is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad der Vereenigde Nederlanden; opgerigt bij besluit van zijne Koninklijke Hoogheid den Heere Prinse van Oranje-Nassau, soeverein vorst der Vereenigde Nederlanden enz. enz. enz. van den 18 december 1813 no.5, 1814, 01-01-1814

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze kansbiljetten zullen hebben een doorloopend nummer, aanvangende van no. 1 , tot zoo vele getallen als er ronde lommen van duizend guldens uitgelielde fehuld zullen blijken te beftaan, en zullen Vijf vijfde gedeelten van een geheel kansbiljet, te zamen duizend guldens, representerende onder hetzelfde nummer, worden uitgegeven, en alléén onderl'cheiden Worden door de letters A, B, C, D #n E.

Alle de voorfchreven kansbiljetten zullen worden Voorzien, met de handteekening van Onzen Secretaris van Staat voor de Financiën, en zullen dezelve voorts, bij de Algemeene Rekenkamer worden gecontroleerd en geregistreerd, en ten blijke daarvan, door een der leden en den fecretaris dier kamer, worden gecontrasigneerd.

5. De afgifte der kans-biljetten zal geschieden dadelijk na de uitgifte der bewijzen van inschrijving van de uitgestelde schuld, ten kantore van den ontvanger-generaal der middelen te water en te lande, te Amsterdam, naar aanleiding van de oproepingen door denzelven te doen en tegen intrekking van de kwitantie, geannexeerd aan het bewijs van insclirij ving, hetwelk ingevolge het bepaalde bij het reglement op de inschrijving in het grootboek der nationale schuld, bij Ons besluit van 8 December i8i4, n°. 48, gearresteerd, zal worden afgegeven ; en zal op dat kantoor de kwitantie van het voorschreven bewijs worden afgescheiden, cn hetzelve tevens met de kans-biljetten aan de belanghebbenden worden terug gegeven.

4. Het zal niemand geoorloofd zijn,/ de kwitantie van bet bewijs van inschrijving af te scheiden, als zullende er geene afgifte van kans-biljetten geschieden, dan op productie van de bewijzen van inschrijving, aan welke de kwitantiën geannexeerd zullen zijn gebleven.

5. De bovengemelde kwitantiën «uilen bij het grootboek der nationale schuld, van een gelijk nummer, als het bewijs van primitire inschrijving van uitgestelde schuld aldaar ontvangt, worden voorzien, ten einde ten allen tijde, ten aanzien van houders van particuliere gekwalificeerde rekeningen en administrateuren van armenkassen en pieuse gestichten, zoude kunnen worden nagegaan, welke nummers van kansbiljetten zijlieden oorspronkelijk hebben bekomen.

6. De uitloung van viet Tnilhocncn guldens t of van zoo veel meerder als ingevolge art. cj der wet van i4 Mei i8i4 nader zal worden bepaald, zal geschieden, voor de eerstemaal op de*