is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deswege gedebiteerd te worden, a's voor den uit de brandei-ij o! distileerderij ingevoerde sterken drank, en hem de aflevering niet ontiegd zoude kannen worden, ter zake dezelve zijnen inslag zoude komen te excederen.

tin aldien onder de ter vermenging aangevoerde specien zich brandewijn, voorloop, of andere gedistiléerde wateren zouden mogen bevinden, zulten dezelve, schoon van binnen 'slands aangebragt, bij den invoer in het entrej o het radicaal der verimposting moeten derven, en als onverimpost bianenlandseh gedistileerd behandeld worden.

Art. 56.

'fscheiding van binnen - en builenlandscne brandewijn.

Geen gedistileerd van binnenlandschen oorsprong, of uit de branderijen binnen bet Bijk herkomstig, zal met buitenlandsclie brandewijnen mogen gelegd worden, 111 één en betzelfde gedeelte van bet entrepót, onder speciaal beheer der eigenaars of consignataris zijnde, zonder aan deze laatsten bet voorregt der afschrijving anders dan tegen binnenlandsche dranken te doen verliezen.

Art. 57.

Overstohing van gedeteriorcerde dranken.

Wanneer eene partij gedistileerd in bet entrepót mogt komen te deterioreren, zal het aan den zeehandelaar ot brander ten wiens name dezelve geboekt is r \rijs aa dezelve, behoudens de noodige Securiteit, te doen o\er-

stoken. , ,

Te dien einde zal bij dusdanige part.], in de aanvrage, volgens art 4q te doen , behoorlijk omschrijven, de branderij opgeven-, in welke hij de oversteking wensóbt te doen

plaats- hebben, en de vereichte zekerheid slelien.

De ontvanger, bet bewijs ver eenende dat <le aanceve aan deszelfs verpligting voldaan heelt, zal deswege den opziener des entrepöts verwittigen, welke hierop de dranken za 1 laten volgen, behoudens de naauwkeurge xocipnö

proeving, die op eten rug ue* «oup ^

en