is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer no?tans aan de eigenaars of geconsigneerden onbekend tnogte zijn, dat dusdanige dranken aan bun waren afgeladen , zal de aangifte moeten plaats hebben binnen viereri-twintig uren, na dat de afzending of aankomst t'r bunnfer kennisse zal zijn gekomen, daar van , des gerequireerd zijnde, producerende de bij bun voorbanden zijnde bewijzen, en schriftelijk verklarende, buiten de geproduceerde stukken, van de afzending geene kennis of wetenschap te hebben gehad, direct of indirect.

Art. 7.

Zekerheid voor den verschuldigden impost.

Boven de aancifte zal de belanghebbende voor den ver— schuldigden impost van de ingevoerd wordende gedisteleerde wateren, bij den aanvang diZer wet omschreven, zekerheid moeten stellen, alvorens consent tot lossing te kunnen hek omen.

Wanneer de gemelde dranken bestemd zijn naar eene andere plaats dan die, alwaar de lossing uit het van buiten eekomen schip, vaar— ot voertuig staat te geschieden, zal aan den eigenaar of geconsigneerden bewijs worden afgegeven , dat hij globaal, en behoudens redres, na dat de hoeveelheid en'kwaliteit beleend zal zijn , voor den inslag gedebiteerd is, en dit bewijs door tusschenkomst der administiatie en op den voet, riader bij dezelve te regelen, aan den ontvanger ter plaatse der lossing worden ter band gesteld, om daarop het consent tot lossing, in het navolgend artikel vermeld, te verkrijgen.

Wanneer de impost dadelijk bij den opslag moet worden voldaan, zal de zekerheid moeten bestaan in eene consignatie

van penningen. .

Meer dranken aanwezig zijnde, dan waar voor zekerheid gesteld is, zal de lossing / tot na de verkrijging van nadere en suppletoire zekerheid, voor dit nieedere gestaakt worden.

Art. 8.

Consent tot lossing.

Na het hekomen van de noodige verzekering voor den impost, aal door den ontvanger van dit middel, ter plaatse alwaar de

los-