Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N°. 6345.

4

cessie tot den bouw van het droogdok is overeengekomen, dat de exploitatie van het dok zal geschieden volgens politie-verordeningen na overleg met de concessionarissen vast te stellen; dat toen nu, met intrekking van de verordening van 1876, de voormelde verordening van den 30 Maart 1892 is vastgesteld en daarbij in de 5e afdeeling onder de rubriek „Havenpolitie'" op nieuw bepalingen van politie ten aanzien van dit dok zijn gemaakt, de raad zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden dier concessie van voorafgaand overleg te plegen met den toenmaligen eigenaar, den heer J. F. v. L., aan wien door de heeren Z. en D. inmiddels de eigendom van het dok was overgedragen, zulks onder de op den 17 Aug. 1877 verleende bewilliging van den raad, dat aan die overdracht alle de rechten en verplichtingen der concessie zouden zijn verbonden; dat. mitsdien de bedoelde artt. 88 en 90 hier niet mogen worden toegepast, als op onwettige wijze tot stand gekomen, zijnde zij in strijd met de voorwaarden bij de concessie gesteld ;

0. ten aanzien van dit punt van verdediging: dat het bij art. 88 der verordening van Middelburg van den 30 Maart 1892, op straffe bij art. 90 bedreigd, is verboden in het droogdok of aan boord van een daarin liggend schip te werken tusschen 9 uur '8 avonds en 5 uur 's morgens ;

dat een zoodanig verbod, gegeven opdat door het verrichten van werk in dit, te midden van de bebouwde kom der gemeente gelegen dok, de ingezetenen niet 's nachts in hunne rust zouden worden gestoord, blijkbaar is daargesteld, zoowel in het belang der openbare orde, als in dat der gezondheid, zoodat de uitvaardiging van dit verbod is te beschouwen als een uitvloeisel van de bevoegdheid aan den gemeenteraad verleend bij art. 135 der gemeentewet, met art. 144 der Grondwet in verband;

dat, al moge nu bij de concessie zich de gemeenteraad civiliter hebben verbonden de exploitatie van het dok te doen geschieden onder eene politie-verordening vast te stellen na overleg met de concessionarissen of hunne rechtverkrijgenden, echter, wanneer de verordening door den raad is vastgesteld, nadat het houden van een zoodanig overleg zou zijn verzuimd, zij door dat verzuim nog geenszins als niet verbindend zou moeten worden ter zijde gesteld, daar de macht bij de wet aan de gemeenteraden, als publiekrechtelijke lichamen gegeven tot het maken van verordeningen, binnen den kring van hunne strafwetgevende bevoegdheid, niet door eene bij eene concessie met privaatpersonen gesloten overeenkomst kan worden beperkt, omdat toch bij geen overeenkomsten aan de wetten die op de publieke orde betrekking hebben hare kracht kan worden benomen;

0. dat de bekl. aan zijne eerste verdediging subsidiair nog heeft aangevoerd, dat gemeld art. 88 niet op hem van toepassing kan zijn, omdat het daarbij bedoelde verbod niet is gericht tegen den persoon die het werk deed verrichten doch tegen hem die het zelf heeft verricht;

0. dienaangaande, dat reeds uit het verband waarin de artt. 88 litt. f en 82 litt. h der verordening tot elkander staan het tegendeel van deze bewering schijnt te blijken; dat immers, waar bij laatstgemeld artikel aan den burgemeester de bevoegdheid gegeven wordt in spoedeischende gevallen vrijstelling te verleenen van het in art. 88 bedoelde verbod, de gemeentewetgever, die den burgemeester in eene beoordeeling van dat al of niet spoedeischende wil doen treden niet het stukwerk van ieder werkman in het bijzonder, doch noodwendig het gansche werk heeft op het oog gehad, zoodat het de leider is van het werk in zijn geheel door wien de vrijstelling moet worden gevraagd en die alzoo aansprakelijk is als het werk op verboden tijd wordt voortgezet;

dat deze uitlegging ook steun vindt in de geschiedenis der wijze waarop de verordening werd tot stand gebracht;

