is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze laatste ambtenaar zal intusschen hierop 3e afschrijving eu roijement van borgtogt niet effectueren, ten zij hem van Vrege den directeur zijner provincie een dubbel van dit bewijs geworden zal zijn , waarop hij als dan aan den afleveraar, »a dat ook deze op dit instrument deszelfs handteeke&ing gesteld zal hebben, een contra-bewijs der afschrijving zal verieenen,

Art, 28.

Darde of laatste wijze van opslag, zijnde die in het entrepot van tiet Rijk,

Bij aklien, in overeenstemming met art 22 dezer wet, de keuze des invoerenden zeehandelaars of brandewijnkoopers zich bepaalt tot den ©pslag in 'sRijks pakhuizen of het entrepöt van den lande, zoo zal, na het verleenen des cousects, of wel van het bewijs van cautiestelling, vermeld bij art. 7, een dubbel van de aangifte door den ontvanger, ten wiens kantore dezelve gesehied zal zijn, aan den opziener over het entrepót worden ler hand gesteld.

De opziener zal, ten gevolge dezer kennisgeving, de nederiage in deszelfs entrepót admitteren, en wel, wanneer de losplaats tevens di& van het entrepot is, successivelik en naar gelang de lossing, roeijing of telling en proeving haren voortgang hebben, en wanneer de geloste partij van elders iomt, op vertoon van het consent-biljet, hetwelk in de beide gevallen door hem geviseerd zal moeten worden, alvorens op den voet van art, 18 onder den ontvanger gedeponeerd te worlien.

Art, 29.

Verpligtingtn en verantwoordelijkheid der administratie van het entrepot.

Met entrepot zal niet verantwoordelijk zijn voorde boeVeelheid ol de soort van sterke dranken, volgens de biljetten in hetzelve geborgen, doch daar en tegen de zeehandelaar of brandewijnkooper wel voor den impost van den geroeiden of getelden en geproefden brandewijn, rum, arak of likeuren.

Het zal intusschen den belanghebbenden vrijstaan zich voor alle risico te dezen te dekken door de ingevoerde dranken , in het entrepót onder deszeJfs bijzondere beharing en op daartoe verVaardigde bergplaatsen aftesluiten.

B Ü8