Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 9 der wet houdende algemeene bepalingen is in casü niet geschonden door in eene procedure voor den Nederlandschen rechter tusschen een Chinees, als eischer, en een hier te lande wonenden gedaagde, het Nederlandsch burgerlijk recht toe te passen. H. R. 6344. 2.

industrieelen eigendom. — Instelling van het Bureau voor den —. 6415. 3.

— K. B. tot uitvoering der wet op den —. 6417. 4.

— K. B, idem voor zooveel Suriname betreft. 6420. 4; 6422. 4.

Influenza. — Zie Koop en verkoop. 6371. 2.

Informaliteiten. — Zie Geneeskunde. H. R. 6279. 1.

Ingebrekestelling. — Art. 1274 B. W.' liat alleen schriftelijke ingebrekestelling toe, maar vordert niet dat het daartoe betrekkelijk geschrift den gerechtelijken vorm hebbe.

In gebrekestelling kan dus ook geschieden bij brief.

De beoordeeling of zoodanig geschrift eene voldoende aanmaning tot betaling inhoudt behoort aan den judex facti. H. R. 6283. 1.

— Beschouwingen over dit arrest. 6284. 4.

— Zie Betaling. 6323. 2. — Zie Schadevergoeding. 6387. 1.

Ingeland. — Zie Waterschappen. 6407. 2.

Inklimming. — Art. 89, 311 4° Strafrecht.

Levert het in een kelder afdalen door een venster, gelijkvloers met de straat, in den zin der wet inklimming op? — Neen. Reclitb. Groningen. 6297. 3.

Inlading. — Zie Schipper. 6381. 2.

Inlandsche vrouw. — Zie Europeaan-Inlander. 6281. 3.

Inlichtingen. — Zie Verhoor. 6341. 3.

Inschrijving. — Zie Handelsmerk. 6316. 3.

— Zie Hypotheek. 6309. 4.

Installaties van Mr. Ch. Krabbe, als rechter in de Arr.-Rechtb. te 's-Gravenhage. 6303. 2.

— Van Mr. A. M. van Stipriaan Luiscius, als raadsheer in den Hoogen Raad. 6314. 1.

— Van Mr. N. de Ridder, als officier van justitie bij de Arr.Rechtb. te Tiel. 6383. 4.

Instructie. — Zie Burgerlijke Stand. 6286. 3.

Inteekening. — De inteekenaren op het bij de eischènde firma verschijnende werk »het Leven van onze Voorouders» zijn na het overlijden van den oorspronkelijken bewerker, verplicht voor de door zijn opvolger bewerkte afleveringen den bij prospectus bepaalden prijs te voldoen. Ktgr. Amsterdam. 6419. 2.

—- Wanneer iemand bij een colporteur van den uitgever heeft ingeteekend op een door dezen volgens prospectus uit te geven boekwerk, met opgave van den boekhandelaar, die hem dat

, , , • li11. 11-1s meer verbonden dan

tot levering van het werk, zooals het uitgegeven is, ook al voldoet het niet aan het prospectus? —Neen. Rechtb. Utrecht. 6420. 3.

Interlocutoir vonnis. — Zie Vonnis. 6425. 3.

Internationaal Privaatrecht. — Acten der Conferentie voor het —. 6425. 4.

— Intern, conferentie tot voorbereiding eener eenvormige regeling van enkele onderwerpen van —. 6379. 4; 6384. 4; 6386. 4; 6387.4; 6388. 4; 6390. 4; 6391. 4.

Internationale Vereeniging van Strafrecht. 6338. 4.

Interventie. — Zie Belang. 6297. 3.

Inventarisatie. — Zie Nalatenschap. H. R. 6280. 1.

Inverzuimstelling. —- Zie Huur en verhuur. 6350. 3.

Invoerrechten. — De trommels en bussen, waarvan in dit geding sprake is, zijn te beschouwen als emballage in den zin van art. 2 der Verordening van 1887 (G. B. no. 25).

