is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad der Vereenigde Nederlanden; opgerigt bij besluit van zijne Koninklijke Hoogheid den Heere Prinse van Oranje-Nassau, soeverein vorst der Vereenigde Nederlanden enz. enz. enz. van den 18 december 1813 no.5, 1814, 01-01-1814

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door den lieer Ambassadeur van Z jne Groot-Brittannische Majesteit, bij Ons residerende, altegeven.

2. Ter bekoming van deze licenses, zullen de belanghebbenden bij het departement van financiën moeten bewijzen, dat zij zijn onderdanen der Vereenigde Nederlanden en binnen dezelve woonachtig, eu dat het schip of vaartuig, met hetwelk zij voornemens zijn eene reize naar eene der bovengemelde koloniën te doen, hun eigendom is, en gebouwd op het grondgebied der Vereenigde Nederlanden, en bemand met een kapitein en drie vierde der equ'pagie, Nederlandsche onderdanen zinde, of een schip of vaartuig, in Groot-Brittauje gebouwd en in eigendom toebehoorende en bemand, zoo als bij de Britsche wetten voorgeschreven is.

3. Dienvo'gens zullen voor gemelde vaart en handel, doofc het departement van linanciën, worden verleend afzonderlijke zeebrieven, houdende den naam van ten minste een tier eigenaren, en de plaats aanwijzende alwaar het schip is gebouwd.

4. Het last- of tonnegeld, voor elk schip of vaartuig, van of naar de voormelde koloniën in of uitgeklaard wordende, anders dan in ballast, zal zijn één gulden per ton, twee ton gerekend tegen een last.

5. Ter vervanging der recognitie, veil- eu lastgelden, en alle andere bijzondere condit'ën, waaraan de A'aart en handel van en op de voormelde bezittingen, in de West - Indien, is onderworpen geweest, en ten enide deze \aait en liandtl op gelijken voet te brengen als die welke tusfchen Groot-Brittan— iiiën en gezegde koloniën gevoerd wordt, zal dezelve geschieden in voegen als hier volgt;

6. Alle goederen, waren en koopmanschappen, zijnde van het gewas , voortbrengsel of fabrijkwezen der Vereenigde Nederlanden , betalen op het uitgaan naar de meergemelde koloniën, van de waarde van honderd guldens een regt van vijf guldens en tien stuivers, en een regt van dne guldens tri tien stuivers, wanneer dezelve zijn van het gewas, voortbeng— fel of het fabrijkwezen van het Vereenigd Koningrijk van GrootB:*ittannien en Ierland, makende het laatstgemelde met het regt van twee percent, dat in Engeland op het uitgaan geheven wordt, eene geliike belasting van vijl en een half percent, als voor inlandsche goederen is bepaald.