is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 02.

Vrijstellingen. r

Behalve de schuitjes en vaartuigen, beneden het half last groot zijnde, in art. 4 vermeld, zullen ook van deze belasting vrij zijn:

1 . De jagten en vaartuigen, behoorende tot de onderscheidene departementen van algemeen bestuur.

2-, De moddermolens, moddersehouwen en schuiten , vooiis ook de brandspuitschuiten, asch- en vuilnisschuiten, boomsluiters- of wachtschuiten en dergelijke, in vasten dienst zijnde en behoorende aan steden, dorpen, dijk- of polder- directiën, heemraadschappen of andere directiën over de zee-, water- en rxvierwerken.

3 , De schuiten en vaartuigen , die in de zomermaanden in

onbevaarbare wateren gehouden worden om bij doorbraken van dijken of overstroomingen te dienen, zonder immer buiten zoodanige omstandigheden te worden gebruikt, als mede de zoodanige, welke met hetzelfde oogmerk in bevaarbare vaarten, kanalen, of wateren gehouden worden , wanneer deze aan publieke autoriteiten toebehooren.

4 , De schuitenen vlotten van fabrijken en tralij ken, die¬

nende tot spoeling en bewerking der in dezelve gefabriceerd^ wordende speciën , ol tot berging van water, spoeling of vaatwerk, doch nimmer op eenigerlei wijze tot het aanvoeren van speciën of gorderen ïiaar^ de fabrijk of tralijk, of tot het vervoeren van specien of goederen van dezelve naar elders:— Voorts ook de vlotten of vletten in de turfbaggerijen tot het verwerken van den bagger , doch geenszins de vaartuigen tot het vervoeren van den gemaakten turf.

5 . De schepen , schuiten en vaartuigen, uitsluitend ge¬

bruikt wordende tot het vangen van zeevisch, bot, spiering, mosselen en ansjovis, daaronder begrepen.

6°. De