is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste het voorregt der afschrijving, anders dan op den YOet der binnenlandsche azijnen, te doen verhezen.

Art. g4*

Voorziening teri aanzien der azijnbrowvers, azijn. makers en kunst-azijnmakers welke hun bedrijf Laten varen.

De azijnbrouwers , azijnmakers en kunst - azijnmakers» welke verlangende zouden mogen zijn hun bedrijf te laten ■var™, of wel hunne fabrijk oftrafijk geheel stil te doen staan, Zullen gehouden wezen hiervan schriftelijk kennis te geven aan de ambtenaren der indirecte belastingen in de gemeente, alwaar hunne azijsjbrouwerij of azijnmakerij gelegen is, veei— tien dagen vóór het eindigen hunner werkzaamheden.

Het?. Ifde zal moeten in acht genomen worden door de boedelred deraars en executeuren in de boedeis van overledene, of de curators of syndics in die van bankbreukige.

Gene afrekening zal mogen plasts grijpen, noch ingeval van afsterven of failliet, eenige scheiding van den boedel of afgifte aan de geïnteresseerde erfgenamen en legatarissen, of wel "in bet laatste ge\al iikwidatie met de crediteuren, kunnen bewerkstelligd worden, ten zij' alvorens met den lande, wegens dusdanige» boedel en bedrijf, de rekening volkomen zal zijn gesloten, of ten minste zonder dat, in Cas van contestatie, voldoende borgtogt zij gesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden geïnsereerd, en dat alle ministeriële departementen , autoriteiten , kollegien en ambtenaren, aan de naauwkeurige uitvoexing de hand zullen houden.

Gegeven te 's Gravenhage, den i5den September des jaars 1816, het derde van Ouze Regering.

(geteekendy W I L L E M.

Van wege den Koning, (getóekend) A. R. F A L C K.

V