is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad der Vereenigde Nederlanden; opgerigt bij besluit van zijne Koninklijke Hoogheid den Heere Prinse van Oranje-Nassau, soeverein vorst der Vereenigde Nederlanden enz. enz. enz. van den 18 december 1813 no.5, 1814, 01-01-1814

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijen op Loterijen , als mede- alle negotiatie-Loterijeii ;.met dien verstande nogtans , dat hierdoor niet worden gerekend verboden te zijn zoodanige negotiatiëïi, waarbij premiën woid u uitgeloofd, welke ten behoeve van steden, plaatsen of korporatiëii, op daartoe, door Ons te verieeuen konseuten , zullen kunnen plaats hebben, des nogtans, dat bij dezelve wel premiën, boven de algttneene som Van den inleg te genieten, docli in geejie gevallen eer.ige nieten of prijzen die de uitgave minder dan den inleg zouden doen bedragen, zullen worden gedoogd.

Insgelijks zal niemand binnen deze landen vsrmogen te collecteren of doen collecteren voor Loterij en buiten dezelve aangelegd, directeiijk of indirectclijk, 't zij met inschrijvingen aante nemen, of aandeelen , of verbaudbrieven daarop uittegeveu , of onder welke benaming zulks ook zoude mogen wezen, op eene boete van eeri honderd zilveren dokatons voor den gene die zoodanige loterij aanlegt, continueert, collecteert oi doet collecteren, welke boete bij herhaalde overtreding, telkens zal worden verdubbeld; zullende daarenboven het ingelegde geld worden ge£onfiskeerd.

2. Niemand zal ecnige ber'gten, plans of advertentien, van vreemde Loterijen mogen doen uitgeven, of verspreiden, op euiie boete van honderd en vijftig guldens, welke boete insgelijks bij herhaalde overtreding telkens zal worden verdubbeld.

3. De boeten waarvan boven gewag gemaakt Is, zullen wordenwverdeeld, één derde voor den aanbrenger, een derde voor den algemeenen armen der plaats, daar de caiange gefeiiiedt, en één derde voor den officier die de caiange doet; terwijl eindelijk die genen welke de bovengemelde geldboeten incurrerende, niet in Haat mogten bevonden worden, om de zelve te betalen, met gevangenis van niet korter dan drie maanden, en niet langer dan één jaar zullen worden geflraft.

4. De drukkers en uitgevers van couranten of andere publieke gefchriften, hier te Jande gedrukt wordende, in wat taal die ook zouden mogen wezen, zullen geene advertentien van zoodanige loterijen mogen plaatfen, op ecne boete van vijf en twintig guldens, telken reizc, en voor elke dusdanige advertentie te verbeuren.

5. Onder de bepalingen in act. 1 vermeld, zijn ecliter niet begrepen onder ha udfchc Loterijen vanllagtvee, meubilaire goe-