Daarin wordt geen verandering gebracht door de omstandigheid dat het verpakkingsmiddel er netjes uitziet, op zich zelf bruikbaar is, afzonderlijk in rekening wordt gebracht en als handelsartikel op zich zelf wordt ingevoerd. Hof van Justitie Suriname. 6379. 3.

Iperen Cz. (T. van) ca. P. C. Berckenkamp en P. H. Versluis. 6296. 3.

israëls (Mr. H. Louis). Het recht van gratie. 6359. 4.

Italië. — Indiening van een ontwerp betreffende /-*11

tot invoering van de voorwaardelijke vevwA~"na&111 6420.3.

J.

JAAGPAD. — Zie Wegen en voetpaden. 6412. 2.

Jaargeld. —- Zie Huur en verhuur. 6318. 2.

jacht en visscherij. — Kleeft het heerlijk jachtrecht over eene gemeente ook op de aanwassen van perceelen langs <!>> rivier de Maas, ontstaan na de invoering van het Burg. Wetboek en binnen de grenzen dier gemeente gelegen? — Ja.

Is de verandering van aard van een perceel, vroeger water, thans grond, van eenigen invloed op het bestaan van dat recht? — Neen. Rechtb. 's Hertogenbosch. 6294. 2.

— Art. 24 der wet op de jacht en visscherij onderscheidt niet tusschen geoorloofde en ongeoorloofde middelen om visch te vangen of te dooden.

Het bezigen van middelen om visch door bedwelming te vangen, is derhalve ingevolge gemeld artikel, als visschen te beschouwen.

Voor de toepasselijkheid van art. 41 letter e der genoemde wet is het onverschillig of het bezigen van middelen om visch door bedwelming te vangen, al dan niet het beoogd doel heeft gehad. H. R. 6304. 1.

— Onder den gesloten jacht- of vischtijd bedoeld in art. 19 deijachtwet zijn ook begrepen de Zondagen in dien tijd vallende.

Het verbod van art. 18 dier wet om op Zondag te jagen, is niet eene bijzondere bepaling in tegenstelling van de algemeene van art. 19.

Bij veroordeeling ter zake van het op een Zondag in gesloten jachttijd zich in jagende houding te hebben bevonden met een geladen geweer in het jachtveld, zonder het consent in art. 16 of de buitengewone machtiging in art. 26 bedoeld, moet derhalve ingevolge art. 45 letter b, de verbeurdverklaring van het jachtgeweer worden uitgesproken. H. R. 6308. 2.

— De bevoegdheid tot het uitoefenen der in art. 18 litt. b der wet van 13 Juni 1857 (Stbl. no. 87) genoemde jachtbedrijven gedurende den aldaar vermelden tijd, is te beschouwen als eene uitzondering op het daarin als regel gestelde verbod om te jagen vóór zonsopgang en na zonsondergang.

Van het niet bestaan van een dier uitzonderingsgevallen behoeft derhalve in de dagvaarding geen melding te worden gemaakt. (Vgl. Léon, R. Strafvord., 2e dr., en suppl., ad art. 223, sub. no. 33). H. R. 6313. 2.

— De in art. 5 van het Besluit van den Souvereinen Vorst van 8 Februari 1815 (Stbl. no. 11) bedoelde afscheiding heeft alleen ten gevolge, dat de eigenaar van het heerlijk jachtrecht zich moet onthouden van de uitoefening van zijn recht op den afgescheiden grond, geenszins dat de eigenaar van den grond nu bevoegd is daarop zelf te jagen. Rechtb. Zutphen. 6334. 2.

(In gelijken zin werd gewezen een vonnis derzelfde rechtbank, rechtdoende in burgerlijke zaken, van 16 Januari 1890 (W. no. 5844).

— Het jagen met geweer is ook dan wanneer dit is geschied binnen den kring van eene geregistreerde en afgepaalde eendenkooi te beschouwen als jagen, waarop derhalve toepasselijk zijn de artt. 1 en 2 der jachtwet.

