is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loopen zijn, en bij de voortduring der belasting , op een nieuvlr jaar moeten worden overgedragen, edoch zonder verificatie Van het geëntreposeerde, ten zij ingeval van noodzakelijkheid en merkbaar vermis, wanneer de rekening, door de verimposting van het vermiste, in maniere als boven, aangezuiverd en tot effenheid gebragt zal moeten worden.

Art. 4o.

lie werking in het entrepót.

De zeehandelaar of brandëwijnkooper zal geregtigd wezen om in het entrepot,,en in de aldaar, onder eigen toezigt, verleende kelders en pakhuizen, zijne sterke dranken t>ver te steken, aantevullen , te bewerken en zoodanig te versnijden of te verlengen, als hem tot gerijf van zijnen handel cn debiet zal goeddunken.

Hij zal, ter bereiking van dit doeleinde, desgelijks de bevoegdheid hebben, onder toelating en voorkennis van den opziener des entrepots, de vereischte ingrediënten aan te voeren, doch tevens gehouden wezen van zijne bewerkingen* zoo veel dezelve eene vermeerdering van dranken ten gevolge zouden hebben, schriftelijke kennis te geven aan den ontvanger, ten einde op den voet van art. 28 en 5i dezer wet deswege gedebiteerd te worden, gelijk voor den ingevoerden brandewijn, en hem de aflevering niet ontzegd zoude kunnen ■worden, ter zake dezelve zijnen inslag zoude komen te excederen.

Bijaldien ondeT de ter vermenging Aangevoerde specien zich brandewijnen, voorloop of andere gedisteleerde wateren zouden mogen bevinden, zullen dezelve, schoon van binnen 'slands aangebragt, bij den invoer van het entrepót ais onVerimpost buitenlandsch gedisteleerd behandeld worden. Daar en boven zal geen buitenlandsch gedisteleerd gelegd mogen worden in een en hetzelfde gedeelte van het entrepot, met gedisteleerd van binnenlandschen oorsprong of uit de branderijen binnen het Rijk herkomstig, en onder speciaal beheer des eigenaars of consignataris zijnde, zonder aan den eerstgemelden dezer dranken het voorregt der afschrijving, anders dan tegen binnenlandsch gedisteleerd, te doen verliezen.

Art. 4i.

Oversleling van gcdeterioreerde dranken.

Wanneer eene partij brandewijn, rum, arak of likeuren >n li«t «ntrepót mogte komen te deterrioreren, zal het aan den

zee-