Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N». 7950.

ARRONDISSEMENTS-RECHTBANKEN

ARRONDISSEMENTS RECHTBANK TE AMSTERDAM.

Eerste Kamer.

Zittia~j van den 27 October 1902.

Voorzitter, Mr. A. Wichers Hoeth.

Rechters, Mrs.: P. J. Bijleveld en R. L. Scholten.

Verzet tegen de uitdeelinslijst.

Volgens het stelsel der Faillissementswet, vormt elke uitdeelingslijst een zelfstandig geheel en kan legen elke uitdeelingslijst het bij art. 184 Fw. gegeven middel van verzet worden gebezigd; door het niet opkomen tegen eene vorige uitdeelingslijst, wordt het recht van verzet tegen eene latere niet verwerkt.

Verschillende beoordeeling der gegrondheid van het verzet in verband met het belang van den sclmldeischer bij eene wijziging der uitdeelingslijst.

De Rechtbank;

Gezien de eenige uitdeelingslijst in het faillissement van P. H. Steenbergen, door den curator in dat faillissement opge maakt den Óen September 1902, door den Rechter-Commissaris 111 dat faillissement goedgekeurd den 8en September 1902 en op denzelfden dag door den curator ter Griffie dezer RechtbanK gedeponeerd;

Gezien het bezwaarschrift tegen die uitdeelingslijst van J. W. van Lier, echtgenoote van P. H. Steenbergen voornoemd, wonende te Amsterdam, bijgestaan en gemachtigd door haar voornoemden echtgenoot dd. 17 September 1902, alsmede de op dat bezwaarschrift voorkomende beschikking van den Rechter-Commissaris van den 19en September d. a. v. houdende, dat het bij dat bezwaarschrift omschreven verzet tegen gemelde uitdeelingslijst zal worden behandeld ter openbare terechtzitting dezer Rechtbank en Kamer van 29 September (.902;

Gehoord op laatstgemelde terechtzitting het door den Rechter-Commissaris, Mr. S. Sleeswijk opgemaakt schriftelijk rapport, uitgebracht bij monde van den rechter Mr. P. J. Byleveld;

Gehoord de opposante in haar mondelinge toelichting bij monde van den procureur Mr. H. J. Rijshouwer, alsmede den curator in zijne verdediging der opgemaakte uitdeelingslijst, waarna door de Rechtbank werd bepaald, dat de beschikking op heden zal wordeiï gegeven;

Overwegende, dat onder de rubriek „uitgaven" op meergemelde uitdeelingslijst als faillissementskosten voorkomen o. a.:

Verschotten van den procureur Mr. J. van Raalte in de procedure, door den gefailleerde gevoerd tegen den curator en den Burgemeester van Amsterdam f 12.30

Declaratie van Mr. .T. Limburg i

schot wegens deze procedure in cassatie gevoerd - 160.5a

ö., dat de rubriek „Ontvangsten ' op gemelde lijst eenig en alleen het volgende bevat:

„Door den curator zijn ontvangen van de gemeente Amsterdam :

op 14 April 1900 het tweede kwartaal van 1900 van

het ambtenaarspensioen van den gefailleerde f, 310.75

op 4 Augustus 1900 het derde kwartaal van idem... - 310.75

n ,i„t a Te zamen f 621.50 O. dat de opposante, die m het faillissement van haar voornoemden echtgenoot als creditrice voor een bedrag van f 959 .

werd toegelaten, tegen de uitdeelingslijst tijdig in verzet gekomen bij haar bezwaarschrift, voormelde uitgaven heeft bestreden, op grond dat Mrs. van Raalte en Limburg niet als crediteuren zouden zijn erkend en geverifieerd in het faillissement alsmede op grond, dat het proces, gratis door den gefailleerde gevoerd, voor dezen gunstig afliep;

O dat opposante buitendien wijziging der uitdeelingsliist gevorderd, op grond, dat er van eenige rangregeling waaruit aan iemand, zoowel den curator als den erkenden crediteuren iets ten goede komt, geen sprake kan zijn, omdat, wat als ontvangst wordt aangemerkt, geen ontvangst is, daar die ge sommen ad f 621.50 buiten het faillissement zijn gevallen, zooals ten aanzien van het vierde kwartaal pensioen 1900 be.