dat, toch bij de vorige verordening houdende bepalingen van politie bij het gebruik van het drooge dok in art. 11 het werken tusschen 9 uur 's avonds en 5 uur 's morgens was verboden en bij art. 12 tegen de overtreding eene geldboete werd bedreigd speciaal tegen dengene onder wiens bevel het werk werd verricht;

dat wel is waar bij de tegenwoordige verordening die aanwijzing van den strafbaren persoon niet is geschied, doch dat bij het schrijven van 15 Mei 1890 der commissie tot het ontwerpen van de verordeningen tegen wier overtreding straf wordt bedreigd, bij de aanbieding van het ontwerp der tegenwoordige verordening aan den gemeenteraad, aan dit college de volgende toelichting is verstrekt, „dat de bepalingen van de 5e afdeeling „Havenpolitie" uit de vorige verordering overgenomen zijn'", uit welke toelichting volgt dat ten aanzien van de aansprakelijkheid de artt. 88 en 90 der tegenwoordige verordening door de artt. 11 en 12 der vorige worden verklaard;

dat om deze redenen terecht de bekl. is aangesproken ;

O. dat mitsdien wettig en overtuigend is bewezen dat de bekl. zich heeft schuldig gemaakt aan het bij de dagvaarding ten laste gelegde feit, dat behoort te worden gequalificeerd: „het werken in het droogdok „Prins Hendrik" te Middelburg, tusschen 9 uur 's avonds en 5 uur 's morgens";

Gezien de artt. 88 litt. /" en 90 der verordening, voor de gemeente Middelburg van den 30 Maart 1892, enz.;

Veroordeelt den bekl. in eene geldboete van f 1 enz.

benoemingen, verkiezingen enz.

VERKIEZING

van een lid van de tweede kamer der staten-generaal. 14 Juni 1893.

Hoofdkiesdistrict Gouda.

(Herstemming).

Uitgebracht 2142 stemmen. Gekozen de heer T. G. G. Valette met 1132 stemmen. De heer J. N. Bastert verkreeg 999 stemmen.

BERICHTEN.

Gravenhage, 15 Juni,

Nederlandsche Juristen- Vereeniging.

Het Bestuur der Juristen-Vereenieine heeft de eer, ter kennis

van H.H. leden te brengen, dat de XXIVste Algemeene Vergadering zal gehouden worden te Utrecht den 28n en 29n Augustus 1893, telkens des voormiddags ten 10 ure, met de volgende orde vau werkzaamheden.

Maandag 28 Augustus.

Samenstelling van het bureau en voorbereidende werkzaamheden.

Beraadslaging over het onderwerp :

Is herziening wenschelijk van het stelsel onzer wet omtrent eigendom van den grond in de richting van het Grondboek- of het Torrens-stelsely of in anderen geest ?

Stemming over de navolgende vraagpunten :

I. Is het — welk stelsel omtrent den eigendom van den grond men aanneme — wenschelijk, dat bewijskracht omtrent de grenzen der perceelen worde toegekend aan een met dat doel samengesteld kadaster ?

II. Behoort het negatieve stelsel omtrent den eigendom van den grond te worden verlaten ?

Zoo ja :

III. Moet worden ingevoerd

a. een stelsel van mobilisatie van den grond ? of

b. een stelsel in den geest van dat van Torrens ? of

c. een grondboekstelsel in den geest van het Pruissische ?

IV. Is het, bij behoud van het negatieve stelsel, wenschelijk

a. geene andere akten dan notarieele tot de bekendmaking in de openbare registers toe te laten ?

b. den invloed van vernietigingsactiën op de rechten van derden te beperken ?

c. de verplichting uit te breiden om op de openbare registers bekend te maken akten en vonnissen, tengevolge waarvan rechten op onroerend goed verkregen, verloren of beperkt worden ?

d. aanteekening in die registers voor te schrijven van feiten, die op de handelingsbevoegdheid der rechthebbenden van invloed zijn — daargelaten de vraag, of algemeene registers te dier zake wenschelijk zijn ?

e. het verkrijgen door verjaring (termijn, schorsing, stuiting! te vergemakkelijken ?

Dinsdag 29 Augustus.

