Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïasringschuldfg is*6' hnn biltonder inkomen, dat steeds be-

debuteerde* Z'^e zaa'J °°^ bekeken wordt, meenden Ge-

nootschnn , 'en Vttn Zuid-H°lland in 1865, dat naamlooze venkonden wn"^i metT1ln P'aatselijke directe belastingen aangeslagen der mopi-do^vi i behoef wel niet te zeggen, dat ik de opinie geschied ' ' C' 8 Joiste acht als rekening houdende met de geschiedenis en oeeonomie der gemeentewet.

d,, derh eid is nu een andere zienswijze toegedaan; hoe zij

« stef C U E G A bTw ^ 7VGedeP»"

stem van 19 é . , „,. A' blijken bij inzage van de Gemeente-

sub no 24. 6'5 i D°' 'n bet dossier van geintimeerde

Staten van 6S' zu't daaruit zien, dat Gedeputeerde

stichtingen in ,1°* i? ,'an.d bet tre®en van zedelijke lichamen en

dat Gedeputeerde <£°'deliJken omslag strijdig achten met de wet;

nen buiten do ï ,n van Groningen en Drenthe rechtsperso-

Minister van r" aatse'Üke directe belastingen stelden ; dat de

zijn gevoelen ln°en'andsche Zaken bij herhaling in dezen zin

dentie zedeliit 6 .. *jnnen Ba- j dat de gemeenteraad van de resi-

enz. enz B amen buiten de gemeente-belasting stelde,

men inior' °i?g d'' alles kan dan ook niet anders dan volkoZaken nn -r a worden wat de Minister van Binnenlandsche land spkL t / S: 1890 aan ®e(leputeerde Staten van Zuid-Holnoemd) 6,i t i brief in hec begin van mijne conclusie gepersonen 'i„ 7°lg.ens de gemeentewet niet anders dan natuurlijke

aanges pen In dlr6Cte beIa8li°S«> kunnen worden

kan laatste jaren is dit herhaaldelijk beslist en ik

kan da nlet afwijken". In het ontwerp van wet van den

ster Godin de Beaufort wordt zeker geen voorstel in strijd met deze zienswijze voorgedragen.

Tn1"} i \ lee8t meD 'a Arï' 245 der Wet wordt Se'ezen als volgt: In de belastingen onder b van art. 240 (nk. die naar het vermogen en naar het inkomen) wordt uitsluitend bijgedragen door hen blijven ^ 6 dlenstjaar in de gemeente metterwoon ver-

Daarop volgt in de 4e alinea door vennootschappen zedeliike lichamen en stichtingen wordt niel bijgedragen in de 1 belastingen. Als men nu uit een ontwerp van wet een bestaande 7*?^ exPll®eeren, dan blijkt hier allerminst dat men bij deze p ng verandering brengt in een bestaand stelsel. Veeleer Hor de conclusie voor de hand, dat een bestaande toestand bestendiS ra. Een uitdrukkelijke bepaling over het al of niet belasten van nnootschappen enz. was gewenscht bij de gebleken bedoeling n gemeentebesturen om ondanks de bestaande wet deze toch in ^ e 'n8 te betrekken. Zie de Gemeentestem no. 1662, 1663, „ 'l 'Pi*2' . ',!23' En nu men 'n het Ontwerp niet meer sprak n oo.dverblijf en verblijven, maar van „metterwoon gevestigd", iivpr „ yoorl£OInen worden, dat een strijd met vernieuwden loo/e = . u°U worden over de vraag of dit begrip op naam-

Wii hehh aPPen enz. toegepast zou kunnen worden.