Slist werd flnnr rlon TT T> J _. vr i i , , ..

Maart 1Q09 7iY u - uei ^eaeriancten Dij arrest van Y

Mei 1909 J en blJ von'ns dezer Rechtbank 2e Kamer van 30 Mr W p86»,"? tusschen den gefailleerde als eischer en

w«"Vtt'wSÊ„l3,™vhT d.t dl.

at iSi

lijst, zooals opposante toegeeft ' de feniw T Ultdeelingslailhssemênt ziin de twee kwartnl ontvangsten in dit

Jen gefailleerde door dm «wartalen ambtenaarspensioen van van de gem^te ^

ontvangen, alüumTdoor' htm ntet^aïa "'ont™?gen 2ÜR boedel mogen zijn gebracht, doch de

persoonlijk gerechtigd was geweest tnf ?l uitsluitend

:uTksdookeb-t0egeken.de kwartalen' amktenaarspeniSoen."zooals

«h,t <■-

verifieerd' T f te heslis^\s, of opposante, ge-

rechte als ?nnrio«- •• 6 ,, > UUUI aen curator ten on-

afgevoerd; Z1^n verme^# vai* de uitdeelingslijst worden

de uitdeelingsliist ™ ^en re§e' een schuldeischer zich tegen verantwoord, doch daJerze*'^en °- a- omdat niet alle baten zijn toelaat en verzet in pon W?t ihet recllt van verzet onbeperkt O., dat een dergeliik g6 , het onderhavige niet uitsluit; al moge hij, — gelijk in ^eizet "en schuldeischer toekomt, ook opposante nimmer sprake^?,- fj Va° eeniêe nitdeeling aan wordt al of niet —als schuldei™Weelingslijst gewijzigd wijziging hebben; geen geldelijk belang bij die

O., dat immers dat belang onrlQ>„ , .

ten grondslag liggen aan het imtï aant^? beginselen, a. neergelegd in art. 123 Faill wet d' van failhssement °-

"T laniissement — hetwelk een "8B1' uat

ten des boedels optredende, niet alleen in de verplichtingen, doch ook in de rechten van den gefailleerde treden, dien zij als het ware vertegenwoordigen;

O., dat uit het vorenstaande volgt, dat opposante terecht in verzet is gekomen tegen de eenige uitdeelingslijst in meergemeld faillissement, wat de posten ,,Ontvangsten" betreft en dat hieruit wederom volgt, zooals opposante ook vordert, dat de eenige uitgaven, te weten al de faillissementskosten tot een gezamenlijk bedrag van f 621.50, die immers slechts kunnen worden voldaan uit baten, die thans gebleken zijn geen baten des boedels te zijn, moeten komen te vervallen:

Gezien de toepasselijke wetsartikelen;

Beschikkende op voormeld bezwaarschrift:

Wijzigt de eenige uitdeelingslijst in het faillissement van P H. Steenbergen in dier voege:

„Dat de ontvangsten worden uitgetrokken op nihil;

Dat wijders de zinsnede, op die lijst vookomende en luidende als volgt:

,,Daar de baten slechts toereikend zijn tot voldoening der faillissementskosten, kunnen de boedelschulden niet worden vol, daan".

Worde gelezen als volgt:

„Daar geene baten aanwezig zijn, kunnen noch de faillissementskosten, noch de boedelkosten worden voldaan".

Vacantiekamer.

Zitting van den 15 Juli 1903.

Voorzitter, Mr. J. Déking Dura.

Rechters, Mrs.: Jhr. W. C. Quarles van Ufford en J. -h-ruseman.

De Rechtbank;

,^ez*en stukken, waaronder de zesde uitdeelingslijst in het iailussement van E. B. von Duimen Krumpelman, ter Griffie dezer Rechtbank neergelegd 18 Juni 1903 en een bezwaarschrift

Or> 9.F, .Tnni IQfYZ /? » n u i. .1- . TA IV. 1

L- — ^ w.*** iictmeiis \Jr. a. öeiiiui st, weuuwe u. DianKen te

Amsterdam, tegen die uitdeelingslijst ingediend;

Gehoord het rapport van den Rechter-Commissaris in gemeld faillissement;

