is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad der Vereenigde Nederlanden; opgerigt bij besluit van zijne Koninklijke Hoogheid den Heere Prinse van Oranje-Nassau, soeverein vorst der Vereenigde Nederlanden enz. enz. enz. van den 18 december 1813 no.5, 1814, 01-01-1814

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervallen, dat zoodanige aangiften tliafis niet meer te pas kwamen, dooronkutide daaromtrent, zijn nalatig gebleven, waaruit niet alleen onvolledigheid in de registers is ontstaan, maar , in tijd en wijle, dphoogste ongelegenheden, voor vele Onzer onderdanen , zouden kunnen voortspruiten;

Hebben, op de voordragt van Onzen Secretaris van Staat voor de Binnenlandsche Zaken, bepaald, gelijk Wij bepalen bij deze:

1°. Dat alle Ingezetenen van vestingen en plaatfen, binnen de Vereeuigde Nederlanden, tot op den 16 Maart laatstleden (tijdstip van het eindigen van bovengemelden termijn) oi langer, door den vijand bezet geweest, even zeer als de bewoners van de voorsteden, poorterijen of buiten-districten tot die vestingen en plaatsen beboerende, welke,gedurende de voorsz. bezetting en insluiting, of naderhand, door de plaatshebbende omstandigheden , in de onmogelijkheid zijn geweest, of ook door dwalende begrippen mogten hebben verzuimd, om de vereischte aangiften , wegens geboorte , sterfgevallen enz. in de registers van den burgerii ken stand, tu doen, of binnen den tijd, en in die regelmatigheid te bewerkstelligen, als de wetten vorderen, als nog, en zonder deswege eenige penaliteit te ondergaan , die aangiften zullen kunnen doen, mits zich daartoe Linen eene maand na de dagteekening dezes aanmeldende bi' de ambtenaren met het houden der voorgemelde registers, binnen hunne gemeente, belast, of wel binnen die gemeente, alwaar de aangifte primitivelijk had behooren te gsfehieden.

30. Dat dezelve ambtenaren die aangiften alsnog zullen aannemen en ontvangen, en in de loopende registers van den burgerlijken stand plaatsen; dezelve stellende op de dagteekeningen, waarop die respectivelijk geschieden , doch telkens daarbij speciale aanhaling doende van dit Ons besluit, met vermelding dat die plaatsing uit krachte van hetzelve geschiedt.

5°. Dat de gezegde aangiften en plaatsingen, binnen den voorgemelden tijd en op de gezegde wijze, geschiedende , in alles zullen worden beschouwd, als of die op het tijdstip, bij de wet bepaald, waren gedaan, en dus in alle derzei ver effecten daarmede gelijk staan , zonder dat immer, uit het niet tijdig doen of plaatsen van dezelve, cenige nadeelige gevolgen zullen kunneyi worden al'ge.eid; en