Bij veroordeeling ter zake van liet jagen met geweer op eens anders grond binnen den kring eener geregistreerde en afgepaalde eendenkooi, zonder voorzien te zijn van eene jachtakte en van een schriftelijk bewijs van vergunning van den eigenaar of rechthebbende, moet behalve twee geldboeten, verbeurdverklaring van het geweer worden uitgesproken. H. R. 6336. 2.

Het jachtrecht op de terreinen bedoeld in art. 5 van het Besluit van 8 Febr. 1815 (Stbl. no. 11) komt den grondeigenaar toe. H. R. 6351. 2.

(Zie het bij dit arrest vernietigde vonnis der arrondissementsrechtbank te Zutphen dd. 15 Februari 1893 in W. 110. 6334. De vraag werd stilzwijgend in gelijken zin beslist bij 's Hoogen Raads arrest van 17 October 1887, W. no. 5481, en uitdrukkelijk in denzelfden zin beantwoord bij de daaraan voorafgegaan conclusie van den advocaat-generaal Jhr. de Savornin Lohman).

— Het heerlijk jachtrecht onder de gemeente U denhout.

Door de Kon. besluiten van 1814 en 1815 zijne geene op zich zelf staande heerlijke jachtrechten hersteld.

Een zoodanig zelfstandig jachtrecht, daargelaten of het geacht kan worden, volgens oude rechtsbronnen, reeds eene Heerlijkheid daar te stellen, kan niet genoemd worden een jachtrecht aan eene Heerlijkheid verbonden. Hof's-IIertogenbosch. 6359. 2.

— Uit art. 3 litt. d j°. art. 10 no. 14 der wet van 15 April 1886 (Stbl. no. 64) volgt niet, dat de 3e en 4e alinea van art. 39 der jachtwet zouden zijn afgeschaft door den Villen titel van het Ie Boek van het Wetboek van Strafrecht.

- /'Het woord «slechts» in de 3e alinea van art. 39 der jacht:WÏt sluit de daar gegeven faculteit tot het voorkomen of stuiten der rechtsvervolging uit, indien de overtreding waarvan aldaar sprake is, gepaard gaat met eenige andere overtreding der jachtwet. Rechtb. Alkmaar. 6372. 3.

Circ. van den Min. v. Just. omtrent het vervallen der verplichting tot geregelde indiening der rapporten omtrent den staat van —. 6387. 4.

Ter beoordeeling van de vatbaarheid van een vonnis voor

hooger beroep, komt uitsluitend in aanmerking de straf, gesteld op het feit zooals het is ten laste gelegd, en niet de straf die naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in een gegeven geval zou kunnen worden toegepast.

Het .vonnis houdende veroordeeling ter zake van het bejagen van eens anders grond, zonder voorzien te zijn van een schriftelijk bewijs van vergunning van den eigenaar of rechthebbende, is derhalve onderworpen aan hooger beroep, ook al viel, bij het niet bemachtigen van wild, geen verbeurdverklaring daarvan uit te spreken. H. R. 6399. 1.

— Hij die een ander die jaagt zonder voorzien te zien van eene jachtakte, in dat jachtbedrijf behulpzaam '•»" wt»i-

c„.i:,ji. w in vereeniging handelende, te diens behoeve zekere bosschen af te drijven en met stokken tegen de boomen te slaan om aldaar het wild op te sporen en voor zich uit in de richting van den jager te drijven, zonder dat zijne handelingen strekten om zelf wild te bemachtigen of tot dat doel op te sporen, is niet strafbaar. H. R. 6421. 1.

Jackson. (R.) ca. Th. 's Jacob. 6369. 2.

jacobson. (J.) ca. H. Jacobson en S. A. Pieters. 6372. 2.

Jamben. De — van Barbier. 6375. 4.

Jenck. (J. C. H.) ca. P. Faber. 6398. 2.

jenkins. (Kapitein D.) ca. H. Hanno c.s. 6353. 3.

Jolles. (Mr. J. M.) — Wettelijke interessen door mr. A. J. H. Hartogh. 6414. 4.