handeling der Z de dagbladen gezien da' bij de be¬

langrijke discussf^ r egr0°:inS ln Amsterdam «eh een bedier gemeente Tt - ontwllikeld over den finantieelen toestand i

dam moest kunnen belUetTie'06 l°en.Seïegd ,werd> dat Amster- :

en de naamlon,* / de . . . uitwonenden neringdoenden I

een spreker met '"">0,!'ch°PPen en in verband hiermede besloot

meentewet zon een woorden : Reeds partieele wijziging der ge- i

stand hebben gunstigen invloed op den tegenwoordigen toe-

besnrokenme^nte Sc^'fdam beeft 'n haar verordening op de hier ! in de ' dlrecle belasti»g *-'«daan als ware die wijziging reed8 ' en ^raeentewet gebracht. Zij is in strijd met de bestaande wet ,

dat het Ger^htVhnf mUne StUdi<!- 'eidt dan °°k tot de «nclnrie \

annel ,i k T ' me, , vernietlS1Dg van het vonnis waarvan ,

ppel, zich bevoegd verklare en, de zaak aan zich houdende , door appellante ingestelde vordering toewijze, cum expensis. '

Het Hof enz.,

ced^re ^ daadzaken en in eersten aanleg gevoerde pro- g

Overwegende dat het Hof zich gedraagt aan en overneemt de h o aartoe betrekkelijke overwegingen, voorkomende in het vonnis

de Arrond.-Kechtbank te Rotterdam den 28en Maart 1892 H tusschen partijen gewezen, waaarvan het dictum luidt :

erklaart zich onbevoegd van de door eischeres ingestelde vor- Ü

(lering kennis te nemen; r'

zooved°ffie6' V,'df ®'scheres in de kosten van het geding voor ie

maukt beernnrU r «"spraak en niet door haar zelve zijn ge- fi, maakt begroot op eene som van f 150 u

O. dat de oorspronkelijke eischeres', nu annellante van dat vonms is gekomen in hooger beroep' en dat nani en biï hare schrifturen in hooger beroep hare weder7iiri«„v, PalllJen' b'J ,hare uiteengezet en geconcludeerd gelijk aan tf l ^ ^

vermeld staat; ' slot dier schrifturen or

In rechte: va

0. dat, met het oog op de tusschen nar. . Pe

gen, in de eerste plaats moet worden onderzocht"erm* or der appellante steunt op de bewering dat »H , \ordenng

het dienstjaar 1890 in den hoofdelijken 0msl °nrechte over de

Schiedam zou zijn aangeslagen, met andere woorden n'f gemeenl.e z0

Jante de wettigheid van den aanslag aantast • ' eD' de appel' ni

O. ten aien aanzien dat in de dagvaarding' j . slr dat de aanslag zou zijn onwettig, doch alleen dar 7 beweerd,

zelve, krachtens welke de aanslag is geschied, is onweto '"B V0

0. dat by de dagvaarding niet wordt gesteld dat de'»« i Ui'

is onwettig, op grond dat de belasting-verordening niet zou g6'

laten dat zij als naamlooze vennootschap in den hoof! rt Vei

omslag zou kunnen worden aangeslagen, maar word. beweerd" g®'

dat de verordening, juist omdat zij toelaat (welk toelaten de annel v. jante grondt op de uitspraak van gedeputeerde Staten) dat

looze vennootschappen in dien omslag worden aanceslao-pr» n*larï1" me

8trïd met de gemeentewet; g ' 18 1Q vai

O. dat mitsdien de opvatting van den eersten rechter daf ri &r'

vordering beoogt de wettigheid van den aanslag aan té tasten6 gee O ïen men acht slaat op hetgeen in de dagvaarding gesteld wordt'

minder juist is • ' Per

daf 'dede, bedoeling der dagvaarding blijkbaar is te beweren tfi'

ning gearoDndagm°P T* ^ Wel^ als zij"de °P de ^•orde-' 7a de gemeentewet e verordening' w'j1 "U in strijd is met gel

