiedt naar eene bepaling van het ontwerp, in het Wetboek niet overgenomen en door eene andere vervangen. Sommige artikelen lijken ons weinig gelukkig vertaald en de Duitsche vertaling van het Ontwerp verdient stellig de voorkeur. ,° , 'aat er tusschen den tekst van enkele artikelen, a,SJEr,ANN dl6n g6eft' en de Fransche vertaling Il ? /VereellStenlming' Intusschen het is ons slechts te doen om den hoofdinhoud van het Wetboek

en daarby doen mogelijke onjuistheden in de details weinig schade.

Het Wetboek is als het onze in drie boeken of deelen verdeeld waarvan het eerste de algemeene bepalingen bevat het tweede en derde de omschrijving der bijzondere strafbare feiten inhouden. Naar ria

o o j i van

8 - woiden de strafbare feiten in twee groepen verdeeld

aangeduid met de namen Forbrydelser en Forseelser'.

In de Duitsche vertaling lezen wij daarvoor Verbrechen

en Uebertretungen, in de Fransché crimes en délits. Het

is moeilijk te zeggen, welke van de twee namen, voor de

6 ^asse van stra-fbare feiten gekozen, de juiste is, om-

zeker*2 maatsta^ voor de verdeeling van de straf bare feiten

voor 1" S® an<lere is dan die bij ons is gebruikt

tredino-pn °n ersc,leiding tusschen misdrijven en over-

fi otrafh' 6 aan8ehaalde tweede paragraaf onderscheidt de faten „nvoutli „J de»

het wetboek hebben en b „ veiJ J '

feite", b» ,pee,.Ie onsch M Je o|

andere klas» „Urn beho.ren, >anded

gestelde straf. Raadplegen wii T j i , '

■üü^k i j • •• , •> "et derde deel van het Wetboek, dan zien wtj dat daarin naast straf bare feiten, die onze wet als overtredingen beschouwt - wij noemen

J2 V^-Te ^ l8. het ?verzicht het Noorweegsche btrafieoht in La legislation penale oomparée, bl. 494 vW

(2) Eene vergelijking tusschen Ontwerp en Wetboek geeft Ieichmann m Gerichtssaal, dl. 62 bl. 178 vlgg.

1- 1 . O f*f>A

biecatb Q öóZ corrpsnnnH^övd^/i JSQ«

" v^nu uieii vuio ai t. fuu — ia,i

van feiten voorkomen, ongetwijfeld door onzen wetgever terecht onder de misdrijven gerekend. De voorbeelden liggen voor het grijpen; § 330 te vergelijken met ons art. 140; § 343 met onze artt. 198 en 199; § 384 met ons art. 306; § 399 ons misdrijf van strooperij behandelend. Zoowel uit den aard van deze vAr.Qr»hiIlpnHp atrafharo

feiten als uit de daartegen bedreigde straffen blijkt voldoende, dat hier niet aan zoogenaamd politie-onrecht te denken valt en zeker is het, dat het derde deel van het Noorweegsche wetboek strafbare feiten van zeer uiteenloopend karakter bevat, waarvan een gedeelte onder de wanbedrijven, délits of Vergehen, een ander onder de overtredingen zou kunnen thuis behooren. Vreemd is daarbij de bepaling van § 49, volgens welke bij de strafbare feiten, in het derde gedeelte behandeld, de poging niet strafbaar is. Daarvoor ontbreekt o. i. elk redelijk en denkbaar motief.

