is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad der Vereenigde Nederlanden; opgerigt bij besluit van zijne Koninklijke Hoogheid den Heere Prinse van Oranje-Nassau, soeverein vorst der Vereenigde Nederlanden enz. enz. enz. van den 18 december 1813 no.5, 1815, 01-01-1815

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«timmeren der declaratolren yan aang«fte de klasuficafa* <W patentpligtige ingezetenen, als mede tot liet opmaken van Wt register In liet volgende artikel omschreven «m dm daaruit te formeren legger voor het belastmgs .o.nei, z» < ti °nder toezigt van den contróleur der directe belast;iigei van de divisie van controle, moeten worden verng. ^etters, welke voor elke gemeente tot het regeicu ^ j omslag der directe belastingen zijn of zullen worden »enaemd, terwijl aan den eerstgeuoemden ambtenaar, t»fc i' dens de faculteit aan hem bij art. 16, § 5 , liiervortti < gekend, daar en boven de toepassing der Onderscheidene tanVen in deze ordonnantie vervat , öp de ten legger gebrachte patentoligtigen uitsluitend wprdt opgedragen: ais mede de beoordeling vtfn de verwantschap der beroepen en bednjven door denzelfden persoon uitgeoefend wordende, naar aanleiding Van de instruct'en, we ke aa» hem te dezen opzigte door den directeur der directe belastingen zullen worden gegeven.

§ 2, Üe voornoemde Werkzaamheden der zetters zullcrf Haar gelang dat de opgehaalde declaratoiren (we'.ke wijks«n nummers-gewiize geschikt door den ontvanger aan het kantoor derzeïve moeten bezorgd worden) inkomen, onverWij id eenen aanvang nemen , en voor liet tegenwoordige jaar ten spoedigste, doch vervolgens jaarlijks in de steden van den eersten en tweeden rang, vóór de helft van de maand lebruarij, Ti in de overige gemeenten uiterlijk op ultimo Januari) ai-" gcloopen moeten zijn.

5. De zetters en controleurs zullen , ten opzigte Van de Classificatie, met de meeste onparti |digheid en zonder eehige «onniventie moeten te werk gaan, en de bevoegd hebben Om de patentpligtigen tot het geven van nood igc ophelderingen aangaande den aard van hunnen handel, beroep, bedrijf of nering ten iifinnen kantore te ontbieden 5 zullende een iegelijk die, daartoe opgeroepen zijnde, zulks weigeren mogt, niet alleen zoodanig worden aangeslagen als, volgens den inhoud vaa a't. 16. § 5, zal behooren, maar geene aanspraak hebben op ïegt van reclame bij art, 26 dezer ordonnantie toegestaan»