zijnde eene n,i T' rech!sgeldlg 1», daar ZÜ haar appellante, als <

omslag kon betrekken^ VenD00tschaP' niet in den hoofdelijken var

nu weiaCte<nUM befllSSlng dat de verordening niet rechtsgeldig is var

bevonden ouwe/ Z°- kunnen hebben, dat de aanslag werd (

blijkens het bii dlfli '6 Z','D'. doch dat zulks niet wegneemt, dat stel

heid van den aan»!^agvaardlng geposeerde, de appellante de wettig- gev

der verordening- "g niet aaQtast> do°h alleen de rechtsgeldigheid de

0. dat het dan ont > • • . °nti

wordt overwogen dat d •,mst 18 wat bÜ het vonnis a quo <

voorleggen of de n reehter zich ten deze de vraag zou moeten nu kohier is 'trenlauK» ?am ^er ci8cberes al dan niet terecht op het 1 de geplaatst, terwyl hij om die vraag met juistheid te be- bre,

antwoorden verder in een onderzoek zoude moeten treden of de aanslasr od de wet is a.... ,, . , ' uc

" 1 . , uc appcjjance oinkens de dao-.

vaarding niet beweert, dat. zii tr0f.Kfpn0 hü s

, ' ^ -.«VU.VUO ^aicuamscne belas-

ang-veroraening ten onrechte als belastingschuldige op het kohier is trenlaatst., dnnh wol dot j . r ^ Konier

r , vciuraening, voor zoover zij naam-

looze vennootschappen binnen den kring van hen die in den hoofde-

lnken nmslncr limnon nrnrri«n i , . ^

^ aangeslagen treKt, is onrechtsgeldig

als zijnde in strijd met de gemeentewet, die zulks niet toelaat'

at e®De vei*ofdering tot terugbetaling van eene som, dié men ter zake vnn hu aoim» < i i 1 ^ . *

<rrnn*êïa~ i • j uuverscnuiaiga neen betaald, op den

grondslag als in casu wordt, vponi^ .11 • .

. "ie giuuusiag niet berust op eene aantasting van de wettigheid van den aanflag, behoo tot de kennisneming Her u»

o -«-vuivnijse macih ;

(A toch dat art. 15 der wet van 22 Mei 1845 (Stbl. no. 22) welks toenassel 11 lcheiH r>r»t nran* 1 ...ij,. . .

r ^«ec geiuü eene vordering tot teruggave van on verschu ld ïcrd . "

„ uciustiug. moet worden aangenomen alleen bepaalt dat het verzet tegen het dwangbevel nimmer kan mn-inht » . ... . - - - 6 e'

„„„ " ,J. ae wettigneia ot de hoegrootheid

het I h"|- A en niet gegrond zijn op de bewering dat het aanslagbiljet, de waarschuwing nf aanren,,;™™

BröndZijd\Z°wat eCn,VerZet 0m andere redenen, zooals in casu op y. f,i vu aanslaan van naamlooze vennootschappen in den

oo e ij en omslag in het algemeen is onwettig, niet is uitgesloten

hoedanig verref. li ntono . ■» . 1 1

. , i " ;,y,, aangenaam artuei moet worden ge-

bl acht. voor flo RoohtKonlr . ®

0. dat de eerste reehter nnrr i »

t —& overwogen aat door de appel-

verord^iLWeH te&» de wettigheid van de bedoelde

h™ a doch door haar werd bestreden de uitlegging, welke

door den wirippntnvno-i ^ . && .6'

v«n 7niA tr ,—: au ouneuam en de gedeputeerde Staten

dp vpwl!? • ■ aan art* 245 der gemeentewet en art. 32 van komt ^.nin? ls Segeven, doch dat die bewering den Hove voor-

0 toohJYn met ^aKvaarding gestelde;

ning omd ^ da»vaar(^^nS wordt gesteld dat de verorde-

slist Z1J» zooals door den administratieven rechter is be-

komen aan beslissing bij de dagvaarding niet wordt opge-

nnk ouuerwerpc niet alleen natuurli ke doch

met de gemeentewei";' Daaml°Me ve»"°<«8^aPP^ »'^8"«d -

uitWrinVhe», bove,ndle° 0"j'uist is ,lat de Gedeputeerde Staten eene daaM^L"■ -»d- bebben gegeven,

volffe a»'t M Ï" ™ .staten dat de appellante inge-

den grond dat art ,T 17 be'a8"n8Plicbtig is, alleen steunt op

245 der gemeentewet gewag te maken; ' ü VaD art"

