is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad der Vereenigde Nederlanden; opgerigt bij besluit van zijne Koninklijke Hoogheid den Heere Prinse van Oranje-Nassau, soeverein vorst der Vereenigde Nederlanden enz. enz. enz. van den 18 december 1813 no.5, 1815, 01-01-1815

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Zij, die aan zoodanige ziakten of gebreken onderhevig zijn welke ben voor altijd voor den militairen dienst ongeschikt maken.

De zoodanige, wier ziekten of gebreken zijn van eenen trjdelijken aard, zullen niet vrij, doch eerst na hunne voJkomene herstelling, in effectïven dienst gesteld worden.

Het onderzoek der bovengenoemde ziekten of gebreken zal geschieden door den genees— ol heelmeester, welke, volgens art, 42 den militieraad zullen assisteren. Zij zullen hij dat onderzoek mogen regard slaan op behoorlijk geteekende attestatien van andere ervarene en Lekende genees- of heelmeesters, onder aanbod van eede , af te geven.

«■«. De zoodanige welke door ren paspoort zullen doen blijken dat zij , wegens gebreken, uit den dienst der staande armee behoorlijk zijn ontslagen geworden.

d. De geestelijken van aüe gezindheden. Deze zullen eene behoorlijke verklaring van het bestuur hunner woonplaats moeten overleggen , dat zij werkelijk zoodanig zijn , volgens model F.

r' De studenten in de godgeleerdheid. Zij zullen aan di« militieraad moeten overleggen een certificaat van den rector of Let hoofd van de hooge school, athenaeum of seminarium, inhoudende eene verklaring dat de opgeschrevene is student in de godgeleerdheid en als nog zijne studiën in dat vak onafgebi'oken voortzet, nut verder oogmerk om zich aan den geestelijken stand toe te weiden.

f. De zoodanige, welke in 'slands dienst ter zee of tö lande zich bevinden , waarvan zij een behoorlijk buwijs zullen moeten overleggen.

Onder de militairen worden ook begrepen de kadets van de militaire scholen, zoo voor den land- als zéédiénst. . '

g. De zoodanigen , welke hunne professie van de buitenlandsche zeevaart maken, waarvoor zullen gehouden worden zij tJie ten minste gedurende de twee laatste jaren vóór hunne inschrijving tot de nationale militi®