is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 20.

Eerste wijze van inslag, of cl'e met betaling van. den impost.

Geenc zeep , die in mindere hoeveelheid dan du'zend ponden, dat is 4g4 kilogrammen, den Jande wordt ingevoerd, 2a! mogen worden ingeslagen, of naar de woonhuizen , pakhuizen. kelders, of andere bergplaatsen van zeep worden vervoerd of verwerkt, dan nadat, overeenkomstig het terugcèbragte consent-biljet van lossing en daarop geconstateerd bedrag van de ingevoerde zeep , de impost ten kantore van dert ontvanger dezer belasting, ter plaatse van den opslag voldaan zal zijn, of tegen de krachtens art 7 geconsigneerde penningen verrekend.

Van deze betaling zal eene kwitantie worden afgegeven, eri hiermede aile responsabiliteit des invoerders van de aldus aangezuiverde zeep ophouden.

Voor zoo veel de te verintposteHe partij eene andere bestemming hebbe dan de losplaats, zal het verbod tot vervoering alleen toepasselijk zi|n op de verwerking ter plaatse van den opslag , en deze aldaar niet bewerkstelligd mogen worden ■vóór de voldoening van den impost als boven.

Alle inslagen van bulten 'slands in meerdere hoeveelheden, doch door particulieren geschiedende, zullen aan gelijke voorzieningen onderhevig wezen.

Art. 21.

Tweede wijze van inslag, of die onder genot van crediet voor den impost.

Wanneer de ingevoerde 2eep meer bedraagt dan de hoeveelheid in het voorgaande artikel omschreven, en aan eenert zeehandelaar of handelaar toebehoort of geconsigneerd is^ zal deze voor dusdanige partij de keuze hebben tusschen 's Rijks entrepot met een onbepaald crediet, of den irslag in zijne eigene kelders en pakhuizen, met een crediet voör bepaalde termijnen.

Hij zal verpligt zijn van deze keuze kennis te geven bij de aangifte tot lossing, in het 5de artikel vermeld, ten einde hiervan op het te verleenen consent-biljet kunne blijken.

Bij-"