is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad der Vereenigde Nederlanden; opgerigt bij besluit van zijne Koninklijke Hoogheid den Heere Prinse van Oranje-Nassau, soeverein vorst der Vereenigde Nederlanden enz. enz. enz. van den 18 december 1813 no.5, 1814, 01-01-1814

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gcene Certificaten of Binnenlandscke Paspoorten mogen afgeven \ ten zij de verzoekers , bij bekoorlijke en autentieke extracten , uit de Registers bewijzen , dat zij, of van de Landmilitie zijn vrijgesteld, of daar van zijn vrij-geloot, of wel, dit zij, aaDgeloot hebbende , een, door de daar toe bevoegde Magt goedgekeurden xemplagant in liunne plaats gesteld liebben; al waar van naar mate het met de zaak gelegen zalzijn, door de Plaatselijke Regeringen in de, door hun als dan te verleeneti Certificaten of Binïienlandsche Paspoorten melding moet worden gemaakt.

4. Desgelijks zal aan geene Matroozen of Scheepsvolk, gepermitteerd worden ter Koopvaardij of Vischvangst uit te gaan ea in zee te steken, ten ware zij aan de daar toe competente Beambten, door exhibitie van hunne Doopeeelen , Akten van Geboorten , of extracten uit de Registers , behoorlijk bewijzen, dat zij boven of onder de jaren van de Landmilitie ïijn ; of wel dat zij , in de termen van de Landmilitie vallende , daar van , of zijn vrijgesteld , of vrijgeloot, of wel, dat zij , aangeloot hebbende, sen' door de daar toe bevoegde Magt goedgekeurden remplagant ia hunne plaats gesteld hebben ; interdicerende Wij mitsdien san de daartoe competente Ambtenaren, bij deze, wel expresselij1 , om cenige Matroozen of Scheepsvolk te monsteren, of naar zee te doen vertrekken, welke nalatig zouden mógen zijn, om de hier voorgemelde bewijzen over te leggen.

5. Alle Manspersoonen in de termen der Landmilitie vallende, welke zich zouden mogen onttrekken aan de , op hen liggende verpligting, om zich op de Registers te doen inschrijven, ten einde in de loting begrepen te worden, en welke zouden mogen worden ontdekten achterhaald, zullen terstond, zonder loting, in de Landmilitie worden opgenomen en ingelijfd.

6. Niemand onzer Ingezetenen zal, tot eeni^ambt., bediening of post admissibel zijn, of in functie kunnen gesteld worden, noch ook eenig patent tot uitoefening van eenig bedrijf of nering kunnen bekomen, ten zij hij, bij het doen van zijnen ambts-eed , de aanvaarding zijner functiön , of bij zijn verzoek om patent in voege voorschreve, behoorlijk bewijze, dat hij, uit hoofde zijner jaren, onder de Landmilitie niet begrepen is, of, ir dien hij daaronder begrepen is, dat hij daarvan, of is vrijgesteld, of heeft vrijgeloot, of een goedgekeurd remplagant in zijne plaats heeft gesteld.

Onze Seci etaris van Slaat voor de Buitenlandsche zaken, de Eerste-President van het Hoog-Geregt.shof der Verëanigde Nederlanden, alïe onze Commissarissen-Generaal en de Algemeerie Secretaris van Staat zijn belast, iedeir voor zoo veel hem aangaat, met de nitvoering van dit Besluit, hetwelk op de gewone wijze gepubliceerd, en in het Staatsblad geïnsereerd zal warden;