is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 16.

Hoedanig met de consenl-biljellcn te handelen.

Dc consent-biljetten tot lossing zullen steeds aan booyd of Lij het vaar- of voertuig moeten blijven, ten einde daarop, van wege het Rijk, gerechercheerd zoude Kunnen worden.

Oj) de consent-biljetten, tot lossing verleend, of wel op cenc daaraan geannexeerde Jij^t, voor zoo verre het consentbiljet, ten gevolge der bepaling Van art. n,geene toereikende ruimte mogte overlaten, zullen telkens, naarmate de invoer zal plaats hebben, en de visitatie door 'sRijks ambtenaren zal zijn geschied, de geloste kwantiteiten zorgvuldig wonten opge^ tèdkend, en door den zoodam'gen van hun, welke het toezigt over de lossing heelt, het biljet bi) de alluvering dér laatste partij worden ingetrokken en , ten zelfden dage, aan den ontvanger terug gebragt, bekrachtigd door de handteekening der ambtenaren, welke bij de lossing, weging, meting, roeijing «5n keuring geadsisteerd hebben , mitsgaders die van den zeehandelaar, zoutzieder of partikulier, dien zulks aangaat, of deszc.'fs procuratie-houder en van den schipper of wagenaar, bij absentie van den schipper of deszelfs gemagtigde , zal de stuurman kunnen teekenen.

in gevalle dat, krachtens art. i4, tot eene latere weging, meting, roeijing of keuring consent ware verleend, zal niettemin het toezigt bij de lossing hetzelfde zijn, en de biljetten, ten line voorschreven, op nieuw uitgereikt worden, wanneer lot de weging, meting, roeijing en keuring van het opgeslagen zout of pekel zal worden overgegaan.

'Ijoo wanneer het zout of de pekel eene andere bestemming heeft dan de gepermitteerde losplaats, zal het los biljet, afge» teekend door den ontvanger, aan dien ter plaatse van den opslag met den post en op de wijze, nader bij de administratie te bepalen, moeten worden toegezonden, en wijders in beide 'ie gevallen aan den schipper of wagenaar, op den voet des reglemeuts voor den invoer, het bewijs worrlen uitgereikt, dat dezelve aan zijne verpligting voldaan heeft, en alzoo vrijelijl wederom de uiterste wacht vermag te passeren.

Art. 17.

Vernachlins? der consent-biljetten.

De consent-biljetten zullen , het zij op dezelve nog niets

of