Ongetwijfeld het belangrijkste deel van elk strafwetboek wordt gevormd door de bepalingen omtrent de straffen. Het Noorweegsche verdient vooral daarom onze aandacht. De doodstraf, die sinds jaren niet meer werd toegepast — de laatste executie dagteekent van 1875 — is uit het Wetboek verdwenen. De voornaamste straf

is natuurlijk ook hier de vrijheidsstraf, waarvan het Wetboek twee soorten kent, en wel Foengsel en Hef te.

e uitsche vertaler gebruikt hier de termen Gefangniss en Haft, de Fransché réclusion en emprisonnement, doch ondei de opmerking, dat deze woorden slechts op eene

uiivuimaaKie wijze ae Noorweegsche uitdrukkingen weergeven. Prof. Garjon merkt in zijne inleiding op, dat die uitdrukkingen, welke in het Noorsch eene speciale en scheip begrensde beteekenis hebben, niet nauwkeurig in het Fransch zijn weer te geven. Wij zouden de beide uitdrukkingen, kunnen vertalen met tuchthuisstraf en gevangenis of met gevangenisstraf en hechtenis. Beide vei talingen zijn verdedigbaar doch zeker ook onnauwkeurig. De Noorweegsche Hef te is immers van veel ïuimere toepassing dan onze hechtenis en staat eigenij meer naast dan onder de Foengsel. Zij kan, terwijl het maximum van deze laatste als regel is 15 jaar, doch ook kan woiden opgelegd voor 20 jaar en voor levenslang, worden opgelegd tot een maximum van 20 jaar, terwijl het minimum voor beide gelijkelijk op 21 dagen is gesteld. Het onderscheid tusschen beide straffen kan worden gekend uit de bepaling van 8 9.9. volgens welke twoo

~ O — — ? o

dagen Hefte gelijkstaan met een dag Foengsel, zoodat

net in ae bedoeling ligt dij de volgens § 2b nader vast te stellen regelen aan de tweede straf een intensiever

karakter te geven dan aan de eerste en voorts uit de

oepaung van § oU, volgens welke aan eene veroordeeling tot Foengsel voor een zekeren duur. het verli PS van

bepaalde rechten per se verbonden is ; eindelijk uit het belangriike voorschrift, van 8 24 dat wanneer rlo l-'r.,-,,

de eenige bedreigde straf is, deze kan worden vervangen door de straf van Hefte voor denzelfden tijd, indien de omstandigheden toelaten aan te nemen, dat de handeling niet uit eene eerlooze gezindheid (de Duitsche vertaling «ehrlose Gesinnnno-» in kt. hipr betpr Han ri^

. o "y —« wc i ïaiiöuuc,

ontention mauvaise») gesproten is. Vooral uit deze laatste epaling blijkt, dat de Hefte eenigermate als eene cush° (]'a ',0nesta> in elk geval als eene niet-onteerende straf e oe d is. Eigenaardig daartegenover, en naar Prof. AEgON ook opmerkt, niet bepaald consequent, is de epaling, volgens welke de veroordeelde verzoeken kan e over hem uitgeproken straf van Hefte in de straf van oengse om te zetten en dit zelfs in den verscherpen voim, ien § 19 van die straf kent. Die verscherping + T* onS^an 'le*1 en^e^ ontvangen van water en brood 'n het slapen op eene harde bank tot oU dagen. Een dag van de eerste straf, twee van de laatste staan gelijk met drie dagen van die straf in haar niet verscherpten vorm. De verscherping kan worden uitgesproken door den rechter of toegepast worden op verzoek van den veroordeelde. Deze heeft het dus in zijn hand de hem opgelegde straf aanmerkelijk te doen ver¬

korten door haar in den zwaarst mopeliikpn vo.™

ondergaan. Is hij tot Hefte veroordeeld, b.v. van vier maanden, dan kan hij die straf boeten door het ondergaan van 20 dagen Foengsel met enkel wateren brood. De Noorweegsche wetgever is daarbij kennelijk uitgegaan van de gedachte, dat het voor vele veroordeelden en hunne gezinnen van groot belang kan zijn, indien zij zooveel spoediger tot hun arbeid kunnen terugkeerenhet door hem zelf gemaakte onderscheid tusschen beide straffen heeft hij aan de verwezenlijking van die gedachte opgeofferd.

