Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eed opgemaakt procesverbaal, dd. 13 1'ebr. 1893, staat gerelateerd :

dat de bekl. in den avond van 13 ï'ebr. 1893 in het lokaal Felix Pavore te Haarlem, in eene voor ieder toegankelijke vergadering, voor een lOOtal toehoorders eene rede of toespraak heeft gehouden, waarin hij de bij dagvaarding sub 1°. tot en met 4°. aangeduide zinsneden heeft gebezigd;

en dat door dit bewijsmiddel, door de als getuigen ter terechtzitting gehoorde verbalisanten nader toegelicht en bevestigd, wettig en overtuigend is bewezen : dat de bekl. op tijd en plaats en onder de omstandigheden, als bij dagvaarding vermeld, de woorden heeft gesproken, die hem zijn ten laste gelegd ;

O. ten aanzien van de strafbaarheid daarvan :

dat de sub 1°. aangeduide zinsnede, aanvangende met de woorden „Wij anarchisten", als eene bloote mededeeling der inzichten van beklaagde en zijne partijgenooten, niet onder het bereik der strafwet valt;

dat nu wel de overige zinsneden de strekking en bedoeling hebben, ontevredenheid met den bestaanden toestand op te wekken, en in dien zin eene in het algemeen beslist opruiend karakter dragen ;

doch dat daarbij tot geene enkele bepaald aangewezene, voor uitvoering vatbare daad of handeling wordt opgeruid die, zoo zij uitgevoerd werd, een strafbaar feit zoude opleveren ;

en dat alzoo de geïncrimineerde woorden en zinsneden niet als opruiing in den zin van art. 131 Strafrecht kunnen worden aangemerkt ;

O. dat daartegen ook bij geene andere wetsbepaling is voorzien en dat mitsdien de bekl. van alle rechtsvolging behoort te worden ontslagen ;

Gezien art. 216 Strafvord.;

Rechtdoende enz.,

Verklaart het als bewezen aangenomen feit niet strafbaar;

Ontslaat den bekl. deswege van alle rechtsvervolging;

De kosten van het geding te dragen door den Staat.

BERICHTEN.

's-Gravenhage, 14 September.

In aansluiting aan de mededeelingen in ons vorig nommer over den op 8 en 9 Sept. jl. te Augsburg gehouden XXIIsten Duitschen Juristendag nog het volgende'.

In de afdeeling, waarin op den 8en Sept. in behandeling was genomen de vraag, welke procedure moet worden gevolgd om de aanspraak van onschuldig veroordeelden op schadevergoeding te doen gelden, werd de beraadslaging daarover den volgenden dag voortgezet, liet debat trad niet in de details van het proces, maar bewoog zich meer bepaald op het gebied der vraag, voor welken rechter de vordering moet worden ingesteld, voor den burgerlijken rechter of voor den strafrechter.

Overeenkomstig het voorstel van Prof. Dr. A. Merkel uit Straatsburg besliste de afdeeling in laatstgemelden zin, met dien verstande dat de vordering tot schadeloosstelling zich zoo nauw mogelijk moet aansluiten bij het proces der strafzaak in revisie (Wiederaufnahme des durch rechtskr'aftiges Urtheil geschlossenen Verfahrens, Str.pr.ordn., § 399 vgg.).

In dezelfde afdeeling werd daarna nog een levendig debat gevoerd over de algemeen in toestemmenden zin beantwoorde vraag, of veranderingen wenschelijk zijn in de tegenwoordige verhouding tusschen geld- en vrijheidstraf.

In de tweede afdeeling werden behandeld deze twee vragen :

1. Empfehlt sieh eene besondere Regelung der sogenannten Bankdepotgeschafte und eine Sonderung ihrer verschiedenen Arten 1

2. Wie soll die Gesetzgebung Differenzgeschafte behandeln, bei denen die effective Erfüllung ausgeschlossen wird ?

De eerste vraag werd in overeenstemming met het advies van Justizrath Dr. Levy uit Berlijn toestemmend beantwoord in een besluit, dat verschillende grondslagen voor de gewenschte regeling inhield.

Ten aanzien der tweede vraag besliste de afdeeling overeenkomstig het advies van den Oberlandesgerichtsrath Strückmann uit Keulen, dat de bedoelde overeenkomsten geen actie moeten geven (nicht klagbar sind) wanneer haar werkelijke vervulling door partijen uitdrukkelijk of stilzwijgend is uitgesloten.