Gehoord de mondelinge toelichting van gemeld bezwaarschrift, namens opposante door Mr. M. R. Cohen;

Gehoord de door den curator Mr. J. C. Post voorgedragen verdediging van genoemde uitdeelingslijst;

Gehoord de conclusie van het Openbaar Ministerie, strek'ende tot niet-ontvankelijk-verkl&ring van het verzet en verooraeeling van opposant in de kosten;

Overivegende, dat in genoemd bezwaarschrift opposante, als schuldeischeres verzet deed tegen voormelde uitdeelingslijst, op grond dat onder de ontvangsten zijn opgenomen vier kwartaen e ad f 147.22 van het door den gefailleerde genoten pensioen, oewel daarop geen korting kan worden verleend ten be~ loeye van particuliere schuldeischers, ingevolge het Koninklijk Besluit van 13 April 1898 no. 54 en de curator aan art. 22 ai .-wet geen recht kan ontleenen om het den gefailleerde toekomend pensioen te innen •

O., dat de curator de ontvankelijkheid van dit verzet heeft betwist, op grond, dat opposante haar recht om tegen deze uitdeelingslijst in verzet te komen, zou hebben verwerkt, doordat zij niet is opgekomen tegen de vorige in dit faillissement gedeponeerde uitdeelingslysten, waarin bedragen van geljjken oorsprong onder de baten waren opgenomen;

O., dat de Rechtbank dit gevoelen niet deelt, daar volgens het stelsel der Faillissementswet iedere uitdeelingslijst een zelfstandig geheel vormt en tegen elke lijst het bij art. 184 Faill.wet gegeven middel van vRrmf i,„„ .

u., flat.de opposante haar verzet grondt op den aard van bepaalde baten, die onder de activa op gemelde uitdeelingslijst zijn opgenomen en wel van een deel van des gefailleerden pensioen, onder bewering, dat de curator daarop geen recht kan doen gelden ; r

O. daaromtrent, dat de curator verplicht is in het belang van den boedel alle baten te verantwoorden en onder de credieuren te verdeelen, terwijl deze tegen de uitdeelingslijst kunnen in verzet komen, als zij dit noodig achten tot handhaving van hunne rechten en belangen, die middellijk of onmiddellijk door het verbindend worden van de uitdeelingslijst zouden worden geschaad •

O. dat de in het bezwaarschrift gemelde bedragen, die — zooals door den procureur van opposante is toegegeven, — zooal niet met de volle instemming, dan toch met de medewerking van den gefailleerde ter beschikking van zijne crediteuren worden gesteld, als baten op de uitdeelingslijst behooren voor te komen;

O., dat het verzet van een schuldeischer tegen de uitdeelingslijst alleen kan gegrond zijn op zijn belang bij eene wijziging en dat belang nooit kan gediend worden door het afvoeren°van baten van de uitdeelingslijst, waardoor het actief wordt verminderd en de belangen der andere crediteuren, die bij de behandeling van het verzet ter terechtzitting niet worden opgeroepen, belangrijk worden geschaad;

O., dat dus het voorkomen van baten op een uitdeelingsliist voor een credifpnr in hof failliQQAmaTif

giuuu

voor verzet tegen die uitdeelingslijst kan opleveren en het verzet derhalve is ongegrond;

Recht doende:

^ \ erklaart het verzet ontvankelijk, doch ongegrond en dat er geen termen zijn de voornoemde uitdeelingslijst te wijzigen.

faillissement — hetwelk een .„rü '.^="™igen, aa £elipnlo -n . gerechteliik beslacr i« rvn

Kik; ^ aillferde" ten behoeve ziiner .e^n

%e schuldeischer.

het

voor de rech-

(1) W. 7731.

Tweede Kamer.

Zitting van den 14 November 1902.

Voorzitter, Mr. J. J. A. L. Beuns.

Rechters, Mrs.; Jhr. J. C. Reijnst en C. van der Zweep.

Z°°lliikp na ,ontbindin9 der huwelijksgemeenschap, de feitevlnr,? ïeUng van den (lemeenen boedel nog niet heeft iiM» 1 af- en overgifte van op het Grootboek

pxp sc reven kapitalen, tot dien boedel behoorende, ter Tt j "an vonnissen ten laste van een der deelgeGfitigden, niet gevorderd worden.