Als hoofdstraffen kent het wetboek verd Pr nnrr rl a

geldboete en voor enkele bijzondere gevallen het verlies van openbare betrekkingen. Voor de beide groepen van strafbare feiten zijn de minima en maxima der geldboeten verschillend; 3 tot 10.000 kronen en 1 tot 5000 kronenIn het ontwerp kwamen in § 27 nog uitgebreide voorschriften voor omtrent de bepaling van het bedrag der geldboete in verband met den vermogenstoestand, speciaal met het inkomen van den veroordeelde. Deze bepalingen zijn volgens de Fransché vertaling uit het Wetboek verdwenen ; volgens den text, die Teichmann geeft, ingekort tot het uitspreken van het beginsel. De rechter zal moeten letten op den vermogenstoestand van den veroordeelde en op de mogelijkheid voor hem om te betalen. Naar § 28 kan volgens later door den Koning vast te stellen voorschriften aan den veroordeelde machtiging worden verleend om de geldboete in termijnen te betalen of om haar te vervangen door arbeid in dienst van den staat. Geschiedt noch betaling, noch arbeidspraestatie, dan wordt het bedras door dwanc incnavnrHprrl •

is ook op deze wijze geene betaling te verkrijgen, dan volgt subsidiaire vrijheidsstraf.

Onder de bijkomende straffen ontmoeten wij, behalve de reeds vermelde ontzetting van rechten, het verbod om op eene bepaalde plaats te wonen of binnen zekeren afstand van die plaats. Dit verbod kan worden gegeven, wanneer de tegenwoordigheid van den veroordeelde op die plaats gevaarlijk is voor een's ander's persoon ot goederen, op grond van den aard van of de motieven voor de handeling, die tot de veroordeeling voerde. Belangrijk is voorts de bepaling van § 36, volgens welke de uit een strafbaar feit te behalen winst of eene daarmee overeenkomende geldsom kan worden verbeurd verklaard hetzij ten laste van den schuldige, hetzij ten laste van' hem, ten wiens behoeve de veroordeelde heeft gehandeld. Daarvoor is niet eenmaal noodig, dat eene strafvervolging

ïngesteia is 01 Kan worden ingesteld. Is van een strafbaar handelen een gewoonte gemaakt, dan kan de verbeurdverklaarde som berekend worden naar de vermoedelijke winst met het bedrijf gemaakt. Indien de benadeelde persoon geenerlei schadevergoeding van den veroordeelde kan krijgen, zal het verbeurdverklaarde bedrag, dat anders in de schatkist vloeit, zooveel mogelijk worden besteed om hem die vergoeding te verschaffen. De Noorweegsche wetgever heeft met deze bepalingen een bescheiden begin gemaakt ter vervulling van den van vele zijdea uitgesproken wensch, dat de strafwetgever niet onverschillig zou blijven voor het lot van den door het misdrijf ge^ troffene, maar de strafrechtelijke maatregelen mede zou dienstbaar maken aan de vergoeding van de door dezen geleden schade.

Aan dien wensch is ook nog od eene andpro nlaato

gedacht, nam. bij de regeling der in de §§ 52-55 erkende

voorwaardelijke veroordeehng. Wanneer de rechter veroordeelt tot eene geldboete, tot eene hechtenis van ten hoogste zes of eene gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden, kan hij bij het bestaan van bepaalde verzachtende omstandigheden de nnO^Vinrtinrf tmin /-Ir»

w vuig V CXll uc

straf bevelen. In het tweede lid van 8 52 worden nu

—1- ... i- 1 , 0

","uu"euue omsianoigneden vermeld, welke den rechter

tot dit besluit kunnen leiden pn dftflrnnHor r»r»L-

J —" VM.V,. uuu. IICD

feit, dat de schade aan den benadeelde door den schuldige

irorrrnarl ia . 1 .

to ui uum ueaen aangeboden is die terstond binnen de grenzen van zijn middelen t,p vpro-no^an »nnLi...

« --- — uxz icuiuer

kan die vergoeding tot voorwaarde van de opschorting

Sluiten