In de algemeene vergadering, waarmede de XXI Is te Juristendag in den namiddag van 9 Sept. werd besloten, was aan de orde de zeer actueele en blijkbaar zeer groote belangstelling wekkende vraag, of uitbreiding van de taak der schepengerechten in de Duitsche strafrechtspleging wenschelijk is. Adviezen hierover waren uitgebracht door den raadsheer in het Rijksgerechtshof Stenqlein en door Prof. Franck uit Giesen. Rapporteur in de algemeene vergadering was de voorzitter von Gneist, wiens plaats tijdelijk werd ingenomen door een der ondervoorzitters, toen hij in een schitterend referaat de geschiedenis der jury in Engeland, Frankrijk en Duitsehland in vogelvlucht schetste en evenals de beide adviseurs zich zeer stellig verklaarde voor vermeerdering van den invloed van het leekenelement in strafzaken door uitbreiding van den werkkring der schepengerechten. Men weet, dat deze thans door de §§ 25 en 27 der Gerichtsverfassung wordt beperkt tot overtredingen en enkele bepaald genoemde wanbedrijven (Vergehen), die van betrekkelijk minder gewicht werden geacht. Nu waren er in de vergadering die, met den procureur-generaal Hamme uit Keulen, ook de jury geheel wilden oplossen in de schepengerechten, door deze tot rechter in alle strafzaken te maken. .

Zoover echter ging de juristendag niet bij het met groote meerderheid genomen besluit, dat alle strafzaken, waarvan thans de strafkamers der Landgerichte krachtens §§ 73 en 74 G. V. kennisnemen, in eersten aanleg bij de schepengerechten moeten worden gebracht.

— Eergisteren, 12 Sept., 's namiddags drie nur, waren alhier in de Trèves-zaal bijeengekomen de afgevaardigden tot de conferentie voor het internationaal privaat recht, volgens de opgaaf van het Dagblad voor Z.-H. en 's-Gravenhage en andere bladen (de Staatscourant bewaart over de zaak een opmerkelijk stilzwijgen) samengesteld als volgt:

Duitsehland, Baron von Seckendorff, Keizerlijk Geheimraad aan het Departement van Justitie te Berlijn, en Graaf d'Arco-Valley, legatie-secretaris.

Oostenrijk-Hongarije, Baron de Haan, Afdeelingsraad aan het Keizerlijk-Koninklijk Ministerie van Justitie (voor Oostenrijk), en A. de Korizmies, raadsheer aan het gemengde Hof van Appel te Aiexandrie (voor Hongarije).

Belgie, Baron d'Anethan, Belgisch gezant; J, van Cleemputte, advocaat en lid van de Kamer van Vertegenwoordigers ; A. J. Beekman, directeur-generaal aan het Ministerie van Justitie te Brussel, en A. van den Bulcke, Minister-resident, directeur van de Kanselarij aan het Ministerie van Buitenlandsche Zaken te Brussel.

Denemarken, Mr. P. Matzen, professor aan de Universiteit te Kopenhagen.

Spanje, De Villa-Urrutia, Minister-resident van Spanje; Bienvenido Oliver y Esteller, lid van de Academie van Geschiedenis, onder-directeur der registers, en Mannel Torres Campos, Prof. in internationaal recht aan de Universiteit van Grenade.

Frankrijk, Legrand, buitengewoon gezant en gevolmachtigd Minister te 's Gravenhage, en Louis Renault, professor in 't volkenrecht aan de Universiteit te Parijs, adviseur aan het Depart. van Buitenlandsche Zaken.

Italië, Graaf de Gerbaix de Sonnaz, buitengewoon gezant en gevolmachtigd Minister te 's Gravenhage, en Guido Pusinato, lid van de Kamer van Volksvertegenwoordiging, professor in internationaal recht aan de Universiteit te Turin.

Luxemburg, Jules Chomé, Staats-procureur-generaal aan het Oppergerechtshof en lid van den Raad van State te Luxemburg.