— Az. (Mr. J. A.) — De jurisprudentie en art. 845 al. 2 W. v. K. 6277. 3.

Jong. (A. de) ca. L. J. Tondee. c. s. 6318. 2.

— (M. pe) gekozen lid le Kamer. 6356. 4

Jonk. (A.) ca. de Alg. Noord-Hollandsche verzekeringmaatschappij tot uitkeering bij overlijden te Haarlem. 6326. 3.

Josephus Jitta. (Mr. D.) benoemd tot hoogleeraar in het Handelsrecht en Int, privaatreeht aan de Gem. Universiteit te Amsterdam. 6427. 4.

Jury. — Over de opvatting van de taak der — in België en Frankrijk. 6426. 4.

Juristendag. (Duitsche). — Bijeenkomst van den — 6383.4; 6384. 4.

Juristenvereeniging (Nederl.) — Punten van behandeling voor de 24e alg. verg. der — 6345. 4.

— Rectificatie van een Dagblad-bericht. 6348. 4.

— Ovo». de 24e vergadering der — 6374. 4.

— Alg. vergadering der — 6378. 4

— Toespraak van Prof. M». >. namel 6379. 4.

— Nota van Prof. Moltzer. 6379. 4.

— Beschouwingen Utr. Dagblad. 6381. 4.

Jurriaanse. (J. en J. H.) ca. H. G. Hausmann H.Cz. 6368. 3.

Justitie. (Departement van). — Circ. betreflende de instelling van eene strafvordering tegen hen die faecaliën van lijders aan eene besmettelijke ziekte, met name Aziatische cholera in openbare of andere wateren werpt. 6304. 4.

—- Circ. tot spoedige behandeling van de overtredingen der wettelijke voorschriften in zake veterinaire politie. 6335. 4.

— Circ omtrent het vervallen der verplichting tot geregelde indiening van rapporten omtrent den staat van het jachtveld en van dien der visscherij. 6387. 4. ,

— Circ. omtrent de mededeel ing van het bedrag der proceskosten bij rapporten tot verwisseling van gevangenisstraf of hechtenis in geldboete. 6400. 3.

— Circ. omtrent de uitvoering der wet op de fabrieks- en handelsmerken. 6410. 4.

— Hoofdstuk — der Staatsbegrooting. Behandeling in de le Kamer. 6286. 1.

— Idem voor 1894. — 6393. 1; M. v. T. 6394. 1 ; V. Versl. I

6411. 1; 6412. 1; Beschouw, over het V. Versl. 6411. 4 ; M. v. A. 6419. 1; 6420. 1 ; 6421. 1.

K.

Kadaster. — Zakelijk recht, grondboek. Rede van Prof. Hamaker.

6412. 3.

Kadastrale kaarten. — Zie Tiendrecht. 6313. 2.

— nummer. — Zie Eigendomsrecht. 6410. 3.

Kalff. (Mr. J.) herdenkt 50jarig doctoraat. 6347. 4.

Kamers van arbeid en nijverheid. — Uittreksels uit de M.

v. Antw. der heeren Pyttersen en Schimmelpenninck van der Oye. 6300. 1.

Kampen. — Collegie van Regenten van de twee Gast- en Proveniershuizen te — ca. de gemeente —. 6396. 3.

— Zie Kerkelijke geschillen. 6313. 3.

Kampf en Hollander ca. J. M. de Jongh. 6316. 3.

Kamphuis (Z.) ca. J. S'. Sickens c. s. H. R. 6418. 1.

Kan (W.) ca. de firma H. M. Cohen. 6308. 3.

Kanaaldijk. — Zie Waterschpen g4Qg j Kanis (S.) ca. de Holl. IJzeren ,00'Twem 6387 3 Kant eener akte. - Zie Bu\Ujke%tand. <5314. 2. Kantonrechter. - Zie Boede.Jheidi H R. 6301. 1. _ Zie Dagvaarding. 6329. 4; H 6362 j _ Zie Gescheiden vrouw. 6392. 1 en 2. - Zie Gra procedure. 6282. 4. - Zie

Huur en verhuur, oölo. d; bóï. 4. tt R 1 7ip

Plaatsel. Verord. H. R. 6317. 1J zie Schadeveraoedina 6308. 3. _ Zie Tegenstrijdig belw 6363 3 _ ^ Verknochtheid. H. R. 6372. 1.

