is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■vier zullpn mogen verkocht, afgestaan, geleend, uitgebroken , veranderd, of vergroot of verkleind worden, zonder voorkennis der administratie.

Deze kennisgeving daartoe zai ingeleverd moeten worden brj de ambtenaren der indirecte belastingen in de gemeente, alwaar de branderij gelegen is, en vergezeld gaan van de vereisclite omschrijving van het pand en gereedschap of werktuig.

Art. 21.

Opschrift boven de in- en uitgangen deibranderijen.

t

Zij, die lot den aanvang of tot de voortzetting van het branders - bedrijf aangiite hebben gedaan, zullen verpligt we.,en , ter hoogte van tien of vijftien voeten , of drie of vijf meters boven den voornaanisten ingang der fabrijk of traf.jk, indien de gelegenheid van het gebouw het toelaat, en anders 10 of i5 voeten boven den grond , doch altijd boven den evengemeiden ingang, een bord te stellen, waarop net olieverwe geschreven staat *

,, Branderij of distileerderij van dc ïste, 2de, 3de, „ of-ide klasse.

De branders der drie eerste klassen zullen daarenboven icderen ingang hunner iabrijk kenbaar maken, dooi ei * in maniere als boven , voor te doen stellen het wooid „ branderij."

Art. 22.

ü'Aangifte der branders, wegens liet aanvangen hunner distilalien.

De branders der drie eerste klassen welke voornemens lijn hunne distilatien, dat is de vervaardiging van moutwijn ot ander gedistileerd uit graanspecien of andere grondstoffen , aan te vaugen, zullen gehouden wezen daarvan aan den' daartoe gestelden ambtenaar der indirecte belastingen,

waar