H ^WtntST <>nen^e ^ Amsterdam, eischeres, procureur Mr. J. d6t? Amsterdam dt,Pr00tboe^n ^ Schuld, gevestigd

pwuteui mr. u. n. JVTON JR.

Red. De Rechtbank;

Gelet op de conclusie van het Openbaar Ministerie, strekkende tot niet-ontvankelijk-verklaring van eischeres in hare vordering, met hare veroordeeling in de proceskosten;

Gezien de stukken;

Overwegende ten aanzien der feiten:

dat de eischeres-gedeclareerde bij dagvaarding van den deurwaarder C. A. Colder, op 8 Juli 1902 uitgebracht, heeft gesteld: dat de eischeres bij exploit van de Arrond. -Rechtbans van den 11 Juni 1902 uit ki&chte van het daarbij beteekend vonnis van de Arrond.-Rechtbank te Rotterdam tem laste van O. Wienius, ook wel genoemd Wienjes, wonende te Rotterdam, onder dé gedaagde heeft doen leggen executoriaal derden beslag en wel voor een bedrag van f 654, onverminderd kosten;

dat voormeld exploit aan voornoemden Wieinjus is; beteekend bij exploit van den deurwaarder A. J. O. Harcksen van den 17 J uni 1902 en sedert meer daji acht dagen zijn veiloopen zonder dat C. Wienjus voornoemd tegen het daarbij gelegd beslag in verzet is gekomen;

dat nu in het Grootboek der Nationale Schuld, rentende 3 °/, is ingeschreven ten name van eischeres J. Köring, gehuwd met

1 „Ü,.„ T> 1-1 rv , ,

Vï-rciijus, uimw itJtuer r>, ueei y, no. zöóó '/5, jn een kapitale som van f 1200 en onder letter B, deel 9, no. 2532 1L, in een kapitale som van f 1450;

dat blijkens het aan gedaagde bij exploit van den deurwaarder C. op den 11 Juni 1902 beteekende vonnis, door de Arrond.Rechtbank te Rotterdam 23 Oct. 1899 gewezen, het huwelijk tusschen eischeres en voornoemden C. Wienjus, met wien zij in gemeenschap van goederen was gehuwd, door echtscheiding is ontbonden;

Op welke gronden wordt gevorderd dat mitsdien eene schriftelijke en door de gedaagde onderteeikende verklaring zal worden afgelegd van hetgeen zij van voornoemden Wienjus onder zich heeft of aan dezen verschuldigd is; voorts dat, nadat die verklaring door haar zal zijn afgelegd en door de eischeres goedgekeurd, of ingeval van tegenspraak, door de Rechtbank zal zijn bepaald hetgeen de gedaagde onder zich heeft van of verscnuldigd is aan voornoemden Wienjus, by vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld om zoodanige gelden of/en goederen aan de eischeres af te geven of/en ter executie over te geven, onder aftrek in het eerste geval van de aan de zijde van de gedaagde gemaakte kosten tot liet doen der verklaring;

Wijders gedaagde, bij gebreke van het doen der gemelde verklaring, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld tot de voldoening van het bedrag der vordering, waarvoor het beslag is gelegd, met de interessen en kosten, evenals ware zij daarvan zuiver schuldenaar, met veroordeeling van gedaagde in dat geval in de proceskosten;

Eindelijk de gedaagde zal worden veroordeeld dat deel van de voormelde op het Grootboek ten name van J. Köring, echtgenoote van C. Wienjus, ingeschreven kapitalen, dat door den rechter zal geoordeeld worden toe te komen niet aan C. Wienjus, maar aan eischeres, als in gemeenschfp met C. Wienjus zijnde gehuwd geweest, over te schrijven ten name van eischeres;

O. dat de eischeres-gedeolareerde heeft geconstateerd overeenkomstig de dagvaarding en de gedaagde-declarante daarop bij, dooi- den directeur van de Grootboeken der Nationale Schuld persoonlijk medegeteekende conclusie van antwcord, heeft doen zeggen:

dat de declarant® bereid is om de bij dagvaarding en conclusie van eisch van haar gevorderde verklaring af te leggen en zij mitsdien bij deze verklaart:

..In het Grootboek der National» Sclml 1 7, o/ in.-,.,

onder Letter B deel 9, no. 2533, in dato 1 Maart 1896 ingeschreven en stond ten dage van het op den 11 Juni 1902 ten verzoeke van de gedeclareerde onder de declarante geleed executoriaal bslag en staat bij het afleggen dezer verklaring nog ingeschreven een kapitaal groot nominaal f 1200 ten name van: „Buiterman (J. D. Köring te Weesp als vruchtgebruiker

levenslano- van fiftn knrvifaal nif rit» r.o]ütoncnKn« rrr-n — V

0 ---- —"»i»vetii vv mem;

waarvan de eigendom is opgekomen aan zijne kinderen D. Köring, T. Köring, A. D. Köring, gehuwd met J Raap, J. Köring, gehuwd met O. Wienjus, en G. H. Köring, gehuwd met C. Th.' van Glasenap, elk voor een vijfde gedeelte, alles ingevolge testament, den 6 Jan. 1895 voor den notaris D. van Os te Pui-merend verleden."

„Bij die inschrijving is op den 17 Sept. 1900 gesteld de volgende aanteekening:

„Blijkens acte den 13 Sept. 1900 voor den notaris H. J. Paris te Amsterdam gepasseerd, zijn de rechten van T. Köring te Katendrecht op een vijfde gedeelte in den blooten eigendom van nevensstaande inschrijving, groot f 1200, verkocht aan de Naamlooze Vennootschap „Nederlandsche Grootboekbank", gevestigd te Amsterdam, in voege als bij gemelde acte breeder is omschreven;

„Voorts is in het Grootboek der Nationale Schuld 3 % inschrijvingen onder letter B, deel 9, no. 2532, in dato 1 Maart 1896 ingeschreven en stond ten dage van het op den 11 Juni 1902 ten verzoeke van den gedeclareerde onder de declarante gelegd executoriaal arrest en staat bij het afleggen dezer verklaring nog ingeschreven een kapitaal, nominaal groot f 1450 ten name van :

„Boilterman (A. Beets te Pui-merend, als vruchtgebruikster levenslang van een kapitaal uit de nalatenschap van Willem) waarvan de eigendom is opgekomen aan D. Köring, T. Köring, A. I). Köring, gehuwd met J. Raap, J. Köring, gehuwd met Ch. Wienjus en G. N. Köring, gehuwd met C. Th. van Glasenap,

ftllc vnirvr p.pti vfifdA crprlpp,ltp, pt» xmir>v> + rr^kvi.; 1^ i._

■ M ö 1-t.irv IIo, uvwiljuen

van A. Beets voornoemd is besproken aan J. D. Köring te Weesp, alles ingevolge testament den 4en Dec. 1894 voor den notaris D. van Os te Purmerend verleden;"

„Bij die inschrijving is op den 17 Sept. 1900 gesteld de volgende aanteekening:

Bij acte den 13 Stept. 1900 voor den notaris H. J. Paris te Amsterdam gepasseerd, zijn de rechten van T. Köring te Katendrecht op een vijfde gedeelte in den blooten eigendom van nevenstaande onverdeelde inschrijving, groot f 1450, verkocht aan de Naamlooze Vennootschap „Nederiandsche Grootboekbank" gevestigd te Amsterdam, in voege als bij gemelde acte breedèr is omschreven";

„Behalve hetgeen voornoemden C. Wienjus of Wientjes toekomt in de gedeelten in den blooten eigendom der voormelde kapitalen van respectievelijk f 1200 en f 1450 nominaal 3 °/ inschrijvingen in liet Grootboek der Nationale Schuld, staande ten name der gedeclareerde (wier huwelijk met den geëxecuteerde U Wienjus, ook wel genaamd en in de hoofden der inschrijvingen genoemd Wienjes, blijkens aan de declarante beteekend vonnis van de Arrond.-Rechtbank te Rotterdam, dd. 23 Oct. 1899, door echtscheiding is ontbonden verklaard en met wien de gedeclaleerde stelt m gemeenschap van goedeien te zijn gehuwd geweest (declarante van den geëxecuteerde Wienjus of Wienies) niets onder hare berusting heeft of had, noch aan dezen iets anders

::S;s of was'noch ten da®e van het -«st,

Sluiten