Beraadslaging over het onderwerp :

Welke behooren de grondslagen te zijn voor de samenstelling eener algemeene politie-wet, ten aanzien zoowel van de bevoegdheden als van de organisatie der politie ?

Stemming over de navolgende vraagpunten :

I. Is eene algemeene regeling van de organisatie en de bevoegdheid der politie bij de wet wenschelijk ?

II. Moet in beginsel de gemeentepolitie, als zelfstandig deel der politie, vervallen en in de rijkspolitie worden opgelost?

III. Moet de leiding der rijkspolitie worden toevertrouwd

a. aan den minister van Justitie ? of

b. aan den minister van Binnenlandsche Zaken ? of

c. aan eenen afzondei lijken minister van Politie?

IV. Moeten voorts als hoofden der rijkspolitie worden aangewezen

a. de hoofden van het O. M. bij de hoven en rechtbanken ? of

b. afzonderlijke ambtenaren ?

V. Moet, als naast de rijkspolitie eene gemeentepolitie in stand blijft, de werkkring van deze in beginsel worden beperkt tot handhaving van de plaatselijke verordeningen en de belangen van bloot plaatselijken aard ?

VI. Is het wenschelijk aan den Commissaris der Koningin toe te kennen

1°. toezicht over de gemeentepolitie?

2°. bevoegdheden ten aanzien der rijkspolitie ?

VII. Moet voorts, bij instandhouding eener gemeentepolitie, in buitengewone omstandigheden

1°. het gansche beleid worden opgedragen aan den burgemeester ?

2°. dit door hem gevoerd worden onder toezicht van den Commissaris der Koningin ?

3°. het oppergezag dan worden toegekend aan den minister, hoofd der rijkspolitie ?

VIII. Moet de wettelijke regeling van de bevoegdheid der politie geschieden door middel van

a. eene nauwkeurige omschrijving van de bevoegdheden haar verleend ?

b. eene nauwkeurige algemeene omschrijving van de taak der politie en van de beperkingen harer bevoegdheid bij de vervulling van die taak?

Bepaling van de plaats, waar de volgende Algemeene Vergadering zal worden gehouden.

Benoeming van drie Bestuursleden in de plaats van Mrs. G. A. van Hamel, H. L. Drucker en Jostja van Eik, niet herkiesbaar, en verleening van eervol ontslag aan den Secretaris-Penningmeester, die wenscht aftetreden.

Namens het Bestuur,

G. A. van Hamel, Voorzitter. A. P. Th. Eyssell, Secretaris.

advertenties.

STAATSBLAD met BIJVOEGSEL.

Offic. uitg. 1813—1891. Gedeeltelijk gebonden en ingenaaid. Net exemplaar. Te koop voor fl. 40.

Te bevragen onder letter 'L bureau van dit blad.

Bij GEBR. BELINFANTE, te 's-Gravenhage, zijn verschenen de 12e en 18e aflevering van

inleiding

TOT DE BEOEFENING VAN HET

NEDERLANDSCH PRIVAATRECHT

DOOll

H. NI. J. WATT EL,

Directeur der Notariaatschool te Sassenheim.

Met deze afleveringen is deel I (Burgerlijk Wetboek) voltooid Ook de Wet op het Nederlanderschap is daarin behandeld.

De inteekening op dit werk, waarvan de omvang op ongeveer 60 vel wordt geraamd, blijft & f 0.20 per vel opengesteld.

Deel I is ook afzonderlijk verkrijgbaar onder den titel van :

Inleiding

TOT DB BEOEFENING VAN HET

Burgerlijk Wetboek.

Prijs f 8.—.

Bij GEBR. BELINFANTE, te 's-Gravenhage, is thans compleet verschenen:

Het Wetboek

VAN

Strafvordering,

ZOOAI.S HET GEWIJZIGD IS DOOR DE

Wet van den I5en Januari 1886 (Stbl. n°. 5) en die van den I5en April 1886 (Stbl. n°. 64)

MET TOELICHTING DIER WIJZIGINGEN

uit de gewisselde stutten en gevoerde Beraadslagingen en eenige aanteefceningen,

DOOR

Mr. 3E3C. Zillesen,

Commies-Griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Prijs: ing. f 4.50, geb. f 4.90.