O. dat het Hof op grond van het tot dusverre overwoirene aanneemt, dat de eerste rechter zich ten onrechte heeft onbevoegd verklaard om van de door de eienhomo ■< .

vordering kennis te nemen, en dat derhalve hetVonnTa^o moet worden vernietigd ; ^

0. dat het Hof, nu beide partijen verzocht hebben dat bij tenietdoening van de uitspraak des eersten rechters, het Hof de zaak aan zich zal houden, eene beslissing omtrent de zaak zelve behoort te geven ;

0. dat de beslissing der zaak afhangt van de beantwoording der volgende vragen :

1°. of art. 245 d er (TAmPPritonrat fnnl»..!. J . 1 .1 •

"«ciaai um onuer nen, aie in e oo e ij ke omslagen kunnen worden aangeslagen ook tictieve oersonen nis nn«miAA,n v .?

" vcuuuuLBcuappen te begrnpen :

en 2°. zon neen A* „A i«_- . .... , P , *

\ , * regelende de üetting eener

^edam' de personen door

— uulk personae nctivae. als

naam ooze vennootschappen, heeft opgenomen en dus door dit te doen, in strnd is met de <rnmoe„,

Ad lum: '

„ d^t d'6 7.raag ontkennend moet worden beantwoord, daar n ,i e!voo'dlngen van art. 245 der gemeentewet alsmede de geschiedenis dier wetsbepaling, voldoende aantoonen, dat men

betrekken^ 6 persoDe'1 'Q den hoofdelijken omslag heeft willen

O. toch dat. terwiil hliitc.. i....-

, ' v- uc vroegere icuauue van art.

ei gemeentewet, uitsluitend de inwoners der gemeente werden anges agen, waaronder uit den aard der zaak slechts physieke

late8r°nf„n ver8taan, uit niets blijkt dat men bij de • . in dat artikel gebrachte wijziging, onder hen, die in de gemeente hnn J r .... '

r """.uveronjr nouaen 01 er verDiijven, ook

begrijpen ■ '6°nen' a naamlooze vennootschappen, heeft willen

Ad Ilum :

len-ff!nwa^de af,Pellan'e beeft beweerd, dat het Hof aan de uitgg g r Gedep. Staten bij hunne beslissing aan de verordening gegeven, zou zijn gebonden, en dus als ten processe vaststaande zou moeten aannemen, dat de verordening ook fictieve personen als naamlooze vennootschappen, in den hoofdelijken omslag betrekt, doch dat die bewering niet opgaat;

0. toch dat het Hof, geroepen om de al of niét gegrondheid der ingestelde vordering te benord»ui^„ mr.of ■ b

zoek, of de stelling, waarop de vordering steunt, dat de verordT

nine'. omdat. *ii fietieve nprsnnon a 1

...d - . 1U "uxsiag betrekt, is in

strijd met de gemeentewet, juist is ;

0. dat, nu geene wetsbepaling bestaat, die zulks uitdrukkelHW voorschrijft, het Hof bij dat onderzoek niet gebonden is aan de uitlegging door Gedep. Staten aan art. 32 der verordening gegeven doch zelfstandig heeft na te gaan, of de bepalingen der verordening van dien aard zijn, dat zij in strijd met art 245 der gemeentewet mnofan ,.u» .