Kantoorbedienden. — Zie Exceptie, fcg 2 Kassier. — Zie Eigendomsrecht. 6332. i'

Kaufman (c. L. E.) ca. P. Kok. H. R. 68 2 Kelder. — Zie Inklimming. 6297. 3.

Kennelijk doel. — Zie Nederlanderschap. >^gg 2 Kennisgeving. — Zie Kieswet. H. R. 6374. i Kenmerk. — Zie Besmettelijke ziekte. 6315. ï Kenteeken. — Zie Plaats. Verord. H. R. 6317 ^

^"""wlijke gemeente. — Een exploit gedaanel, req.,isjt,ie van het college van kerkvoogden van zekere Hervo'mde Gemeente, met opgave van ue namen der ledi. y&n dat college en van hunne woonplaats, voldoet aan het van art. 5 no. 2 Rechtsvord.

De inhoud van een reglement op het beheer der g^deten en fondsen van eene kerkelijke gemeente is voor een ond^zak in cassatie niet vatbaar. H. R. 6347. 1.

— geschillen. — Indien in eersten aanleg een exceptie \eiworpen is met veroordeeling van den excipiënt in qualiteit in de kosten daarop gevallen, dan is daarom niet de oorspronkelijke eischer in hooger beroep niet-ontvankelijk in zijn bestrijding van het eindvonnis op grond, dat de oorspronkelijke gedaagden niet in qualiteit, maar in privé in lite zijn.

Gedurende de procedure kunnen noch de gedingvoerenden noch de rechter de verhouding, waarin volgens de dagvaarding partijen staan, wijzigen. Hof Amsterdam. 6305. 2.

(Zie het in deze zaak door de Arrond.-Rechtbank te Utrecht op 14 Jan. 1891 gewezen vonnis in W. v. h. R. no. 5980).

Geen der door de eischers in conventie gestelde feiten kan leiden tot bewijs der afscheiding van gedaagden van de Dordsch Gereformeerde gemeente te Kampen, en alzoo tot staving van het enkel op grond van die afscheiding en van de dientengevolge uitgeschreven verkiezing van nieuwe titularissen door hen beweerde recht tot de qualiteit, Waarin zij ten dez tegen gedaagden optreden.

De onderstelling, ten grondslag liggende aan verreweg de meeste der door de eischers in conventie gestelde feiten, dat de Dordsch Gereformeerde gemeente \e Kampen eene «classe» zou uitmaken met eene dergelijke gemeente te Lisse en in andere niet genoemde plaatsen en dientengevolge aan de besluiten en beschikkingen van een classica; i bestuur te Lisse zou zijn onderworpen, wordt door niets gestaufd.

Het tot staving dezer stelling gedaan beroep sip art. 41 van de Kerkordening der Synode van Dordrecht van i618 en 1619 kan niet opgaan, vermits daarvoor allereerst zou laoeten vaststaan. dat de kerk te Lisse en die te Kampen als «gtnabuerde Kercken» waren te beschouwen, waarvan echter, met het oog op de onderlinge ligging dier beide plaatsen, in redelijken zin geen sprake kan zijn.

Het feit, door de eischers in reconventie gesteld, dat gedaagden in reconventie reeds lang voor den aanvang der godsdienstoefening op 31 Mei 1891 de voor hen, eischers, als kerkeraadsleden bestemde banken zouden hebben ingenomen, bm ";.it beschouwd worden als eene onrechtmatige daad, waardoor hun schade is veroorzaakt, zoolang niet vaststaat, wat zelfs niet is beweerd, dat gedaagden alstoen geweigerd hebben hunne zitplaatsen voor eischers in te ruimen. Rechtb. Zwolle. 6313. 3.