GEBR. BELINFANTE te 's-Gravenhage verzonden aan de inteekenaren:

Mr. C. E. Vaillant, HAJXT DBOEK

VOOR DEN

Ambtenaar ra Hen Borprllen Stand.

DERDE HERZIENE EN BIJGEWERKTE UITGAVE DOOR

H. G. Hartman Jz.

Aflevering 5.

Dit werk zal ongeveer in 8 afleveringen compleet zijn, en is tegen den prijs van f 1.— per aflevering alom verkrijgbaar.

NIBU "W!

Chicago-Hectograaf.

Fol° (37 cM. X25cM.) f 4.75

4°. .... (81 cM. X 25 cM.) 3.75

8o. .... (18 cM. X 25 cM.) 2.75

Bij eiken toestel behoort een fleschje inkt en eene gebruiksaanwijzing.

Verkrijgbaar aan het

Industrieel Agentschap,

Paveljoensgracht 19a alhier. Uitgaven GEBR. BELINFANTE, DEN HAAG.

Paulus (Mr. J.) Het consulair recht en de consulaire

werkkring f 3.—

Polenaar (Mr. B. J.) Het ontwerp faillissement behandeld 1.25 Pinto (Mr. A. A. de) Indisch Strafwetboek . . . 3.—

Ontwerp Burgerlijke Rechtsvordering. . . 6.25

Raad van State, 33e deel (1893), Geschillen van Bestuur,

vel 1—U, per vel druks 0.25

Register Staatsblad 1813—1892 afl. 1—5 pro compleet . 11.—

Rochussen (.Thr.) Nijverheid en Overheid . . . 3.—

Mémoire sur le Bimétalisme international . . 2.—

Studies over Geld- en Muntwezen . . . 3.—

— Theorie der Inkomstenbelasting .... 2.25

Rossem Bz. (Mr. W. van) Rechtspraak Burgerlijke

Rechtsvordering, 5 dln. en supplement . . . 24.25 Schermbeek (.T. C. van) Synoptische Tabellen, behoorende

bij het Burgerlijk Wetboek 1.—

Schooneveld PJzn. (Mr. M.j Code Pénal, met suppl. . 12.50

Schreuder (L. H. G. P.) Wet Nationale Militie, 2 dln. 15.— Sickenga (Mr. F. N.) Geschiedenis Ned. belastingen

1810—1883, 2 dn 7.80

Simons (Mr. D.) De Vrijheid van Drukpers . . . 2.25

(Mrs. Asscher en —) Wetboek van Strafrecht . 7.—

Jex (Mr. C. A. den) Encyclopaedia Jurisprudentiae . 5.75 Themis, Regtskundig Tijdschrift 1893, le stuk. . . 4.— Ireub (Mr. M. W. F.) Over de Civielrechtelijke Verantwoordelijkheid van den Notaris .... 1.— Vaillant, Burgerlijke Stand, 3e druk door H. G. Hart

man Jz., afl. 1—5 ..•••>. 5.—

Vernée (L. Gr.) De Arbeidswet 0.15

Vos (Is.) Wet Registratie . • ■ • . 3.75 Vreede (Prof. P. IV".) Gesch. Diplomatie Bataafsche

Republiek 20.30

Inleiding Gesch. Nederlandsche Diplomatie . 18.90

Wattel (II. M. J.) Algemeen Register op Recht en Wet 0.75 Inleiding tot de beoefening van het Ned. Privaatrecht, le deel (Burgerlijk Wetboek).... 8.— Wetboek van Koophandel, volksuitgave, ing. f 0.65, geb. . 0.90 Winckel (Mr. C. P. K.) Formulierboek van Burgerlijke

Rechtsvordering, ing. f 16, geb 20.—

Wintgens (Mr. W.) Politieke Nabetrachting, (2e druk) . 1.—

Zilcken (Mr. G. E. E.) Consulaire Rechtsmacht . 6.—

Zillesen (Mr. H.) Wetb. van Strafvordering, ing. f 4.50, geb. 4.90

Snelpersdruk en Uitgave van GEBR. BELINFANTE, te 's-Gravenhage

Sluiten