" ------ >uuvi,vu vv ui ucii ,

O. nu dat, met het oog op de bewoordingen van art 32 der

bedoelde verordening, speciaal op de woorden „alle binnen de ge-

meente hun hoofdverblijf of verblijf hebbende personen", het Hof

Ian °°r- ® 1S' dat de beweerde striJd 'nsschen de verordening en

wLe , -"i. gemeenlewet niet bestaat> daar die bewoordingen geene dunleiding geven om aan te nemen, dat men in afwijking

personen al ^ T'^1 der geme,entewet bepaalde, ook fictievf Lmr *■' naemlooze vennootschappen onder hen die plaateeiiiKe dl rente np actm» 1,1;,»^ . '

tp 'H, , . V B 'CIDUUUIUI^ «.JU, ueeit willen begrijpen. waar,'-,00 m verordening geene andere bepalingen voorkomen, waaruit eene fpcenr>uoriynni,,!,1 ^ hnHnplmir >

geleid* v'ögDluuc 6 nunuen worden af-

van' edat « ®' 8 der verordenin& wel gewaagt van een aanslag «to , waartoe meer dan een persoon behoort als zelf-

n ig belastingschuldige, doch dat in dat artikel geene sprake is n een aanslag van naamlooze vennootschappen ;

• dat het Hof mitsdien aanneemt, dat de boven sub 2° ges e e vraag ontkennend moet worden beantwoord, waarvan het gevolg moet zijn dat aan de appellante hare vordering, alsziinde ontzegd waar0p die bernst Diet bewezen' behoort te worden

O. wat de proceskosten betreft, dat het Hof termen vindt om nu word; aangenomen dat de Rechtbank bevoegd was om van

brengen te^ l '! "eme"' de k°8'^ van eLten aanleg te brengen ten laste der geint. en verder om de kosten van het ,

■f de hooger beroep, daar partijen over en weder op sommige nun.en

ag- worden in het ongelijk gesteld, te compenseeren •

ïlas- Uezien artt. 56 en 358 B. R. •

hier Rechtdoende op het ingesteld 'hooger beroep-

fde! den 2r8Maarthe,RqVrtDiS f"" Arrond.-Rech'tbank te Rotterdam 8 ilaart 1892 tusschen partijen gewezen;

ig, erklaart zich bevoegd om van de ingestelde vordering kennis die beslissende ^ Z8ak eD in het boogsle ressort

mTt deHngT' """ d6 eisCheres' na aPPe»ante, hare ingestelde vor-

K,rt 2i,dVee™^deelt dent geint" »' de ^sten van eersten aanleg, aan 22), f isof en 6' " l egriP der verscbotten, begroot op

ag- Compenseert de kosten van het hooger beroep in dier voege an- dat iedere partij hare eigene kosten drage.

meer dan e'én opzicht belangrijk arrest, vroeger reeds

"en e]t7 medegede;ld (f- "■ l893' 8). de' voorfreff^ke nclusie \an den advocaat-generaal Telders, waarmede wij het op een voorrecht achten, nu de beschikbare ruimte dit toelaat, ook len onze lezers in kennis te brengen, trok bereids de aandacht van ira' d'e niet behooren tot de speciaal juridieke pers.

= T TI rje ' courant de Nijverheid gaf er in haar door Mr.

j. -Boudewijnse zorgvuldig bewerkt overzicht van „rechterlijke el- en administratieve uitspraken op nijvdheidsgebied" (zie het ke Van^1 ?,e^ruari een.e nauwkeurige analyse van. De

le va" " blad, die, en er is geen reden om zich daarover an A 'erwonderen. de za"k niet heel duidelijk vond, vroeg Mr. J.

Dr s^êrd h"naari. beteekenis van het Haagsche arrest". De Amsterdamsche rechtsgeleerde vond die vraag „niet gemakkelijk te

le. £T maar gaf t0Ch in no. 7 van de Nijverheid (15

>e de 1"arlJ'^ as zlJn advies, „de vennootschap haaste zich naar e- den Hoogen Raad", die „er wel orde op (zal) stellen". ;e- De Arnhemsche Courant wijdde in haar nommer van 13 Februari

• J U a;ref van het Haagsche Hof een lezenswaardig hoofd-

is artikel. Men behoeft, zich stellende op het standpunt, waarop ieder rechter zich stellen moet, namelijk dat van de wet, onverschillig

ne of hij haar mooi of leelijk, verstandig of dwaas vindt, den staf

n, nog niet te breken over het arrest, als men het de A. C. toegeeft

;e- dat het Hof „eene uitspraak gaf, die een jurist eerst in hare volle'

op waarde genieten kan, doch voor den gewonen mensch wellicht

ts min of meer met zich zelve in tegenspraak kan schijnen".