Nederland, Prof. Mr. T. M. C. Asser, lid van den Raad van State, Jhr. Mr. G. J. Th. Beelaerts van Blokland, lid van de Tweede Kamer, Mr. P. R. Peith, raadsheer in den Hoogen Raad, lid der commissie voor de herziening van het Burgerlijk Wetboek, en Mr. E. N. Rahusen, lid van de Eerste Kamer.

Portugal, Baron de Sendal, zaakgelastigde te 's Gravenhage.

Rumenie, de buitengewone gezant en gevolmachtigde Minister van Rumenie te Parijs en te 's Gravenhage (G. Bengesco).

Rusland, Prof. Martens, permanent lid van den Raad aan het Ministerie van Buitenlandsche Zaken te Petersburg, N. de MalevskyMalévitch, vice-directeur van het Departement van inwendige zaken aan het Ministerie van Buitenlandsche Zaken te Petersburg, en Serge de Manoukhin, adviseur aan het Ministerie van Justitie te Petersburg.

Zwitserland, P. Meili, professor aan de Universiteit te Zurich, en E. Rognin, professor aan de Universiteit te Lausanne.

Tegenwoordig waren ter verwelkoming der afgevaardigden namens de Nederlandsche regeering de heeren Ministers van Buitenlandsche Zaken en van Justitie, Mr. G. van Tienhoven en Mr. H. J. Smidt, met de Secretarissen-Generaal van beide departementen, de heeren Mr. G. J. E. E. Zii.cken en Jhr. Mr. P. J. van Beyma.

De openingsrede werd gehouden door den Minister van Buitenlandsche Zaken. Een antwoord volgde van Baron i/Anethan, deken van het corps diplomatique alhier, eersten gedelegeerde der Belgische regeering ter conferentie.

Daarna werd het woord gevoerd door den Minister van Justitie. Hij betuigde zijne ingenomenheid met het goede onthaal, aan het voorstel der Nederlandsche regeering te beurt gevallen, en sprak de verwachting uit, dat de conferentie van gunstigen invloed zal zijn op de ontwikkeling van het internationaal privaatrecht. Aan eene uitnoodiging om als voorzitter der conferentie op te treden meende de minister wegens gebrek aan beschikbaren tijd geen gevolg te kunnen geven. Tot voorzitter werd nu gekozen de staatsraad Asser, eerste gedelegeerde der Nederlandsche regeering, die het praesidium aanvaardde met eene rede, waarin hij zijne denkbeelden omtrent de bij den arbeid te volgen methode uiteenzette.

Vervolgens werden benoemd:

tot eere-voorzitters de Ministers van Buitenlandsche Zaken en van Justitie, alsmede de gezanten van België, van Frankrijk, van Italië en van Spanje, allen tevens gedelegeerden hunner regeeringen ;

tot vice-presidenten de eerste gedelegeerden van Duitsehland Baron von Seckendorff, van Oostenrijk-Hongarije Baron von Haan en van Rusland de heer de Martens.

Als secretarissen werden aan de conferentie toegevoegd de heeren Jhr. Mr. H. C. J. Testa, Mr. W. P. Graaf van Bylandt, Mr. J. A. Baron de Vos van Steen wijk en Mr. J. B. Breukelman.

De Conferentie besloot in een den volgenden dag (13 Sept.) te 10 uren te houden algemeene vergadering de behandeling der aan de orde gestelde onderwerpen aan te vangen.

Des avonds vereenigde de Minister van Buitenlandsche Zaken de gedelegeerden en vele andere genoodigden, waartoe behoorden de Hooge Raad der Nederlanden en andere leden der magistratuur, op eene schitterende receptie ten zijnen huize.

In de gisteren, 13 Sept., gehouden algemeene vergadering werd de orde der werkzaamheden vastgesteld. De conferentie splitste zich daarna in vier afdeelingen, die onmiddellijk een aanvang maakten met den arbeid.

advertenties.

Notariaatschool te Amsterdam.

Directeur: Mr. M. W. F. Treub.

Leeraren: Mr. Treub, advocaat en candidaatnotaris, vroeger privaat-docent voor notariaat en fiscaal recht aan de Universiteit aldaar, (Keizersgracht 641) en Notaris J. J. SmIth aldaar (Sarphatistraat 116). die zich verscheidene jaren uitsluitend met de opleiding van jongelui voor het notarieel examen bezig hield.

vDe leerlingen voor het 2e en het 3e gedeelte van het notarieel examen zullen bovendien één uur per week onderwezen worden in het Boekhouden door den heer E. A. VAN SUCHTELEN, Leeraar in het boekhouden aldaar//. Prospectussen op aanvraag verkrijgbaar. Opening einde September.

