is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad der Vereenigde Nederlanden; opgerigt bij besluit van zijne Koninklijke Hoogheid den Heere Prinse van Oranje-Nassau, soeverein vorst der Vereenigde Nederlanden enz. enz. enz. van den 18 december 1813 no.5, 1814, 01-01-1814

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten einde zij raar bevinding onder een der Corps van de Armee worden ondergestoken, of wel een behoorlijk ontslag bekomen.

6. Het Departement van Oor'og zal de noodige orders stellen , ten einde de gedetineerden, welke in dit Pardon zijn begrepen, daarvan jouïsseren, en op vrije voeten worden gesteld; en dat de gecondemneerdenbij deze bedoeld, op eéne gepaste wijze, in het openbaar worden gerehabiliteerd, mitsgaders den nog onvervulden tijd van hun engagement uitdiepen, voor zoo verre zij daartoe geschikt bevonden worden, ofwel eeii behoorlijk ontslag ontvangen.

7. Ten einde voortekomen, dat de zoodauigen, welke deze. Onze clementie veronachtzamen, niet straffeloos in hunne misdaad volharden,' en dat dezulken, welke zich na de bekendmaking dezer, aan Desertie schuldig maken , promptelijk worder opgespoord en te regt gysteld, gelasten Wij alle Regeringen, Officieren en Beambten van Justitie en Folicie en andere geconstitueerde Autorite'ten, naauwkeurig nategaan , of zich eenige Deserteurs in hunne gemeenten of ressort bevinden , en bij aldien zij ontwaar worden dat dezelve zich niet binnen de bepaalde twee maanden na de bekendmaking van dit GeJieraal Pardon , hebben aangegeven , of na die bekendmaking zijn gedeserteerd, dezulken te doen arresteren en overbrengen , naar het naast bij gelegen Garnizoen.

8. Geli k Wij al mede ten zelfden einde Ons Departement Van Oorlog autoriseren tot het stellen der noodige orders, om aan ieder d-e een Deserteur heeft ontdekt, met dat gevolg, dat hij in handen der Justitie gerake, en als Deserteur gestraft worde, te doen betalen eene somma van één-en-twintig Lriildens; — welke som nogtans, indien-meer dan één persoon gelijke!] k tot het arresteren van een Deserteur mogt hebben toegebragt, tusschen heil zal worden gedeeld.

9. Alle Onder-Officieren en Manschappen, welke met verlof hun Garnizoen verlaten, zuilenverpligtzijn, aan de respective Regeringen der plaatsen, alwaar zi] willen vernachten, of zich ophouden, te vertoonen de Verlofpas waarvan op die Pas, en ter plaatse van het verblijf aanteekening zal worden gemaakt, zonder afvordering van eenige kosten.

*

10. Alle Onder-Officieren of Manschappen, welke buiten den omtrek van hun Garnizoen gevonden worden, zonder Van eene zoodanige Verlofpas of finaal Paspoort voorzien te zij.11,

4