le Wij schrijven geen kritiek van het arrest, ofschoon het ook ons

;n rechtsgevoel niet bevredigt, misschien omdat een jurist après toul

rt. toch ook een gewoon mensch is. Dit alleen moet ons van het hart, dat deze zaak het aanschouwelijker maakt dan eenige andere

ie dat, wil men in waarheid recht in Nederland, het zoo met onze

, ree tspraak in administratieve zaken en de grensregeling tusschen

10 langer **** ^ adm'n'8tra,'e en de justitie werkelijk niet

11 'wef maeh'en, ieder onafhankelijk op haar gebied, one mmlfr C . a ' ans de pene van de andere. De administratie

U1J1- \o'gens den inhoud der verordening op de heffing is w aans ag in^ de plaatselijke directe belasting volkomen in den aa j e justitie beslist, dat de verordening niet gebiedt wat de wet niet toelaat, en dat dus niet de verordening, maar de aanslag onwettig is. Mocht iemand nu bij dit conflict, met Basile vragen qui table est donc ici la dupe, dan luidt het onbevredigende ant6 !T-00u dC naamlooze vennootschap, de onwettig aangeslagene,

die het onverschuldigd betaalde niet terug krijgt.

r Maar daarop zal de Hooge Raad wel orde stellen, profeteert de heer r Devy. Zeker, als de Hooge Raad, daartoe bereids door een beroep s in cassatie van de Apollo in de gelegenheid gesteld (1), dit kan 6 oen' l^aa'van echter zijn wij niet geheel zeker om redenen, die wij liefst voor ons houden, zoolang de hoogste rechter in deze zaak ^ z'jn laatste woord niet heeft gesproken. Redactie.

AKttONDiSSEMKNTS-RECHÏBANKEN.

AKRONDISSEMENTS-KECHT13ANK TE WINSCHOTEN. Burgeriyke Kamer.

Zitting van den 24 December 1892.

Voorzitter, Mr. J. Meinesz Gzn.

Rechters, Mrs.: K Pelinck en J. W. Losecaat Vermeer.

£>* mede-eigenaar pro indiviso in onroerend goed, hetwelk geheel ten laste van den anderen mede-eigenaar is bezwaard met hypotheek ten behoeve van derden, kan na door dezen gehouden verkoop krachtens onherroepelijke volmacht, tengevolge waarvan hij op de openbare registers als kooper zelf eigenaar werd door boedelscheiding geen uitsluitend eigenaar worden van het 'questieus onroerend goed, indien de executant-kooper bij die boedelscheiding op geenerlei wijze partij is geweest.

B. J Veldman, arbeider te Muntendam, gratis procedeerende eischer, procureur Mr. N. F. Wilkens, '

tegen

H. H. Mulder, wonende te Veendam, gedaagde, eischer in vriiwaring, procureur J. J. Soer, j

en tegen

J'defai!ranrn' W°DeQde tB Munlendam' gedaagde in vrijwaring,

De Rechtbank enz.;

Gehoord partijen ;

Gezien de stukken ;

*** daadzakeu en gevoerde procedures betreft: zich in de peen H gedragende aan en alzoo hier overnemende- 1° hetgeen deswege overwogen is bij haar op 15 Oct |«qn i eerstgenoemde beide partijen gewezen vonnis wlarhfi ^ den ged. Mulder verlof is verleend om J B Vel,lm 0' aan ring op te roepen : 2Ü. hetgeen ' * * eldm.an ln vrüwa-

29 April 1891 tusschen partijen eewe Verwogen ls bij haar op beslist is omtrent over en weer gedane fncidJT0!8' WaarbiJ °- aen wijders dienaangaande overwegende dïw' |'V°rde"ngen s

«waar* ssc * ^

('I Zi. UA H. R. m >o tjMi

Sluiten