Cursus Notariaat Utrecht.

Mr. A. J. B. RIJKE, privaat-docent voor notariaat en fiscaal recht aan de rijks-universiteit te Utrecht, zal zijne lessen hervatten :

die ter voorbereiding tot het 1ste en jjde gedeelte van het notarieel examen op Woensdag 20 September;

die ter voorbereiding tot het 3de gedeelte aanvang October.

Zij, die den cursus wenschen te volgen, gelieven zich ten spoedigste mondeling of schriftelijk aan te melden :

Utrecht, Lucasbolwerk 4.

Prospectus en inlichtingen op aanvraag.

Ontwerp van Wet

op HET

Faillissement en fle Surséance van ietalioj.

Het 3e deel van dit werk is thans verschenen. Het bevat de beraadslagingen in de Tweede Kamer en het Ontwerp van Wet, zooals het door de Tweede Kamer is aangenomen.

PRIJS ƒ1.90.

Het le deel (het Regeerings-ontwerp van 10 Dec. 1890, met Memorie van Toelichting) blijft & f 1.50, het 2e deel (Verslag der commissie van voorbereiding der Tweede Kamer enz.) £k. f 2.25 verkrijgbaar.

De prijs van dit werk voor de abonnés op het Weekblad van het Recht is thans: deel I fl.50, deel II f 1.50 en deel III f 1.25.

Vroeger verschenen:

Ontwerp Staatscommissie Faillissement f 2.25

Handelspapier . . . 0.60

Vennootschappen . . . . .1.75

Wetboek van Koophandel . . . 4.60

Burg. Wetb. Ie boek, 2 dln., gebonden 7.—

Mr. J. C. de Marez Oyens, Beginselen heden-

daagsch Eaillietenrecht .... 4.90

Mr. B. J. Polenaar, Het ontwerp Faillissement

behandeld ...... 1.25

's-Gravenhage, GEBR. BELINFANTE.

15 Juli 1893.

Bij GEBR. BELINFANTE, te 's-Gravenhage, zijn verschenen de 12e en 18e aflevering van

Inleiding

tot de beoefening van het

NE0ERLANDSCH PRIVAATRECHT

door

H. M. J. WATT EL,

Directeur der Notariaatschool te Sassenheim.

Met deze afleveringen is deel I (Burgerlijk Wetboek) voltooid. Ook de Wet op het Nederlanderschap is daarin behandeld.

De inteekening op dit werk, waarvan de omvang op ongeveer 60 vel wordt geraamd, blijft & f 0.20 per vel opengesteld.

Deel I is ook afzonderlijk verkrijgbaar onder den titel van:

Inleiding

tot de beoefening van het

Burgerlijk Wetboek.

Prijs f 8.—.

Léon's Rechtspraak 3e Druk.

Aan de inteekenaren zijn verzonden vel 27—32 van deel I afl. 2 (van Emden's Gemeentewet, saamgevat door Mr. H. Vos, advocaat te Leiden).

Hierin is opgenomen de Rechtspraak op artt. 189 tot 220 der Gemeentewet.

Dit belangrijk gedeelte van Léon's Rechtspraak is ook voor niet-inteekenaren afzonderlijk verkrijgbaar gesteld, onder den titel van van Emden's Rechtspraak op de Gemeentewet, saamgevat door Mr. H. Vos.

Afl. 1—10 van deze editie zien a, f0.75 per aflevering het licht.

Van Léon's Rechtspraak 3e Druk zijn thans verschenen:

Dl, I afl. 1. Mr. J. A. Levï. De Grondwet f 3.25

// I // 2. Mr. H. Vos, Gemeentewet,

art. 1—220 7.50

n I // 3. Mr. N. Cramer, De Fabriekwet 1.—

// 1 » 4. — De Begraafwet en Ziek-

tenwet 1.25

n III // 4 N. Koomans. De Wet op het

Recht van Zegel 1.75

Snelpersdruk en Uitgave van GEBK. BELINFANTE, te 's-Gravenhag*

Sluiten