— Liggers. — Leveren de Kerkelijke liggers en dito rekeningen bij de Hervormde Gemeente volgens art. 1905 B. W. volledig hewijs op, dan wel zijn zij te beschouwen als de registers en huiselijke papieren, die volgens art. 1918 B. W. geen bewijs opleveren ten voordeele van hem die ze geschreven heeft? — In eerstgemelden zin beslist. Rechtb. Arnhem- 0416. 2.

kerkeraadsleden. — Zie Kerkelijk'' geschillen. 6313. 2.Kerkgenootschap. — Is in cw>a getuigenbewijs toelaatbaar ? — Implicite beslist.

Tegenover het exploit van opzegging van het lidmaatschap der kerk door gedaagde, zijn de drie door eischers te bewijzen aangeDoaen feiten niet afdoende om aan te toonen, dat eene hernieuwde toetreding tot die kerk heeft plaats gehad. Ktgr. Ommen. 6337. 3.

Keuls & Co. — H. R. 6415. 1.

Keur, — Zie Waterschappen. H. R. 6288. 1.

Keurvrij. —■ Zie Koop en verkoop. 6330. 3.

Kiesbevoegdheid. — Nog eens art. 5d van het ontwerp van wet tot regeling der — voor de Tweede Kamer der StatenGeneraal en de Provinciale Staten. 6362. 1.

Kiesvereeniging. — Zie Beleediging. 6417. 3.

KIESWET. — Onder de belanghebbenden bedoeld bij art. 15 der Kieswet behooren ook zij, wier namen tengevolge van de opgaven door Besturen van instellingen van weldadigheid verstrekt. van de voorloopige kiezerslijsten zijn afgenomen, en daarin niet willen berusten. H. R. 6348. 1.

— De beschikking van den gemeenteraad bedoeld in art. 15 der Kieswet kan vervangen worden door eene door den voorzitter en den secretaris der gemeente onderteekende kennisgeving van den gemeenteraad aan den belanghebbende, houdende mededeeling dat en op welke gronden besloten is zijn naam van de kiezerslijsten te laten vervallen. H. R. 6374. 1.

— Het begrip «onderstand» in den zin der kieswet omvat nie elke hulp, kosteloos verleend, maar sluit in zich het denk beet van bedeeling, of wel geregelde ondersteuning van armen tff leniging in hunnen nood. Rechtb. Amsterdam. 6404. 3.

Kinderen. — Over Bestraffing van — 6386. 4. —■ Zie Echtscheiding. H. R. 6316. 1.

— Zie Voogdij. 6275. 1; 6348. 1.

Eirchmann. (L.) ca. G. D. van Wijk. 6294. 2.

Klacht. — Zie Beleediging• 6304. 2. — Zie Diefstal. II. R. 6369. 1.

Klein. (A.) ca. Saisson. 6405. 2.

Klönne. (A.) ca. P. Goedk»°p 6378. 1.

Knecht. — Zie Gedis"'llcerd. H. R. 6345. 1.

Kniphorst. (Mr. C. L.) ca. J. Kloekers cs. en H. Abbring. 6276. 2.

Knipper. (W. H.) ca, Mr. G. van Tienhoven, burgemeester van

Amsterdam. 6300. 2.

Knol. (G.) ca. D. Duif cs. H. R. 6369. 1.

Knoppien. (H. N.) ca. de Vaterlandische Feuerversicherungs-

Actiengesellschaft en de 1'Eternelle. 6299. 2.

Koch. (W. A. M.) ca. mr. P. Peelen en J. H. Koch. 6401. 1. Koe. — Zie Koop en verkoop. 6372. 2; 6385. 3.

Koen. jr. (D.) ca. P. F. Palies. cs. 6413. 2.

Koetsier. — Zie Verzekering. 6399. 1.

Koffie. — Zie Getuigenverhoor. H. R. 6364. 1. Koffiehuishouder. — Zie Plaats. Verord. H. R. 6402. 2.

Sluiten